Tags

Gezonde gebreken

Beleeft de democratie een diepe crisis? Of is ons doemdenken ongepast? Volgens de Vlaamse journalist Joël De Ceulaer vertoont ons systeem zes fundamentele gebreken die onoverkomelijk zijn.

Joël De Ceulaer, de Groene Amsterdammer, 25 september 2019 – verschenen in nr. 39

Bij de aanvang van alweer een essay over de democratie bestaat de kans dat u eens terdege met de ogen rolt en denkt: daar gaan we weer! Een begrijpelijke reactie. Er staat al enige tijd geen rem meer op de onheilstijdingen over dat prachtige systeem dat wij hebben geërfd om onszelf te besturen. Er leeft een breed gedragen gevoel dat de democratie en de politici die haar bevolken, aan het ontsporen zijn. Niet alleen in de Verenigde Staten, waar redelijke mensen hun adem inhouden tot het rijk van Donald Trump voorbij is, maar ook in Europa, in België en Nederland.

‘Op zich is dat niet vreemd. Doemdenken is aantrekkelijk. De klimatoloog waarschuwt ons voor de vernieling van de planeet, de viroloog voor een wereldwijde pandemie, de econoom voor een recessie die nog harder zal toeslaan dan de vorige. En de experts inzake democratie waarschuwen ons, vanzelfsprekend, aldoor voor de crisis van de democratie.

Is ‘doemdenken is aantrekkelijk’? Ik meen van niet, omdat dit een kwestie van politieke psychologie is, omdat doemdenkers alleen bij de pessimistische mens – van nature – voorkomt en niet bij het optimistische deel va de mensheid. En dat verschil in karakter verklaar ik aan de hand van emotionele stabiliteit van de mens in termen van wijlen psycholoog, psychoanalyticus, filosoof en socioloog Erich Fromm, waar ik nog het meerdimensionale vormen van denken aan toe wil voegen. Grofweg, maar bondig, noem ik ééndimensionaal denken de mens denkend van het zwart-wit-schema op politiek terrein, zoals de populisten dat doen, zie het voorbeeld van Wilders: weg met de islam, de koran en de moskee. Weg met migratie en weg met de EU. Simpel dus.

Hoe eenvoudig wil je het hebben? Politiek-psychologisch kun je dat ook op emoties van toepassing verklaren: de stroom aan moslims en migranten maken de gewone burgers zenuwachtig en angstig omdat hun vrijheid, welvaart en bewegingsruime wordt of dreigt te worden aangetast. Dat moet dus worden tegengegaan. Maar in plaats van alternatieven en oplossingen te bedenken – waartoe populisten niet in staat zijn – plaatsen ze de hakken in het zand. Tot hier en niet verder.

Want stel je voor dat je met creativiteit de tweede dimensie(laag) van denken bereikt, want dan spreek je jezelf tegen! Dus de werkelijk 2d-mensen kunnen politiek onderhandelen en daarvoor zijn 1d-politici te lui. Maar diezelfde politici vergeten dat de bevolking, hoog opgeleid als die laag is geworden, in de derde dimensie (3d) uitkomen in globalistisch of kosmopolitisch denken, waardoor je een keuze moet maken: de kosmopoliet is op zichzelf niet verkeerd tenzij je als multinational functionaris alleen op winst- en omzetvermeerdering uit bent en dan ben je bezig de aarde te vernietigen.

 Tot heden ging dat nog ongemerkt en heimelijk, maar nu komen vanwege de onderzoeken van IPCC de dramatische cijfers naar boven. En dan komt ook het nieuwe fenomeen naar boven dat academici als Baudet zich door ideologische argumenten terugkeer wensen naar de oude waarden en normen van de Romantiek. Maar die tijd is passé en dat betekent ook dat hij als 1d-mens kan worden gekarakteriseerd omdat hij de nieuwe verschijnselen niet kan plaatsen, laat staan integreren. Daarom laat hij de klimaatkundigen als volwaardige wetenschapers volledig in de kou staan omdat hij hun wetenschapsbeoefening niet wenst te erkennen. Uit angst dat ze gelijk kunnen hebben? Wie zal het zeggen.

