Tags

In de polder klinkt de schuttersputjespolemiek (Hans Marijnissen, Katern de Verdieping/Trouw, 4-5-19)
DEMOCRATIE In ruim een week tijd laat een Egyptische feministe weten dat ze niet wil deelnemen aan een debat in Nederland, terwijl een Amerikaanse prediker niet mág meedoen. Luisteren we nog naar een andere mening?

‘Een vrolijke foto zorgde deze week voor de zoveelste storm van verontwaardiging op Twitter. Zihni Özdil kijkt samen met Sid Lukkassen lachend naar de camera. Ze slaan ook nog eens gebroederlijk de armen om elkaar heen. Dus vanwaar die commotie?

‘Die is ontstaan doordat beide heren er een totaal andere mening op nahouden. Zihni Özdil is namelijk Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Sid Lukkassen wordt een ‘rechts-revolutionaire’ filosoof genoemd die zich thuisvoelt bij Thierry Baudet. Hij was op het Binnenhof om tijdens een commissie-vergadering zijn opinie over het gebrek aan politieke pluriformiteit in het onderwijs toe te lichten. Vrij vertaald: dat is volgens hem veel te links. Özdil en Lukkassen waren het, geheel volgens verwachting overigens, totaal oneens, maar bedankten elkaar na afloop voor het verhelderende debat. Door te luisteren naar de ander, wisten ze nog beter dat zij gelijk hadden, ieder voor zich wel te verstaan. Maar de volgers op sociale media snapten er niets van, vooral niet van de opstelling van Özdil. Hoe kan hij nou op de foto gaan met iemand die zulke abjecte ideeën uitvent?

Misschien ben ik van het oude slag academisch opgeleide burgers, die ook niet bekend is met hoe het vandaag de dag toegaat in collegezalen of in seminarwerkgroepen, maar bij deze boeiende tekst plaats ik wel wat vragen die mij bezighouden. Hoe iemand zich politiek opstelt zal me worst wezen, maar als ik papers of werk- discussiestukken van anderen lees met het doel om mijn vragen of kanttekeningen bij die anderen neer te leggen – ‘zo ging het vroeger’ – dan was het op voorhand al duidelijk dat je kanttekeningen die je van te voren al had vastgesteld op weg ging naar de universiteitsbibliotheek om nieuwe thema’s die die je in je studie nog niet was tegengekomen, te gaan bestuderen.

Als gedragswetenschappelijk student ging het altijd om het bij elkaar halen (of sprokkelen, verzamelen) van aanwezige bronnen binnen de bibliotheek zodat je die bronnen kon opvragen om die betrokken teksten te bestuderen. Dan ging het erom wat je daarin tegenkwam en wat je ervan vond en als er ook aan onderzoekswerk werd gerefereerd, kon je die eventueel ook opvragen. Maar op basis van dat aanwezige materiaal kon je vrij snel een overzicht maken van de punten die je tijdens het seminar wilde inbrengen. En gedragswetenschappelijke publicaties zijn meestal filosofische werken, die nauwelijks gebaseerd waren op statistische onderzoeksresultaten, maar meer met gezond verstand te maken hadden en in ieder geval met gevoel voor logica en coherentie van die teksten.

Zo had ik een gruwelijke hekel aan de economen als wijlen Milton Friedman van de Chicago-economische school, wereldberoemd bij de neoliberale politici (https://nl.wikipedia.org/wiki/Milton_Friedman). Ik las alleen maar blablabla. Maar dat gold voor alle Amerikaanse schrijvers, die hun eigen theorieën aan het papier toevertrouwden.

Op deze manier materiaal en stellingen bestuderen heeft tot voordeel dat je geen personen hoeft aan te vallen, want het gaat altijd om erkende schrijvers, waar je het wel of niet mee eens was. En dan leverde zo’n seminar een leuk panorama aan meningen op, waar je uiteindelijk je eigen scripties mee kon volschrijven.

Het huidige debat ziet er volslagen anders uit en dat vind ik jammer omdat daarmee geen enkel mens gediend is want het gaat ogenschijnlijk alleen om je eigen meningen en opvattingen uit te leggen of te debiteren en daarmee is het afgelopen. Maar als je op de ouderwetse manier alle officiële wetenschappelijke literatuur hebt verzameld en je eigen conclusies hebt getrokken, kun je die met een gerust hart aan een ander voorleggen om te vragen wat die ervan vindt.

‘John Bijl, de directeur van het Periklesinstituut, dat politici en bestuurders traint bij de verbetering van debat, moet bij dit voorbeeld terugdenken aan zijn eigen politieke jaren in de deelraad van het Rotterdamse Delfshaven. “Toen ben ik ook eens aangesproken omdat ik na een verhit debat met een bestuurder diezelfde avond in het café een biertje met hem stond te drinken.” Bijl kreeg de gelegenheid uit te leggen dat je in een discussie tegenover elkaar kunt staan, maar dat je om dat debat goed te kunnen voeren daarbuiten op goede voet met elkaar moet staan. “Maar Zihni en Lukkassen hadden in het huidige tijdsgewricht geen kans. Twitter ging helemaal los.”

