Tags

Wat is toch die ‘superstaat’? (Otto Holman, Opinie & Debat/de Volkskrant, 4-12-18)

‘Na lezing van het opiniestuk van Renske Leijten en Arnout Hoekstra (O&D, 30 november) speelde het volgende zinnetje door mijn hoofd: met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Het is al opmerkelijk – zo niet alarmerend – dat de lijsttrekker van de SP voor de Europese verkiezingen van volgend jaar beweert dat het besluit om tot voltooiing van de interne markt te komen geregeld werd in het Verdrag van Maastricht (dat overigens niet in 1993 maar in 1992 werd ondertekend). Het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal werd in de periode 1985-87 geaccordeerd en kreeg bekendheid als het Europe ’92 project, verwijzende naar de beoogde einddatum van de voltooiing en niet naar het begin. In Maastricht werd het besluit genomen om naast die ene markt ook één munt in het leven te roepen. Het is dus de geboorteplaats van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Voorts moeten de beide auteurs mij nog eens vertellen welke Nederlandse politieke partijen ter linker- en rechterzijde ‘steeds maar meer Europa willen’. Deze suggestie is ronduit misleidend en zegt meer over de visie van de SP op Europa dan over de ‘traditionele partijen’.

Terecht wordt opgemerkt dat de genoemde SP-auteurs hun EU-kennis niet op orde hebben of geen correctoren in huis hebben (’ Het is al opmerkelijk – zo niet alarmerend – dat de lijsttrekker van de SP voor de Europese verkiezingen van volgend jaar beweert dat het besluit om tot voltooiing van de interne markt te komen geregeld werd in het Verdrag van Maastricht (dat overigens niet in 1993 maar in 1992 werd ondertekend’). Dit soort gebrekkige informatie mag in het parlement niet voorkomen, al stel ik ook vast dat andere partijen daar ook regelmatig fouten maken, zodat de SP niet de enige is. Het is tekenend voor het gebrek aan kwaliteit voor de huidige Tweede Kamer (om over de Eerste Kamer maar helemaal te zwijgen).

Los van de onzorgvuldigheden is het ronduit storend dat Leijten en Hoekstra een oude term uit de SP-campagne in de aanloop naar het 2005-referendum over het grondwettelijk verdrag uit de kast halen: de Europese ‘superstaat’, daar is-ie weer! Nooit hebben hun voorgangers in de partij invulling kunnen geven aan dit spookbeeld. Wat houdt zo’n superstaat in? Is die nog sterker, meer gecentraliseerd, dominanter dan bijvoorbeeld de Nederlandse staat? We gebruiken toch immers ook niet voor deze laatste de toevoeging ‘super’? Maar belangrijker nog is de vraag naar het Europa dat de auteurs dan wel beogen. Dit wordt nergens echt duidelijk, of het moet de vage en impliciete notie van minder Europa zijn. De vluchtelingencrisis moet bij implicatie met minder Europa worden opgelost. Een huzarenstuk!

Inderdaad ‘ronduit storend’: smijten met populistische onzinnigheden.

De auteurs concentreren hun ongenoegen op eenheidsmarkt en munt maar onduidelijk blijft of dit dan betekent dat Nederland naar de mening van de SP uit beide samenwerkingsverbanden moet treden. Als deze vraag in ieder geval door de auteurs ontkennend wordt beantwoord, dan hebben zij een probleem. Het principe van vrije mededinging en de architectuur van de EMU gaan samen met overheveling van bevoegdheden naar de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank. Dit betekent dat de nationale speelruimte met name op het terrein van sociaal beleid drastisch is ingeperkt. Er bestaat geen ‘één arbeidsmarkt’ in Europa, maar meerdere arbeidsmarkten die bovendien met elkaar concurreren om de prijs voor het meest aantrekkelijke investeringsklimaat. De oplossing is tweeledig: ofwel we kiezen voor een patriottisch socialisme (mijn term) met alle gevolgen voor een open economie als Nederland van dien, of we proberen invulling te geven aan een langgekoesterde maar nimmer gerealiseerde Europese sociale dimensie. Ik realiseer me terdege dat dit laatste makkelijker geschreven dan gedaan is, maar diagnose, oplossing en gevolg vrijblijvend vaag in het midden laten hangen is nog veel makkelijker.

‘Het principe van vrije mededinging en de architectuur van de EMU’ wordt inderdaad ‘dat de nationale speelruimte met name op het terrein van sociaal beleid drastisch is ingeperkt’, maar het gaat wel om gedeelde verantwoordelijkheden en niet om vermindering van de ‘nationale speelruimte’. Ook de Eurocommissarissen zijn een onderdeel van ‘Wij, de overheid’. En dat ‘terrein van sociaal beleid drastisch is ingeperkt’ is geen ‘vanzelfsprekende’ aangelegenheid, een soort automatisme , want zo is het afgesproken in het Verdrag van Maastricht en daar ligt dus ook de sleutel tot verandering.

Als de EMU-spelregels niet deugen, is er maar één mogelijkheid om dat te corrigeren langs de ‘koninklijke weg’ en dat is een aanpassingsprocedure van vooral die 3%-norm. Die houdt alles tegen omdat de hele semi-collectieve sector(en) binnen de lidstaten zo wordt gemuilkorfd vanwege de collectieve lastendruk die op de rijksbegroting drukt, die dus zoals gezegd door de EMU is geregeld en waarvan geen lidstaat last hoeft te hebben mits aan de afspraken wordt voldaan. En ik schrijf op deze plaats al jaren dat die 3% in wezen 4% had moeten zijn, maar dat die 3% door de dogmatiek van het eenzijdige economische liberalisme is doorgedrukt. ‘We’ hebben altijd sterk- pro-EU-fans naar Brussel gestuurd om de commissarisposten op te vullen. Een foutje uit ons eigen verleden. Dus: ‘foutje (erkend en dus) bedankt’.

De SP weet dus bij dezen wat haar te doen staat. Ga het gevecht in Brussel aan!

De auteurs schrijven tot slot voorstander te zijn van vreedzame samenwerking tussen Europese staten maar dan, zo lijkt het, zonder bovenstatelijke institutionele kaders. Vrijwillige, bottom-up samenwerking is natuurlijk prachtig, maar het is historisch onjuist om dan te verwijzen naar het naoorlogse integratieproces, zoals de auteurs doen. Als er nu iets was dat elite-gestuurd was, dan was het dit naoorlogse proces en de onderliggende permissive consensus wel. Pas onder invloed van eenheidsmarkt en munt – en de gevolgen daarvan – kropen de populisten en eurosceptici uit hun ideologische spelonken. Het zou de SP sieren (en de schrijver dezes plezieren) als belangrijke leden als Leijten en Hoekstra niet mee zouden huilen met de spreekwoordelijke wolven in het bos, maar na een zorgvuldige check van de feiten een grondig en serieus debat over Europa zouden entameren. Dat wil zeggen, voorbij het eigen vrijblijvende gelijk.

‘Historisch onjuist’ is een milde formulering, aangezien omdat het gaat om ‘precedentloosheid’; er bestaan geen historische precedenten en dus luidt mijn conclusie dat de SP hier aan wensdenken doet die geheel gespeend is van de politieke realiteit. De SP zijn een verzameling politieke zwevers.

[Voor een serieus debat over Europa is meer nodig dan een vaag betoog voor ‘minder Europa’.]

https://krant.volkskrant.nl/titles/volkskrant/7929/publications/507/articles/817927/22/1

Advertisements