Tags

Shell hoort niet aan de klimaattafel (Lammert van Raan, Tweede Kamerlid Partij voor de Dieren, opinie/Trouw, 27-12-18)

‘Met fossiele tegenkrachten valt, net als bij de Klimaatwet, uiteraard geen goed akkoord te sluiten. Het Nederlandse klimaatbeleid zit klem in de wurggreep van Shell en fossiele politici, nu ook gefaciliteerd door het politieke midden.

Polderen met meestribbelaars heeft, zoals verwacht, geen resultaat opgeleverd. De keuze voor het poldermodel was van begin af aan de verkeerde. Vervuilende factoren komen tijdens het klimaattafelen keer op keer weg met valse argumenten als ‘eerlijk speelveld’ en ‘business as usual’. Met zoveel onwil aan tafel zit er uiteraard een groot verschil tussen wat mogelijk is in de polder en wat nodig is voor het klimaat. Niet de milieuorganisaties, maar Shell, LTO en VNO-NCW moeten van tafel. Ze horen wel wat toekomstige generaties van hen vragen.’

Een tweetal boeiende openingszinnen van de Partij voor de Dieren (PvdD), die in beginsel wel logisch klinken, maar of ze ook (wezenlijke) werkelijkheidswaarde in zich dragen valt te betwijfelen. Aan de ene kant horen de fossiele industrietakken en hun belangenorganisaties vanuit democratisch oogpunt aan tafel te zitten, maar aan de andere kant is die zakelijk-financiële macht en kracht zo groot, dat idealisten aan tafel gemakkelijk weggevaagd worden.

En dan komt er nog een tweede obstakel bij om de hoek kijken, te weten dat het besluitvormingsproces in de Tweede Kamer (en de senaat in laatste instantie) zodanig dichtgetimmerd is met zijn meerderheidsregels, dat daar dus niet tussen te komen valt, zoals ook nu na een jaar van de intrede van Forum voor Democratie is gebleken (en dus ook heeft laten zien) in het EU-debat. Binnenkomend met de intentie om ons land uit de EU te laten vertrekken, heeft de partij geen rekening gehouden met het bestaande bestel waarin de EU al structureel gevestigd was en die zich niet door nieuwkomers laat wegblazen.

We zien hier dus een schoolvoorbeeld van een structurele inschattingsfout van nieuwkomers in de Kamer (in het algemeen gesproken). Alleen D66, SP en PVV hebben het volgehouden, maar vraag niet hoe en met welke inspanningen en aanpassingen.

Niets tegen vaste procedures (zoals het Reglement van Orde van de TK), want die staan garant voor een ordelijk en effectief verloop van het debat en besluitvorming (en daarin is ons land bij wijze van spreken wereldkampioen), maar nieuwkomers hebben daarin weinig te zoeken en zeker niet op de korte termijn. Weliswaar is de PvdD na binnenkomst in de Kamer redelijk doorgegroeid, maar de fractie zit nu wel met de beperkingen van de bestaande regels in de Tweede Kamer én de democratisch besloten klimaattafels in de maag. Want die fossiele industrieën laten zich niet zomaar wegdrukken, waarbij met name Shell een wereldspeler als multinational is en dus erg veel (onzichtbare) macht heeft. Dat blijft in de politiek immer doorsijpelen en zeker in de achterkamertjes. Geen regering die daartegen opgewassen is. Zo werkt dat mondiaal. Ure machtspolitiek en de Kamer legt het daartegen altijd af.

Dat je veel effectiever te werk kunt gaan heeft dus Urgenda aangetoond en bewezen; volgens mij is de PvdD te snel in de Kamer gekomen, waar de fractie nu tegen dezelfde problemen en belemmeringen van eigen idealen aanloopt als FvD, de jongste loot van die eeuwenoude boom van de representatieve democratie. Nu al valt te voorspellen dat een doorbraak (van zowel PvdD als FvD) naar een nieuw politiek bestel onmogelijk gerealiseerd kan worden door de wet van de grote getallen. De gevestigde machten zijn kortom samenvattend veel te sterk om het bestel fundamenteel te wijzigen (en niet alleen door zware wijzigingsregels in de Grondwet).

De frustraties en trauma’s liggen nu al op de loer voor de nieuwe idealisten. De nieuwkomers sinds het begin van dit millennium zijn (LPF met 26 zetels) zijn gedoemd tot vergetelheid (door interne partijtwisten, zoals ook bij alle inmiddels gesneefde ouderenpartijen) tot middelkleine partijen en daartoe gaan PvdD en FvD ook behoren, zoals ook GL als grootste van de ‘oude linkse politiek’.

Urgenda heeft vooralsnog aangetoond dat zij als denktank méér hebben bereikt dan die politieke nieuwkomers in de Kamer en is dus zonder twijfel de effectiefste aan de zijlijn; effectiever dan binnen de Kamermuren en dat is een hele prestatie.

Is dan iedere idealistische nieuweling in de Kamer tot een marginale positie gedoemd? Ja, want de enige wezenlijk verandering kan worden bereikt door maar één sleutel tot fundamentele verandering en dat is de electorale opstand (gele hesjes die een nieuw bestel gaan eisen in d toekomst) om een directe democratie af te dwingen vanwege de achterhaalde constructies van politieke partijen als emancipatiebewegingen. Vroeger bestond die éne sleutel in revolutionaire vorm, want het enige bestel dat weggeblazen werd was het Ancien Regime door de Franse Revolutie. Ook gele hesjes in opstand tegen maatschappelijk onrecht. Dat is ook de randvoorwaarde voor échte maatschappelijke en politieke hervormingen.

De nieuwe vorm van emancipatie is dus het ‘wegdrukken’ van oude machthebbers via gele hesjes door een ‘stemboycot’ bij iedere verkiezing, maar vooral de Kamerverkiezingen als oubollig restant van het verleden. Geen parlementaire representativiteit meer, want strategische spelletjes en framingtechnieken zijn dominant geworden in plaats van inhoudelijke debatten (zoals oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet terecht heeft aangegeven tijdens een maratoninterview op radio1 tijdens de kerstdagen).

Om die reden wordt de kloof tussen kiezer en gekozene (die zich niet laat bepalen door die ‘kiezer’, maar door het partijenconglomeraat ofwel partijkartel zoals door FvD opnieuw werd gebruikt, maar wel oorspronkelijk gemunt door prof. Arend Lijphart), groter en op termijn onhoudbaar. Dit bestel breekt kortom zichzelf wél af en gebeurt door het electoraat, maar niet door de inzet van nieuwelingen in de Kamer. Zoals gezegd door een algemene stemstaking. Is weer wat anders dan bedrijfsstakingen.

Advertisements