Tags

Argumenten en toelichting op deel 1:

1. ‘Er is geen houden meer aan: de Chinezen komen! In zijn nieuwste boek ‘De nieuwe wereldorde’ betoogt Rob de Wijk dat China zowel militair als economisch sluipenderwijs de macht in de wereld aan het overnemen is’: Dat China een opkomende supermacht is op militair en economisch terrein, daaraan twijfelt helemaal niemand.

Een heel ander verhaal is dat de beide theologen beweren dat de Chinese christelijke missionarissen ook het christendom zullen veranderen in een Chinese versie. Maar dat kan géén andere zijn dan het huidige katholieke en hervormde christendom van vandaag in de hele christelijke wereld, van Noord-Amerika (gedomineerd door ‘evangelicals’) en de EU tot in Azië (voornamelijk Filipijnen) en Australië & Nieuw Zeeland (waarschijnlijk katholiek en hervormd (of Luthers/Calvinistisch) en dus allemaal achterhaalde religievormen omdat ze nooit (na de reformatie) hun theologie hebben gemoderniseerd en aangepast.
En ‘alles’ dat zich niet aanpast, gaat ten onder en dat geldt universeel: politiek, economisch, sociaal, cultureel en dus ook op geestelijk vlak.

2. ‘Eeuwenlang dachten Europeanen dat het christelijke Westen de toekomst had. En toen het kerkinstituut zijn macht verloor door de secularisatie, bleven ze vasthouden aan het idee dat dan op zijn minst het vrije democratische Westen, als erfgenaam van dat christendom, het eindpunt van de geschiedenis zou zijn’: Het klopt natuurlijk dat het Westen, dat toevallig christelijk was, de ‘toekomst had’. Maar dat werd niet veroorzaakt door het christendom, maar door de politieke maatregel ontstaan in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (https://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_der_Zeven_Verenigde_Nederlanden ) via de Unie van Utrecht dat de godsdienstvrijheid heeft ingesteld vanwege de altijd en eeuwig verdeelde bevolking van de Lage Landen, met z’n traditionele hoekse en kabeljauwse twisten. Die godsdienstvrijheid was oorzaak en gevolg van de scheiding van kerk en staat, de eerste ter wereld. Omdat ons land via de vrijheidsoorlog tegen Spanje een religieus verdeeld land bleef, kon deze natie niet zonder godsdienstvrijheid die iedere inwoner gegarandeerd werd. Daardoor ontstond geloofstolerantie en dito respect tegenover andere gelovigen en dat was ook de oorzaak tot de latere Verlichting, die alleen mogelijk werd door de vrijheid van geweten, vrijheid van wetenschapsbeoefening en vrijheid van meningsuiting. Deze fundamentele onderzoeksvrijheid was dus de oorzaak van de moderniteit die Europa heeft meegemaakt en die pas later volgde op de islamitische bloeiperiode (https://nl.wikipedia.org/wiki/Geschiedenis_van_de_islam#Het_Gouden_Tijdperk_van_de_islam), toen de islam inmiddels tot stilstand kwam. Voor de moderne tijd geldt dat China (en Japan) vanwege het ‘isolationisme’ van Azië geen vooruitgang kon boeken en pas na de laatste oorlog door de westerse techniek te kopiëren of na te maken mét eigen acccenten, de inhaalslag begonnen. Daarom is vooral China ook overgestapt op het ‘staatskapitalisme’ dat het land groot en machtig heeft gemaakt en dat beter deed dan Japan dat het kapitalisme van de Amerikanen overnam met alle weeffouten daarin verborgen. Kortom, ‘vasthouden aan het idee dat dan op zijn minst het vrije democratische Westen, als erfgenaam van dat christendom’ heeft een erg beperkte betekenis aangezien dat erfgoed van het christendom alleen voor theologen geldt en opgaat en voor niemand anders. De gesprekspartners bedoelen eerder het kapitalisme dat vooral in de 20e eeuw in Europa tot grote bloei kwam en technische vooruitgang stimuleerde. Niet door het christendom.

3.‘Erik Borgman, hoogleraar publieke theologie aan Tilburg University: “Het is mij te gemakkelijk om te denken de China de grote bedreiging voor onze vrije samenleving is. Onze vrijheid staat allereerst van binnenuit onder druk, en dat is een probleem dat al veel langer speelt.’ Hier geef ik Borgman volledig gelijk, maar ik voeg er een aspect aan toe: China is nog steeds een collectivistische samenleving, waarin individuele denkkracht nauwelijks voorhanden is. Vanuit die collectieve (boeddhistische) cultuur is er ook individualistische geloofsopvatting mogelijk, laat staan een afwijkend want individueel beleefde geloofsbeleving. Verdieping van geloofsbeleving wordt op die manier tegengehouden. Zere terecht wordt verwezen naar onze ‘zorgsector of naar onze omgang met vluchtelingen’, waarbij de vraag wordt gesteld op ‘welke christelijke waarden die dan zijn geïnspireerd’? antwoord luidt natuurlijk de (economische) premissen van de verzorgingsstaats-arrangementen en niet zozeer de christelijke naastenliefde want die was allang verdwenen onder de opkomst van het eenzijdig economische liberalisme. En Stefan Paas refereert terecht aan Ilja Leonard Pfeijffers beschrijving in zijn laatste boek ‘Grand Hotel Europa’: Europa heeft alleen zijn historie in de aanbieding en kan geen enkel toekomstperspectief meer bieden.’

