Tags

Is er een ideologische leegte? (Sjoerd Mulder, Religie & Filosofie, Katern de Verdieping/Trouw, 16-8-19)

  • CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt beklaagde zich onlangs over het feit dat veel politieke partijen hun idealen kwijt zijn. Maar is er iets mis met politiek pragmatisme?*

Als ik de auteur, vanwege deze laatste zin, goed begrijp maakt hij onderscheid tussen idealen/ideologieën tegenover pragmatisme, maar ik begrijp dat onderscheid niet aangezien pragmatisme ook als ideologie kan worden aangemerkt. En dat zal uit mijn kanttekeningen blijken.

‘Ooit was de Tweede Kamer bij uitstek de plaats waar partijen met conflicterende maatschappijvisies met elkaar in debat gingen. Dat is veranderd. Liever dan ideologische verschillen uit te vechten, werken sociaal-democraten, christen-democraten en liberalen zakelijk en pragmatisch samen. Neem het huidige kabinet: de VVD, het CDA, de ChristenUnie en D66 slagen er prima in samen te regeren, ondanks hun verschillende achtergrond.

Deze mening of opvatting dat de Tweede Kamer de plaats is waar conflicterende maatschappijvisies met elkaar in debat gingen, en dus nu niet meer, is in strijd met de feiten. Daarin is niets veranderd vergeleken met vroeger. Dat de huidige coalitiepartners zakelijk en pragmatisch met elkaar samenwerken, is door de omstandigheden van een versplinterd politiek toneel noodzakelijk geworden aangezien er anders geen meerderheidscoalitie gevormd kon worden. En ons land is klaarblijkelijk nog niet toe aan minderheidscoalities, zoals in Denemarken. Dat in de laatste zin van dit citaat gewag wordt gemaakt van partners die ‘er prima in slagen om samen te regeren, ondanks hun verschillende achtergrond’, wil nog helemaal niet zeggen dat er helemaal niet zwaar wordt geworsteld én gestreden om eigen punten binnen te halen aan de regeringstafel. Soms slaan de vonken ervan af, zo las ik eens. Deze passage stoelt dus niet op feiten.

‘In een recent interview in het Algemeen Dagblad beklaagde CDA’er Pieter Omtzigt zich over dit politieke pragmatisme. Volgens hem is de politiek haar idealen kwijt. Partijen zouden niet meer regeren op basis van een totaalvisie, maar enkel op basis van modellen die ze door neutrale planbureaus kunnen laten doorrekenen.

Omtzigt heeft gelijk dat idealen en ideologieën steeds meer op de achtergrond raken of zelfs verdwijnen in die zin dat er tijdens debatten niet aan gerefereerd wordt, maar dat hoeft geen probleem, laat staan ramp te zijn omdat het in wezen gaat om de inhoud van het betoog. Een ideologisch dan wel zakelijk of pragmatisch stempel die in de tekst wordt verwerkt, maakt in feite geen verschil. Als het betoog maar samenhangend en logisch is gecomponeerd en goed wordt uitgesproken (in rustig tempo. In plaats van gejaagd spreken wat te vaak voorkomt), met een duidelijk doel voor ogen, maar dan niet met oubollige frasen als ons ‘prachtige en schitterende land’, want dat slaat nergens op, al worden ze met de regelmaat van de klok door Rutte uitgesproken. Bij gebrek aan visionaire bevlogenheid vermoed ik. En in mijn beleving zijn de modellen van de planbureaus alleen nuttig om de consistentie van beleid te bevorderen.

Is dat terechte kritiek? Is dit pragmatisme het resultaat van een verwerpelijke ideologische leegte? Of moeten we blij zijn dat de tijd van de grote verhalen achter ons ligt? Terwijl de Kamer op reces is, buigt het Theologisch Elftal zich over deze vraag.

Mohamed Ajouaou, docent islamitische theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, vindt het wel meevallen met die ideologische leegte. “De samenleving deelt juist heel veel idealen. Neem een begrip als democratische besluitvorming, dat is een belangrijk ideaal dat we met zijn allen realiseren. Of denk aan de rechtsstaat, het belang van rechtvaardigheid, een eerlijke verdeling van welvaart. Als deze belangrijke ethische idealen zo breed gedeeld worden, is er niets mis met pragmatische politiek.”

Hiermee ben ik het volledig eens.

Gerard de Korte, bisschop van Den Bosch, heeft ook geen moeite met pragmatisme. “Ik ben vorige week teruggekomen uit de VS. Daar zie je hoe wetgeving volstrekt geblokkeerd raakt als politieke partijen niet meer bereid zijn om compromissen te sluiten. Terwijl dat polderen hoort bij de Nederlandse verhoudingen. Het heeft ons het land opgeleverd dat Nederland nu is, waar we materieel en immaterieel best blij mee mogen zijn.”

Ook mee eens.

