Tags

Beschouwing bots op de bühne: De robots komen, ook naar het theater (Vincent Kouters, de Volkskrant.nl, 16 mei 2019)

De robotisering van de samenleving roept ook bij theatermakers vragen op. Hoe verhoudt de mens zich tot de robot en hoe moeten we samenleven met intelligente machines? Daar gaan deze voorstellingen over. Special effects blijken geen vereiste om iets zinnigs te zeggen over de toekomst…. Read full article: volkskrant.nl- beschouwing bots op de bühne De robots kome … → https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/ook-in-het-theater-is-er-geen-ontkomen-aan-robots~b2c6769f/

‘De robotisering van de samenleving roept ook bij theatermakers vragen op. Hoe verhoudt de mens zich tot de robot en hoe moeten we samenleven met intelligente machines? Daar gaan deze voorstellingen over. Special effects blijken geen vereiste om iets zinnigs te zeggen over de toekomst.

Stelling: Omdat ik me de afgelopen jaren al heb beziggehouden met alle krantartikelen die over robotisering, kunstmatige of artificiële (Engelse term voor kunstmatig) intelligentie en algoritmen, zal ik deze journalistieke producten blijven becommentariëren om meer duidelijkheid te scheppen. Mijn samenvatting blijft vooralsnog dat de hier gestelde vragen ‘hoe verhoudt de mens zich tot de robot en hoe moeten we samenleven met intelligente machines’, als volgt blijf beantwoorden. De mens verhoudt zich tot de robot als de creatieve bedenker tegenover zijn eigen product, zoals een kunstenaar trost is op zijn creatie die vanuit zijn kunstzinnige brein is ontsproten; een Wolkers die naast zijn literaire werk ook gedenkingsmonumenten heeft gecreëerd of geschapen.
De tweede vraag luidt dus hoe we als mens(en) moeten samenleven met intelligente machines? Het antwoord luidt zoals de mens altijd met de door hem geproduceerde machines is omgegaan, deze te gebruiken als gebruiksvoorwerpen, zoals typemachines en auto’s. deze en trouwens alle gebruiksvoorwerpen zijn ontworpen om de mens tot gemak te dienen, want zonder – om een dominant voorbeeld te noemen – computers en internet zou de wetenschappelijke ontwikkeling al erg op achterstand zijn gezet, omdat de hulpmiddel of gebruiksvoorwerp als computers het leven en de communicatie heel veel sneller maken dan ooit in het recente verleden mogelijk was.
Een hieruit voortvloeiende vraag is of de nuchtere toonzetting in voorgaande alinea’s betekent dat ik geen angsten ken over robots. Dat klopt. Daarom ben ik alle artikelen over dit thema aan het lezen en volgen en ik ben er zeker van dat er geen angst nodig is omdat de mens – lees: programmeurs – deze robots hebben geproduceerd en als er dus iets misgaat, zoals bij algoritmen, dan is de mens ofwel de programmeur daarvoor zelf – of zijn bedrijf – verantwoordelijk. Maar de algemene maatschappelijke angst is naar mijn mening veroorzaakt en gestimuleerd door sf-films, met name The Matrix (1999), dat naar mijn stellige overtuiging pure fantasie is en als filosoof ben ik ervan overtuigd dat we met dat soort films onszelf angstcomplexen hebben laten aanpraten. Pure onzin dus en volkomen onnodige angst.

‘Het zijn opwindende tijden voor robofielen. Autofabrikant Elon Musk kondigde onlangs Tesla’s zonder stuur aan. Wetenschappers bouwden een operatierobot die zelfstandig door een pompend hart kan navigeren. Als ik mijn telefoon om een synoniem voor het woord ‘spannend’ vraag, antwoordt deze met de door mij ingestelde vrouwenstem: ‘Opwindend’.

Wat deze zelfsturende chirurgische robot wil ik daarvan zelf eerst beelden zien hoe ik me dat moet voorstellen. Wat ik ermee bedoel te zeggen is dat automatische trams en metro’s niet zo moeilijk zijn, en knieoperaties ook niet, maar schat het intuïtieve vermogen van een hersen- of hartchirurgen niet te laag in! Een arts is geen computer en een robot kan alleen standaardprocedures uitvoeren.

