Tags

Tekst Maaike Schoon, interview met Mariana Mazzucato, VN, 6-6-19

Mariana Mazzucato is economisch adviseur van talloze politici, waaronder Alexandria Ocasio-Cortez. De overheid moet volgens haar hoog gegrepen, maar haalbare doelen stellen. Zoals het weren van alle plastic uit de zee of het genezen van Alzheimer. Dat is goed voor de economie, en voor de samenleving.

#NEWCAPITALISM

‘Terwijl de wereldeconomie zoetjesaan in begint te zakken, zijn de vragen van de vorige crisis nog nauwelijks beantwoord. Ondertussen maakt ongebreidelde groei de aarde kapot, neemt ongelijkheid wereldwijd toe en blijven de lonen nog altijd verontrustend laag. Is het tijd voor een ander systeem? Of is kapitalisme het beste dat we hebben? En hoe moet dat dan opnieuw worden vormgegeven?’

Het antwoord is kort en bondig: Deze mondiale samenleving kan niet zonder kapitaal en dus moeten we verder met het kapitalisme, maar de wijze waarop dit stelsel wordt uitgevoerd kan natuurlijk en nu noodzakelijk worden veranderd. Geen ander systeem dus, maar renoveren en vooral de economische grootmachten in bedwang leren houden, want zij hebben vrij spel. En dat is vrogen om problemen.

‘In de serie New Capitalism spreekt Vrij Nederland nieuwe en oude denkers, over nieuwe ideeën voor de economie van nu. In deze derde aflevering: Mariana Mazzucato, economisch adviseur van talloze politici, over de rol van de overheid, de Green New Deal en waarom de prijs van iets nauwelijks nog de waarde bepaalt.
Als het nieuwe, transatlantische links één popster kent, dan is het barvrouw-turned-congresswoman Alexandria Ocasio-Cortez. In de golf van nieuwe – linkse – politieke ideeën, variërend van het ‘Break -em up’ van presidentskandidaat Elizabeth Warren of de gratis gezondheidszorg van Bernie Sanders, is het Ocasio-Cortez – of AOC – die internationaal aandacht trekt met het omarmen van een allesomvattend klimaatplan: de Green New Deal. Een ambitieus plan – vernoemd naar Roosevelts New Deal – waarmee binnen tien jaar CO2-uitstoot en fossiele brandstoffen verleden tijd moeten zijn, banen gecreëerd dienen te worden en en passant vermogensongelijkheid wordt opgelost. Gloednieuw is de term niet – hij zingt rond sinds een jaar of tien – maar het enthousiasme dat AOC er dit keer mee weet los te maken, is dat wel.

Een persoonlijk vraagteken als dit thema van ‘banen creëren’ niet nader wordt uitgewerkt. Wie gaat dat doen? Niet op traditionele politieke wijze van interventie en subsidies uitdelen, maar een nieuwe markt van persoonlijke creativiteit opzetten die zich vervolgens vanzelf uitbreidt.

En vermogensongelijkheid is ook een normaal punt, maar of het materialistische VS van zeker de huidige regering daarvoor zal kiezen is nihil te noemen. Daarop moet dus gewacht worden tot het moment dat een idealistische generatie opstaat. Want niemand anders doet dat.

‘Mazzucato is hoogleraar aan het University College in Londen (UCL) en oprichter van het Institute for Innovation and Public Purpose aan diezelfde universiteit. Ze is een van de belangrijkste economische denkers van dit moment – niet in de laatste plaats omdat ze directe lijntjes heeft met diverse politici – lijntjes die lopen van uiterst links tot conservatief rechts, want zelf weigert ze een politieke kleur aan te nemen.

Ik vraag mij technisch af of dit laatste wel mogelijk of zinvol is.

‘Ze is sinds jaar en dag economisch adviseur van de Europese Commissie – een door haar geschreven rapport waarin ze oproept tot het stellen van hoog gegrepen, maar concrete doelen, zoals het weren van alle plastic uit de zee of het genezen van Alzheimer – werd dit jaar voor een groot deel omgezet in officieel beleid. Ze was de denker achter het plan van de Schotse overheid om een investeringsbank te lanceren die als doel heeft projecten te financieren én de economie te verduurzamen. Ze dacht mee over zowel het Manifest van Labour in 2017 als de industriepolitiek van de Conservatieve Partij. (‘Hoewel die de laatste tijd met andere dingen bezig zijn.’)
‘Een econoom die dermate veel lijntjes heeft lopen, is een drukbezet mens – alleen al deze week spreekt vliegt ze van Engeland naar Aspen, en van Aspen naar San Francisco om te spreken voor steevast volle, uitverkochte zalen. Dat spreken gebeurt met een duizelingwekkende snelheid, een licht Italiaanse tongval en een stevige overtuiging. Wij spreken haar telefonisch, logischerwijs op de plek waar ze misschien wel de meeste tijd doorbrengt: het vliegveld.

