Tags

Op deze ochtend na de uitslagenavond van gisteren ga ik proberen mijn analyse (gevoelsmatig en rationeel) verklaringen voor de bijna Fortuynsiaanse overwinning en klap en ‘c’limax voor de tegenstanders te verklaren. Ter herinnering: de Fortuyn-overwinning in 2002 betekende een entree van 26 Kamerzetels voor LPF, een unicum voor Tweede Kamerverkiezingen. Het resultaat van FvD van gisteren was dus zonder meer vergelijkbaar: de voorlopig tweede partij in ons land na de zich mogelijk handhavende VVD (volgens het 8uur nieuws is FvD de VVD voorbijgestreefd).

Voor mij als zoeker naar waaroms van wat er gebeurt in zichtbare en onzichtbare (politieke emoties en woede) zaken, start ik met de ‘a’ uit het alfabet en kom bij FvD uit op agressie tegenover ons kabinet en het zogenaamde partijkartel en dus het politieke bestel als zodanig. En mogelijk ook de algehele behoefte onder de bevolking – de psychologie van de ‘b’urger – om eisen, verwachtingen en wensen op tafel te leggen tegenover de ‘onmacht’ van de zittende ‘bestuurlijke magistratuur’, conservatief als deze ‘b’ureaucratie altijd is (overheid, ambtenarij, politieke ambtsdragers, volksvertegenwoordigers) een antwoord te zoeken om snelle en effectieve maatregelen te vinden en organisatorisch te regelen.

Het doel van deze analyse via een ‘abc’ is hiermee al bereikt: de eerste ‘trefwoorden’ zijn inmiddels al benoemd. De komende weken zal dit abc nader kunnen worden uitgewerkt.

Een volgende ‘a’ die in me opkomt is het ‘a’lternatief van het ‘b’estaande, waarvan FvD nu de uitdrukking én het symbool is geworden. En dat die partij alle andere nieuwe initiatieven hebben weggedrukt, waarvan het inmiddels de gevestigde Denk (met maar nul zetels in de komende nieuwe Eerste Kamer) en bijna onbekende nieuwe alternatieve bewegingen zoals ‘C’ode Oranje, en dus een tweede ‘c’.

Alle onbekende nieuwelingen – alleen al in mijn woonplaats 16 partijen op de kieslijst om er een keuze uit te maken, staat symbool voor enerzijds de ‘versplintering’ of anderzijds positief uitgedrukt groeiende ‘variatie’ en pluriformiteit, was nog nooit eerder zo groot. Laat ik het dus maar bij die aantallen nieuwelingen op het nieuwe politieke toneel als ‘de positieve’ energie houden.

Er is nu feitelijk sprake van een ‘a’lgemene haat tegen het huidige ‘b’estel, dat wordt gesymboliseerd door de ‘oorlogsmachinerie’ van FvD met haar ‘a’nti-klimaat en ‘a’nti-immigratie en overtuigend genoeg over het voetlicht is gebracht. Verklaring: de bestaande (internationale) wet- en regelgeving in vluchtelingenverdragen zijn te kwalificeren als in letterlijke zin ‘doorgeschoten’, omdat we enerzijds niet ‘eindeloze’ aantallen vluchtelingen in opvang mogen en kunnen garanderen, maar anderzijds ook niet in de stress mogen schieten en daarmee te vervallen in asociaal-beleid, die ik de anti-immigratiepartijen als PVV en FvD gerust durf te noemen. De internationale regelgeving moet worden aangescherpt om het ‘beheersbaar’ te houden en de afgelopen jaren sinds de eerste stromen in 2015 mogen als leerschool worden beschouwd hoe de EU dat onverwacht met een megaoperatie werd geconfronteerd zonder enig historisch precedent moest zien op te lossen.
En dan nu wat ‘a’lgemene karaktertrekken van deze verkiezingsuitslag.

Als eerste kenmerk noem ik dat iedere verkiezing van welk gremium (bestuurslaag) dan ook, een referendum van het zittende kabinet is geworden. Of we het willen of niet, want een logisch gevolg van onze mediasamenleving

En dat maakt dat er, zoals het zich nu laat aanzien, een permanente verkiezingsstrijd zal ontstaan met alle gevolgen vandien, zoals een verder opgevoerde polarisatie. Geen formeel, maar een praktisch referendum dat bij iedere verkiezing speelt en daarmee zal de televisiekijker bij iedere verkiezing (zelfs de gemeenteraad) alleen landelijke politici op het scherm zien acteren en dat vanwege de organisatorische structuren binnen onze hoogtechnologische natiestaten, waarin media én politiek met elkaar moeten samenwerken om een efficiënte verkiezingsavond’-machinerie’ op gang te brengen.

Als tweede kenmerk: de ‘verslaving’ – of neutraal uitgedrukt: afhankelijkheid van – aan de bestaande partijen en technieken (media en lobbyisme). Die ‘verslaving’ is te vatten of begrijpen als een klaarblijkelijk gebrek aan mogelijkheden van alternatieven: het aantal nieuwe partijen en bewegingen zijn in de afgelopen 10 jaar enorm gegroeid, maar ze breken nauwelijks door. De enige ‘succesvolle’ indringers binnen het bastion van de gevestigde politieke instellingen zijn en waren voorlopig PvdD, 50Plus en Denk, hoewel deze laatste alleen een taak en functie lijkt te vervullen op gemeentelijk niveau. En met name in de grote steden, vanwege het grote migrantenbestanddeel. Maar zoals in het ochtendnieuw werd aangegeven lijkt Denk niet door te dringen in de senaat.

Kortom, als derde probleemfactor lijkt de ‘democratie’ niet zodanig te werken dat alternatieve, nieuwe initiatieven in staat blijken te zijn om op tijd een volwaardige organisatiestructuur op te zetten, en de non-stemmers op te roepen om via een georganiseerde participatie tot deelname te bewegen. Dat blijkt uit nieuwe bewegingen, zoals Code Oranje en andere ‘pioniers’ als Alternatief Staatsbestel en Piratenpartij, die al langer meedraaien in verkiezingscampagnes. Naar mijn indruk en gelet op hun programma’s, kan er ook sprake zijn van een overmaat van – en dus onpraktisch – idealisme, dat niet aanslaat. Waarschijnlijk kunnen ze vergeleken worden met voorgangers van het huidige 50Plus, waarvan velen ter ziele zijn gegaan.

Daarmee is een structurele zwakke plek benoemd: zomaar iets nieuws organiseren betekent niet op voorhand succes hebben. De ‘zuigkracht’ van nieuwe geluiden als FvD blijkt dusdanig groot te zijn dat het automatisch ten koste gaat van andere nieuwe deelnemers aan de campagne. En dat valt ook wel logischerwijze te verklaren door het feit dat het centrale kenmerk van de politieke arena te benoemen valt in de ‘verbale’ begaafdheid en gebrek aan media die geen ruimte kan gunnen aan nieuwelingen – uitzonderingen daargelaten – die verbaal en wat betreft mediageniek-zijn niet zijn opgewassen tegen de routinematige woordenoorlogen die altijd en overal aanwezig zijn.

Op dit moment van analyse, zonder nabeschouwingen en krantenverslagen op een rij te hebben gezet, lijkt een eerste inventarisatie – zoals deze blog – wel een aanzet te kunnen vormen voor nadere gedachtewisselingen. Er moet blijvend worden nagedacht hoe vernieuwingen van het politieke bestel gestalte kunnen krijgen.

Advertisements