Tags

Zonder waarom (Margreet Vermeulen en Ianthe Sahadat, Interview met filosoof Welmoed Vlieger, Katern V/de Volkskrant, 8-2-19)

Filosoof Welmoed Vlieger ( 42 ) kreeg vat op het leven dankzij oude denkers. Hun grootste les? Leef vol overgave, zonder alles te bevragen. Zo krijgt een burn-out geen kans.

Welmoed Vlieger (1976, Denekamp) werkt als buitenpromovendus aan een onderzoek over innerlijkheid en politiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze studeerde godsdienstwetenschap en wijsbegeerte. Vlieger woont met haar gezin in Amsterdam en heeft twee kinderen van 8 en 15. Ze schrijft columns, geeft lezingen en organiseert filosofiedagen en -weekenden.

Stelling: Het toeval (dat niet bestaat, maar dat terzijde) wil dat dit onderstaande interview perfect past bij en aansluit op mijn blog van gisteren (https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2019/02/07/recht-en-rechtspraak-waarborg-tegen-oncontroleerbare-kunstmatige-intelligentie-fd-techindustrie-onbeperktemacht-imperia/ ) over algoritmen en KI/AI, aangezien deze thema’s waarmee de mens(heid) worstelt, in onderstaand interview, dat ik met een paar – maar wel fundamentele – kanttekeningen overneem, indirect worden beantwoord. Hier, in dit interview, worden namelijk thema’s zoals zingevingsvraagstukken belicht, waarmee iedereen en ook artsen (gisteren schreef ik over de raadsels van hersenen en hart voor specialisten die nog steeds niet begrijpen hoe die biologische mechanismen werken, want het zijn supercomplexen organen die toch maar tot leven worden geroepen en waarbij complicaties kunnen optreden, die ook voor hersen- en hartspecialisten voor raadsels stellen. De natuur is kortom veel bekwamer en genialer bezig dan wij mensen zelf zijn. na deze toelichting over naar de tekst:

‘Elk mens doorloopt een zoektocht om zichzelf te leren kennen en vat te krijgen op wat het leven is. Die route is voor ieder mens anders. Het probleem aan de basis van veel psychische klachten – ook bij een burn-out – is volgens filosoof Welmoed Vlieger (42) dat de meeste jonge mensen de zoektocht niet eens aangaan. Begrijpelijk, in een wereld waarin likes sneller te krijgen zijn dan een antwoord op je eigen waarom, maar weerbaar worden we er niet van.

Hier wordt een mooie samenvatting gegeven van datgene waarmee iedereen zich bezighoudt in het leven, namelijk de zoektocht naar jezelf en vat te krijgen op wat het leven is. Datgene wat ons bezighoudt, kun je ook benoemen als taak van ieder mens om dat raadsel of geheim te ontraadselen. En in tegenstelling tot wat Vlieger antwoordt, dat dit ontsluieren van dat raadsel onmogelijk is, stel ik zelf vast dat dit wel mogelijk is. Wat natuurlijk wel klopt in het citaat is dat ‘de meeste jonge mensen de zoektocht niet eens aangaan’, want te complex en ingewikkeld – zo voeg ik daaraan toe – en niemand die je daarbij helpt en dus stranden de pogingen daartoe al naar één enkele greep in een willekeurig boek over ingeving.

‘Alles moet tegenwoordig van buiten komen, observeert Vlieger, gezeten aan de houten keukentafel in haar appartement. Er gaat iets kalmerends uit van haar aanwezigheid. Ze is rustig, ingetogen. Formuleert voorzichtig, zoekt nauwkeurig naar woorden, alsof ze gaandeweg het gesprek tot inzichten komt.

Dat ‘alles van buiten moet komen’ is niet alleen een ervaringsfeit aangezien deze, onze, maatschappij daarop is uitgelopen of uitgedraaid, maar waarom waren de oude filosofen wel in staat om daarop meer grip te krijgen. Mijn aanzet om tot een antwoord te komen is dat we in de moderne wereld gewend zijn geraakt alle boeken- en internetwijsheid tot ons te nemen en nadenken daarover kan er nog wel vanaf, maar we accepteren dat het ‘externe’ gezag van buiten van doorslaggevende aard is geworden en hebben daarmee afgeleerd om de rijke bronnen van het innerlijk weten (‘intuïtief weten’) te benaderen, aangezien dat niet wetenschappelijk toetsbaar is.