4. Borgmans heeft gelijk met zijn ‘gapende ideologische leegte: “We lijden tegenwoordig collectief aan een akelig pragmatisme. Als er een probleem is, kieperen we tegenwoordig desnoods al onze principes overboord, als we maar snel een oplossing kunnen vinden’; loopt wat mij betreft parallel aan de Chinese collectiviteit die een soort van dommekracht betekent. Waarom?

Omdat een collectief beleefde cultuur zonder individuele scheppingskracht in deze hoogst hectische tijden gedoemd is ten onder te gaan. Niet voor niets wordt het innovatieve verschijnsel van ‘kunstmatige intelligentie’ geheel en al ingezet tegen de bevolking om die met alle diversiteit en culturele verschillen onder de duim te houden; de oorspronkelijke boeddhistische culturen tegenover de islamitische Oeigoeren (https://nl.wikipedia.org/wiki/Oeigoeren ). Kortom, de Chinese regering heft z’n handen vol aan zowel botsende culturen als het klimaatprobleem en vooral de sterke smogontwikkeling, die tot opstanden kan leiden. Maar als Borgman opmerkt dat ‘keer op keer niet in staat om de fundamentele vragen over de toekomst van onze samenleving te adresseren, dan lopen de regeringen ‘overal’ vast in hun ideologisch dogmatische ‘vangnetten’. Overal dezelfde problemen en spanningshaarden. Ik noemde hierboven de ‘politiek’ als een van de oude structuren die hun functie hebben verloren, maar dat geldt ook voor de traditionele bestuursstructuren. In deze wereld kan bestuur terecht niet meer zonder transparantie en openheid worden uitgevoerd. Dus China heeft even grote problemen als de EU en de VS wat dat betreft aangaat.

Terecht merkt Borgman op dat ‘levende cultuur, misschien valt daar voor ons wel iets van te leren. Maar dan moeten we wel weer begrijpen dat we iets te leren hebben en willen ontdekken wat echte vooruitgang is. Hiermee wil ik reële problemen natuurlijk niet bagatelliseren: China koopt rücksichtslos hele stukken Afrika op en ontwikkelt een meedogenloze vorm van kolonialisme.’ Wat China nu doet mag inderdaad ook een meedogenloze vorm van het oud-Europese kolonialisme genoemd worden. De Chinezen zijn dus samengevat geen haar beter dan Europeanen of Amerikanen, en niet te vergeten christenen onder die vlag. Het blijft een dualistische wereld waarin geld en macht alles en iedereen beheersen. Wat dat betreft zijn we op aarde geen stapje vooruit gekomen vergeleken bij de middeleeuwen.

5. Borgman sluit echter zijn betoog erg wonderlijk of raadselachtig af: ‘Maar als het christendom mij iets leert, is het wel dat je de wereld niet moet zien als strijdtoneel. We moeten ons dus niet wapenen tegen China als wereldmacht, maar we moeten voor onszelf weer scherp krijgen wat ons gegeven wordt.’ Mijn weerwoord luidt in de eerste plaats: sinds wanneer is het christendom vanuit de praktijk gesproken geen ‘voorstander’ van het strijdtoneel, en zeker niet waar christendom en kapitalisme hand in hand gaan alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. In de tweede plaats vraag ik me af wat hij bedoelt met ‘weer scherp krijgen wat ons gegeven wordt’.

Mijn vraag luidt: ‘wat kan ons gegeven worden?’ Wij zijn immers toch zelfstandige en rationeel afwegende individuen en burgers die zelf bepalen wat wij ons zelf geven? Let wel, ik maak wel onderscheid tussen de in onze cultuur bestaande tweesporenbeleid: ik maak onderscheid tussen burgers die eenzijdig rationeel denken en handelen en anderzijds burgers die intuïtief en op het gevoel afgaan en aanvoelen wat goed voor hen voelt. De laatste categorie is voor mij completer en menselijker dan de eerste. De eerste is ook dominant in China want daar wordt alles door de almachtige partij gedomineerd en daarom hoeven we nooit en te nimmer bang te zijn voor die ‘kolos’, die zoals de geschiedenis leert, altijd een kolos op lemen voeten en drijfzand is.

Zelfvertrouwen mag weer een plak krijgen op het Europese continent zoals ten tijde van de Gouden Eeuw, maar onze nieuwe Gouden Eeuw is zonder kolonialisme, op welke wijze dan ook. En daarmee superieur met ‘ons-zelf-bewustzijn’, dat alsnog ontwikkeld moet worden.

Advertisements