Tags

Deze analyse op basis waarvan hoogleraar VU vandaag haar oratie uitspreekt, is belangrijk genoeg deze geheel hierbij over te nemen opdat de lezer weet voor welke concrete uitdagingen de kiezer en dus het electoraat staat.

‘Je kunt niet van alle mensen kleine Europeaantjes maken’ (Han Dirk Hekking, Europa/fd, 29-3-19)

Pro-Europeanen die doof zijn voor het eurosceptische geluid, scheppen hun eigen nederlaag. Daarom heeft de Europese Unie dringend een debat tussen voor- en tegenstanders nodig over de toekomst van het samenwerkingsverband.

Dat zegt Catherine de Vries, hoogleraar politiek gedrag in Europa aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam, in een gesprek met deze krant. Vrijdag spreekt De Vries haar oratie uit getiteld Euroscepticisme en de toekomst van Europa.

Europa is een beetje slachtoffer van haar eigen succes, zo stelt De Vries daarin. Uit onwetendheid schrijven burgers de voordelen van EU-lidmaatschap aan nationaal beleid toe. Zeker in de EU-lidstaten waar het economisch en politiek goed gaat, zetten ze daardoor vraagtekens bij nut en noodzaak van de Europese samenwerking.

Nu is de steun voor Europa vanwege de brexit in veel EU-lidstaten het laatste jaar flink gegroeid, maar dat wil niet zeggen dat de liefde is toegenomen. Peilingen voor de Europese verkiezingen wijzen op grote winst voor eurosceptische partijen.

‘De Europese verkiezingen zullen dezelfde fragmentatiegolf tonen die je in de nationale politiek in veel EU-lidstaten ziet’, denkt De Vries. Maar van een eurosceptische machtsgreep zal geen sprake zijn, meent ze. ‘Als je alle eurosceptici bij elkaar optelt, krijg je waarschijnlijk de tweede groep in het parlement. Maar ze zitten niet allemaal bij elkaar; er is veel verdeeldheid.’

‘De Europese verkiezingen zullen dezelfde fragmentatiegolf tonen die je in de nationale politiek in veel EU-lidstaten ziet’• Politicoloog Catherine de Vries

Eurosceptici zijn er immers in soorten en maten. In haar oratie onderscheidt de politicologe drie stromingen. Er is het kamp dat van de Europese Unie af wil (neem Rassemblement National van Marine Le Pen of de PVV), er is een variant die sceptisch is over het Europese beleid (bijvoorbeeld het Spaanse Podemos), en een stroming die sceptisch is over Europese regels en procedures.

Het gaat erom om die oppositie constructief te krijgen, schetst De Vries. ‘Je loopt er nu tegen aan dat veel eurosceptici helemaal niet willen dat Europa functioneert. De brexit laat zien dat uitstappen niet fantastisch is. Dus krijg je ‘remain-sceptici’, mensen zoals de Italiaanse politicus Matteo Salvini die het systeem van binnenuit proberen uit te hollen.’

Was Brexit te voorkomen?

Had een breder debat over Europese integratie de brexit voorkomen? ‘Misschien, met de nadruk op misschien had het anders kunnen zijn als premier Cameron een positief beeld had geschapen over de EU’, zegt Catherine de Vries. ‘Zijn beeld was nu dat brexit een gemiddeld gezin £4300 per jaar zou kosten. Dat moet je niet doen: het is niet hetzelfde als voor Europa staan.’ De Vries, die tot vorig jaar in Oxford doceerde, vertrok zelf uit het VK vanwege brexit. ‘Het Home Office weigerde mijn dochter een Brits paspoort, op basis van een vormfout. Dat had ik juridisch kunnen aanvechten, maar daar had ik gezien alle polemiek omtrent EU-burgers geen zin in. Dus het werd Amsterdam.’

Zij denkt dat er meer debat tussen pro-Europese politici en sceptici nodig is, waarbij beide kampen duidelijk maken wat ze met Europa willen. ‘Want als je het niet over Europa hebt, speelt dat de niet zo constructieve eurosceptici in de kaart. Het debat met critici gaat nu niet over wat zij nou precies willen, het blijft bij ‘ik wil Europa niet’. Daar heb je niet zo veel aan. Je moet vragen: Oké Baudet (leider van Forum voor Democratie, red.), wat wil je dan wel? Wil je eruit, of misschien niet? En wat dan?’

