Tags

 ‘De vragen die het kosmopolitisme en pacifisme van Erasmus oproepen hebben nog steeds hun betekenis. Juist de beperkingen en tegenstrijdigheden van het ideaal dat hij uitdroeg, helpen ons verder. Zijn zoektocht is onze zoektocht. Hoe verhouden macht en moraal zich in Europa: is het voldoende om een zachte macht te zijn die het goede voorbeeld wil geven of hebben we ook de harde macht van de wapenen nodig om af te schrikken?

‘Een andere vraag die Erasmus opwerpt raakt ons evenzeer: baseren we het idee van Europa op een ‘botsing van beschavingen’ – de strijd van het christendom tegen andere godsdiensten – of houden we vast aan het seculiere uitgangspunt dat verder strekt dan een veronderstelde joods-christelijke erfenis? Het is onmiskenbaar dat Europa is gevormd door christelijke humanisme, maar een doordacht kosmopolitisme wil verder reiken dan de erfenis die voor Erasmus nog een onontkoombare horizon vormde.

‘Het moderne idee van wereldburgers breekt dan ook pas door met de verlichting van de achttiende eeuw. In zijn beschouwing over ‘de eeuwige vrede’ houdt de belangrijke filosoof van de verlichting, Immanuel Kant, een mooi pleidooi voor kosmopolitisme en pacifisme. Hij gelooft niet in een wereldregering – daarin ziet hij een gevaar voor despotisme – maar omarmt wel een wereldburgerschap. Dat is volgens Kant mogelijk geworden door de toegenomen communicatie: we weten steeds meer van elkaar en voelen het leed op één plek van de wereld overal tegelijk. We kunnen ons niet meer aan de noden buiten onze grenzen onttrekken: de mensheid is niet op weg naar staatkundige, maar wel naar morele eenwording, aldus de filosoof die nooit zijn woonplaats Köningsberg heeft verlaten.

Deze drie alinea’s roepen ieder hun kanttekeningen of vragen op. Wat de eerste betreft kan ik alleen beamen dat kosmopolitisme en pacifisme twee Europese idealen of waarden vertegenwoordigen die geheel verschillend van inhoud zijn. Kosmopolitisme veronderstelt een wereldburgerschap dat niet in de betekenis van het moderne multinationale bedrijfsleven moet of kan worden geplaatst, want dat zijn eenzijdig economische leidinggevenden die als CEO’s de wereld rondtrekken op zoek naar nieuwe acquisities, omzetten en winsten. Kosmopolitisme in de ideële betekenis van het woord betekent iemand die overal ter wereld zich thuis voelt en ter plekke bereid is de plaatselijke bevolking te helpen. Een soort ontwikkelingswerker dus. Een Albert Schweitzer dus. Het tegenovergestelde van de ceo’s.

En omdat deze ideële betekenis grenst aan het even ideële begrip pacifisme, moet er een sub-onderscheid worden gemaakt: ontwikkelingssamenwerkers blijven te allen tijde noodzakelijk en nodig gezien de vele bittere plekken van armoede op deze aarde. Maar pacifisme heeft een wereldvreemde klank over zich gevormd omdat met name ten tijde van de naoorlogse geschiedenis, waarin nieuwe wereldoorlogen niet meer mogelijk zijn – vanwege het algehele destructieve karakter van een dergelijke strijd – is het de taak van de mensheid om ervoor te zorgen dat er geen grootschalige oorlogen mee zullen voorkomen. Maar om op het pacifisme nader in te gaan, ten tijde van de Koude Oorlog waren de pacifisten zo wereldvreemd bezig met hun eenzijdig streven nar algehele ontwapening, terwijl algemeen bekend was dat het communistische blok (USSR en zijn satellietstaten) en vandaag China juist erop uit waren en zijn om de westerse dominantie te doorbreken, dat alleen maar stevige bewapening ter afschrikking als resultante ontstond. Kortom, zakelijkheid en nuchterheid zijn ook in onze 21e eeuw gewenst. Een pacifist kan hooguit beschouwd worden als het tegendeel van ijzervreters die nog binnen iedere krijgsmacht rondlopen en in die betekenis even wereldvreemd zijn.