Kortom, ‘doemdenken’ is alleen aantrekkelijk voor de 1d-denkers en daarmee een marginaal verschijnsel. Het gaat dus om een generalisatie. Is dus wetenschappelijk niet houdbaar.

‘Maar hebben ze gelijk? Bevindt de democratie zich in een diepe crisis? Op zoek naar een antwoord op die vraag dook ik de voorbije twee jaar de bibliotheek in en stuitte op zes tekortkomingen van ons systeem, die er volgens mij toe leiden dat de democratie haast permanent, en onvermijdelijk, in de problemen zit. Dat neemt niet weg dat er – de fameuze quote van Winston Churchill indachtig – alsnog geen beter systeem bestaat om mensen, ondanks de vele verschillen, vreedzaam met elkaar te laten samenleven. Wij moeten de democratie in al haar onvolmaakte glorie opnieuw leren omarmen.

Er bestaat in theorie wél een bete systeem en dat heet de directe democratie, maar dan wel in volwassen vorm en daarvan was tijdens ‘onze’ laatste referendum inzake het associatieverdrag met Oekraïne geen sprake. Alleen maar valse informatie of desinformatie. Dat referendum als uiting van directe democratie had geen recht van bestaan. Er moet dus een betere uitwerking worden gevonden en die toegepast. Een aanzet staat op deze blogsite: https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2018/06/15/het-wordt-tijd-om-uit-te-leggen-waarom-het-stelsel-van-representatieve-democratie-vervangen-moet-worden-door-directe-digitale-democratie-dl1-tweedekamer-politiekehervormingen-staatsrecht/

‘Om begripsverwarring te vermijden begin ik met een definitie. Wat we meestal bedoelen als we het kortweg over ‘democratie’ hebben, bestaat eigenlijk uit twee componenten: wij leven in een ‘democratische rechtsstaat’. Dat systeem is ‘democratisch’ omdat het volk zichzelf bestuurt, en het is een ‘rechtsstaat’ omdat de rechten van ieder individu worden beschermd. Die twee componenten – de stem van het volk en de rechten van het individu – kunnen met elkaar botsen: een democratische meerderheid kan ongenadig zijn voor minderheid en individu. Daarom is het goed om ze van elkaar te onderscheiden. Een vitale democratie kan gevaarlijk zijn voor de rechtsstaat; een liberale constructie die zich buiten het bereik van de kiezer bevindt, is dan weer slecht nieuws voor de democratie.

Dat ze – die twee componenten – met elkaar kunnen botsen zal niemand durven ontkennen, maar als de wetgevende macht (regering én parlement) alle detailpunten heel zorgvuldig overweegt en alle detailpunten van minderheden goed bespreekt, dan volgen uit die beraadslagingen een evenwichtig eindoordeel en stemming, waarin rechtsstatelijkheid, rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en haalbaarheid gegarandeerd zijn. Maar die criteria verschillen van land tot land – zelfs binnen de EU – en dat hangt van de parlementaire traditie van betrokken landen af. Iedereen ziet het verschil tussen het (primitieve) geschreeuw in het VK en gedisciplineerde functioneren van onze Tweede Kamer. Ons tweekamerstelsel en met name de Eerste Kamer laat ik buiten beschouwing want in mijn ogen een anachronisme.

‘De democratische rechtsstaat, oftewel de liberale democratie, bevindt zich niet zozeer in een uitzonderlijke crisis, maar op een moment van herverkaveling en heronderhandeling. Het politieke landschap, de representatieve democratie, wordt door de kiezer herverkaveld. De aard van de rechtsstaat, de relatie van meerderheid en individu, wordt heronderhandeld. Men kan dat betreuren, maar het is niet anders. Het is een vaststelling. We naderen geen eindpunt, we maken een verklaarbare evolutie door.

Waarom steeds ‘liberale democratie’ als het in feite een pluriforme democratie is met een sterke mate van veelkleurigheid die men in de 19 en 20e eeuw niet denkbaar achtte.