‘We hebben geen strategie, er heerst een soort organisatorische leegte, zowel bij de overheid als bij bedrijven, en dat zien we terug in hoe de markt functioneert.’

Wat is er anno 2019 eigenlijk mis met het kapitalisme?
‘Lacht. ‘A lot. Maar het overkoepelende probleem is denk ik een gebrek aan antwoorden op de vraag hoe we het hele systeem beter kunnen maken. We hebben geen strategie, er heerst een soort organisatorische leegte, zowel bij de overheid als bij bedrijven, en dat zien we terug in hoe de markt functioneert. Het is makkelijk om de markt daar de schuld van te geven, maar het is ook de verantwoordelijkheid van de overheid. Want de markt is een reflectie van onze politiek, van wat wij belangrijk vinden.’

De overheid is niet suf
‘Met haar bejubelde boek De ondernemende staat (ze versloeg onder meer Thomas Piketty toen ze er de Statesman Prize voor het beste politiek-economische boek voor kreeg) zette Mazzucato in 2015 een succesvolle eerste stap om de dans tussen markt en overheid nieuw leven in te blazen. De overheid, liet ze zien, is geen suffe ambtenarenmoloch, maar een innovatiemachine. Beroemd is inmiddels haar voorbeeld van de iPhone, ooit symbool voor innovatieve genieën in Sillicon Valley. Ze ontmantelde het pr-praatje van Apple en liet zien dat de telefoon er nooit had kunnen komen zonder ontdekkingen van onder meer het Amerikaanse leger en NASA; overheidsinstanties dus.

Hier worden verkeerde vergelijkingen gemaakt. Twee opmerkingen.
Ten eerste dat de overheid een innovatiemachine zou zijn. Dat is feitelijk een onjuist uitgangspunt, aangezien er brede overeenstemming bestaat over de ‘overkoepelende en beleidsgenererende functie van de overheid. De overheid als dienstverlener van de bevolking en het adagium dat de overheid van en voor ons als burger is en niet omgekeerd: de burger is voor de overheid. De overheid schept dus geen banen want dat is de taak voor de markt, maar schept wel de condities voor de semioverheidsinstellingen door subsidies te verstrekken om die semioverheden te faciliteren, zoals het onderwijs, zorg en defensie. In deze laatste taakopdracht bestaat er nog een ander probleem: hoeveel geld mag er naar die publieke dienstverlening toegaan? Want moeten ze marktconform betaald worden of niet? Zo ja, dan zijn de EMU-grenzen snel bereikt en dan kampt men met structurele personele tekorten. Daarover moet dus worden nagedacht en waarschijnlijk nieuwe verdelingssleutels worden gevonden.
Wat mij betreft bestaat er wel een structurele kerntaak voor de overheid, te weten het faciliteren van kennis- en cyberindustrie, aangezien die niet echt bewust als commerciële productielijnen kunnen worden opgezet, want het betreft een sector waarin toeval te vaak een rol speelt en niet ‘op commando’ kan worden uitgedacht en georganiseerd. Zo heeft Philips als moederbedrijf maar enkele zeer succesvolle startups voortgebracht zoals ASML, maar hoeveel mislukkingen staan daar tegenover?
Het geheim van Silicon Valley was natuurlijk dat die omgeving alle nerds wereldwijd aantrok en daarmee ontstaat een spontane versterking van hersencapaciteit op die digitale gebieden van kunstmatige intelligentie en algoritmen. En in China wordt van overheidswege geselecteerd op studiebeurzen en is de overheid ook bereid om veel meer investeringen te doen op lange termijn vanwege de strategische handelsdoelstellingen die daarmee bereikt worden.
En dan tenslotte NASA en het Amerikaanse leger, die natuurlijk precies dezelfde strategische overwegingen hebben als China en Rusland: via digitale techniek de strategische centra en knooppunten van de tegenstander kunnen ontmantelen zodat hun kansen op een overwinning van cyberoorlogen in de toekomst op voorhand worden gemaximeerd. We leven immers in een concurrerende wereld en dat betekent dat je immer op je hoede moet zijn voor eigen veiligheid en bestaanszekerheid. Daarom zijn inlichtingendiensten ook een kwestie van overlevingsstrategie. Geen land kan zonder dergelijke diensten, al ligt dat in de echt achtergebleven gebieden wat anders: men denke aan Nepal en de armste delen in Afrika.