Ajouaou: “Ik herken wel dat de politiek niet meer op een conflict van idealen drijft. De grote botsende ideologieën zijn voorbij. Dat is niet alleen in de politiek zo, maar in de hele samenleving. We zijn allemaal pragmatischer geworden. Maar is dat erg? Als samenleving heb je niets aan een prachtig ideaal als dat voor grote groepen mensen verkeerd uitpakt. Rationele besluitvorming is beter dan emotionele besluitvorming. Dat kun je pragmatisch noemen, of praktisch, maar cijfers en planbureaus laten vooraf zien wat de consequentie van idealen is. Het lijkt mij verstandig om daar naar te luisteren.”

In mijn beleving is er geen sprake van de constatering dat botsende ideologieën verdwenen zijn, maar dat er minder nadruk wordt gelegd op (ouderwetse) ideologische formuleringen, die oubollig zouden kunnen overkomen. Maar als je de debatten scherp beluistert is er volgens mij niets veranderd aan ideologische toonzetting, maar alleen een meer eigentijdse formulering gebruikt.

En volgens mij is er al helemaal geen sprake van emotionele besluitvorming, want daarvan zou ik eerst voorbeelden van willen krijgen.

De Korte: “Toch raakt Pieter Omtzigt wel aan iets wezenlijks. Natuurlijk kun je nooit je idealen een-op-een in wetgeving omzetten, je moet bereid zijn om compromissen te sluiten. Maar nu zitten de partijen er al vanaf het begin pragmatisch in. De PvdA is niet de enige partij die in de jaren negentig haar ideologische veren heeft afgeschud. De VVD en het CDA hebben dat net zo gedaan. Daardoor is de politiek saai geworden en weinig bezield. Het zou mooi zijn als de spanning tussen ideaal en wetgeving wat scherper gevoeld wordt.

We zijn inderdaad een compromissenland of om in vaktermen te spreken een pacificatiedemocratie, en dat kent een heel lang verleden tot in de 16eeeuw, maar dat er tegelijkertijd een ander verschijnsel, namelijk het verdwijnen van het zuilenstelsel een belangrijke rol speelt, is zo helder als wat. Daarmee zijn in mijn ogen ideologieën op de achtergrond gedrongen, met name omdat die bestaande beginselprogramma’s in de laatste decennia niet zijn aangepast, terwijl er met de mondialisering en het flitskapitalisme of migratiestromen alle reden toe was om de uitgangspunten van beleid aan te passen.

Het is mijn overtuiging dat idealen genoemd in de 19e -eeuwse ideologieën, die grosso modo gebaseerd zijn op de Franse revolutionaire beginselen vrijheid, gelijkheid en broederschap, tegenover de christelijke leerstellingen als barmhartigheid en rentmeesterschap, nog voluit geldig zijn en niets aan innerlijke kracht verloren hebben, maar de huidige generatie politici heeft minder behoefte om die in te bouwen in hun denken.

“Ik wil hierover mild zijn, want ik besef dat je als politicus de samenwerking moet zoeken. Tegelijkertijd constateer ik wel dat de hele mooie teksten van bijvoorbeeld het wetenschappelijk instituut van het CDA in de dagelijkse politiek onvoldoende zichtbaar worden. Ik vraag me weleens af wat de Kamerfractie en de senaatsfractie met de analyses van hun eigen instituut doen. Dat hangt ook samen met de selectie van Kamerleden, heb ik sterk de indruk. Wordt wel gekeken in hoeverre ze politiek kunnen bedrijven vanuit de wortels?”

Je kunt van een bisschop verwachten dat deze uitspraak gedaan wordt, maar of het een verstandige bewoording is, is maar de vraag in het tijdsgewricht van een leeglopende kerk.

Ajouaou: “Ik ben niet zo allergisch voor het gebrek aan een ideologisch debat. Mensen willen vooral concreet weten wat de consequentie van bepaald beleid is voor hun buurt of wijk, en eerlijk gezegd vind ik dat ook wel begrijpelijk. Neem het klimaat: iedereen wil een goed klimaat, maar als dat betekent dat je er heel arm van wordt, of dat de lasten oneerlijk worden verdeeld, dan wordt het een andere zaak.

In deze laatste zin schuilt een voor velen onherkenbare wijsheid maar voor mij de spijker op z’n kop: als idealen geld kosten, dan steekt ‘gemakzucht’ snel de kop op, want als het (veel) geld kost spelen idealen of noodzakelijk en zwaar beleid (klimaatverdrag Parijs) geen rol meer. En dat verraadt het wezenlijke probleem van deze materialistische samenleving, namelijk de inhoudsloosheid of leegheid van deze beschaving. Daarmee wordt duidelijk dat een moderne ideologie gebaseerd op persoonlijk én collectief welzijn node gemist wordt. En daar zijn ook de kerken medeschuldig aan. Bisschop de Korte moet zich dus schamen, want zijn taakopvatting klopt niet: hij heeft zijn kudde niet kunnen leiden en dat straalt af op de politiek.

“Vroeger kwam de ideologie voorop, en dan keken we achteraf hoe het had uitgepakt. Nu kijken we eerst hoe het uitpakt, en vragen ons pas daarna af of we dat goed of slecht vinden. En het betekent niet dat er geen ethische of theologische idealen zijn: mensen willen ook nu barmhartigheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid, om maar wat te noemen. Maar zeggen dat één ideologie of religie de oplossing is van alle problemen, dat gelooft toch niemand meer?”

