Tags

Slob straft het Haga Lyceum te hard, zeggen hoogleraren (Janne Chaudron en Niels Markus, voorpagina/Trouw, 13-7-19)

https://www.trouw.nl/onderwijs/hoogleraren-slob-straft-het-haga-lyceum-te-hard~b376ef0a/
‘Mijn spierballen rollen? Geen behoefte aan’ (Niels Markus, interview met Arie Slob, vandaag/Trouw, 13-7-19)

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/686/articles/934352/5/1

Er liggen twee inspectierapporten, conclusies die haaks op elkaar staan. Waarom heeft u alleen op basis van het tweede, harde rapport, geoordeeld?

“Het eerste rapport is nooit officieel vastgesteld. Er gaan wat conclusies rond, maar dat zijn concepten. Het rapport was in afronding, toen signalen van de AIVD en NCTV over de school naar buiten kwamen. Toen kwam het tweede verdiepende onderzoek, dat veel meer boven tafel heeft gebracht.

De hoogleraren zien klaarblijkelijk over het hoofd dat, afgezien dat het ene is blijven steken in de conceptfase, niet te vergelijken was met het officiële rapport dat als ‘verdiepend’ rapport kan worden gekwalificeerd, zoals Slob dat hierboven aangeeft. Ik heb via een journalist op een podcast beluisterd dat beide instellingen (Onderwijsinspectie en AIVD) verschillende onderzoeksmethoden kennen en in huis hebben, omdat de eerst genoemde inspectie natuurlijk niet kan opereren zoals de tweede.

En ik was al verbaasd dat ik via die insprekende journalisten kon beluisteren dat er niets werd verteld over klassenbezoeken en (dagelijkse en wekelijkse/maandelijkse en jaaroverzichten, waarop ook uit de doeken moet worden gedaan welke buitenschoolse activiteiten -zoals bibliotheekbezoeken, buurthuisbezoeken, etc. etc. met als doel om maatschappelijke participatie te bevorderen; ik ben zelf docent geweest in het NT2-onderwijs en vandaar deze aantekeningen en opmerkingen).

Vandaar dat ik de indruk kreeg dat het eerste conceptrapport een oppervlakkig rapport was en zonder nadere informatie die noodzakelijk werd vanwege contacten met salafistische imams zinloos werden. Iedereen weet immers dat met name salafistische (basis)scholen geneigd zijn om alleen in besloten stedelijke enclaves op te richten opdat de buurtgenoten in alle rust hun eigen woonomgeving te scheppen, zonder last te hebben van die ‘autochtonen’.

Mijn conclusie luidt dus dat op basis van deze signalementen ik het commentaar van deze hoogleraren kortzichtig vind, al heb ik er begrip voor dat het contact van de Trouw-verslaggevers uitvoeriger is geweest maar dat niet alles in deze verslagen konden worden verwerkt. Als oud-docent ben ik wel onder de indruk van de officiële stukken van het ministerie zelf én de onderwijsinspectie. Ook van hoogleraren verwacht ik kwaliteit bij te plaatsen kanttekeningen en nuanceringen.

Tegen de achtergrond van mijn hier geplaatste kanttekeningen heb ik er alle begrip voor dat de burgemeester en wethouder onderwijs van Amsterdam een ‘punthoofd’ krijgen van de provocatieve én provocerende directeur Atasoy van het Haga Lyceum.