Tags

‘Het werd een verraderlijk gemoedelijk middagje, de bijeenkomst van de Onderwijsraad ter ere van honderd jaar onderwijsvrijheid. Er werd respectvol gekibbeld, over de rol van scholen, over de kwaliteit, over de invulling van het burgerschapsonderwijs. Er viel nauwelijks een onvertogen woord. Terwijl daar wel alle aanleiding toe was.

Wie de afgelopen tijd de berichtgeving over het Haga-lyceum volgde, kreeg de indruk van een vleesgeworden nachtmerrie, waarin een sektarische school gerund door ayatollahs en jihadisten hun leerlingen nog net niet opriepen de wapenen op te nemen tegen de ongelovige Nederlanders.

Wat was er aan de hand? Afgelopen juli droeg minister Slob (Onderwijs) het bestuur op om op te stappen, wegens salafistische invloeden, antidemocratisch onderwijs en financieel wanbeleid. We riepen ‘oeh’ en ‘ah’ en ‘ik zei het toch’: grondwetsartikel 23 was een ramp nu islamieten er mee aan de haal gingen. Maar deze week oordeelde de rechter dat minister, inspectie en AIVD te ver waren gegaan. Banden met salafisten waren acceptabel, van antidemocratisch onderwijs was geen sprake, het college had hooguit wat problemen met financieel beleid. Slob tekende beroep aan.

Het deed me denken aan die andere Amsterdamse school die tegelijkertijd met het Haga-lyceum een tik op de vingers kreeg van de inspectie: de orthodox-joodse basisschool Cheider. In 2012 misbruikte en verkrachtte een docent daar naar alle waarschijnlijkheid verschillende kinderen, waarna de slachtoffers en hun ouders onder druk werden gezet om dit niet al te hoog op te nemen. Het werkte. Aangiftes lieten dusdanig lang op zich wachten dat tegen de tijd dat ze werden gedaan, de verklaringen van de kinderen niet meer betrouwbaar werden geacht. De docent kreeg een minimale straf voor misbruik van één slachtoffer.

Vorig jaar rapporteerde de inspectie dat de school niets had gedaan om te voorkomen dat misbruik nogmaals zou plaatsvinden. Toch mocht het bestuur blijven. Het ene extremisme is immers het andere niet. Ook op Cheider had Rita Verdonk geen hand gekregen van de rabbijn. Ook daar worden meisjes en jongens apart onderwezen. Toch roept niemand dat de school dicht moet en het bestuur weg.

Zullen we dat maar gewoon een keer discriminatie noemen? De onhebbelijkheden van de ene religieuze groep respecteren we wel, die van de andere niet. Op sommige christelijke scholen gelooft men (zoals vast ook tijdens bijbelstudie wordt onderwezen) dat mensen die Jezus niet volgen eeuwig in de hel zullen branden. De man is het hoofd van het gezin en als enige geschikt als volksvertegenwoordiger. Over homo’s zal ik hier maar helemaal niet beginnen.

Is dat ook antidemocratisch onderwijs, minister Slob? Gaat dat niet in tegen onze Nederlandse grondwaarden? Kun je met zo’n overtuiging volwaardig deelnemen aan de Nederlandse samenleving?

Dit is precies het onprettige gesprek dat we moeten voeren over artikel 23. Vrijheid van onderwijs is geen theekransje. Het is niet kiezen tussen aaibare Montessori en Jenaplan huppelscholen. Je weet pas wat je van vrijheden vindt als mensen ze gebruiken om wanstaltige dingen mee te doen. Daarmee doel ik niet op het misbruik, al is dat wel een veelvoorkomende bijwerking van extreem gesloten gemeenschappen.

Het heeft er alle schijn van dat de verschillende overheden hier aanzienlijk minder tolerantie hadden voor islamitische geloofswaanzin dan voor christelijke of joodse geloofswaanzin. Dat is onacceptabel. Maar het gaat verder: met deze overreactie brengt minister Slob het hele artikel 23 onnodig in gevaar. Dit soort akkefietjes vindt plaats in tijden waarin de vrijheden van gelovigen steeds verder onder druk komen te staan. De niet-religieuze meerderheid blijft groeien in Nederland en daarmee de intolerantie voor andermans onbewezen nonsens, zoals geloof steeds vaker wordt getypeerd.

De vraag is of we onze vroomste groepen moeten toestaan in hun bubbel te blijven, zoals het Haga-lyceum, Cheider maar ook reformatorische scholen dat wensen. Om radicaal anders te zijn. Om hun kinderen af te schermen voor het juk van de meerderheid. Vrome moslims bevinden zich in precies dezelfde delicate positie als vrome christenen. We moeten hun vrijheid op onhebbelijkheden blijven verdedigen. Het zou Slob, als christen, sieren als hij het hoger beroep laat schieten.’

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/01/25/vrijheid-van-onderwijs-is-geen-theekransje-a3988115#/handelsblad/2020/01/25/#202

Het ongelijk van Rosanne Hertzberger zal ik proberen aan te tonen door haar te wijzen op een fundamenteel punt dat zij niet benoemt, namelijk dat tussen enerzijds alle westerse ingeburgerde geloofsinstituten zoals de te onderscheiden ‘vrijzinnige’ én ‘orthodoxe’ christelijke geloofsgemeenschappen binnen de protestantse en katholieke wereld, en óók bestaande vrijzinnige en gemiddelde moslims (islamitische soefi’s kunnen als vrijzinnig-mystieke richting gerekend worden) en joden als collectief, tegenóver de orthodox islamitische vormen vanuit het jihadisme en salafisten anderzijds.

Dat bedoelde, éne, onderscheidingspunt gaat over de ‘democratische rechtsorde’, bij de eerst genoemde categorie een volkomen vanzelfsprekende aangelegenheid dat niet ter discussie staat; maar bij de andere groep van de jihadisten/salafisten juist wél: democratie bestaat in die wereld níét want er is sprake van een ‘eenheid tussen religie en staat’ en dat is de theocratie van de islam en dus géén ‘scheiding van kerk en staat’ zoals in het westen (Hoewel het VK en Denemarken wel een staatskerk kennen).

Vandaar dat die orthodoxe islam terug wil naar de tijd dat Mohammed als profeet van Allah het woord verkondigde en die in de toenmalige omgeving van het Arabisch schiereiland rondom Mekka en Medina tot een eigen, specifiek islamitische samenleving wilde inrichten met imams ofwel hun eigen ‘godsdienstige voorgangers’. Daaruit blijkt het cruciale verschil, namelijk het niet bestaan van de westerse ‘scheiding van religie en staat’, zoals hier wel gebruikelijk en standaard is geworden sinds de trias politica, tegenover de islamitische ‘eenheidsstaat’ ofwel een geestelijk-islamitische theocratie zoals ook de joodse staat Israël een theocratie is, maar dáár dan wel met een pluriform politiek bestel omdat daar ook seculiere Joden bestaan die sociaaldemocratisch wensen en kunnen stemmen of andere ideologieën aanhangen.

Wij hebben in ons land geen behoefte aan ‘haatpredikers’ die een islamitische ‘kruistocht’ in Europa willen voeren om de ongelovigen – jawel, christenen en Joden in hun ogen – willen bekeren, om aldus hier de islam als staatsgodsdienst te vestigen en dat als hun politieke missie zien.

Mijn conclusie luidt dat er inderdaad geen sprake mag zijn van een ‘theekransje’ wat daaronder ook bedoeld moge zijn, maar op geheel andere maar principiële gronden dan de columniste meent. En daarom wijs ik haar redenering ten principale af.