Tags

‘De Kamer lijkt meer op het volk dan ze wil toegeven’ (Lex Oomkes, Katern de Verdieping/Trouw, 4-1-19)

DEBAT | Grof taalgebruik, incidentenpolitiek: de onvrede over het functioneren van de Tweede Kamer groeit. Een commissie komt dit voorjaar met aanbevelingen om dat te verbeteren. Politiek veteraan Wim Deetman blikt daarop vooruit.

Voorzitter Khadija Arib roept de collega-Kamerleden met enige regelmaat op tot bezinning. Haar boodschap: houd de wapens van het parlement scherp. Vraag dus niet over ieder wissewasje een debat aan, roep niet aan de lopende band het kabinet tot de orde.

Arib heeft gelijk want het gemiddelde Kamerdebat is niet meer om aan te horen. Maar zoals geen enkele volksvertegenwoordiger nog een idee heeft hoe een versplinterd parlement beter kan gaan functioneren, zo heeft Arib dat ook niet. In feite bestaat er geen oplossing aangezien dit parlement – in steeds aangepaste vorm, vanwege de vaak gewijzigde Reglement van Orde van de Tweede Kamer – geen antwoord heeft op de veranderingen in de tijd die de debatten hebben ondergaan.

Maar mijn conclusie is dat het bestel van de parlementaire democratie een logisch 19e -eeuws emancipatorische instelling was, maar nu in de 21e eeuw niet meer voldoet aan de eisen van deze tijd. Het zal dus naar mijn inschatting snel en wel binnen tien jaar veranderen in een directe democratie, maar niet zoals we al ervaring hebben opgedaan met referenda, maar in een structurele vorm van directe democratie waarin we de besluitvormende macht aan de kiezers zelf geven.

Dat is mogelijk zoals ik regelmatig op deze plaats heb uitgelegd (zie categorie: directedemocratie). Hieronder zal ik een aantal (losse) citaten weergeven waaruit blijkt dat Deetman, als oud-Kamervoorzitter, teveel vastzit aan zijn herinneringen van oude werkwijze van de Kamer, zodat hij vastgeklonken blijft aan dat oude bestel, dat dus geen oplossingen kan bieden.

Debatten worden aangevraagd met de gedachte dat elk incident of schandaal in dit land alleen maar kan worden beheerst als de Kamer in de late uurtjes van een doordeweekse dag, zonder dat er nog iemand belangstelling voor heeft, er even snel over discussieert.

Hier staat erg bondig en puntig geformuleerd waarom de debatten niet voldoen aan de norm die je aan het parlement mag toedelen; er hoort immers de norm te bestaan dat het parlement als medewetgever visie en samenhangend beleid maakt maar daarvan is geen sprake als er alleen incidentenpolitiek wordt bedreven. Daarom is het eerder spektakelpolitiek en een politiek circus geworden dan een waar parlement. Alleen kan dit ‘scenario’ niet als tv-serie worden opgevoerd omdat dan het publiek onmiddellijk wegzapt.

De onvrede over het functioneren van de Kamer groeit. En niet alleen bij waarnemers van het politieke bedrijf. Ook Kamerleden zelf krijgen meer en meer een ongemakkelijk gevoel bij al die verontwaardiging en incidentenpolitiek.

Uiteindelijk is een Kamerlid tegenwoordig meer bezig met het reageren op die incidenten dan met het eigenlijke werk van een volksvertegenwoordiger: het controleren van het regeringsbeleid en het medewetgeven.

De lezer zal zich afvragen waaruit de ‘verontwaardiging’ dan blijkt. Welnu, het antwoord luidt dat eens geluisterd moet worden naar woordvoerders van SP en PvdD die zich bijkans verslikken in hun emotionele toonzetting over de oude politiek, die dagelijks aangehoord moet worden. Waar betrokken Kamerleden zich emotioneel uiten over onrecht in de wereld (slachtpartijen in Syrië) en de gasbevingen in Groningen), zijn de betrokken Kamerleden, van de SP een ervaren Kamerlid en van de PvdD een nieuweling, maar beide vrouwen, logisch om op de emotionele toer te gaan, maar zij vergeten dat andere Kamerleden dat als onzakelijk en dus niet professioneel ter zijde schuiven, waardoor er eindeloos in die dossiers nieuwe 30-ledendebatten worden aangevraagd. Zinloos geheel.

CDA’er Wim Deetman was Kamervoorzitter in de jaren van de paarse kabinetten-Kok. Hij maakte van nabij mee dat het parlement stilaan veranderde van een politiek orgaan op stand tot een plek waar diepe politieke tegenstellingen het werk bepalen. Deetman is ervan overtuigd dat veranderingen in de spelregels de Kamer effectiever kunnen maken, maar dat de diepe tegenstellingen daarmee niet zullen worden verkleind. Desgevraagd wil hij zijn licht laten schijnen over het door Van der Staaij en de zijnen te verrichten werk, maar stelt nadrukkelijk: zijn commentaar mag op geen enkele wijze worden uitgelegd als een recensie van het werk van de huidige Kamervoorzitter. Deetman: “Zij doet het goed”.

Dit zijn technocratische antwoorden van oud-voorzitter Deetman, omdat ook hij vastzit en verklonken is aan het huidige bestel.