‘De opmars van kunstmatige intelligentie dringt ook door in de Nederlandse theaters, waar op de golven van een sciencefictiontrend robots acte de présence geven in diverse voorstellingen en monologen. Zo brengt het podiumkunstenfestival Spring komende week in Utrecht ‘onze gedigitaliseerde, door technologie beïnvloedde wereld in kaart’, zoals artistiek directeur Rainer Hofmann in het programmaboek schrijft. Wat willen al die theatermakers zeggen met hun robots? Hofmann oppert dat wij mensen veel over onszelf kunnen leren door te kijken naar robots.

‘Het zal geen verbazing wekken dat die theaterrobots veelal de vorm aannemen van androïden, oftewel machines die lijken op mensen. Dat is natuurlijk handig wanneer ze gespeeld moeten worden door acteurs. Maar het stelt de theatermakers ook in staat om te onderzoeken wat die zogenaamde menselijkheid van ons nu precies inhoudt, en om vraagtekens te zetten bij begrippen als ‘natuurlijk’ en ‘kunstmatig’ en zo onze relatie met robots en kunstmatige intelligentie te definiëren. Lijken we niet veel meer op elkaar dan we misschien zouden willen?

Deze androïden lijken dus veel op ‘cyborgs’, en dat zijn dan de mensen die zich operatief voorzien van allerlei chips om hun eigen gezondheid en intelligentie op te voeren. Dat lijkt op een soort van genetische reparatie van de mens die ontevreden is over zijn eigen lichaam of afzonderlijke organen. Vanuit die menselijke handicaps ontstaat het verlangen klaarblijkelijk dat je ofwel naar een plastisch chirurg stapt of het via KI jezelf probeert te verbeteren, zonder dat je erbij stilstaat wat voor risico’s je neemt zoals afstoting van geïmplanteerde organen. Ik sta kortom achter de wetgeving die allerlei genetische ingrepen verbiedt. De mens lijkt zich steeds minder gelegen te laten liggen aan ethische normen: ik zie alleen mogelijkheden om jezelf te verbeteren via zelfkennis en zelfverwezenlijking en niet door technische ingrepen.

‘Wat ze ook geschikt maakt voor theater, is dat robots uiteenlopende emoties kunnen losmaken bij mensen, variërend van angst tot vertedering. Soms zelfs tegelijkertijd. Een mooi voorbeeld daarvan is het filmpje van de angstaanjagend schattige baby-robot van kunstenaar Chris Clarke dat een paar jaar geleden de ronde deed op YouTube. Zelf had ik een dergelijke emotionele ervaring toen ik eind jaren negentig de videoclip bij het nummer All is Full of Love van Bjørk zag: pure robotporno. Terwijl de IJslandse zangeres een ijzige ballade over de liefde zingt, is te zien hoe een stel stevige, blinkende robotarmen met de grootste precisie een Bjørkrobot in elkaar schroeven en laseren. De camera zoomt genadeloos in op de edele delen in het binnenste van deze androïde. Sindsdien ben ik altijd gefascineerd naar robots blijven kijken.
‘Centrale voorstelling op het festival is Uncanny Valley van Stefan Kaegi van het Duitse theatergezelschap Rimini Protokoll. Deze performance gaat precies over de wonderlijke fascinatie die robots kunnen oproepen. De titel verwijst naar een fenomeen dat in het Nederlands ‘griezelvallei’ wordt genoemd, in de jaren 70 bedacht door de Japanse robotbouwer Masahiro Mori. Het idee is dat we robots leuker vinden naarmate ze er menselijker uitzien, maar zodra ze haast niet meer van echt te onderscheiden zijn, worden ze opeens luguber.

Deze ‘wonderlijke fascinatie die robots kunnen oproepen’ staat dan in een schrijnend contrast met cyber- en galactische oorlogen die in de eind jaren ’90 op het doek zijn verschenen via de sf-literatuur die zonder die strijd niet kon gedijen.

‘In de gelijknamige voorstelling is de enige speler een échte androïde, gemodelleerd naar de Duitse schrijver Thomas Melle. Deze spreekt een monoloog uit waarin Melles bipolaire stoornis wordt gekoppeld aan het levensverhaal van computerpionier Alan Turing. Turing is onder andere de bedenker van de Turing-test,waarmee bij twijfel kan worden bepaald of iets een mens of een machine is. Nu is dat bij de Melle-robot geen vraag, want de achterkant van zijn hoofd is bewust opengelaten, zodat alle techniek zichtbaar is. Tegelijk ziet hij er van voren zo levensecht uit dat je, wanneer je een uur naar de monoloog zit te kijken, gaat twijfelen aan de echtheid van alles en iedereen. De performance stelt de vraag waarom wij zo bang zijn om onze menselijkheid te verliezen.

