Tags

  1. ‘Menselijke waardigheid’ betekent het – volgens westerse uitgangspunt en definitie en overgenomen in de Universele Beginselen van de Rechten van de Mens van de VN – universele uitgangspunt dat alle mensen een gelijke waardigheid bezitten omdat ze mens zijn, waar je ook geboren bent, in het noorden, oosten, zuiden of westen. Geen volk bezit meer waardigheid dan een ander volk. Ook zijn alle mensen gelijkwaardig in hun beleving van hun culturele (geboorte)grond of land – alle bestaande culturen zijn gelijkwaardig aan elkaar, ook al hebben die verschillende culturen verschillende of zelfs strijdige, opvattingen in vergelijking met andere landen, zoals ongelijkheid van vrouwen en man, aangezien die cultuurverschillen intern zullen moeten worden uitgevochten en ontwikkeld; hun seksualiteit, geloofsbeleving of levensovertuiging; ook wat levensvormen betreft. Waardigheid is met andere woorden een levenshouding voor ‘redelijkheid, fatsoen en gecontroleerde passie’. Al die definities gingen in wezen over plichten: een fatsoenlijk – die zich bewust is van cultuurverschillen met anderen – mens moest zich met waardigheid gedragen.
  2. Wat houdt ‘vrijheid’ in? Vrijheden in de westerse constituties houden zowel de klassieke vrijheidsbeginselen of vrijheden (autonome mens tegenover de oude historische feodale tijdperken met adellijke of anderszins ‘hooggeborenen’, zoals in de Middeleeuwen waarin de feodale klasse en bestuurders die hun functies dankten als militaire bevelhebbers) als sociale grondrechten. Klassieke vrijheden zijn de vrijheid van denken en dus meningsvrijheid, bewegingsvrijheid, invulling geven aan eigen levensinhoud, vrijheid om beschermd te worden door de eigen overheid en natiestaat tegenover een niet democratisch gekozen tirannieke autocratisch persoon. Sociale vrijheidsrechten houden alle aanvullende – op de klassieke basisrechten – om een fatsoenlijk economisch en sociaal leven te kunnen leiden. Klassieke vrijheidsrechten houden dus grondrechten in en dat zijn publieke rechten die individuele burgers kunnen inroepen tegenover de overheid.
  3. ‘Gelijkheid’ houdt in dat alle (staats)burgers en ingezetenen in het land gelijk zijn naar de bescherming door wetgeving die allen beschermd worden tegenover willekeur van wetgever en gezagsuitoefening, die niet democratisch worden gelegitimeerd. Dit is dus tevens de invulling van ‘rechtsstaat’ en ‘eerbiediging van de mensenrechten’.
  4. ‘Democratie’ betekent dat alle staatsburgers met een NL-paspoort gelijke toegang hebben tot de democratische instellingen van de staatsorganisatie (met actief en passief kiesrecht) om onderdeel uit te maken van de democratische legitimiteit van de wet- en regelgeving van het land. Zonder de formele wetgevende macht (regering én Staten-Generaal) geen democratie, die berust op (wisselende) meerderheden.
  5. Vanwege deze vier basiswaarden volgen ook de waarden in de tweede zin: ‘pluralisme, nondiscriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.’ Pluralisme betekent ‘veelkleurig- en veelvormigheid’ van de bevolking, dat in de loop van de parlementaire geschiedenis bevochten is op de regentenklasse van de bestuurders. Het nondiscriminatiebeginsel (art 1 Gw) is ook een vervolg op vrijheid en gelijkheid volgens de internationale verdragsbepalingen, maar de menselijke conflicten die elke dat in media worden bekend gemaakt en via audiomiddelen zichtbaar, maken ook duidelijk dat deze veel weerstand en frustratie oproepen omdat ze niet door iedereen worden begrepen of kunnen worden nagevolgd. Dat betekent ook dat de basiswaarden zoals hier verwoord, ideale beginselen zijn die niet door iedereen ook door karakterverschillen tussen mensen onderling niet in ‘ere’ (kunnen) worden gehouden. Hier spelen individuele verschillen een rol. Vooral in een multiculturele samenleving, die vandaag binnen iedere samenleving als kenmerk kan worden genoemd, leiden culturele verschillen tot spanningen en fricties. Het is aan de politiek en politie om tussen beide te komen als er sprake is van strafbare feiten. ‘Verdraagzaamheid’ betekent dus dat va alle burgers gevraagd wordt om de ander gelijk te behandelen, zoals je zelf vanuit je eigen gelijkwaardigheid ook gelijk behandeld wilt worden. Dat eist ook veel zelfbeheersing, omdat die vrijheid van eigen meningsuiting vaak botst met de meningsvrijheid van de ander. In de afgelopen tien jaar is er juridisch veel verbeterd en veranderd door middel van nieuwe jurisprudentie, met name door de processen-Wilders die de vrijheid van meningsuiting heeft opgerekt. En daarin verschilt een ‘wereld’ van enkelvoudige godsdienst zoals in landen met eenheid van geloof en staat’ – zoals bestaande theocratieën zoals Israël en alle formeel islamitische landen, met Turkije als uitzondering omdat Atatürk een seculiere grondwet heeft afgekondigd in 1923). In het westen gelden seculiere grondwetten: scheiding van geloof (kerk) en staat. Tot slot geldt voor ‘rechtvaardigheid’ dat iedere burger ontvangt naar rechtvaardigheidsnormen in de samenleving; ieder het zijne wat hij (v/m) nodig heeft om als volwaardig mens te kunnen leven.
  6. Omdat deze waarden zijn benoemd in het Verdrag van de EU betekent dat de ondertekening van deze waarden door alle lidstaatparlementen onderschreven worden en dus ook in alle lidstaten van de EU uitgevoerd. Tot zover deze korte en bondig – kan altijd nog korter! – toelichting op de samenvatting zoals in art. 2 beschreven.

