Tags

,

‘Ondernemers maken terugtrekkende beweging in het publieke debat’ (redacteur, BINNENLAND/fd, 22-10-18)

De kloof tussen de politiek en het bedrijfsleven wordt groter en dat is voor een deel te wijten aan ‘het verschijnsel nieuwe media’. Dat zei VNO-NCW topman Hans de Boer zondagmiddag in Buitenhof. ‘Het loopt niet lekker.’

Kan het zo zijn dat her bedrijfsleven nog niet afdoende is ingespeeld door de nieuwe technologische mogelijkheden van deze samenleving? Zodat men ook niet is voorbereid op de nieuwe, sterke golven van de anti-regenten-mentaliteit die onder de activisten van deze maatschappij leeft en tot uiting kwam in het Oekraïne-referendum (en de huidige Brexit) met alle leugens en bedrog die dat referendum hebben begeleid?

Dat de CEO’s van alle multinationals wel andere zaken aan hun hoofd hebben, is vanzelfsprekend, maar hun voorlichters en communicatiedeskundigen mogen wel geacht worden daarop adequate antwoorden te hebben. En dus luidt de conclusie dat van die adviezen niets wordt aangetrokken en de topbestuurders eigenwijs hun oude gangetje blijven gaan. Eigen schuld dikke bult. Hans de Boer heeft dus volstrekt ongelijk. Een goede organisatiestructuur zorgt ook voor een adequaat voorlichtingsapparaat. Die dragen inderdaad een grotere verantwoordelijkheid dan voorheen, maar dan wel met de kanttekening dat het hier niet gaat om lobbyisten, maar om deskundigen op het terrein van de internationale betrekkingen en technologische ontwikkelingen die daarbij aan de orde zijn. Dus ICT-specialisten met een filosofische inslag.

De discussie over hoe het bedrijfsleven meer in de samenleving moet staan, wordt in alle hevigheid gevoerd.

Volgens De Boer ziet het bedrijfsleven een risico in het deelnemen aan discussies in het publieke debat. De angst om op sociale media afgebrand te worden, is groot, signaleert hij. En dat terwijl de dialoog het belangrijkste middel is om de kloof tussen het bedrijfsleven en de politiek te dichten. ‘Een ondernemer vraagt zich af: is het wel mijn corebusiness om mij te mengen in dat publieke debat? Ik zeg dan: ”Nee, maar het is wel vreselijk belangrijk.” Want als we er niet goed mee omgaan, drijven we verder uit elkaar en wordt ook het ondernemersklimaat beschadigd. Dat zie je bijvoorbeeld rond de brexit.’

Het is vanzelfsprekend niet ‘mijn’ corebusiness ‘om mij namens mijn bedrijf te mengen in dat publieke debat’, maar wel een ‘side business’ aangezien ieder bedrijf onderdeel is van deze maatschappij. Het één kan niet los worden gezien van het ander.

Het probleem in het bedrijfsleven en met name de ‘grote en toonaangevende jongens’ binnen die sector is dus dat men meent alleenheerser en dus een moderne autonoom of autocraat te zijn van dat bedrijf die geheel losgezongen is van de maatschappelijke omgeving, zoals in de Angelsaksische bedrijfscultuur, alle macht in handen van de CEO legt en dus zelfstandig besluit en niet collectief, zoals bij ons in het Rijnlandse model. Onze bedrijfscultuur is schijnbaar onopgemerkt het Angelsaksische wereld binnengeslopen en vanwege de vorstelijke inkomens niet onlogisch, maar ze krijgen nu met de nieuwe technologische mogelijkheden zoals de social media, de pin op de neus. Hoe het binnen de Angelsaksische werelden toegaat is hierbij, vergeleken met  onze cultuur niet relevant, want hier wordt bepaald door de publieke opinie wat het collectieve standpunt zal zijn en daarop dienen de bedrijfsculturen op ingespeeld te zijn. De voorlichters hebben debattechniek tot hun beschikking om ook populisten van een adequaat antwoord te voorzien.

Kloof

De discussie over de kloof tussen politiek en bedrijfsleven en hoe dat bedrijfsleven meer in de samenleving moet staan, wordt in alle hevigheid gevoerd. Hoewel er volgens De Boer genoeg initiatieven zijn die aantonen dat het Nederlandse bedrijfsleven juist heel betrokken is, signaleert ook hij de wederzijdse vervreemding. Het is volgens hem de uitdaging om, ondanks de opkomst van de Angelsaksische cultuur, ervoor te zorgen dat Nederland ‘teruggaat naar een samenleving waarin we samen optrekken.’

‘Wederzijdse vervreemding’ is in dit verband een cruciaal begrip, dat op afwezigheid van juiste informatie – wederzijdse vooringenomenheid? – duidt, en de bereidheid zich in te leven in elkaars positie. Er wordt te snel met waardenoordelen (gebaseerd op persberichten) gewerkt die het goed  en juist verstaan van elkaar tegenwerken. Beide partijen hebben hieraan schuld en ik zie geen enkele reden om dit verschijnsel te rechtvaardigen.