Het lastige van politieke debatten is dat ze wezenlijk anders zijn dat wetenschappelijke, want in de politiek draait het om politieke ideologie en dan is het altijd een bijna ongecontroleerd ‘ja’ tegenover ‘nee’, als je een andere politieke overtuiging bent toegedaan. Het wetenschappelijke debat draait op basis van meetbare en bewezen feiten uit concrete onderzoekspraktijken en dan is het een kwestie van zuiver met die onderzoeksresultaten omgaan. Maar er schuilt met name in het klimaatdebat nog een adder onder het gras: de klimaat- of milieuwetenschap (en zelfs geo-wetenschappen) zijn relatief nieuwe wetenschapsgebieden, waar natuurlijk nog geen traditie van elkaar bestrijdende ‘scholen’ is ontstaan. Daar bestaan weinig 100% zekerheden of vastgestelde feiten, zeker ook niet vanwege het feit dat je met allerlei randvoorwaarden en aangrenzende vakgebieden te maken hebt, die strijdige opvattingen kunnen uitdragen met je eigen vakgebied.

Maar vaststaat één ding wel: in ieder wetenschapsveld bestaan verschillende en ook strijdige inzichten. Daar kan ook de wetenschap niet omheen aangezien ook de wetenschap geen waarheden kent, zoals Copernicus ooit heeft bewezen dat de aarde om de zon heen draaide terwijl de katholieke leer het tegendeel altijd meende te moeten volhouden.

Twitter speelt dus alleen maar een rol als het om ongefundeerde meningen gaat die voor echt onderzoek van geen nut zijn want allemaal ongetoetste meningen zonder gecontroleerd te zijn in de echt betrouwbare bronnen.

‘Toch vreemd, zegt Bijl. Want als je het debat terugkijkt, is dat eigenlijk best goed. “Vandaar die vrolijke foto. Die toont de essentie van wat democratie zou moeten zijn. Want laten we eerlijk zijn, als we niet zo vaak met elkaar van mening zouden verschillen, dan hadden we zoiets als democratie ook helemaal niet nodig.”

Hier wordt de wezensvraag van democratie opgeworpen, want daar komt die laatste zin op neer. Maar hier is de journalist aan het woord die een andere democratieopvatting huldigt dan een ander vakman. Democratie wordt in de politiek beschouwd als het ideale instrument om de besluitvorming die een breed draagvlak vragen om door het bevolking geaccepteerd te worden, van een meerderheidsregel te voorzien, dus de afspraak dat een meerderheid van minstens 50% noodzakelijk is om een besluit goed te keuren. Minderheidsbesluiten zijn dus onmogelijk want die worden verwerpen omdat ze niet breed genoeg gedragen worden.

Vanwege deze politieke logica bestaat er in de wetenschap ook géén democratie, want daar wordt niet per meerderheid van collega’s besloten of iets aanvaard wordt of niet, maar alleen of een test- of onderzoeksresultaat geldig kan worden verklaard en dat betekent in de regel 100% van de onderzoekers en buitenwacht (meelezers) die kan bevestigen dat de meetresultaten volkomen volgens de aanvaarde standaardnormen zijn uitgevoerd. Als dat feit geconstateerd is, dan wordt ook een publicatie toegestaan. Vandaar dat ‘peerreviews’ in de wetenschappelijke wereld zo belangrijk zijn. Kortom, niet overal kan democratie bestaan want dat zou nergens op slaan. Het is ‘slechts’ een meetinstrument om effectief tot besluitvorming te komen. Meer niet en minder ook niet.

‘Voor Bijl is er werk aan de winkel. Het debat is in Nederland niet alleen sterk gepolariseerd, maar in toenemende mate lamgeslagen door uitsluiting van de opponent. Vanuit diep uitgegraven schuttersputjes worden karikaturen afgeschoten en verdachtmakingen gelanceerd. Voor een tegenargument lijkt er amper interesse. Met wie ‘fout’ is, is geen debat meer mogelijk. Die gedachte leeft bij zowel links als rechts. Terwijl de essentie van democratie is dat je naar elkaar luistert, zegt Bijl.

Wat hier staat verwoord, geldt alleen maar voor het algemene en publieke debat, en niet om het politieke, al zijn die politieke wel het voorportaal naar het besluitvormende debat. Maar Twitter speelt in de wetenschap geen rol en dat moet dan maar een geruststellend feit zijn voor al diegenen die houden van het zuivere debat, die op radio en televisie niet mogelijk zijn want dit zijn entertainmentproducties, die niets met feiten te maken hebben. Harde feiten zijn saai en gortdroog en die kunnen gelukkig aan de wetenschap worden overgelaten!

“Het argument om níet met iemand in gesprek te gaan, is vaak dat je dan abjecte standpunten legitimeert.” Dat zie je op gebied van religie en huidskleur (Zwarte Piet), maar ook in de klimaatdiscussie. Ga niet met ‘klimaatoptimist’ (zoals hij zichzelf noemt) Marcel Crok in debat want dan legitimeer je de onzin die hij verkoopt, zo klinkt het. En toen de Amsterdamse PvdA-lijsttrekker Marjolein Moorman in een kroeg in debat ging met Annabel Nanninga (Forum voor Democratie) was dat voor velen een schok. Waarom zou je Forum een platform geven? Bijl: “Het antwoord is simpel. Juist om het gesprek aan te gaan en het debat te verrijken. Als je vindt dat iemand onzin verkoopt, moet je die blootleggen.”