1. De verandering van de spelregels kunnen niet effectiever worden gemaakt, omdat de versplintering van de Kamer door het aantal kleine fracties geen ruimte meer heeft om tot nuanceringen en een logisch opgebouwd betoog te komen. Het moet namelijk erg bondig worden gecomprimeerd omdat je anders het aantal aangemelde sprekers niet kunt inpassen in de overzette vergaderschema van de Kamer. Het aloude adagium ‘in de beperking – van woorden – toont zich de meester’, is geheel verloren gegaan.

2. Die ‘diepe tegenstellingen’ hebben altijd bij de politiek gehoord en geen wonder aangezien er vanuit verschillende ideologieën wordt gewerkt en dat hoort dus bij het vak. Het parlement wordt gekenmerkt als woordvormend beleidsschepping en dat is geen natuurkundig of fysiek begrip, maar een ideeënstrijd waarin een eindeloos aantal variaties van een politiek kleur passen. Dat kan dus niet retorisch worden opgelost, maar via geschriften en om met de huidige trend: via internet.

De eindeloze teksten worden door niemand buiten het parlement gehoord of gevolgd (behalve de ‘framemakers’, voorlichters en de persorganen). Kortom, die diepe tegenstellingen zijn een structureel gegeven en kunnen niet op toverslag worden opgeheven binnen dit bestaande bestel. Wel als je van dit bestel afstapt en de kiezers zelf de politieke macht toebedeelt in een volwaardige directe democratie, waarbij politiek bewuste burgers zich moeten aanmelden, zodat je precies weet wie voldoende geïnformeerd is. De niet-geïnformeerde of niet-geïnteresseerden melden zich niet aan. Dat maakt de directe democratie veel geschikter om een brug te slaan tussen kiezer/burger en het landsbestuur, dat ook vanuit de Derde digitale Kamer wordt verkozen.

3. En wat Arib als huidige voorzitter betreft, ben ik het met Deetman wel eens, namelijk dat zij het voortreffelijk doet. Als geen ander kan zij als geroutineerde en wijze vrouw de moderne samenstelling van de Kamer in de hand houden, ook al overtreden de Kamerleden zelf dagelijks de spelregels om minuten te overschrijden die waren afgesproken, en wat dat betreft kan er dus worden opgemerkt dat er onprofessioneel wordt opgetreden door die ‘overtreders’, want dat persmomentje wordt dan mooi meegenomen. Kinderachtig is het wel en het toont een totaal gebrek aan mentale discipline dat spiegelbeeldig is aan de maatschappij zelf. Zo zet de Kamer zich zelf schaakmat en daalt het gezag van de Kamer tot diep onder het nulpunt. En nogmaals, van al dat ‘gerommel’ in de marge zoals ik het Kamerwerk typeer, zijn we pas verlost met een nieuw bestel. Het huidige bestel is slechts dweilen met de kraan open.

Hij zal dan ook niet klagen over de versplintering die zich voordoet in de Kamer. “We wilden de afstand tot de kiezer kleiner maken. Dit is dan het gevolg en het is geen dramatisch gevolg. Kijk naar de gemeenteraden. Als je alle onafhankelijke raadsleden bij elkaar zet, zijn ze gezamenlijk de grootsten. Kijk ik te veel naar representativiteit en te weinig naar de bestuurbaarheid van het land? Zou kunnen. Maar in een democratische rechtsstaat gaat het daar in zekere zin toch ook om, het verkrijgen van een zo goed mogelijke representativiteit?

Efficiëntie kan geen argument zijn. Ik ben ook bestuurder geweest, het is ingewikkeld en qua tijdsbesteding minder efficiënt, maar je wordt hoe dan ook wel gedwongen te luisteren naar gevoelens en opvattingen die bij burgers leven.

Voor de houdbaarheid van de democratische rechtsstaat is het essentieel dat je de band met de kiezers warm houdt. Dat zou dan allereerst in het parlement zichtbaar dienen te worden. Daar tref je de volksvertegenwoordigers aan.”

Het feit dat Deetman niet zal klagen over de verspintering van de Kamer is naar mijn overtuiging het grootste misverstand dat zich in dit interview openbaart en daarmee verschillen we fundamenteel van mening. Democratisch gesproken is versplintering geen probleem, maar technisch en organisatiekundig is het niet meer te behappen. Dit bestel waarin parlementariërs onschendbaar zijn en dus alles kunnen roeptoeteren wat ze willen, heeft niets meer met zuivere retorica te maken en daarmee wordt het gezag van de Kamer ondergraven. Ook de ‘afstand tot de kiezer die kleiner moet worden’ is een slag in de lucht, want ieder zijn eigen functie en specialisme. De maatschappij is te complex geworden om het beleid met 150 Kamerleden af te kunnen doen en ook daarom is dit bestel niet meer van deze tijd.

Grappig is wel dat Deetman zelf het raadsgebeuren aankaart met onafhankelijke raadsleden, die als ze bij elkaar geworden gezet ze ‘gezamenlijk de grootsten’ worden, precies de kern van mijn model van digitale directe democratie vormt. Daarin zijn wij het dus met elkaar eens. En moet kortom anders – ‘out of the box’ – tegen de democratie worden aangekeken. Het gaat mijns inziens niet meer om ‘een zo goed mogelijke representativiteit’? Oud denken en volledig achterhaald.

https://www.trouw.nl/democratie/oud-kamervoorzitter-deetman-minister-verdedig-eu-compromis-als-eigen-besluit-~ad6aae83/

Advertisements