Tags

Stevo Akkerman, vandaag/Trouw, 17-9-18

Het gebeurt vaker dat mensen in hun ijver om de radicale islam aan te pakken per ongeluk alle religies door de gootsteen spoelen. Femke Halsema leek dat ook te doen in haar eerste burgemeestersgesprek met de lokale zender AT5. Ze zei gebedshuizen te willen kunnen sluiten als daar herhaaldelijk ‘afschuwelijke preken’ worden gehouden; homoseksualiteit een misdaad, vrouwen onderdanig aan hun man.

Vermoedelijk heeft Halsema inderdaad een generalisatie gebruikt, al is dat logisch vanuit het gewone dagelijkse taalgebruik. Het gaat niet om ‘alle’ religies door de gootsteen te spoelen, al zal dat een in meerderheid seculiere samenleving wel goed uitkomen. Maar dat zou dom zijn vanwege de vrijheid van meningsuiting én godsdienstvrijheid. Je kunt dus niet op-zichzelf de radicale islam aanpakken, maar alleen en dus op die voorwaarde als er sprake is van strafbare feiten zoals aanzet tot geweld en haat. En daar vallen alle ‘afschuwelijke preken’ onder en dat gebeurt inderdaad ALLEEN in radicale islamitische kring en dus in hun gebedshuizen.

Waarom alleen daar?  Wij hebben toch ook onze zwarte kousenkerken en ultraortho-denominaties, én de ultraortho-synagogen waar ze zich waarschijnlijk ook niet onbetuigd laten over het oudtestamentische verbod op homoseksualiteit?  Al deze betrokken geloofsgemeenschappen die zich – wat de christelijken betreft – goed afgesloten bevinden in de biblebelt, en dus in ‘besloten’ wijken of regio’s in ons land en waar journalisten niet komen; en indien wel, op afstand worden gehouden. Daarover bestaat dus geen informatie, in tegenstelling tot radicale imams die juist ook tot taak hebben zieltjes te winnen en zich  bewust en provocatief af te zetten tegen de westerse decadentie. Dat is het kernverschil tussen christelijke-joodse ortho’s en de islamisten.

In sommige kringen ging gejuich op, anderen riepen dat moskeeën sowieso allemaal gesloten moeten worden, maar Halsema kreeg ook het verwijt met twee maten te meten. ‘Kijk eens naar de strenge kerken’, werd er geroepen, en ik moet toegeven dat ik zelf ook meteen besprongen werd door de gedachte dat mijn jeugd er heel anders uit had gezien als de burgemeester iets had kunnen doen tegen de zondagse preken.

Dat de auteur zich ‘meteen besprongen’ voelde, kan ik me goed voorstellen, maar ik denk ook dat hij niet voor niets zo geboren is en dat het zijn levensroeping was om zich daarvan los te maken. Dat gebeurt met iedereen als evolutionair groeiverschijnsel als afstand wordt gedaan van ouderwets geachte opvoedingspatronen. Ik heb dat ook, alleen op ander terrein. Kan er dus als ervaringsdeskundige over meespreken.

Het opmerkelijke is: Halsema komt een heel eind in die richting. Ze meet helemaal niet met twee maten, integendeel, haar voorbeeld over misdadige homoseksualiteit is afkomstig van een christelijke voorganger en ze zegt dat voor christelijke gebedshuizen ‘exact hetzelfde geldt‘ als voor islamitische. Het is in elk geval consequent. Of het verstandig is, is een tweede. Halsema heeft het over ‘een uiterste maatregel’ en ze erkent dat Amsterdam ‘is gebouwd op geloofsvrijheid’. Maar dat ze een grens wil leggen bij ‘fundamentalisme’, roept wel fundamentele vragen op.

Het klopt dus ook dat Halsema niet met twee maten meet. Als hij in één adem rept over de vraag ‘of het verstandig is’, dan is dat mijns inziens een verkeerde gevolgtrekking. Het ‘fundamentalisme’ is immers in de volksmond per definitie iets zeer radicaals en dus bij wijze van spreken strijdig met de grondwet. Strijdig met de tolerantie- en respectbeginselen, die herkenbaar zijn in art. 1 Gw. Geen fundamenteel vraagstuk dus omdat alles wat op disrespect en afwezigheid van tolerantie uitdraaien op strafbaarheid en vervolgingstrajecten.