Ze gebruikt oude woorden, van dode denkers: innerlijkheid, ziel. Niet verwonderlijk, voor een filosoof die na een flinke dwaaltocht haar eigen inspirator vond in een middeleeuwse mysticus, Meester Eckhart.

Dat soort schrijvers had ik gelukkig ook op mijn eindexamenlijst staan, toen die lijsten nog verplicht waren.

Om de kern van ons mens-zijn te illustreren, gebruikt Vlieger een beeld van een andere wijsgeer, Plato. Die beschrijft de menselijke ziel als een paardenspan. Op de bok zit een wagenmenner, het verstand. Met slechts één taak: de boel een beetje in het gareel houden. Want de twee paarden in het span verkiezen elk een eigen route. Het ene paard wil het leuk hebben, zoekt vertier, verstrooiing en genot, het andere zoekt zingeving, liefde, vriendschap en een goede manier van leven. De tweestrijd tussen die neigingen, tussen afleiding en stilstaan, korte termijn en diepe waarden, dát is volgens Vlieger het menselijk bestaan.

Prachtig uitgedrukt: het menselijk bestaan als leerervaring vanuit alles wat je meemaakt in het leven, dat neerkomt op een tweestrijd tussen verstand (als dominante factor in het leven) en gevoel (of emotie of intuïtief, dat er wat bijhangt), maar dat ‘samenspan’ behoort wel tot het kern-instrumentarium in ons leven waarmee we al onze vragen en problemen moeten zien op te lossen.

De mens hoort te worstelen, zegt u?

‘We zijn niet zomaar een persoon met een aantal eigenschappen die samen onze identiteit vormen. Uniek voor de mens is dat we samengestelde wezens zijn. De worsteling tussen onze twee kanten, de tegenstrijdigheid in ons wezen is door de eeuwen heen beschreven in de filosofie. De mens maakt voortdurend schijnbewegingen om maar niet de confrontatie met zichzelf aan te gaan.’

Prachtig verwoord wat het verschil is tussen mens en dier: ‘Uniek voor de mens is dat we samengestelde wezens zijn’, waarbij het aspect samengesteld natuurlijk slaat op het intuïtieve (waar het dierlijke instinct tegenover staat), en emotionele en creatieve in de zin en betekenis van scheppend vermogen, dat uniek kan worden genoemd, en dan verwijs ik naar het ‘ambacht’ van de kunstenaars, wetenschappers en schrijvers. Dat alles kent het dierenrijk niet. Om daaraan ook een essentieel verschil aan toe te voegen: de mens kan nadenken (en doet dat soms ook) over zijn klaarblijkelijke scheppingsproduct (zichzelf als object) en een dier heeft dat vermogen niet. Maar dat terzijde.

Maar of er sprake is van ‘tegenstrijdigheid in ons wezen’, is maar de vraag omdat die twee basisaspecten elkaar aanvullen en vervolmaken. Mijn eerste kanttekening luidt dus dat er geen sprake is van tegenstrijdigheid. We moeten dus nog gaan leren om die beide factoren met elkaar te laten samenwerken, waarvan de arts gedurende zijn opleiding ruimschoots heeft geleerd hoe allerlei menselijke organen met elkaar samen te werken zodat er geen onbalans ontstaat. Ziekten kunnen dus wat mij betreft worden afgeleid uit die gebrekkige samenwerking van lichaamsorganen, waarvan de gemiddelde mens niet eens meer bewust is dat er sprake is van een ingenieus samenspel. Deze huidige beschaving is technologisch vergevorderd, maar op andere vlakken bekrompen.

U schrijft over jonge mensen die de weg kwijt zijn. Wat bedoelt u daarmee?

‘Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie heeft eenderde van alle jongeren een mentale aandoening en worden het er alleen maar meer. Daarbij gaat het om depressie, verslaving, burn-out. Vooral het aandeel van jonge vrouwen is groot. Ik probeer te begrijpen wat er gebeurt en heb het vermoeden dat er vaak een zingevingsprobleem achter schuilgaat. De huidige tijd is best moeilijk om in op te groeien. Met de tirannie van de perfectie en de druk om leuk, mooi en geslaagd te zijn. Terwijl het juist de kunst is om te gaan met tegenstrijdigheden – aan alles zit een rafelrandje.