Betrek ik hierbij een ander willekeurig boek uit de boekenkast, zoals de titel ‘Plato, schrijver’ (Gerard Koolschijn in een uitgave van Bert Bakker uit 1991) uit de klassieke oudheid van Europa, die in dit boek de thema’s (ook waarden!) 1. Liefde, 2. Onzekerheid, 3. Rechtvaardiging, 4. Verstarring beschrijft, dan wordt het duidelijk dat al deze thema’s (en een willekeurige veelheid van andere mogelijke thema’s) ons voor een bijna onmenselijke opdracht plaatsen.

En tot slot van dit eerste begin: het gaat vandaag de dag veel over ‘openheid’ en ‘transparantie’. Hoe kunnen deze thema’s of idealen in bovenstaande waarden worden ingepast? Het antwoord luidt gelijknamig als dat ons gedrag wordt bepaald door intermenselijk verkeer met andere godsdiensten en levensovertuigingen. Openheid en transparantie zijn uitgerekend termen die sterk verschillen in en veranderen naar het tijdsbeeld. In deze tijd van digitalisering en sociale media, die een veel sneller intermenselijk verkeer mogelijk maken, ontstaan botsende belangen tussen het publiek (en publieke opinie) die maximale openheid en transparantie van de overheid(sdocumenten) verlangen, tegenover de overheid zelf die van mening is dat niet alle overheidsdocumenten zomaar volledig vrij kunnen worden gegeven, al was het maar dat opgeslagen documenten (via de archiefwet) vertrouwelijke gegevens of zelfs staatsgeheimen bevatten die dus onder geen voorwaarde bekend gemaakt kunnen worden. Ik stel vast dat deze normen steeds in beweging zullen blijven en dat toekomstig parlementair en historisch onderzoek zal uitwijzen waar de steen der wijzen (‘Gulden Midden’) zal liggen. Daar vallen dus alleen tijdsgebonden opvattingen over te maken. Van d Zweedse overheid is bekend dat zij vanwege hun grondwet alle overheidsstukken/documenten openbaar maken want zo voorgeschreven, maar dat betekent dus ook dat ze andere geredigeerd zijn dan onze overheidsdocumenten, waarin vertrouwelijke en persoonlijke namen voorkomen, die ook vanwege onze privacywet vertrouwelijk moeten blijven. Het is dus nooit een kwestie van een formulering uit een andere grondwet overnemen.

Wordt dus vervolgd