‘Die boodschap was vijf jaar geleden nog betrekkelijk opzienbarend (‘De overheid, die nog geen ICT-project met succes kan afronden, weet die echt beter welke technologie gaat winnen en welk innovatief bedrijf de nieuwe Google wordt? Ik houd mijn hart vast,’ aldus Mathijs Bouman in het FD destijds), maar lijkt inmiddels gemeengoed.

Deze opmerking is wat mij betreft zinnig, want we moeten wel twee zaken uit elkaar houden: de overheidsopdrachten die aan ICT-ontwikkelaars worden gegund enerzijds, maar de overheid wel steeds aanvullende behoeften eraan kan toevoegen die grote problemen veroorzaken enerzijds en anderzijds de genoemde sector van inlichtingendiensten die naar mijn inschatting alleen uit dataspecialisten bestaan en alle dataverkeer mondiaal analyseren. Onvergelijkbaar dus Mathijs Bouman!

En ik ben er op grond van mijn theorie van kunstmatige intelligentie en algoritmen ervan overtuigd dat niemand ‘echt beter welke technologie gaat winnen’. Op dit vlak van de kunstmatige intelligentie staat men dagelijks voor nieuwe raadsels en dat zal ook zo blijven.

‘Uit De ondernemende staat vloeide haar nieuwe – opnieuw veelgeprezen – boek voort: De waarde van alles – het won onlangs de Madame de Staël Prize, een prestigieuze prijs namens Europese wetenschappers. In haar nieuwe boek gaat Mazzucato op zoek naar de theoretische onderbouwing van haar ideeën en stelt ze de vraag: wat is van waarde, en wie bepaalt dat eigenlijk?

‘De lonen van arbeiders zijn al jaren niet gestegen, die van CEO’s juist enorm. Is dat een goede afspiegeling van wat arbeid betekent in onze economie?’

In uw werk maakt u onderscheid tussen prijs en waarde. Wat is het verschil?

‘Het is niet zozeer een verschil, als wel: het één is niet het ander. Onder economen bestond een lange traditie van discussiëren over de vraag waar waarde vandaan komt; waar wordt waarde gecreëerd, waar vernietigd. Inmiddels zeggen we, als we de waarde willen vaststellen van iets: wat kost het, wat is de prijs? Maar de prijs vertegenwoordigt lang niet altijd de waarde – kijk maar eens naar de prijs van arbeid; de lonen van arbeiders zijn al jaren niet gestegen, die van CEO’s juist enorm. Is dat een goede afspiegeling van wat arbeid betekent in onze economie?
‘Het waren economen als Adam Smith en Karl Marx die zich vooraleerst afvroegen: wie of wat creëert waarde? En hoe zorgen we dat het economisch systeem daaromheen kan functioneren? Nu hebben we een prijs en denken we dat dat waarde representeert – de logica is totaal omgekeerd. En dat heeft allerhande effecten.’

‘Omdat de discussie over wat daadwerkelijk van waarde is, niet gevoerd wordt, hebben we ook geen antwoord op de vraag of bijvoorbeeld grote techbedrijven nou echt van waarde zijn.’

Welke effecten?
‘Een schromelijke overschatting van het maximaliseren van aandeelhouderswaarde, bijvoorbeeld. Maar ook dat we niet weten hoe we met Facebook moeten omgaan. We hebben geen idee wat ze daadwerkelijk máken, wat ze toevoegen aan de economie – en wat ze eruit halen. Ik probeer weg te blijven van lijstjes met bedrijven die het goed of fout doen; het gaat mij meer om een mismatch tussen risico en opbrengsten: is een bedrijf écht innovatief, brengt het iets nieuws, voegt het in die zin iets toe? Wat betreft Facebook kun je je afvragen of de technologie die ze gebruiken nu zo innovatief is – technologie die bovendien mogelijk is gemaakt door de belastingbetaler, maar dat terzijde.’