Het zal de lezer vermoedelijk nu wel duidelijk zijn geworden dat mentale aandoeningen, niets anders zijn dan uitingen van een eenzijdig rationeel zoeken naar antwoorden op levensvraagstukken (‘wie, wat, waarom ben ik in dit leven en waarheen leidt dat leven mij?’), maar tot mislukken gedoemd omdat de ratio die antwoorden niet in huis heeft en evenmin de medische professie, want dat komt slechts neer op techniek van opgebouwde inzichten en onderzoeken, maar met MRI-scans worden geen levensvraagstukken opgelost.

Vandaar dat algoritmen ook geen wondermiddelen of technieken kunnen worden genoemd, omdat ze alleen ingevoerde patronen kunnen herkennen, maar dat is ook alles (zie de aangehaalde link boven). Algoritmen vormen aldus geredeneerd geen enkel gevaar voor de samenleving – noch voor de medische beroepsuitoefening, noch voor de uitkeringsfraudes – aangezien het alleen om menselijke invoeringsfouten en slordigheden gaat. Algoritmen zijn slechts instrumenten die doen waartoe ze geprogrammeerd zijn.

Dat onderzoekster Vlieger ‘probeert te begrijpen wat er gebeurt en het vermoeden heeft dat er vaak een zingevingsprobleem achter schuilgaat’, is dus volkomen juist vanuit mijn perspectief benaderd, maar helaas blijft ze steken in ‘gokjes’ of platitudes , zoals ‘huidige tijd is best moeilijk om in op te groeien. Met de tirannie van de perfectie en de druk om leuk, mooi en geslaagd te zijn’, want ze slaat vanuit haar wetenschappelijke paradigma de emotie, het gevoel en belevingswereld over. Wie kan in deze wereld nog naar zijn lichaam luisteren en herkennen dat een burn-out betekent dat je je eigen fysieke en maatschappelijke balans bent kwijt geraakt doordat je eigen denken niet meer op orde is?

Deze maatschappij heeft nooit geleerd om de ratio en de gevoelsbeleving van de mens te laten samenwerken, en daardoor ontstaat geen ruimte tot vorming van die balans. Daar kunnen kortom algoritmen ook niets aan (ver)helpen of te verbeteren, want zo zijn ze niet geprogrammeerd. Falende instructies van de programmeurs, die niet beseffen dat het leven uit meer bestaat dan alleen informatica en informatiestromen.

Daarom zal KI ons nooit kunnen overvleugelen omdat KI geen band of interesse heeft voor de gevoelswereld en intuïtief, scheppend vermogen. ‘Scheppend denken’, wat is dat?, vraagt het algoritme zich vertwijfeld af! Ik hoop dat op deze manier uitgelegd duidelijk is geworden dat de angst van de mensheid overheerst te worden door KI niet alleen onzinnig is, maar ook dat ons westerse denken is ontspoord: alleen het verstand of de ratio telt nog en verder alleen winstmaximalisatie. Weg alle reële beschavingsnormen. Waar zijn we mee bezig. En dan nog verbaasd staan dat er zoveel klimaatveranderingen ontstaan! De natuur roept onze beschaving tot de orde, wereldwijd.

‘Ik ben voorzichtig, ik zeg niet dat het dé oorzaak is, maar in gesprekken met jongeren merk ik vaak dat ze een existentiële leegte ervaren.’

Na dit betoog kan mag het geen verbazing wekken dat de jeugd die existentiële leegte ervaren, want volwassenen ervaren dat evengoed. Laten we dus leren luisteren naar ons gevoel want dat kostbare kleinood wordt alleen nog geëxploiteerd in de emo-industrie.

Wat is dat?

‘Gevoelens van doelloosheid. Zinloosheid. En daaronder: angst. De Deense denker Kierkegaard weet dat als geen ander te verwoorden. Hij laat zien hoe mensen kunnen vastlopen in angst en vertwijfeling. Vooral in tijden van tegenslag, verlies en rouw. Op dat soort momenten doemen existentiële vragen op: waarom overkomt mij dit, hoe moet ik hiermee omgaan? De verbanden van kerk en gemeenschap zijn weg en we zijn teruggeworpen op onszelf, als het gaat om dit soort levensvragen.