Het religieuze landschap kent een bonte verzameling van radicaliteit, van de pinkstergemeente tot de zwarte kousen-kerken en van het salafisme tot ontspoorde [?] nieuwe spiritualiteit. Met termen als ‘orthodox’, ‘fundamentalistisch’, ‘extreem’ en ‘streng’ weten we wel zo’n beetje waar het over gaat, maar een burgemeester die overweegt de vrijheid van godsdienst in te dammen, kan zich niet baseren op zulke diffuse begrippen. Het is rechtsstatelijk van levensbelang onderscheid te maken tussen akelige ideeën en strafbare daden. Iedereen mag geloven wat hij wil, de wet kent geen verbod op gedachten, alleen op handelingen. Daaronder valt het oproepen tot geweld en haatzaaien, en de overheid heeft al genoeg instrumenten om dat te bestrijden.

Halsema als criminologe weet dat het om juridische normen gaat en daarover hoeft haar niets te worden bijgebracht. Het gaat ook niet om ‘zulke diffuse’ begrippen, wat die bestaan in de jurisprudentie niet. ‘Akelige ideeën’ passen binnen het kader van de vrijheid van meningsuiting, maar strafbare daden, handelingen en uitlatingen passen daarin nadrukkelijk niet. Niets aan de hand dus.

Daarnaast speelt nog de kwestie van het overleg met radicaal-religieuze organisaties. Halsema wil dergelijke clubs ‘niet uitnodigen aan de bestuurstafel’. Maar het geval van de pinksterdominee die homoseksualiteit misdadig noemde, laat zien dat er wel de nodige nadelen kleven aan niet overleggen. Het Parool beschreef eerder dit jaar hoe deze Ghanese voorganger, Emmanuel Koney, een zeer belangrijke rol speelt in de Bijlmer, juist ook in het contact tussen overheid en migrantengemeenschap, in concreto bij een GGD-campagne voor veilige seks.

Ook hier weer een zelfgecreëerde verwarring door de auteur: ‘de pinksterdominee die homoseksualiteit misdadig noemde’ kan gerekend worden tot de meningenvrijheid, maar ze van de hoogste flat werpen zoals de radicale imam dat wens is een oproep tot geweld.

Overleg met radicale moslims is alleen al uit het oogpunt van voorlichting bieden over de grondwettelijke bepalingen in ons land aan te raden, als die overleggen dan niet slechts uitlopen in elkaars meningen en standpunten, ‘al dan niet respectvol’ aanhoren van de wederzijdse opvattingen, maar dan dient het gemeentelijk gezag ook erg duidelijk aan te geven welke islamitische normen in ons land absoluut niet acceptabel zijn en dan betreft het iedere uitlating over ongelijkheid van man/vrouw-zijn en sekse verschillen (alle lhbt’ers die er bestaan) zeker de vrouwelijke ondergeschiktheid aan de man. Onbestaanbaar dat dit acceptabel is in ons land.

Kortom, overleg in het kader van voorlichting en pedagogische overdracht van Nederlandse waarden is dus noodzakelijk. Anders wordt hen door niemand de weg gewezen of de wacht aangezegd. En blijft het inburgeringsprogramma ook een zinloze verplichting als de Nederlandse taalbeheersing binnen de kortste keren weer wordt verleerd.

Ik wil niet beweren dat elke religieuze groep, hoe rabiaat ook, een geschikte gesprekspartner is voor de overheid. Waar geweld wordt gepredikt, en ik denk dan natuurlijk aan salafisten, houdt het op. Maar de burgemeester van Amsterdam zou op het terrein van de godsdienst behoedzamer kunnen opereren.

Het kan best zo geweest zijn dat Halsema zich wel genuanceerd en behoedzaam heeft uitgedrukt, maar dat de krantreactie van oordeel was dat de limiet van het aantal woorden overschreden was. Kan ook gebeuren!

https://krant.trouw.nl/titles/trouw/8321/publications/435/articles/779357/2/1

 

Advertisements