Er zal ook een maatschappelijke ethiek van zichzelf juist en afdoende te informeren moeten ontstaan om dit soort misverstanden uit de weg te ruimen. Een ieder heeft de plicht – lees: wordt geacht – om onze grondwet te kennen, maar dat geldt bij publieke uitspraken des te meer vanwege het risico dat wordt gelopen om een verkeerde indruk te maken.

Het hebben van of laten informeren over de juiste stand van zaken en noodzakelijke kennis is in onze hedendaagse maatschappij meer noodzakelijk dan ooit. Is deze randvoorwaarde op orde, dan zal het algemene maatschappelijke klimaat harmonieus verlopen, zo niet dan breekt een burgeroorlog los. Mijn lezers zullen hierin mijn streven naar ‘beargumenteerd evenwicht’ herkennen die ik politiek en maatschappelijk voorsta en daarmee tevens een saluut breng aan de overleden Wim Kok, die niet alleen een einde heeft gemaakt aan de eeuw durende dominantie van de confessionelen – om dat oude begrip van stal te halen – in ons land, maar even uniek, er wilde zijn voor alle Nederlanders, en dus altijd letterlijk boven de partijen heeft gestaan. Daar mag Rutte ook nog een voorbeeld aan nemen, want dat heeft zijn kabinetten nooit gekenmerkt, al sprak hij deze woorden in een ‘in memoriam uit.

Exemplarisch vond De Boer de ophef rond de uitspraak van Unilever-ceo Paul Polman over het niet doorgaan van de verhuizing van het hoofdkantoor naar Nederland. Polman gaf daarvan ‘het politieke gesteggel rond de dividendbelasting’ de schuld, wat hem op felle kritiek kwam te staan. ‘Polman, Rutte en ik hebben ons hier druk om gemaakt. Wij zijn druk bezig om hier lering uit te trekken.’

Hiermee wordt mijns inziens de communicatiefout van Unilever erkend en ben ik ook benieuwd welke lessen hieruit getrokken zullen worden. Hierover worden we gelukkig goed geïnformeerd door onze (hoog)geprezen media – ik spreek hierbij voor mezelf – en techniek van de sociale media stellen mij in dit tijdsgewricht direct in staat om mijn mening te verkondigen, dankzij onze grondwet. Ik maak daarvan gretig gebruik zoals mijn lezers van mij gewend zijn!

Een van de lessen noemt hij het besef dat bij het bedrijfsleven moet doordringen dat het kabinet een minieme meerderheid in de Tweede Kamer heeft. ‘Het kabinet wil misschien van alles maar ze kunnen dat maar beperkt. Dat is een resultaat van ons stemgedrag. Dat begrip mag groter.’

Ook hierbij een aantal kanttekeningen.

  1. Dat het besef ‘bij het bedrijfsleven moe(s)t doordringen dat het kabinet een minieme meerderheid in de Tweede Kamer heeft’, is rijkelijk laat aangezien dit probleem van fragmentatie en versplintering (formeel met de opkomst van Fortuyn in 2002 begonnen) feitelijk en in materiële zin in 2010 is begonnen met het ‘beperkte aantal zetels’ voor de oorspronkelijke – lees: zijn dat nu niet meer – volkspartijen die bezig zijn weggevaagd te worden door de nieuwe generatie politieke leiders van dit moment. Mijn stelling op deze plek is altijd geweest dat het bestel van de representatieve democratie in ademnood verkeert en in een stervensproces verkeert. Geen IC-afdeling die dit aftakelingsproces kan tegenhouden. Het wordt over een generatie vervangen door de digitale directe democratie, zoals ik dat op deze site genoemd heb (zie categorie: DDD).
  2. ‘Dat is het resultaat van ons stemgedrag’ is naar mijn gevoel en politieke intuïtie een omkering van zaken. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat Rutte – ik schrijf als onafhankelijk waarnemer – zich ‘belazerd’ moet hebben gevoeld na het besluit van de aandeelhouders van dat bedrijf om niet naar ons land te komen. Afspraak bleek dus geen afspraak en dus bleek weer hoe evenwichtskunstenaar Rutte zich uit deze netelige positie moest redden. Hij overleefde dit keer weer vanwege een in mijn ogen incompetente oppositie, zoals ik dit al meerdere malen hier beargumenteerd heb beschreven. Ook daaruit valt voor mij af te leiden dat dit (veel) partijenbestel niet meer in deze tijd thuishoort. Hoe eerder verdwenen, hoe beter, want dat krijgt de burger eindelijk de macht in eigen hand.
  3. Hoezo ‘dat begrip mag groter’? Wat een eufemisme ofwel ouderwets wollig taalgebruik. Houd hiermee op want het verraadt zoveel achterstallig onderhoud.

 

https://fd.nl/economie-politiek/1275012/ondernemers-maken-terugtrekkende-beweging-in-het-publieke-debat

 

Advertisements