Nogmaals, als het ieder mens lukt – en dat kán – om verstand en gevoel met elkaar in evenwicht te brengen en te leren overdenken welke spannende vraagstukken die samenwerking oplevert, dan worden de onopgeloste basisvragen vanzelf wel opgelost. Waarom? Omdat het gevoel altijd aangeeft dat je verstandelijk overbelast bent geraakt door alle alternatieve keuzen in consumptie, groepsgedrag en automatismen – door de maatschappij opgedrongen – waarmee dit leven wordt doodgegooid. En niet alleen het verstand dat overbelast is geraakt, maar gelijktijdig dat het gevoel een stiefmoederlijke rol kreeg toebedeeld. Dat is ónze eenzijdigheid in ons leven en dus een ‘armoedige’ levensstijl.

Samengevat: mensen die te kampen hebben met ‘gevoelens van doelloosheid en zinloosheid’, die genereren automatisch: angst. Zo werkt ons lichaam (nu eenmaal), maar zo wordt het in de studie psychiatrie en psychologie ons niet aangeleerd..

‘Ik merk dat jongeren meer en meer naar buiten gericht zijn. Dat maakt dat je je minder verhoudt tot je binnenwereld, waarin tegenstrijdigheden woekeren. Innerlijkheid is voor mij een belangrijk onderwerp. Dat woord dreigt helemaal te verdwijnen in deze tijd, net als het woord ziel.’

In plaats van ‘meer en meer naar buiten gericht’, moet het dus worden:’ meer en meer naar buiten én naar binnen gericht, totdat het evenwicht of de balans gevonden is! Dan gebeuren er geen ongelukken.

Wat bedoelt u met innerlijkheid?

‘Het landschap in jezelf met angsten, leegte en kanten die je niet kent: hoe verhoud je je tot jezelf en tot de wereld? Innerlijkheid raakt aan termen als ziel en geweten. Een beetje ouderwetse woorden, met een lange geschiedenis. Grote denkers hebben ze gebruikt.

Wij hebben, zoals hier mooi omschreven wordt, ziel en geweten (schrik niet!) verwaarloosd. Lang leve alle ontkenners van ‘onze ziel en ons geweten’ (én klimaatproblemen natuurlijk!). weg met de technocraten van deze wereld.

‘Ik denk dat het belangrijk is dat je probeert die binnenwereld te leren kennen.

Dat je niet voortdurend op zoek blijft naar afleiding, maar dat je alleen kunt zijn. Om in tijden van tegenslag – die iedereen meemaakt – op jezelf te kunnen terugvallen. Als je je eigenwaarde afhankelijk maakt van de buitenwereld, ben je afhankelijk van het toeval en het grillige lot – en ja, dan kan alles makkelijk instorten. Als je eigenwaarde van binnenuit komt, heb je een dragende grond.’

Natuurlijk wordt – en ís – het belangrijk dat ieder probeert die binnenwereld te leren kennen, al zal dat in de meeste gevallen veel moeite kosten omdat het nooit is geprobeerd – in algemene zin gesproken dan.

Kunnen jonge mensen niet alleen zijn?

‘Alleen zijn is beangstigend. Omdat het diepe vragen oproept. Toen ik lesgaf aan studenten, hoorde ik telkens: ik weet niet wat ik met mezelf moet. Terwijl juist dát zo belangrijk is.

Dat laatste zinnetje ‘Terwijl juist dát zo belangrijk is’, is een koude douche voor diegenen die al langere tijden worstelen met het vraagstuk ‘ik weet niet wat ik met mezelf (aan)moet’. Het is de grote maatschappelijke leemte én afwezigheid van begrip dat mensen en vooral jongeren hiermee kunnen worstelen. Maar ook ouders hebben er problemen mee, omdat ze binnen deze beschaving niet met dat soort existentiële vragen zijn opgevoed. En daarmee is de cirkel gesloten.

‘Die angst, daar moeten we niet vanaf. Daar moeten we doorheen, je moet de dialoog aangaan met jezelf, om vertrouwen te krijgen in het bestaan. Want dat bestaan is een volstrekt oncontroleerbaar iets. Dat proberen we voortdurend onder controle te krijgen. Althans, we denken dat te kunnen, maar dat kán niet. Een uitspraak als ‘het gaat goed met mij’ staat daar model voor. Alsof je kunt zeggen: het is klaar, ik heb het voor elkaar.