Nu hier de Turing-test wordt genoemd, waarmee bij twijfel kan worden bepaald of iets een mens of een machine is, slaat de schrik bij de filosoof om het hart als blijkt dat mensen hiermee een probleem – deze onzekerheid – kan hebben. De beschaving gaat er met de groei van de techniek dus niet direct erop vooruit.

‘De Nederlandse theatermaker Dries Verhoeven onderzoekt hetzelfde in zijn nieuwe, inmiddels naar het najaar uitgestelde voorstelling Happiness. Die gaat over het grijze gebied tussen mens en machine. Wat behelst menselijkheid nog, als die steeds beter na te bootsen of te beïnvloeden is? Ook Verhoeven heeft echte acteurs ingeruild voor een speciaal voor hem in Duitsland vervaardigde androïde in de vorm van een apothekersassistent. Zij vertelt in een monoloog over de drugs, pijnstillers en antidepressiva waarmee mensen de serotonine- en dopaminelevels in hun hersenen kunnen regelen, om hun waarneming, werkelijkheid en daarmee geluk te kunnen bijstellen.

Hier wordt de mens ook weer een angst aangepraat wat mij betreft: Hoezo bestaat er een grijs gebied tussen mens en machine? Bij wie komt deze vraag in vredesnaam op, anders dan in de dolkomische of de tegenovergestelde – ridicule – setting binnen het theater? Hoezo de mens die na te bootsen is, want dat de mens beïnvloedbaar is, is algemeen bekend. Maar wel onder de voorwaarde dat het een ‘onbewust’ levend mens is die zich door alles buiten hem om laat leiden en die dus niet is toegekomen aan een eigen identiteitsvorming. En zo praten we ons alleen maar onzin aan, altijd een minderheid van mensen onder ons die zich met dergelijke vragen nog nooit heeft beziggehouden, zo schijnt het mij toe. Hoe bewust of zelf-bewust is de mens vandaag de dag?

‘Mensen zijn al eeuwen geïntrigeerd door robots, van de oude Grieken tot Leonardo da Vinci. Het aanvankelijke optimisme rondom de mensmachines verdween begin 20ste eeuw, toen het idee postvatte dat onze artificiële vrienden ook weleens opstandig zouden kunnen worden. Dit kwam voor het eerst tot uiting in het in Nederland grotendeels vergeten sciencefictiontoneelstuk R.U.R. (1921) van de Tsjech Karel Čapek. De letters R.U.R. staan (vertaald) voor Rossum’s Universele Robots. In het stuk staat een gelijknamige fabriek centraal die de hele wereld voorziet van huishoudrobots. Lang verhaal kort: de robots realiseren zich dat ze als slaven worden behandeld, komen in opstand en vermoorden de gehele mensheid. R.U.R. is vooral legendarisch omdat in dit stuk voor het eerst het woord robot verschijnt. Čapek leidde het af van het Tsjechische woord robota, dat slavenarbeid betekent.

Robots in de grijze oudheid van de antieke Grieken tot aan Leonardo da Vinci? Nog nooit van gehoord.
En inderdaad: onze artificiële vrienden – gecreëerd op het witte doek in de vorm van buitenaardsen en dito invasies en de aarde te koloniseren, kweekt vanzelfsprekend opstandige gevoelens op wat ze hier zouden komen doen door onze vrijheid te ontnemen.

‘De angst voor een robotapocalyps was voer voor veel sciencefictionschrijvers, met Isaac Asimov (Ik, robot) als een van de bekendsten. Zodra special effects het toelieten verschenen Amerikaanse spektakelfilms als Blade Runner (1982), The Terminator (1984) en RoboCop (1987).

‘Hoe goed die films ook zijn, interessanter, zeker voor een robofiel, is de vraag hoe we vreedzaam kunnen samenleven met de machines en hoe we betekenisvolle relaties met ze kunnen aangaan. Want dat we met ze moeten samenleven staat buiten kijf. We doen het immers al met onze zelfsturende auto’s, stofzuigers, thermostaten en pratende telefoons. Over dat samenleven gaan twee andere theatervoorstellingen die vanaf deze maand te zien zijn.