Aantal kanttekeningen:
1. * maximaliseren van aandeelhouderswaarde * Dit kon alleen gebeuren in extreem kapitalistische samenlevingen waarin alles alleen om geldcreatie en winst- en omzetgroei gaat. Dat is een cultuur geworden die ook erg eenzijdig is ingesteld en waarvan men al kan voorspellen dat deze gegarandeerd ten onder zullen gaan omdat alles in dienst staat van dat kapitaal en dat veroorzaakt alleen onmenselijke samenlevingen. Van beschaving is geen sprake meer.
2. * we niet weten hoe we met Facebook moeten omgaan. We hebben geen idee wat ze daadwerkelijk máken, wat ze toevoegen aan de economie – en wat ze eruit halen * Waarom weten we niet hoe we met Facebook moeten omgaan? Omdat hier sprake is van een doorlopende innovatie van algoritmetechnieken om de winstmarges van het bedrijf te verhogen. Dat is het businessmodel en dat blijven dus bedrijfsgeheimen waar niemand een vinger tussen krijgt, tenzij er adequate wetgeving wordt georganiseerd om deze privacy-aanvallen te voorkomen.
3. * weg blijven van lijstjes met bedrijven die het goed of fout doen; het gaat meer om een mismatch tussen risico en opbrengsten: is een bedrijf écht innovatief, brengt het iets nieuws, voegt het in die zin iets toe? * Is er sprake van mismatch tussen risico en opbrengsten bij Facebook en soortgelijke sociale mediabedrijven? Wat is het risico? Kan dat worden geformuleerd. Mijn indruk is van niet. En opbrengsten zijn vanwege de verkoop van data door dit soort bedrijven maar dan met name Google en andere zoekmachines gigantisch is, en alleen iets toevoegen aan techniek doordat data sneller geïmplementeerd kunnen worden. Er kunnen gemakkelijker verbanden worden gelegd in het consumptiepatroon van burgers en dat genereert weer uitgavenpatronen. Dat is niet ‘goed of fout’ tenzij je een gat in je hand hebt en dus persoonlijk failliet gaat. Net als verslavingen met roken, drank en drugs. Menselijke eigenschappen worden uitgebuit.

‘Daarnaast is wat ze gebruiken van burgers – de data – niet hun eigen product. Ze weten alles van je, soms nog voor je het zelf weet. Dat riekt allemaal naar surveillance capitalism. Tegelijkertijd worden er enorme omzetten gemaakt, terwijl je je kunt afvragen of dat is omdat ze echt iets bijzonders doen. Maar omdat de discussie over wat daadwerkelijk van waarde is, niet gevoerd wordt, hebben we ook geen antwoord op de vraag of bijvoorbeeld grote techbedrijven nou echt van waarde zijn.’

Het draait inderdaad bij de sociale media uit op ‘surveillance capitalism’, zonder dat aanvankelijk sprake was van bewuste opzet, maar dat is het wel geworden toen de exorbitante winsten geboekt bleken te kunnen worden. Internet was gratis, maar inmiddels worden er triljarden winst geboekt door de aanschaf van laptops en bijbehorende programmatuur, die van dezelfde orde zijn als ziektekostenpremies. Het zijn nutsbedrijven geworden omdat iedere burger afhankelijk is van nieuwsgaring en lopende ontwikkelingen in de samenleving, maar tegen enorme kosten.
Alleen in China is er sprake van ‘surveillance capitalism’ omdat de bevolking daarmee structuur gecontroleerd wordt. En daarmee kunnen ook alle verzetshaarden onderdrukt worden, hetgeen nu ook de dagelijks praktijk is in deze dictatuur.
Dat er enorme omzetten worden gemaakt, staat buiten kijf, en je kunt je inderdaad afvragen ‘of dat is omdat ze echt iets bijzonders doen’. Er zijn binnen die sector van productiebedrijven van de sociale media legioenen aan programmeurs en ontwerpers dagelijks aan het werk, en dus is er iedere dag sprake van nieuwe uitwerkingen en zelfs ontdekkingen van nieuwe toepassingsmogelijkheden. Maar aangezien dit tien jaar geleden nog niet bekend was, loopt de fiscale wetgeving lichtjaren achterop en kunnen die bedrijven alleen op oude standaarden worden aangeslagen. Ook weer een nieuwe bron van belastingontduiking. En nu bestaat er een andere prioriteit dan fiscaliteit, namelijk hoe het private belang van burgers beschermd kan worden tegen de Big Brother, in de vorm van algoritme ontwikkeling en de bewaking van de privacy van die dreiging, en zeker als de burger niet geïnformeerd en toestemming wordt gevraagd.

