Tags

‘Een crisis moet je benutten’ (JOOST VAN VELZEN, REDACTIE ECONOMIE, Trouw, 5-11-20)

Pensioen  – Landbouweconoom Krijn Poppe zag tijdens zijn carrière hoe de markt het platteland overnam. Nu heeft de overheid moeite om de regie terug te pakken.

Landbouweconoom Krijn Poppe begon in 1981 aan de Universiteit Wageningen.

Als er iemand met gezag over landbouw kan praten, dan is het Krijn Poppe (1955), senior econoom bij Wageningen Economic Research. Of het nu over de agrarische historie gaat, het heden of de toekomst – Poppe is van alle markten thuis. Nu gaat het boegbeeld van wat wel de beste landbouwuniversiteit ter wereld wordt genoemd, met pensioen. Na veertig jaar analyseren en adviseren. En als officier in de Orde van Oranje-Nassau.

U zwaait af tijdens een pandemie. Heeft corona raakvlakken met ons voedselsysteem?

“Het leidt in ieder geval tot discussie. Er zijn wel raakvlakken. Je ziet een probleem met corona bij mensen met obesitas, er is een probleem bij de nertsen. Toch is het directe effect van Covid-19 op de landbouw niet zo groot. De pijn zit meer in de horeca en niet zozeer bij de productie van boeren. Wat ik interessant vind: wat doet corona met het gedrag van mensen? Gaan we meer op ons voedsel letten, gaan we duurzamer leven na de lockdown? Een crisis moet je benutten, zeggen ze dan. Ik ben benieuwd of we groener uit de crisis komen.”

Hoe stond Nederland ervoor toen u in 1981 in Wageningen begon?

“Het was de tijd van de restanten van een door de staat gedomineerd landbouwsysteem. De staat regelde zo ongeveer alles: de modernisering, de ruilverkaveling en de staat legde 150.000 hectare Flevopolder aan. De coöperaties waren nog klein en droegen namen als Domo en Coberco. Elk dorp had zijn coöperatieve bank voor boeren: de Boerenleenbank of de Raiffeisenbank.

“Toen ik begon, liep dat net zo’n beetje ten einde. De staat trok zich terug en maakte plaats voor de neoliberale marktwerking. De kleine coöperaties verdwenen. Nu heb je FrieslandCampina, een top-5 zuivelproducent in de wereld. Het kleine Raiffeisen werd de grote Rabobank. De eerste zorgen om het milieu dienden zich aan. Ook wel begrijpelijk: de markt laat zich niet remmen door enige zorg om milieu.”

Wat voor beweging ziet u nu?

“De maatschappij stelt nu meer eisen aan de kwaliteit van leven. Wilt u als boer subsidie? Dan moet u minder gaan uitstoten. Om dat aan boerenbedrijven op te leggen is toch weer overheidsbemoeienis nodig. Met die nieuwe rol om een deel van de regie weer terug te pakken, heeft de overheid moeite.” Als u er iets zou uitlichten waarvoor u zich in uw loopbaan sterk heeft gemaakt, wat zou dat dan zijn?

“Ik ben veel bezig geweest met informatie en data. Mijn punt is: je kunt steeds meer meten. Wat voor veevoer een koe krijgt, in welke stal zij staat, hoe vaak zij buiten is geweest. Milieuprestaties. Boeren vinden dat niet altijd leuk, maar met data kun je boeren belonen die het goed doen en tegelijkertijd de rotte appels eruithalen.”

Moet Nederland er niet gewoon mee ophouden om voor de halve wereld te produceren?

“We hebben 1,8 miljoen hectare landbouwgrond. Als je die aan natuurbeheer zou geven, zouden ze dat niet eens kunnen betalen. De kwaliteit van onze landbouw is hoog. Ermee ophouden lijkt me dus niet verstandig. Maar wat je hier produceert, moet wel schoon zijn, want in een dichtbevolkte delta worden hoge eisen gesteld. Het moet dus anders – en in Nederland niet meer in dit volume. Wij kunnen bijvoorbeeld onder Nederlandse regie in het buitenland produceren.”

Schetst u eens het boerenbedrijf van de toekomst?

“De gemiddelde boer bestaat niet, zeg ik altijd. Maar als je ze op het platteland wilt houden, dan ligt een deel van hun verdienmodel in andere diensten dan alleen voedsel. CO2-opslag, toerisme, horeca, natuurbeheer, educatie, zorg. Ik denk dat de boer van de toekomst uitblinkt in waar Nederland in uitblinkt, namelijk de combinatie voeding – gezondheidszorg – informatietechnologie.”

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/1092/articles/1240855/21/1