Als Europese politici de oppositie ‘niet institutionaliseren’, en dus niet luisteren, ‘dan krijgt Europa de ene klap na de andere klap’, waarschuwt De Vries. ‘Er is geen uitlaatklep voor euroscepsis op Europees niveau’, analyseert ze. ‘Er is heel lang geen plek geweest voor discussie over modellen van integratie. Als je met de club meedoet, en je hebt bedenkingen, dan krijg je wat opt-outs, en dat is het dan.’

Een mooie en terechte uitspraak maar bijna zou je vergeten dat er een Europees Parlement bestaat, maar die functioneert niet zoals zou kunnen en dat moet dus ook gaan veranderen. Móet veranderen en niet ‘gewoon’ uitproberen want de Europese ambtenarij en diplomatie zou dit onzin vinden, maar dat is ook een vastgeroest bestuurlijk labyrint geworden waar niemand – behalve zijzelf – wat aan heeft. Een onwerkbare moloch.

Dat volstaat niet, vindt ze. De politicoloog heeft lovende woorden voor de aanpak van de Franse president Emmanuel Macron. Die durfde de verkiezingen uitgesproken pro-Europees in te gaan en maakte zo duidelijk waar hij stond. ‘Macron heeft voor de pro-Europese casus in twee jaar meer gedaan dan menig nationale politicus in vijftien jaar’, zegt ze. ‘Als je als politicus niet over de toegevoegde waarde van Europa wilt praten, dan krijgen mensen het gevoel dat de populisten een punt hebben.’

De Vries: ‘Je kunt niet van alle mensen kleine Europeaantjes maken. Maar als je pro-Europese politicus bent, moet je de hele tijd bezig zijn met het tonen van de directe meerwaarde van lidmaatschap van de EU.’

In Nederland valt het politieke engagement aan de pro-kant evenwel tegen, vindt de politicoloog. ‘Als je naar Nederland en Europa kijkt, gaat het om een verstandshuwelijk. We gaan er niet uit, want dat is te heftig. FvD, PVV en SP leveren veel kritiek op Europa, maar partijen aan de andere kant tonen ook weinig liefde. Het is allemaal heel voorzichtig. Burgers voelen dat. Als jij je als politicus terughoudend opstelt, komt het over alsof je het project toch niet helemaal ondersteunt.’

Dat heeft ook zijn weerslag op de Europese verkiezingen. ‘Heel veel mensen hebben het gevoel dat die er niet toe doen. Het ergste voor het parlement nu is dat het overkomt als een soort praatclub die niet relevant is. Ik zeg niet dat dat klopt, maar dat krijg je uit heel veel enquêtes terug. Mensen hebben niet het idee dat stemmen zin heeft, en weten niet wat je ermee moet.’

Machtspolitiek versterkt dat beeld. ‘Uiteindelijk zet de Raad (de vergadering van de EU-lidstaten, red.) het parlement toch vaak buitenspel.’

Maar het parlement is toch het beste vehikel om de binding met burgers te verbeteren, denkt De Vries. Een tweekamerig Europees parlementair stelsel zou een optie kunnen zijn, denkt ze. ‘Je kunt dan mensen kiezen op basis van ideologische lijsten, maar voor de andere kamer kandidaten selecteren op basis van een duidelijke binding met regio’s.’

In zo’n model komt de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de Europese Unie, voort uit dat tweekamerige parlement. De Commissie zal dan ook veel meer een politiek lichaam zijn, aldus De Vries, en dat schept ook duidelijkheid richting de burger. ‘Brussel’ staat nu nog vooral voor technocratie.

Wat mijzelf betreft is het de vraag of de Commissie ‘veel meer een politiek lichaam’ moet zijn, aangezien je dan toch weer verwarring kweekt over de taakverdeling tussen Commissie en Raad. Zolang de Commissie wordt bevolkt door ongekozen, want aangewezen Commissarissen per lidstaat, zal die huidige constructie van de Commissie als een technocratisch orgaan blijven werken bij gebrek aan politieke legitimiteit, die de Raad wel heeft vanwege alle verkozen staatslieden. Dat is en blijft essentieel voor democratische legitimiteit.

[Catherine de Vries verzorgt met ingang van 8 april maandelijks een bijdrage over Europa op de opiniepagina’s van Het Financieele Dagblad]

https://fd.nl/economie-politiek/1294661/je-kunt-niet-van-alle-mensen-kleine-europeaantjes-maken