Ajouaou brengt mij hiermee op een ander punt, te weten dat als je ideologie voorop stelt, je achteraf kunt bezien hoe het is uitgepakt. Voor mij wordt hiermee duidelijk dat in dit tweegesprek een factor over het hoofd wordt gezien, namelijk een regelmatige evaluatie van gevoerd beleid (binnen iedere politieke partij). Daarvan blijkt ook nergens sprake van te zijn en dat lijkt me kortzichtig want ook in het bedrijfsleven is het nuttig steeds te bezien wat er beter kan en of bedrijfsdoelen worden gehaald.

Maar de tweede conclusie is zonder meer dat de diepgang van politieke partijen verdwenen is, en dat kan mijns inziens worden verklaard aan de hand van de vercommercialisering van het verkiezingscircuit: allen de stemmen tellen en de rest is bijzaak. En niemand schijnt te beseffen dat ideologieën niets te maken hebben met autocratische regimes, zoals het communisme, om van duivelse praktijken van nazisme en fascisme maar te zwijgen, maar een revolutionaire lading in zichzelf dragen: eeuwige beginselen die nooit ongeldig kunnen raken, zoals de eerder genoemde drieslag vrijheid, gelijkheid en broederschap, want uit die uitgangspunten kunnen vele maatschappijopvattingen worden ontleend. Maar als partijleden – ik ben overigens partijloos want daarmee worden deze blogs mogelijk! – die beginselen in hun inherente waarde niet meer herkennen, dan houdt de beschaving op te bestaan. En het pragmatisme dat dan ontstaat is even leeg als iedere huidige ideologie. Tragisch maar waar.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/715/articles/953364/27/1

Proeve van een ‘ruwe’ prébeoordeling over de ideologie van vrijheid, gelijkheid en solidariteit anno tweede decennium 21ste eeuw (seculiere ideologieën)

Vrijheid als economische vrijheid heeft geleid tot globalisering die alleen de macht van multinationals heeft versterkt en dus indirect – of uiteindelijk – tot een enorm groei van de kloof tussen arm en rijk en dat betekent het einde van onze beschaving omdat hebzucht de maat der dingen is geworden.

Vrijheid van meningsuiting is ook in de gevarenzone aanbeland omdat er geen onderscheid meer wordt gemaakt van feiten en meningen. Een feit wordt in dit verband gekenmerkt als een wetenschappelijk erkende definitie of geverifieerde opvatting bij meningsverschil in dezelfde wetenschappelijke discipline, zoals bijvoorbeeld veelvuldig voorkomt in de economisch wetenschap. Zoals bij monetaristen en Keynesianen.

Geestelijke vrijheid is via Twitter gevaarlijk terrein geworden vanwege de polarisatie die de maatschappij is gaan domineren of zelfs beheersen.

Sociale vrijheid heeft veel dwarsverbanden met broederschap ofwel solidariteit, maar ook die waarde is bijna verdwenen omdat het eigenbelang iedere vorm van algemeen belang heeft overvleugeld. Solidariteit bestaat dus nauwelijks meer en moet helemaal herzien of geherformuleerd worden.

Samenvattend: Onze maatschappij of samenleving is naar Amerikaans voorbeeld bikkel- of snoeihard geworden omdat iedereen kijkt naar eigen idolen en eigen belang en het onafhankelijk – en dus geen gebruik van kretologie – persoonlijke meningsvorming of zelfbewustzijn matig is gesteld als erkend wordt dat geestelijke onafhankelijkheid voor steeds minder mensen benut of gebruikt wordt. Het bestaat alleen nog in economische zin. Alles draait om winst- en omzetverhoging en dat betekent dat het economisme – in navolging van Klaver (GL) – doorslaggevend is geworden.

De vraag is ook of de nieuw ontdekte wereld van de algoritmen de vrijheid van beweging is gaan belemmeren of beïnvloeden. Kortom, een volgend vrijheidsitem is de vrijheid van eigen keuzebepaling en bewegingsvrijheid, die ogenschijnlijk onaangetast is, maar weet iedere burger zich te ontworstelen van de sensoren van de digitale apparaten, zoals met name smartphones?

Gelijkheid van rechten wordt in toenemende mate en bewijsbaar aangetast omdat onze algoritmen gestuurd worden door vooroordelen en oude achterhaalde databases.

Waarom geen non-seculiere ideologieën?

Omdat dat in de Nederlandse traditie moeilijk ligt en het hele politieke spectrum bestaat. Het CDA kan als traditionele confessionele fusiepartij als neoliberaal met iets andere accenten vergeleken bij de VVD worden beschouwd. Duidelijk is ook dat CU een soort wedergeboorte van de oude AR is geworden, een links-confessionele formatie; terwijl de SGP ronduit een orthodoxe gristijke partij is en dat ook zal blijven vanwege een ingebouwd conservatisme. Kortom, wat het ideologisch-politieke karakter van ons land kunnen de waarden vrijheid, gelijkheid en broederschap/rentmeesterschap/solidariteit als maatstaf worden genomen.