‘Durven we een Verenigde Naties-achtig instituut op te richten dat toeziet op hoe er met onze data wordt omgegaan, dat het belang van de burger in het oog houdt?’

Wat kan een antwoord zijn?
‘Het is te simpel om bij dit soort bedrijven te zeggen: break ‘em up – breek hun monopoliepositie. Ja goed, dat is nodig, en dan? We moeten veel serieuzer kijken naar onze instituties: wie heeft controle over onze data? Because now we are not governing the data. Het schort aan zelfvertrouwen bij overheden. Durven we een Verenigde Naties-achtig instituut op te richten dat toeziet op hoe er met onze data wordt omgegaan, dat het belang van de burger in het oog houdt? Dat soort grote stappen zijn nodig, want dit zijn de grote veranderingen van onze tijd. Je ziet wel dat her en der een kentering in ontstaat. De burgemeester van Barcelona, Ada Colau, gelooft dat data alleen de burger toebehoren. Dus data die in haar stad worden verzameld, gaan terug naar het stadhuis, en niet naar de grote techbedrijven.’

De Verenigde Naties staan bekend om hun bureaucratie en is dus zeker niet het aangewezen adres om iets op te zetten. Maar waar de VS een strenge financiële toezichthouder (SEC) kent, ligt het voor de hand dat daar een verantwoordelijkheid wordt neergelegd.
Het besluit van de burgemeester van Barcelona, Ada Colau, is veelbelovend en dat initiatief dient gevolgd te worden.

Is wat van waarde is, niet ook een sociaal construct?
‘Dat is precies waarover de discussie zou moeten gaan. Wie bepaalt wat van waarde is? Mijn punt is: waarde wordt collectief gecreëerd, door alles wat wij hier samen maken, door arbeiders, denkers, door overheden, door bedrijven. Maar dan kom je op de kwestie: wie bepaalt wat van waarde is? Als wij dat niet met elkaar bedenken, of de overheid het niet doet, dan doen anderen dat voor je. Daardoor zijn we gaan geloven dat de financiële sector van enorm belang is in het creëren van waarde, lieten we toe dat Goldman Sachs dat discours gijzelde. Dat debat moeten overheden en burgers terugeisen, dat is wat we anno nu missen.

Dit laatste, hoe we de financiële sector kunnen controleren, klinkt heel logisch en aannemelijk, maar dat is veel moeilijker dan gedacht. De overheid in de hoedanigheid van de minister van Financiën houdt natuurlijk toezicht op het financiële verkeer via DNB. Maar iedereen die wel eens een Kamerdebat in de commissie Financiën of EcoFin heeft gevolgd, weet hoe stroperig die debatten verlopen en dat het ontsierd wordt door alle mogelijke politieke dogma’s die het echter Kamerwerk hinderen. Deze samenleving is kortom zo complex geworden dat je de bijna gedwongen wordt de gegeven feiten of stand van zaken moet accepteren (tegen beter weten in). En veranderen en hervormen is bijna een ondoenlijke zaak omdat er zo wisselend gedacht wordt over alle denkbare subthema’s.

‘Maak het bijvoorbeeld tot je missie om honderd Europese Steden klimaatneutraal te krijgen, vóór 2030. Dat is ambitieus, maatschappelijk gezien zinvol en heeft één duidelijk doel.’

‘Daarom pleit ik voor heel concrete en heel ambitieuze projecten die door een overheid worden opgetuigd, waarbij de prioriteiten voor de samenleving ook duidelijk zijn. Maak het bijvoorbeeld tot je missie om honderd Europese steden klimaatneutraal te krijgen, vóór 2030. Dat is ambitieus, maatschappelijk gezien zinvol en heeft één duidelijk doel. En we hebben zoiets eerder gedaan, natuurlijk. We wilden naar de maan, dat is gelukt. Met allerhande heel nuttige ontdekkingen als bijvangst en een impuls voor de economie. Dus hoe ambitieus een plan ook lijkt: investeer en stel doelen, maar stel ook eisen als overheid: verdiend geld moet worden geherinvesteerd, en herverdeeld.’

Een ‘missie om honderd Europese steden klimaatneutraal te krijgen, vóór 2030’ is al onhaalbaar vanwege er op één klimaatwet na, geen enkele andere maatregel in de Kamer via een motie een meerderheid krijgt vanwege de kosten voor de burgers.

