Tags

Stelling: Op basis van de uitspraak ‘Als te veel politieke prestige op het spel staat, is een goede beleidsevaluatie onmogelijk’ leid ik af dat de algemeen heersende opinie dat de politiek niet deugt, volkomen juist is maar dat politicologen en politiek filosofen tot heden niet in staat waren om met wetenschappelijke argumenten hiervoor bewijs aan te voeren.

De onderstaande analyse van Teulings helpt me om het hiaat te vinden waarom er een probleem bestaat met of tussen ‘beleid en evaluatie’, en niet, zoals de titel suggereert, dat er een mantra bestaat van strikte scheiding tussen beleid en evaluatie, want die mantra is vals: het wetenschappelijke bedrijf gaat uit van ‘objectiveerbare’ en getoetste en dus toetsbare feiten, terwijl de politiek als bedrijf slechts het private en dus ‘subjectieve’ belang vertegenwoordigt en als zodanig functioneert’ en in de praktijk dénkt te kunnen functioneren. Die verwachting klopt niet, hoewel het tegenwoordige technocratische bestuur doet vermoeden dat het wél kan.

Er bestaat in de politiek geen ‘algemeen belang’ meer, omdat de maatschappelijke complexiteit dat algemene belang niet meer verdráágt. Dat is de oorzaak – en reden – waarom of dat de representatieve democratie niet meer adequaat kán functioneren. Waarom niet?  Omdat de gemiddelde burger enerzijds niet meer is opgewassen tegen de stormvloed van alle beleidsmaatregelen die noodzakelijk zijn om zich alle details van politieke besluitvorming eigen te maken – wat van die burger niet verwacht mag worden -, maar anderzijds dat de beroepspolitici zodanig veel politieke overleggen door moeten maken, dat ieder overzicht van het geheel verdwijnt.

De beide systemen van het politieke- enerzijds, en wetenschappelijke veld anderzijds lopen op die manier vast. Sterker, waar politici beleid maken en dat laten evalueren, wordt de wetenschappelijke uitkomst daarvan niet geaccepteerd als die uitkomst politiek niet past in het partijpolitieke stramien . Zinloze opdrachten dus. Terugkomend op Duflo’s onderzoek, kan uit Teulings tekst worden geconcludeerd dat zij via haar economische onderzoek een dusdanig nieuwe weg is ingeslagen, dat daaruit ook nieuw-politieke conclusies en gevolgtrekkingen kunnen worden gemaakt. Daarmee loopt volgens mij het bestel van de representatieve democratie ten einde omdat dat bestel niet meer adequaat kan functioneren omdat het de ‘oude politiek’ representeert. De onderstaande inbreng van CPB-directeur Laura van Geest laat dit treffend zien:

‘Tijdens de lezing vroeg CPB-directeur Laura van Geest aan Duflo hoe zij omging met de tegenwerking van politici. Die hebben immers vaak geen belang bij goede evaluaties, zeker als die zomaar negatief kunnen uitpakken en daarmee de reputatie van de politicus te gronde kunnen richten. Duflo’s antwoord was verbijsterend. Zij vermeed evaluatie van beleidsinterventies waar veel prestige op het spel stond. Beleidsmakers hebben oneindig veel mogelijkheden om evaluaties te ontregelen. Bij te veel politieke prestige is een goede beleidsevaluatie onmogelijk. Dat is geen verwijt, maar een nuchtere constatering. Goed beleid gedijt in de politieke luwte.’

Een nieuw tijdperk staat op het punt om te beginnen.

Duflo’s Nobelprijs vraagt om heroverweging oude mantra van strikte scheiding tussen beleid en evaluatie (Coen Teulings, Expert/fd, 15-11-19)

https://fd.nl/opinie/1324359/duflos-nobelprijs-vraagt-om-heroverweging-oude-mantra-van-strikte-scheiding-tussen-beleid-en-evaluatie