Tags

Onderstaande column neem ik integraal over aangezien er geen passage overbodig is en dus valt er geen samenvatting van te maken. Maar wat hier wordt geformuleerd dient uitgangspunt te worden voor een toekomstig beleid ten aanzien van de discretionele bevoegdheid van de minister of staatssecretaris van Justitie & Veiligheid. Daarom dient ook de Tweede Kamer hiervan kennis te nemen

Lex Oomkes, Opinie /Trouw, 21-11-18

Volgens de PVV bedisselt staatssecretaris Mark Harbers te veel in achterkamertjes wat er moet gebeuren met asielzaken en verblijfsvergunningen. Was het maar waar, zou je zeggen. Alles rond asielbeleid is politiek en aanleiding voor in het hoogste register gevoerde politieke en maatschappelijke debatten. Het is een van de belangrijkste redenen voor het keer op keer falen van het asielbeleid.

Je hebt beleid en je hebt de uitvoering van dat beleid. Het is aan de rechter om te bepalen of dat beleid naar de letter en de geest van de regels uitgevoerd wordt. En voor alles wat niet door die twee uitgangspunten gedekt wordt is er dan, als laatste redmiddel, de bevoegdheid van de verantwoordelijke bewindspersoon om mededogen te tonen. En in alle stadia, inclusief dat laatste, vindt iedereen er wat van. Zo duidelijk en vooral zo luid mogelijk.

In theorie een prima taak- en verantwoordelijkheidsverdeling. Sterker, het is één van de weinige onderdelen in het totale overheidsbeleid waar expliciet wordt erkend, door het in het leven roepen van de discretionaire bevoegdheid, dat wetten en regels en zelfs het uiterste redmiddel van de rechter niet genoeg zijn om alle facetten van de werkelijkheid te dekken. Je kunt het nog zo goed geregeld hebben, er is altijd wel een uitzondering op de uitzondering van een exceptioneel geval. Zoveel zelfkennis kom je in het politieke bedrijf zelden of nooit tegen.

Zo’n bevoegdheid staat of valt natuurlijk bij de gratie van het feit dat iedereen weet dat er zoiets bestaat, maar dat er nooit over wordt gesproken. In de huidige gepolariseerde politieke en maatschappelijke verhoudingen is dat een illusie. Zeker als elk individueel geval zijn meelijwekkende kanten heeft en elke redacteur van een praatprogramma op televisie daar uiteraard van watertandt.

In de discussie rond de mogelijke uitzetting van de twee Armeense kinderen Lili en Howick speelde de discretionaire bevoegdheid van staatssecretaris Mark Harbers een nadrukkelijke rol. Eigenlijk werd van Harbers verwacht dat hij maar even voor het oog van de natie kwam uitleggen waarom hij die bevoegdheid bij de twee Armeense niet wenste te gebruiken, en toen hij die inderdaad gebruikte waarom dan wel. Menig roeptoeter aan de tafel van het praatprogramma kon zich daar mateloos over opwinden. Net als politici van de oppositie, die niet moe werden te benadrukken dat, als zij de verantwoordelijkheid van Harbers droegen, zij al lang tot het geven van een verblijfsvergunning zouden hebben besloten.

Zoals Lili en Howick verblijven er nog een paar honderd kinderen in Nederland, al dan niet met hun ouders. Mensen die zich hun lot aantrekken, zien de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris als een laatste redmiddel. Zij bereiden zich als het ware voor op een poging via morele chantage van één individuele politicus hun zaak tot een goed einde te brengen. En daarmee wordt de discretionaire bevoegdheid tot een beleidsafweging.

Het is nog niet eens zo bizar dat de VVD dezer dagen pleit voor het schrappen van die bevoegdheid. Nu het een beleidsinstrument is, is een politieke discussie net zo gerechtvaardigd. Dat een partij ermee komt, is logisch. Het argument van de VVD is echter bizar. De politiek zou zich niet moeten bemoeien met het uiteindelijk door de rechter gegeven finale oordeel. Raar, gezien het feit dat we nu juist erkenden dat uiteindelijk niet elk geval in regels te vatten was.

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/491/articles/811407/25/2

Advertisements