Deze alinea levert mijn belangrijkste kanttekening op, want hier verraadt de auteur zelf dat ze niets beters weet te verzinnen dan ‘vertrouwen te krijgen in het bestaan’. Iemand die daarmee worstelt kent het dilemma maar al te goed: je bent gevangen in een slangenkuil, waaruit je jezelf niet op eigen kracht kunt ontworstelen. Je bouwt niet zomaar zelfvertrouwen op, want dat is als het goed is aangeleerd in je opvoeding. Maar vaak lukt dat niet, als je ouders niets van je begrijpen, geen grip op je krijgen. Dus doen alsof het de gemakkelijkste zaak van de wereld is, is het grootste misverstand dat er bestaat, want geenszins het geval. En ik word nu wat saai want ik herhaal mezelf: geen algoritme die hiervoor een oplossing kan verzinnen, want verzinnen is creatief denken, haha. En dat heeft KI niet in huis.

Het heeft te maken met zelfvertrouwen en zelfbewustzijn, dat in de jeugd moet worden opgebouwd, maar gelet op het aantal ontspoorde kinderen is het met die opvoeding droef gesteld. Dus, voor de meeste ‘worstelaars’ geldt dat voordat je dat hébt opgebouwd, er al een heel leven is gepasseerd aan moeizame levenservaringen.

‘Dat is een verkrampte manier om met het leven om te gaan. Omdat heel veel onzeker is. We moeten ons verhouden tot die onzekerheid.’

Ook te gemakkelijk vastgesteld, dat het een ‘verkrampte manier van leven’ is, want ooit gehoord van psychiaters en psychologen die daarin wel succesvol zijn?

We werken steeds meer met ons hoofd. Denkt u dat we daarom massaal aan mentale uitputting lijden?

‘Nee. Het zijn vragen als: kan ik dit wel, wil ik dit wel of doe ik dit omdat anderen het van me verwachten? Dáár worden mensen moe van. Dat vraagt om zelfonderzoek: eerlijk jezelf onder ogen zien. Dat los je niet op met een weekendje Parijs.

Hier staat wederom het ‘nee’ van de geïnterviewde tegenover mijn ‘ja’, want ik heb hierboven niets anders gedaan dan uit te leggen dat het inderdaad mentale uitputting is. En de zinsnede ‘vragen als: kan ik dit wel, wil ik dit wel of doe ik dit omdat anderen het van me verwachten? Dáár worden mensen moe van’, is wel juist, maar het gevolg van mentale uitputting omdat je denkpatroon niet ontwikkeld genoeg – dat wil zeggen – volwassen is geworden. Je ‘samenwerkend denken’ tussen verstand en gevoel is nog onontgonnen gebied. Er is nog geen balans ontstaan. En dus dwingt je fysiek om door te blijven gaan tot je echt contact met je hart hebt gevonden, want daarin woont je intuïtief en emotie.

Zonder samenwerking tussen verstand (hoofd) en gevoel (hart) wordt geen mens gelukkig. Ook dat had een algoritme nooit kunnen vermoeden en dus opsporen, want dit laatste werkwoord komt in het geheugen van de patiënt (en medisch dossier!) niet voor.

‘En, dat vind ik belangrijk om te benadrukken, het is geen navelstaarderij. Want door jezelf te leren kennen – ook je donkere kanten – kan er ook ruimte voor anderen ontstaan. Je kunt je makkelijker verhouden tot anderen, hen accepteren zoals ze zijn.

Als er eerst maar persoonlijke balans is ontstaan!

‘Ik zie vaak jonge vrouwen op sociale media die letterlijk om likes en hartjes vragen, als ze in de put zitten. Dat vind ik echt zorgelijk. Er is geen weerbaarheid. Het maakt je enorm vatbaar voor teleurstelling en afwijzing van buitenaf. Die moet je dan weer compenseren met bevestiging van buitenaf.’

Ook hier is de reactie of weerwoord gemakkelijk te geven: er is geen (mentale) weerbaarheid omdat de opvoeding eenzijdig op status en economische weerbaarheid en dus harde overlevingsstrijd is gebaseerd en dat drukt het gevoel vólledig weg. Wij leven in een uiterst eenzijdig georiënteerde samenleving, want we zijn alleen nog maar een verstandelijk masker geworden, in plaats van uitgebalanceerde persoonlijkheden. Ook geen ingrediënt binnen de wereld van KI.
We hebben het tame
lijk goed voor elkaar, zijn welvarend en volgens enquêtes ook gelukkig.