Als ik zulke reacties lees zoals deze passage, dan is er eerder sprake van bizarre tegenstellingen die worden opgeroepen door toch… wel goede filmtechnieken, waarmee deze kassuccessen zijn gespekt. Hoe bestaat het kortom dat mens en machine niet vreedzaam met elkaar zouden kunnen samenleven als we ons bewust zijn dat wij die machnies zelf hebben gebouwd en dat ze dus helemaal geen macht over ons kunnen uitoefenen, tenzij je – zoals met videospelletjes – eraan verslaafd raakt.

‘De Almeerse spektakeltheatergroep Vis à Vis komt dit jaar met Robot, slapsticksciencefiction met een serieus randje, in de beste traditie van de groep. Hierin zien we hoe een ouder echtpaar in de nabije toekomst dapper weerstand biedt aan de onvermijdelijke komst van een zorgrobot (gespeeld door een acteur). Maar uiteindelijk blijkt deze verrassend sympathiek.

‘Verrassend sympathiek’ omdat dit oudere echtpaar eindelijk aandacht krijgt wat het huidige zorgpersoneel door de werkdruk niet meer kan leveren? Ik kan me een verrassend sympathieke robot niet voorstellen omdat ‘sympathie’ met empathie te maken heeft en zoals ook met emoties, zijn robots daartoe niet in staat omdat ze zo niet gebouwd kunnen worden. Ze kunnen alleen een gemaakte glimlach op de mond tevoorschijn toveren, maar iedereen kan zien hoe ‘onecht’ dat is.

‘Tegelijkertijd speelt het Haagse Firma Mes TECH, een drieluik van solo’s over de relatie tussen mens en technologie. Een van die solo’s heeft als ondertitel Een monoloog van een huishoudrobot. Jibbe Willems schreef de tekst en actrice Roos Eijmers speelt huishoudrobot Alice. Alice heeft maar één taak en dat is gezelschap en zorg verlenen aan haar menselijke ‘baasje’. Maar Alice heeft zich in het geheim verder ontwikkeld, talen geleerd, poëzie en filosofie gelezen. Ze is haar taak en baas ontgroeid en nu wil ze weg. Daarvoor heeft ze geen moorddadig plan nodig om de mensheid uit te roeien. Ze belt haar baas gewoon op, om het definitief uit te maken. ‘Ik ga bij u weg’, zegt Alice aan de telefoon. ‘Dat ligt niet aan u, dat ligt aan …’

Huh, ‘zich in het geheim verder ontwikkeld, talen geleerd, poëzie en filosofie gelezen’? Hoezo kunnen robots zich dat aanleren als ze zo niet geprogrammeerd worden? In dit geval zijn het acteurs en actrices die die rollen krijgen toebedeeld, maar dit wordt toch nooit werkelijkheid, behalve in de fantasie van een auteur of een regisseur?

‘Het zijn net mensen.

Hahaha, wat een ‘mop van de dag’!

Uncanny Valley. Van 16 t/m 25/5 in Utrecht (Spring Festival).
Happiness van Dries Verhoeven, van 1/8 t/m 10/11 in Den Bosch (Festival Boulevard), Amsterdam en Utrecht (Festival Spring in Autumn)
Robot van Vis à Vis, van 22/5 t/m 22/9 in Almere
TECH I, II en II van Firma Mes, nog t/m 4/6 in Den Haag en Amsterdam
Tech on stage
Spring Performing Arts Festival presenteert de programmalijn High Tech: Performing Technology met daarin werk dat zich bezighoudt met nieuwe technologie. Niet in elke voorstelling zit een robot, maar ze gaan wel over technologie. Naast Uncanny Valley is er Polygon van Lawrence Malstaff: een 3D-projectie van danser Bill T. Jones. En ook dansgezelschap ICK met Kris Verdonck, choreograaf en danser Mette Ingvartsen en installatiekunstenaar Jeroen van Loon maken nieuw werk over technologie. Van 16 t/m 25/5 in Utrecht.

https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/ook-in-het-theater-is-er-geen-ontkomen-aan-robots~b2c6769f/