Tags

Bevrijd EU van discussie over het eindstation (Ernst Hirsch Ballin, Huub Dijstelbloem en Mathieu Segers, Opinie & Debat/de Volkskrant, 19-9-18)

De EU hoeft niet hechter of losser te worden: een pleidooi voor variatie in de Europese samenwerking (digitale titel van dezelfde editie)

Vergeet het ‘proces naar meer integratie’, variatie in de Europese samenwerking is de nieuwe realiteit, betogen Ernst Hirsch Ballin, Huub Dijstelbloem en Mathieu Segers.

Na de ‘Staat van de Unie’ van Commissievoorzitter Juncker is een nieuw debat over de toekomst van de Europese samenwerking op handen. De eurocrisis, de vluchtelingencrisis en de Brexit roepen de vraag op of de EU hechter of losser zal moeten worden. Het lijkt een eenvoudig dilemma: meer gezamenlijkheid zoals de Commissie nastreeft, of juist bevoegdheden terughalen naar de lidstaten.

In dit fundamentele vraagstuk, waarin de Commissie zoals altijd alleen op politieke macht uit is, kies ik onomwonden voor het standpunt van de drie auteurs, die niet alleen de sleutel van neutraliteit en eenvoud met zich meedragen, maar ook levenswijsheid, die de Commissie ontbeert.

Variatie

Maar zo zwart-wit hoeft het niet te zijn. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bepleit in zijn rapport ‘Europese variaties’ dat de Europese Unie meer ruimte maakt voor verschillende wegen naar een gezamenlijk doel. Als het aantal lidstaten en hun verschillen groter worden, is er meer reden om die variatie te erkennen in de inrichting van de EU. Variatie voorkomt dat achter een papieren eenheid zulke grote verschillen bestaan dat ze de geloofwaardigheid van de Unie ondermijnen.

Die geloofwaardigheid geldt ook voor de democratische legitimering van het EU-beleid. Er is een onwenselijke tegenstelling ontstaan tussen het Europese Parlement, waarvan de verkiezingen te weinig aanspreken, en nationale democratieën waarin te vaak wordt gedaan of men problemen nog alleen kan oplossen. Erkennen dat het nodig is de EU te bevrijden van de fixatie op eenvormige toekomstbeelden, zoals de WRR doet, impliceert een majeure wending in het spreken over de EU; ook voor hoe Europese besluiten democratisch gelegitimeerd kunnen worden. Deze manier van kijken is allesbehalve een bagatellisering van de noodzaak om de democratische verantwoording van het EU-beleid te verbeteren, zoals Ben Crum suggereert (O&D, 12 sept.).

Democratische legitimatie

Integendeel. De WRR beschrijft klip en klaar welke kansen er liggen voor het verbeteren van democratische legitimatie in het benutten van variatie in de Europese integratie. Cruciaal daarin is dat de nationale democratieën zich niet hoeven te beperken tot uitvoering van Europees beleid (en een enkele keer het tegenhouden daarvan), maar een (pro)actieve rol spelen in de vormgeving van de EU.

Dit is niet alleen wonderschoon geformuleerd, maar ook een rechtstreekse knock-out van de Commissie.

Het kern-Europa dat Crum voor ogen heeft, is een mogelijke vorm van variatie, maar niet de enig mogelijke. De WRR wil een nieuw denken over de Europese integratie over de volle breedte zichtbaar maken, van migratie tot euro en van markt tot veiligheid. Dan blijkt ook dat variatie meer dimensies omvat dan een confronterende tweedeling van de EU in een kopgroep en een peloton.

Variatie kent namelijk drie dimensies. De eerste dimensie geeft de lidstaten meer ruimte voor verschillende opvattingen over de beleidsinhoud via beperkte harmonisatie van wetgeving of open normen. De tweede dimensie is de besluitvorming: intergouvernementeel, met de communautaire methode, geheel supranationaal, of mengvormen? Pas de derde dimensie gaat over deelname. Mogelijk zien sommige lidstaten op een bepaald terrein onvoldoende redenen voor collectieve actie, terwijl andere landen kiezen voor nauwere samenwerking.

Geen smeermiddel, geen eindstation

Variatie is geen smeermiddel of een uitweg als de besluitvorming vastloopt, maar een principieel uitgangspunt. Te vaak blijven discussies over de toekomst van de EU gevangen in beelden van het eindstation, zoals een federale staat met president en minister van Financiën. Europese samenwerking heeft echter principieel een open karakter. Dat is historisch gezien ook eerder regel dan uitzondering. Sterker, het vermogen tot aanpassing en verandering is van oudsher een van de krachten van de Europese integratie.

Tegelijkertijd zijn er grenzen aan variatie. Een gemeenschappelijke markt kan alleen functioneren als producten en diensten aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen. De samenwerking moet altijd gebaseerd zijn op de principes van democratie, rechtsstaat en mensenrechten. Dat is de basisvoorwaarde voor vertrouwen van de burgers.

In oudere discussies werd variatie toch vooral gezien als tussenstation, als onvoltooide tussenstap in een proces naar meer integratie. Het WRR-rapport laat dat beeld los: variatie is geen zwaktebod, maar een realiteit die blijvend deel uitmaakt van de EU. De gebruikelijke Nederlandse angst dat andere landen de krenten uit de pap vissen, miskent dat variatie een wederzijds belang is. Er is meer ruimte voor terughoudendheid, maar ook om de burgers van die landen die eraan toe zijn, een kwalitatief beter beleid te bieden. Ons pleidooi voor variatie biedt een pragmatische manier van werken, maar wel een die gefundeerd is in een visie op het karakter van Europese samenwerking. Dat is niet zomaar een beetje flexibel politiek opereren. Het impliceert een fundamentele openheid jegens de eindbestemming van de EU en de politieke combinaties waar Nederland wel en niet aan wil meewerken.

Niemand die behept is met gezond verstand kan tegen dit voorstel zijn. Hulde aan de schrijvers! Eindelijk een perspectiefvol toekomstbeeld van de EU.

[Ernst Hirsch Ballin, Huub Dijstelbloem en Mathieu Segers zijn verbonden aan de WRR en hoogleraren aan de Universiteiten van Tilburg, Amsterdam en Maastricht.]

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/de-eu-hoeft-niet-hechter-of-losser-te-worden-een-pleidooi-voor-variatie-in-de-europese-samenwerking~ba9c6959/

 

Advertisements