Deze opmerkingen hebben weer alleen te maken met algemene debatten, die niets met wetenschap te maken hebben en daar hoeft ook geen wetenschapper aan mee te doen. Als ze verstandig zijn doen ze dat ook niet. Laat het spektakel aan columnisten en andere publiciteitszoekers over! Het debat wordt dis op deze manier geredeneerd nooit verrijkt. Binnen de raadsvergadering kunnen de kemphanen hun ideologische posities uitleggen zonder dat iemand van standpunt zou dienen te wijzigen, want die standpunten liggen toch vast.

Mona Eltahawy

‘Dat hád de Egyptisch-Amerikaanse feministe Mona Eltahawy kunnen doen. Afgelopen week zou ze in de Balie in Amsterdam deelnemen aan een debat over mondiale vrouwenonderdrukking. Ze trok zich op het laatste moment terug omdat ze van ‘Nederlandse vrienden’ had gehoord dat dit debatcentrum niet deugt. Vooral het feit dat er twee jaar geleden een debat was gevoerd waarin de deportatie van moslims was besproken, was voor haar reden om de ‘foute’ Balie in de ban te doen.

Haar goed recht en dan maakt het ook niet uit of je de juiste argumenten aandraagt of niet, want daar vraagt niemand om. Een feministe als zij schrijft boeken en gaat op een ‘roadshow’ om haar boek te promoten.

‘Bijl zegt dat het er, afgaande op Eltahawy’s verklaring op Twitter, op lijkt dat ze onvoldoende te horen heeft gekregen wat zich destijds werkelijk heeft afgespeeld. Iets met klok en klepel. “En dat is nou precies wat er op sociale media te vaak gebeurt. Er wordt een citaat gedeeld, of een samengesteld videofragmentje, en vervolgens moet je daar direct een reactie op geven.” In Eltahawys geval: uitsluiting. “Als dit mij was overkomen, was ik naar de bron gegaan, en had ik me in alle rust laten informeren over wat er destijds in dat debat over moslims is gezegd.”

Ironie

‘Dan had ze waarschijnlijk een heel ander verhaal gehoord, zegt Bijl. Hij heeft de opnames van dat debat van twee jaar geleden bekeken en kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de ‘deportatie van moslims’ een parodie was. “Ik denk dat er op een nogal ruwe, haast Britse manier, koud en zakelijk, door rechtsfilosoof Paul Cliteur (nu Forum, red) werd uitgelegd dat deportatie kán. Want enige vorm van ironie is Cliteur niet vreemd. Je hóórt die spot ook in de reactie van het publiek. Hij maakt gebruik van de methode die Dries van Agt in de jaren zeventig gebruikte om de abortuspraktijk aan de kaak te stellen.” Die beschreef toen op een zeer koude manier de zogenaamde ‘kraakmethode’, waarbij het hoofdje van foetussen van ouder dan zestien weken met een tang kapot werd geknepen. “Iedereen sprak er schande van, toch was zijn punt gemaakt.”

‘Maar voor overdrijving, parodie, ironie en ook humor als element in het debat is geen plaats meer, zegt Bijl, als er slechts rationele fragmenten worden uitgeknipt en via Twitter gedeeld. “Neem de opmerking van schrijver Tommy Wieringa op het VNG-congres over de aanslag op het Telegraaf-gebouw de dag ervoor. ‘Ja hèhè, eindelijk’, verzuchtte hij. Dat was een grapje, misschien misplaatst, maar hij werd binnen een paar seconden op sociale media met lansen doorboord.”

Context

‘Het komt er volgens Bijl op neer dat je, als je iemand wilt begrijpen, niet alleen naar zijn woorden moet luisteren, maar naar de hele context. In communicatie is de ratio maar één laag. “Stel, mijn vrouw komt ‘s avonds thuis, na een lange dag werken, en ik zit op de bank ‘Star Trek’ te kijken. Ze kijkt naar de keuken en zegt: de afwas staat er nog. Dan is dat geen zakelijk mededeling. Daar zit veel achter. Die zegt iets over de relatie die wij hebben, over haar gemoedstoestand, en ook over wat ze van mij verlangt. Maar nadrukkelijk in samenhang. Als ik naar de afwas kijk en zakelijk antwoord met ‘dat klopt’, dan is dat geen goede reactie.”

Deze beschouwing in de krant kan als heel nuttig worden beschouwd omdat we nu weer iets meer geïnformeerd zijn over de democratie als spelregel en als operationeel proces van besluitvorming ‘voeren’. Maar maakt het niet onnodig breed, omdat er dan alleen verwarring ontstaat en daarover valt ook iedere dag in de kranten te lezen. Geen zaken om ieders nuttige tijd aan te verdoen.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/628/articles/897105/36/1