Compromissen zijn op dit vlak bijna onhaalbaar.

Het maanproject is in dit verband een onvergelijkbaar gegeven omdat het uiteindelijk om een prestigeproject ging van de VS om de Russische voorsprong met z’n spoetnik en eerste kosmonaut Gagarin voorbij te streven. Er bestond toen geen maatschappelijke noodzaak dat project op te starten, behalve de technische wereldhegemonie terug te halen.

The Economist schreef daarover: het gevaar bij dit soort grote overheidsprojecten is dat er gepolitiseerde keuzes worden gemaakt, in plaats van de markt een behoefte te laten oplossen.

‘Maar de keuzes die we nu maken – die we nu niet maken – zijn óók gepolitiseerd. Alles wat een overheid doet, of ze nu niks doet of stomme dingen doet, heeft enorme impact. De vraag is niet óf een keuze ideologisch gedragen is, maar wat er achter de beslissing schuilt. Wordt het maatschappelijk belang ermee gediend?’

Dit zijn dus onbeantwoordbare vragen want theoretische vragen die door de regering van dat moment met een bestaan de parlementaire meerderheid toe besloten wordt.

Klimaatakkoord on speed
Ze is niet te cool om toe te geven dat het ‘really cool’ is dat haar gedachtegoed lijkt te landen bij diverse overheden en politieke leiders. In het geval van de Green New Deal bij Alexandria Ocasio-Cortez – die Mazzucato uitgebreid sprak voor ze lid werd van het Congres – wordt een duidelijke koppeling gemaakt tussen een groene toekomst en betere arbeidsomstandigheden; goede banen én een einde aan CO2-uitstoot. Een klimaatakkoord on speed, want in een veel kortere tijd moeten veel ambitieuzere doelen worden behaald dan waarover nu in Nederland wordt gesproken. Het idee krijgt ook in Nederland navolging, teleurgesteld als sommige partijen zijn in de compromissen aan de klimaattafels. ‘Het is een plan waarbij je heel doelgericht gaat investeren in álle delen van de economie, dus niet alleen in hernieuwbare energie of iets dergelijks, en je doet dat in samenspraak met de vakbonden én de werkgevers – het kan niet top down zijn.’

U bepleit dat alle partijen aan tafel moeten bij het opstellen van zo’n Green New Deal. Maar in Nederland luidt de kritiek juist dat de industrie veel te veel invloed heeft gehad op beleid. Moeten die wel aan tafel?

‘Ja natuurlijk! Why not? Niet om dingen alleen te bepalen, maar ze behoren tot de belangrijkste actoren. Iemand als topman Paul Polman van Unilever transformeert een bedrijf van binnenuit, die moet je aan tafel hebben, wil je de economie fundamenteel veranderen. Juist bedrijven zijn cruciaal in deze beweging, zij zijn uiteindelijk nog altijd degenen die voor een groot deel de banen creëren, je kunt het niet zonder.’

‘De eerste vraag die ik aan de vakbonden zou willen stellen, is: wat is het nieuwe equivalent van het weekend?’

Wat is het volgende onderwerp op uw lijstje dat moet worden aangepakt?
‘Arbeid. We leven in een tijd dat bedrijven miljoenenwinsten boeken, terwijl de lonen tragisch laag blijven. Hoe gaan we ervoor zorgen dat die megawinsten weer terugvloeien naar de maatschappij? Ik zie daar een belangrijke taak voor de vakbonden, eentje waarbij ik graag zou willen helpen. En de eerste vraag die ik aan de vakbonden zou willen stellen, is: wat is het nieuwe equivalent van het weekend? Want de invoering van het weekend was dé grote overwinning voor de vakbonden, een winst die we nu voor lief nemen, maar die ooit gedurfd en ambitieus was. De huidige vakbonden zijn die rol kwijtgeraakt. Dus vraag ik hen: wat wordt het nieuwe weekend?’

Vakbonden tellen door eigen toedoen – geen visie – nauwelijks meer mee in de poldercultuur. En dat probleem speelt door de hele samenleving omdat ook de politiek visieloos is en het bedrijfsleven ook alleen uit is op eigen winst- en omzetmarges.

Hoe technologische vooruitgang het kapitalisme op de knieën zal krijgen

Wat is in onze economie van waarde, en wie bepaalt dat eigenlijk?