‘Als je zeven dagen per week op het land ploetert, is het leven vanzelfsprekend zwaar. Mensen werden vroeger meer beproefd, er was meer dood, verlies, honger. Dat doet iets met je als mens, het bepaalt je.

Ook onzinnig om te beweren dat mensen ‘vroeger meer beproefd, er was meer dood, verlies, honger’; alsof die factoren nu zijn uitgebannen…

‘Ik denk dat welvaart ons ook minder weerbaar heeft gemaakt. Een afwijzing komt snel aan als een mokerslag. Van vrienden, op ons werk. We maken ons gauw zorgen, denken: het gaat niet goed met me, wat nu? We zijn niet gewend aan tegenslag. We willen controle, preventie. Alles bedwingen. Wat niet perfect is, moet opgelost. Voelen we leegte of angst? Daar moeten we vanaf.

Nogmaals, wij zijn niet minder weerbaar, maar extreem economisch weerbaar geworden ten dienste van consumentenbelangen. Maar materiële welvaart heeft niets met geestelijke rijkdom en persoonlijke of karakterologische weerbaarheid te maken. alle overige aspecten in deze passage zijn evenzeer onjuist omdat al die angsten zijn ontstaan uit een verkeerde opvoeding die de kern van het leven op aarde geheel mist.

‘Het rafelige, het lelijke, het angstige: we moffelen het weg. Ook de dood. Het moet allemaal uit het zicht en dat maakt ons juist kwetsbaar. Want dood, ziekte en verlies van dierbaren blijven bestaan. Omgaan met zulke ervaringen wordt lastig als je een wereld creëert waarin die zaken afwezig lijken te zijn.’

Hier worden de juiste verschijnselen gesignaleerd, zonder aan te geven waarom we ons machteloos voelen: we hebben nooit geleerd om keuzes te maken. Alles wat op ons afgestormd komt, moet worden afgewogen wat zinvol is en wat niet. En daaraan schort het in onze maatschappij, zowel aan opvoedingskant als tijdens onze scholingstijd. Ook hier heeft KI geen antwoord op.

Mensen krijgen een burn-out omdat ze niet weerbaar genoeg zijn?

‘Ik vermoed dat angst ten grondslag ligt aan een burn-out. Angst kan veel weerstand oproepen, we willen er niet aan. Terwijl angst wezenlijk is, hij hoort bij de mens, we moeten daar iets mee. Daarvoor is reflectie nodig. Doe je daar niet aan, dan duikt hij op de meest onmogelijke momenten op. En dat beangstigt nog meer, benadrukt nog meer het oncontroleerbare.

Het ‘hoort bij de mens, we moeten daar iets mee’, maar dat is pas mogelijk als we weten wat we willen. Daar schort het aan want we worden opgevoed met de overtuiging dat we in alles het beste willen zijn of worden en dat is een mission impossible. Keuzes maken, dat is het probleem als je daarin niet getraind bent of op z’n minst ‘jezelf hebt geoefend’. Maar dan de heeft van alle verlokkingen kun je wegstrepen. Dan wordt de keuzeoptie tenminste afdoende beperkt. En heb je het leven beter in de hand. Alleen op die manier bereik je een volwassen staat van denken.

‘Ik denk dat we onderscheid moeten maken tussen psychische en geestelijke klachten. Die laatste zijn heel menselijke, existentiële problemen waar iedereen tegenaan loopt. Het is de vraag of je daarvoor bij een psycholoog aan het juiste adres bent.

Wonderlijk dat hier dit onderscheid wordt gemaakt want volgens mij vallen beide soorten klachten samen. Ze ontstaan volgens mij in het eigen hart (want emotionele keuzes met wie ik omga (en met wie niet), en dat antwoord vanuit het hart moet dan worden doorgestuurd naar je eigen hersenen om een keuze te kunnen opmaken. Want met vrienden vallen keuzen te maken, maar niet met de gezins- of familiesamenstelling.

‘Filosofen spreken van een dialoog: je kunt pas tot zelfinzicht komen in contact met iets anders. Vroeger kon dat God zijn. We verlangen naar een kritische vriend, een sparringpartner. Die behoefte vervullen we nu vaak door naar een psycholoog te gaan.’

