Tags

In Antwerpen leidde burgerparticipatie tot een bijna ideale uitkomst. Volgens initiator Manu Claeys is die aanpak de enige manier om de haperende democratie nieuw leven in te blazen, ook op Europees niveau. ‘Iedereen sluit dan een compromis en iedereen wint.’

Tomas VANHESTE, Correspondent Europa tussen macht en verbeelding

Stel dat de drukste snelweg van het land dwars door jouw stad snijdt. Dat lawaai en slechte lucht de levenskwaliteit van de bewoners aantasten. Dat voor die snelweg in de jaren zestig al een 15 kilometer lange stadswal met 19 stadspoorten en een monumentaal station zijn gesloopt. En dat de overheid die weg hier en daar wil verbreden tot 18 rijstroken en er een nieuw stuk met een viaduct over stad en rivier aan wil vastknopen, ten koste van dichtbevolkte woonwijken, schaars groen en oude havendokken.

18 rijstroken?? In het jaar 2050 soms? Welk land heeft 18 rijstroken gerealiseerd? Volgens mij zelfs de VS niet. Totaal irreëel dus. Niet alleen vanwege een dergelijk snoeverig plan, want wie kan over die periode de toekomst voorspellen. Helemaal niemand! En mogelijk zijn de lage landen aan de Noordzee dan allang door het wassende zeewater ondergelopen. Een stadsbestuur met dergelijke plannen is zelfs niet eens megalomaan bezig met denken, maar is zelfs geschift!

Wat doe je dan? Je komt in opstand.

In het najaar van 2005 tekende Manu Claeys van het bewonerscollectief stRaten-generaal formeel bezwaar aan tegen de Oosterweelverbinding, het beoogde snelwegviaduct door Antwerpen, in de volksmond De Lange Wapper geheten.

Het was het begin van een lange strijd die in het voorjaar van 2017 zijn hoogtepunt beleefde in een akkoord over een ánder plan: de volledige overkapping van de Antwerpse ring.

Voor Manu Claeys is deze geschiedenis meer dan een gevecht over een stuk snelweg. Ze is een experiment in burgerparticipatie. Zijn ideeën hierover werkte hij uit in het onlangs verschenen, tot nadenken stemmende en tot actie bewegende boek Red de democratie!. Op een hete zomerdag spreek ik hem over die ideeën en over de vraag of ze niet alleen de lokale, maar ook de Europese democratie kunnen redden.

Hier vind je informatie van de uitgeverij over het boek.

Therapeutische sessies

Lang leek het er op dat de activisten en de overheid er nooit samen uit zouden komen, vertelt Claeys in zijn koele tuin achter zijn huis, op enkele honderden meters van de Antwerpse ring.

‘Nog in 2015 zat het overleg helemaal vast. We zijn toen naar de Raad van State gestapt. Iedereen wist dat we een sterke zaak  hadden. De overheid heeft toen de knop omgedraaid en op verzoek van de burgerbewegingen  een intendant aangesteld.’

Deze bemiddelaar was Alexander D’Hooghe,  hoofddocent architectuur en stedelijke ontwikkeling aan het Massachusetts Institute of Technology. Nadat in 2012 de orkaan Sandy  had huisgehouden in de VS en grote delen van Newark en New Jersey waren ondergelopen, leidde hij een door burgers gedragen project dat voor nieuwe infrastructuur moest zorgen die de stad beter zou beschermen.

‘Dat waren zijn adelbrieven’,  zegt Claeys. ‘Toen hij begin 2016 aan het werk ging, stelde hij vast dat er diepe wonden waren geslagen en de partijen werkelijk niet door een deur konden.’

De overheden – het stadsbestuur en de Vlaamse regering – meenden dat de burgerbewegingen de Antwerpse economie en haven wilden verstikken. Die vonden op hun beurt dat de overheden blind waren voor de keerzijden van hun plannen, dat ze niet openstonden voor alternatieven en juist de Antwerpse burgers wilden verstikken.

‘In Vlaanderen begint de vergadering pas echt later, in kleinere kring op restaurant, desnoods in de toiletten’

D’Hooghe hield heel wat ‘therapeutische sessies’. Hij pakte het niet op zijn Vlaams maar op zijn Amerikaans aan. ‘In Vlaanderen begint de vergadering pas echt nadien in kleinere kring op restaurant, desnoods in de toiletten’, legt Claeys uit. ‘Er ontstaat een parallel circuit van overleg. D’Hooghe heeft gezegd: “We komen hier met alle gewonde zielen, met al hun overtuigingen aan tafel, we brengen alle belangen in kaart, en proberen er dan met zijn allen uit te komen”.’

