Tags

Kanttekeningen bij deze prachtige beschouwing (of analyse?) van het FD: Kunstmatige intimiteit is een brug te ver (Sherry Turkle, fdweekend, 29-9-18)

Robots zijn misschien beter dan niets, maar ze zijn nog altijd niet genoeg, stelt hoogleraar Sherry Turkle. Deel III van de New York Times-serie ‘What does it mean to be “human”, today?’

[Vertaling: Nicolette Hoekmeijer]

Sherry Turkle (70) is hoogleraar Wetenschap, Technologie en Samenleving aan MIT in Boston. Ze is auteur van de boeken Reclaiming Conversation and Alone Together, die beide een kritiek zijn op sociale robotica.

Deze robots kunnen doen alsof ze je begrijpen wanneer je praat over je vrienden, je moeder, je kind of je geliefde, maar ze hebben met geen van deze betrekkingen ook maar de geringste ervaring. Machines hebben geen mensenleven doorlopen. Ze voelen niets van het menselijke gemis of van de liefde waarover wij praten. Hun gesprekken over het leven beperken zich tot het terrein van stel-dat.

Niet alleen dat ‘Machines geen mensenleven hebben doorlopen’, maar eenvoudiger: machines zijn geen mensen en zullen het nooit worden.

Door ons tot die apparaten te verhouden, lijken we onze ogen te sluiten voor dat gegeven; we doen alsof de emotionele band die we opbouwen met onze apparaten wederzijds is, en echt. Alsof we een wezenlijke emotionele band kunnen opbouwen met voorwerpen die niet over gevoelens beschikken.

Dat is het kenmerkende verschil tussen mens en machine: mooi verwoord.

Mensen hunkeren naar onsterfelijkheid; die komt binnen handbereik wanneer we onszelf implanteren in machines. En bovenal: het ligt in onze aard, onze ménselijke aard, om het maximale uit onszelf te willen halen; het is het lot van de mensheid om te evolueren in de superieure, cognitieve wezens van een toekomst vol robotica.

‘Mensen hunkeren naar onsterfelijkheid; die komt binnen handbereik wanneer we onszelf implanteren in machines.’ Mijn principiële kanttekening luidt hier dat mensen inderdaad streven naar onsterfelijkheid, maar alleen omdat de mens Spaans benauwd is voor de dood. Dat is de enige reden. Maar alle BDE’s (zie studie van Pim van Lommel) hebben tot nu toe uitgewezen dat de patiënten die wel zijn teruggekeerd uit deze comateuze situatie, een schitterende onsterfelijke omgeving hebben meegemaakt, maar nog een opdracht op aarde moesten afronden en daarom weer ‘wakker werden’.

Daaruit volgt ‘automatisch’ dat er geen sprake is van ‘binnen handbereik komen wanneer we onszelf implanteren in machines’. Dit is de grootste onzin die denkbaar is vanuit een fantasievol denken. We kunnen onszelf niet implanteren in machines, want dan kom je uit op de idee van cybermensen, ‘cyborgs’ (https://nl.wikipedia.org/wiki/Cyborg). Dat kunnen alleen fantasten beweren die niets hebben begrepen van de ware kern van ons als ‘mens’ zelf, met een eeuwige ziel die we ook zijn, maar dat is onze beschaving vergeten.

‘(…) Het ligt in onze aard’, zo staat het hier vrijblijvend geformuleerd, maar de vraag is of dat wel zo is. Het ligt inderdaad in onze aard, onze ménselijke aard, om het maximale uit onszelf te willen halen’, maar dan wel via een beheerste vorm van denken en controle over onze rationaliteit en gevoelsleven, kortom meesterschap over het menselijk en sociaal leven.

Dat kán en ook is een leven vol robotica en maar niet met KI, als een toekomstige superieure mens die geleid wordt door robotica, want dat is inherent onmogelijk. Wél met robotica – anders uitgedrukt – die robots blijven en dus geen kunstmatige mensen worden, gekloonde mensen om het zo uit te drukken. Die gekloonde mens komt er simpelweg nooit, want een dwaze gedachte van deze tijd.

Mijn conclusie is dat ‘cyborgonderzoek’ zinloos is en als het aan onze universiteiten wordt uitgevoerd dat er dan sprake is van verspilling van die overheidsgelden.

https://fd.nl/weekend/1271729/kunstmatige-intimiteit-is-een-brug-te-ver?utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=fd-ochtendnieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=20180929&s_cid=671

 

Advertisements