Wat hier God genoemd wordt, benoem ik als het hart, je eigen hartsbewustzijn. Maar dat begrip is natuurlijk onbekend aangezien te doorgeschoten zijn in onze rationele wijze van denken, waar geen gevoel of intuïtief aan te pas komt. Daarom hebben de tv-producten ook emo-producties uitgevonden om dat wezenlijke maar ondergeschoven of onderbelicht onderdeel van het leven te kunnen benadrukken – lees: te exploiteren – , want in de zakelijke concurrerende wereld onbekend.

Wat is het alternatief, denkt u?

‘Jonge mensen hebben ruimte en aanmoediging nodig om op zoek te gaan naar bronnen die hen innerlijk voeden. Wat raakt je, wat inspireert je, waaraan trek je je op? Bronnen komen in allerlei gedaanten: in muziek, poëzie, literatuur, kunst, religie, het krijgen van kinderen. Als het de innerlijke dialoog maar op gang brengt. Alleen op die manier kun je je eigen angsten en onzekerheden aanschouwen.

Dat die bronnen van expressie’ in allerlei gedaanten: in muziek, poëzie, literatuur, kunst, religie, het krijgen van kinderen’ worden opgesomd, is nuttig, maar helaas zijn die vormen ook alleen zelfredzaam als ze commercieel kunnen worden uitgebuit. Waarmee ik maar de leegte van deze maatschappij voor de jongere generaties wil benadrukken. En nogmaals kunnen de technische vorderingen ons hierin geen moment van dienst zijn, aangezien de algoritmen even machteloos zijn als de mens zelf.

‘Bovendien, en dat is minstens zo belangrijk: die bronnen maken dat je jezelf kunt zien als deel van iets groters. Die laten je zien dat je niet alleen staat in de wereld. Mooie teksten of kunst kunnen zo veel zin geven. Je laten beseffen dat je een bepaalde rol hebt, een verantwoordelijkheid.’

Weer dat commerciële belang dat je een ‘bepaalde rol hebt, een verantwoordelijkheid’, hebt te dragen. Dat de geïnterviewde zelf niet in de gaten heeft hoe gevangen zij zelf is in deze maatschappelijke context is verbazingwekkend.

Hoe ging dat bij u, het vinden van een bron?

‘Ik heb een moeizame middelbareschooltijd gehad. De stof raakte me niet, ik sleepte me door de dagen. Ik had moeite met het schoolsysteem, verzette me ertegen, was een opstandige puber. Ik voelde me verdwaald, angstig, wist niet wat ik moest.

Hieruit kan worden afgeleid dat de geïnterviewde hetzelfde traject als de anderen heeft afgelegd en er zelf wel een uitweg in heeft gevonden. Maar het blijkt niet uit haar antwoorden helaas.

‘Het zijn bepaalde docenten geweest die me richting gaven, die zeiden: lees dit eens, of dat. Zo kwam ik Meester Eckhart tegen, een filosoof uit de 13de, 14de eeuw. Wat hij beschreef, herkende ik. Ik voelde: ik sta niet alleen, maar in een traditie van denkers die op eenzelfde manier naar de wereld kijken.’

En welke manier van kijken is dat?

‘Hij spreekt over leven vanuit je eigen bestaansgrond, zonder waarom. Ik leef omdat ik leef, omdat ik niet anders kan, vol overgave. Ik geef lezingen over dat thema en die uitspraak, ‘leven zonder waarom’, trekt veel mensen aan. Juist omdat zij continu vol vragen zijn: waarom dit, waarom dat? Mensen verlangen naar een leven waarin ze niet continu het nut van alles bevragen. Rust vinden in wat er is. Het zijnde laten zijn, zegt Heidegger. Niet voortdurend de controle willen hebben. Want precies dát is vermoeiend en geeft onrust, stress en druk.’

Laatste kanttekening: ‘die uitspraak, ‘leven zonder waarom’, trekt veel mensen aan. Juist omdat zij continu vol vragen zijn: waarom dit, waarom dat? Mensen verlangen naar een leven waarin ze niet continu het nut van alles bevragen.’ Hieruit zou makkelijk de indruk kunnen ontstaan dat het zinloos is om ‘continu het nut van alles te bevragen’. Dit klinkt ook absoluut: ‘onderzoek alles’, maar er staat ook ergens beschreven ‘maar behoud alleen het goede’ (waarvoor je wenst te kiezen), en kies kortom niet voor alles wat op je levenspad komt. Dat is onbegonnen werk. Stap(je) voor stap(je) levert de juiste ontwikkelingsweg op waarvan je plezier zult kunnen beleven!