Na een half jaar wonden zalven, viel het besluit aan de slag te gaan met ‘werkbanken’.  Het is een van de gouden instrumenten uit de gereedschapskist van de participatieve democratie, volgens Claeys. In elke werkbank gaan burgers samen met ambtenaren en experts aan de slag om een concreet plan uit te werken.

Op grond van hun werk kwam D’Hooghe tot een alternatief plan.  ‘Iedereen heeft gewonnen en iedereen heeft een compromis gesloten’, zegt Claeys. ‘De burgerbeweging wilde de Oosterweelverbinding niet, maar een alternatief traject door de haven, verder weg van de stad. Het compromis is dat er wél een afgeslankte Oosterweelverbinding komt, niet in de vorm van een viaduct maar een tunnel onder de rivier, en dat de route via de haven voor het doorgaande vrachtverkeer nóg verder van de stad komt te liggen.’

Niet medeplichtig aan extra verkeerscapaciteit

Wat Claeys en de zijnen in ieder geval niet wilden, was ‘medeplichtig zijn aan het creëren van extra verkeerscapaciteit,’ vertelt hij. ‘Tegenover de afgeslankte Oosterweelverbinding moest de overkapping staan én afspraken over een verschuiving in verkeersoorten. Nu zorgen auto’s in de Antwerpse stadsregio voor zeventig procent van het verkeer. Er is vastgelegd dat dit in 2030 maximaal vijftig procent mag zijn.’

Het nieuwe plan betekent ‘een gigantische transformatie van het stadsbeeld’, denkt Claeys. ‘Het zal eruit zien als de overkapte ring in Madrid, al rijdt hier veel meer verkeer en zal de overkapping veel groter zijn. Vroeger lag naast de ring een enorm militair terrein. Door de overkapping komt er gigantisch veel stadsruimte vrij, die nu niemandsland is. Er komen stadsparken, stedelijke pleinen, fietspaden en nieuwe treinstations. Wijken die van elkaar zijn afgesneden, zijn straks verbonden.’

Lees hier over het Rio Park in Madrid, een groene oase die bovenop de snelweg kwam. Hoe het gelukt is? ‘Het bestuur in Antwerpen is nu niet meteen links’, zegt Claeys. ‘De burgerbewegingen hebben een eerder progressief, groen profiel. Wat ik een van de fijnste dingen vind, is dat die twee elkaar hebben ontmoet. De slogan was: van de rechtbank naar de werkbank, van het conflict- naar het samenwerkingsmodel.’

Haat als motor van de verkiezingen

We hebben een romantisch beeld van conflict als motor van de democratie, zegt Claeys, die zelf overkomt als een zachtmoedig maar daarom niet minder gedreven mens.

‘Veel mensen zeggen: democratie is in feite een langs vreedzame weg georganiseerd meningsverschil. Maar je sluit daardoor in de praktijk een heleboel pistes uit. In de reguliere democratie houden de partijen zich aan wat op hun steekkaarten staat. Het debat over mobiliteit wordt herleid tot een zwart-wit-opstelling: je bent autogek of bakfietser. Je bent verantwoordelijk voor de bloei van de haven of voor het failliet ervan. Een hoop mogelijke kandidaten voor leiderschap komen in zo’n systeem nooit bovendrijven.’

De overwinning van Donald Trump in de VS is volgens Claeys geen accident de parcours

In Red de democratie! noemt Claeys de overwinning van Donald Trump ‘geen accident de parcours’. ’Hij is geen president geworden ondanks de representatieve democratie, wel dankzij. Hij is niet de afwijking, wel de logische resultante van een systeem dat bepaalde persoonlijkheidskenmerken begunstigt.’

Een interessante hypothese dat Trump niet ondanks de representatieve democratie president is geworden, maar wel maar dankzij. Dit is een nadenkertje, zeg ik in eerste instantie, maar intuïtief voel ik dat dit niet klopt. En dat gevoel krijg ik niet op basis van de verkiezingsmanipulatie door algoritmen die op die verkiezingen zijn toegepast, noch op de blunder van Hillary Clinton die te veel op Wall Street leunde, maar vanwege de fout van de Democratische Partij die het niet aandurfde om Bernie Sanders als winnaar van de voorverkiezingen aan te wijzen. Hij was wel in staat om Trump te verstaan omdat hij de echte volksman was en geen populist.

Hoe kan het dan dat in Nederland een type als Rutte, toch bepaald geen Trump, aan het langste eind trekt? ‘De kans op Trumps is in ons democratische bestel veel kleiner’, erkent Claeys. ‘De manier waarop de democratie in de VS functioneert, schiet echt wel te kort. Door het systeem the winner takes it all  is het debat daar nog veel meer gepolariseerd dan hier. De barrière van het geld is er ook gigantisch. Zowel Hillary Clinton als Trump hebben een miljard dollar gespendeerd aan de verkiezingscampagne.’