De tweede kernvraag betreft het evenwicht tussen ‘macht en moraal’ en hoe die zich in Europa. Sinds de verkiezingen van het Europees Parlement (EP) van dit jaar en de machtsstrijd tussen Europese Raad en het EP, weten we dat we verre van een ideaal gestructureerde Unie zijn en zelfs de benoeming van de nieuwe IMF-voorzitter heeft bizarre Machiavellistische tonelen getoond. De EU is wat politiek macht betreft nog even ver verwijderd van het ideaal, als dat tenminste op aarde überhaupt mogelijk is. En valt dus nog van alles te verbeteren als het om een ideale democratie van de EU gaat. Geen reden tot tevredenheid. Waar macht domineert verdwijnt de moraal geheel van tafel.

De tweede alinea is zo mogelijk nog complexer. De vraag of ‘het idee van Europa op een ‘botsing van beschavingen’ – de strijd van het christendom tegen andere godsdiensten – berust, of dat we vasthouden aan het seculiere uitgangspunt dat verder strekt dan een veronderstelde joods-christelijke erfenis, is moeilijk in definitieve vorm te beantwoorden. Want als er één splijtzwam bestaat, is er wel de strijd tussen de oorspronkelijke godsdiensten katholicisme en protestantisme en alle variaties of denominaties er tussenin, tegenover het huidige schisma tussen christendom en secularisme tegenover islamitische migranten.

Vanuit mijn visie van doorlopend veranderende – evolutionaire – culturele patronen binnen iedere bestaande beschaving is het antwoord ten aanzien van de EU dat de grondwettelijk bestaande vrijheid van godsdienst en levensovertuiging van blijvende waarde is voor onze maatschappij, aangezien deze unieke godsdienstvrijheid in onze geschiedenis ontstaan is vanwege de Unie van Utrecht als het einde van onze vrijheidsstrijd tegen Spanje (1579). Die godsdienstvrijheid was overigens noodzakelijk om de veelheid van afgescheiden kerkelijke groeperingen ons land onbestuurbaar dreigden te maken. Maar dat terzijde. Wij hebben het vermogen om als uitvinders van de godsdienstvrijheid en dus godsdienstvrede om daarmee ook een vrede in het heden te scheppen tussen humanisten/seculieren/ongelovigen enerzijds en belijdende christenen anderzijds, die op even gespannen voet staan – aangewakkerd door PVV – met de islam in ons land in relatieve vrede te leven. Zeker als alle dogma’s geen gelegenheid – van beide kanten – krijgen om als hindermacht te werken.

En wat de derde alinea betreft kan ik kort zijn, omdat ik Scheffer hier nauwelijks kan volgen. Maar zijn opmerking over Kant die ‘niet in een wereldregering’ gelooft, kan op basis van het huidige voortwoekerende populisme en anti-EU sentimenten ook worden opgemerkt dat de huidige anti-establishment gevoelens zo sterk zijn dat er van een wereldregering in deze huidige eeuw geen sprake zal kunnen zijn. De wereldgemeenschap op deze aarde verkeert in zo’n staat van polarisatie dat van een eenheidsregering geen sprake kan zijn.

En wat betreft de volgende zinnen: ‘toegenomen communicatie: we weten steeds meer van elkaar en voelen het leed op één plek van de wereld overal tegelijk. We kunnen ons niet meer aan de noden buiten onze grenzen onttrekken: de mensheid is niet op weg naar staatkundige, maar wel naar morele eenwording, aldus de filosoof, maar vandaag zien we met de wereldwijde vluchtelingenstromen de keerzijde van deze filosofische benadering. Daarin heeft Kant volstrekt ongelijk gekregen.

[Paul Scheffer, De vorm van vrijheid, De Bezige Bij 2018; 31]