Vanwege het verdwijnen van het zuilenbestel in ons land is als spontane reactie die veelkleurigheid en versplintering ontstaan en daarmee is een breder politiek palet ontstaan, die niet meer past in het formele bestel van representatieve democratie dat ons land kent en daarom aan macht heeft ingeboet. Oppositiepartijen komen steeds moeilijker tot en gezamenlijke vuist tegenover de coalitie. Vandaar die ‘herverkaveling en heronderhandeling’, en in de termen van Arend Lijphart een nieuwe vorm van pacificatiedemocratie.  Er is sprake van een bredere en nieuwere laag van emancipatie dat nu identiteitspolitiek heet en ‘omvolking’ of ‘omvolkingswensen’ om de toenemende stroom aan migranten tegen te gaan. Maar dan zal men ook iets moeten doen aan de redenen waarom die migranten hun land ontvluchten, zoals onder meer dictaturen en klimaatveranderingen of armoede.

Je kunt inderdaad de these formuleren dat ‘we geen eindpunt naderen, we maken een verklaarbare evolutie door’, maar wat betreft dat ‘eindpunt door klimaatwijziging’ bestaat die dreiging of dat risico wel degelijk omdat er in de lange geschiedenis van de aarde wél bepaalde beschavingen totaal en volledig ten onder zijn gegaan en dus verdwenen. Wie garandeert ons dat de huidige klimaatveranderingen ons dat lot bespaart? Niemand kan dat garanderen en daarom is er een Greta Thunberg nodig die aan dat gevaar en risico appelleert. En het is de overduidelijke paternalistische mannenheerschappij die woest om zich heenslaat en deze puber onderuit probeert te schoffelen, niet beseffend dat hun een spiegel wordt voorgehouden door deze jongste generatie. Mannen in deze wereld zijn volmaakt onwijze dwazen geworden.

In Hoera! De democratie is niet perfect licht ik zes gebreken van het systeem toe – meer bepaald van de democratische component ervan – die geen bugs of mankementjes zijn die kunnen worden gefikst, maar features of eigenschappen die er onlosmakelijk bij horen.

  1. De democratie is onbevredigend

Alexis de Tocqueville zag dat bijna twee eeuwen geleden al. Toen de Franse aristocraat na een reis door de Verenigde Staten Over de democratie in Amerika (1835-1840) publiceerde, voorspelde hij dat de drang naar gelijkheid onvermijdelijk zou overwaaien naar Europa. Maar hij waarschuwde meteen voor een cruciaal neveneffect: ‘Men moet beseffen dat democratische instellingen het gevoel van afgunst in het menselijk hart tot zeer grote ontwikkeling brengen’, schreef hij. ‘Dat is niet zo omdat zij aan eenieder de middelen bieden om anderen te evenaren, maar omdat deze middelen voortdurend tekortschieten. Democratische instellingen wekken de hartstocht voor gelijkheid op en wakkeren die aan, zonder hem ooit volledig te kunnen bevredigen.’

Deze woorden van Tocqueville kunnen ook anders verwoord worden: democratie betekent dat afgunst zichtbaar wordt, want in ondemocratische landen onzichtbaar gemaakt door afgesloten sociale media. En afgunst kun je alleen bestrijden door perfect uitgevoerde richtlijnen om sociale rechtvaardigheidsbeginsel te bereiken, te formuleren en ze daadwerkelijk en écht uit te voeren.

Want het échte probleem is dat als je eenmaal bezit hebt toegelaten het moeilijk wordt om bezit tot een bepaalde hoogte te begrenzen en niet verder. Omdat bezitters altijd méér bezit willen hebben – rupsjes nooit genoeg – terwijl de kansloze in deze maatschappij eeuwig – in wisselende personen – kansloos blijven, tenzij je ongekende talenten hebt meegekregen door de natuur en dus ‘in huis’ hebt. Maar dat zijn de uitzonderingen. Maar daarom en álleen daarom schiet democratie altijd tekort. Men gunt elkaar het licht in de ogen niet en omdat de mens puur materialistisch is. En zo opgevoed wordt en daarom is die opvoeding ook de bron van alle kwaad.

https://www.groene.nl/artikel/gezonde-gebreken