Wat is die ‘grond’ voor u?

‘Het zijn vooral religieuze auteurs die mij raken, zoals Kierkegaard en Dostojevski. Me opgenomen weten in iets groters, de ervaring dat het leven in de grond zin heeft. Er zijn mensen vóór ons geweest en er komen mensen na ons voor wie wij verantwoordelijkheid dragen. Dat besef maakt je los van narcisme, van bezig zijn met je eigen leventje. Het geeft zin en betekenis aan je bestaan.’
Ondanks alle geuite kritiek in mijn commentaar is dit een mooie uitspraak.

Bent u daarmee beschermd tegen een burn-out?

‘Dat weet je nooit. Ik werk hard, heel hard. Ik heb twee kinderen. Mijn promotie staat centraal, maar ik doe ook columns, lezingen, weekenden. Ik ben gelukkig met wat ik doe. Maar je hoort vaak: plotseling kon ik helemaal niets meer. Het komt bij iedereen onverwachts.

Het komt alleen onverwacht bij die mensen die niet naar hun lichaamssignalen hebben geleerd te luisteren en daarom ten ondergaan aan stress en spanningen, resulterend in een burn-out ofwel een normaal uitgeput gevoel omdat je blijft piekeren als je geen geordend denksysteem hebt opgebouwd. Want daar komt het altijd op neer: je hersenen kunnen niet verklaren waarom je ziek bent geworden. Omdat je niet naar je weerspannige (Stop! Stop! Stop!) gevoel hebt geluisterd; de – ‘je’ – natuur grijpt dus altijd in.

‘Ik ervaar weinig stress, gek genoeg. Ik ben veel alleen. Dat vind ik fijn, heb ik ontdekt. Maar dan nog. Er is geen enkele garantie in het leven.’

De mens is niet gebouwd om zonder stilte te leven. En dat betekent dus dat iedereen stilte in zijn/haar leven moet inbouwen als dat niet spontaan gebeurt. Maar helaas wordt ons alleen gekeerd dat je steeds sociaal moet zijn en dat gebeurt dan in zulke overdreven mate dat de dood erop volgt. Maar als de geïnterviewde beweert dat er geen enkele garantie in het leven bestaat, heeft ze ook ongelijk: Er bestaat wel degelijk ‘garantie op leven’ want dat zit in ons DNA. Maar een ‘kort’ leven betekent voor het overgrote deel van de mensheid dat het leven ‘zinloos’ is geweest, maar wie garandeert ons dat de ziel er ook zo over denkt? Ik ben ervan overtuigd dat de ziel een eigen denkvermogen heeft, namelijk dat van de schepper zelf en die weet wel beter. En Welgemoed Vlieger had dat kunnen weten met de door haar bestudeerde mystici zoals Eckhart, die ik op school ook las.

En dus aangezien diezelfde ziel eeuwig is en oneindig blijft leven weet je eigen ziel (als deeltje van de universele ziel) dat het fysiek doorgebrachte leven zó eenzijdig was, dat de ziel besloot in te grijpen, zoals het bij BDE-verschijnselen gebruikelijk is: laten zien dat het leven doorgaat zodat de angst om te overlijden wegvalt. De ziel kan niet sterven, maar de mens moet nog leren dat het leven na dit leven een vervolg elders zal krijgen.

En ook op dat gebied faalt onze opvoeding: de kerken leren de verkeerde kernbegrippen (leerstellingen) van het leven, want ze weten niet beter. Daarom sterven de kerken nu ook langzaam maar zeker af. En wat andere bloeiende ‘concurrenten’ zoals de islam betreft, dei valt ook af vanwege het ijzeren zwaard dat in te veel landen gehanteerd wordt en dat tegen de scheppingswetten ingaat. Dus het hele Arabische schiereiland zal ooit verdwijnen.

[De vader van Welmoed Vlieger was dominee. Ze is de jongste van vier kinderen en verhuisde veel in haar jeugd. ‘Ik ben niet kerkelijk dogmatisch opgevoed. Wel hebben mijn ouders me bronnen aangereikt. Maar dat behoedt je dus niet voor een crisis, het komt erop aan je eigen bronnen te vinden. Daar gaat het om: ontdekken wat jou inspireert. Dat is een enorme zoektocht.’]

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/561/articles/852229/48/1

Advertisements