Als Nederlander verklaar ik Ruttes langdurige bewind vanuit zijn welbespraaktheid en retorisch zo sterk dat niemand binnen de Tweede Kamer hem aankan. Daarnaast een uiterst benaderbaar politicus en helder en duidelijk sprekend. Ik heb een hekel aan hem vanwege zijn visieloosheid en zijn rechtse beleid, maar desalniettemin bestaat er geen groter talent dan hij op het politieke toneel. En de kwaliteit van het Nederlandse parlement is zo slecht dat het in mijn visie beter vandaag dan morgen kan worden opgeheven. Vandaar dat ik niet meer stem en geen lid ben van welke partij dan ook en bezig ben aan mijn digitale directe democratiemodel, dat boven het stedelijke karakter van een metropool uitgaat (https://aquariuspolitiek.wordpress.com/2018/06/15/het-wordt-tijd-om-uit-te-leggen-waarom-het-stelsel-van-representatieve-democratie-vervangen-moet-worden-door-directe-digitale-democratie-dl1-tweedekamer-politiekehervormingen-staatsrecht/ ).

Hoe Dukakis verloor

Zelf woonde hij in de VS tijdens de verkiezingsstrijd tussen Democraat Michael Dukakis en Republikein George Bush sr. Dukakis had een ruime voorsprong in de peilingen. Het team Bush lanceerde een tv-campagne, die Dukakis in verband bracht met het verlof van de zwarte, voor moord veroordeelde William Horton in Massachusetts, de staat waar Dukakis  gouverneur was.

Deze was na zijn weekendverlof niet teruggekomen en had op zijn vlucht een witte vrouw verkracht. Het systeem van weekendverlof bestond in alle staten, niet alleen in Massachusetts, en leverde zelden problemen op. Maar de angst-campagne werkte en Bush won.

‘Bij alle verkiezingen in de VS komt dat racisme weer boven’, zegt Claeys. Ook omdat het een geschikt instrument is om te polariseren. En al mag ons stelsel daar iets minder vatbaar voor zijn, in de kern zit de verleiding vijandsbeelden te scheppen er ook in. Want de verkiezingsdemocratie is een nulsomspel.  Jouw winst is het verlies van de ander.

Juist dat racisme is het kenmerk van de Amerikaanse politiek; en daarmee verschilt het Amerikaanse politieke bestel fundamenteel van de Europese die binnen de EU onderling overigens weinig overeenkomsten kennen. Maar racisme zoals in de VS sinds het ontstaan van de federatie, is op het oude continent ondenkbaar, tenzij vanuit neonazistische hoek, zoals in Duitsland.

‘Ook kiezen we op basis van een tribale associatie, een gevoelsmatig aansluiten bij een karakter, een groep, een lijst. Die twee factoren samen scheppen een dynamiek waaruit een bepaald soort leider naar voren komt,’ analyseert Claeys.

Deze ‘tribale associatie’ zoals heet clièntelisme en nepotisme is kenmerkend voor de zuidelijke EU-lidstaten, maar afwezig in de noordelijke staten. In dit verband deel ik België/Vlaanderen/Wallonie tot de zuidelijke mentaliteit in vanwege het Francofone bevolkingsdeel. Maar ik kan het mis hebben, maar ik ben vanuit mijn studie vergeten waardoor clièntelisme en nepotisme te verklaren zijn en waarom de Bourgondiërs daarmee specifiek behept zijn (een land dat gekenmerkt wordt door vriendjespolitiek, een kwaal of vervelende eigenschap binnen de economische of bestuurlijke orde).

‘Met zijn uitspraak “Doe normaal!” heeft Rutte de Trump-in-zichzelf goed zijn gang laten gaan’

‘Uiteraard heb ik liever een Rutte dan een Trump. Maar ook Rutte laat zich soms gaan. Neem zijn discours van “Doe normaal”  : je bent pas Nederlander als je aan bepaalde normen voldoet, zonder dat ik zeg wat die inhouden, maar, wink wink, we weten allemaal wel wat het is. En als je niet in dat beeld past, ga je maar terug naar je eigen land. Op dat moment heeft hij de Trump-in-zichzelf wel goed zijn gang laten gaan.’

‘Doe normaal’ is een specifiek Nederlandse gezegde geworden, ‘steek je hoofd niet boven het maaiveld uit’ en Rutte is helemaal geen Trump, de schreeuwer. Rutte heeft niets van een PVV of Forum voor Democratie (nieuw extreem-rechts populisme als contra-verlichtingsbeweging; contra-revolutionair in mijn inschatting). Het nieuwe fenomeen in NL.

Ik ben het dus in dezen oneens met de Vlaamse opvatting over de ‘gelijkenis tussen Trump en Rutte’, die ik in NL ook nog nooit ben tegengekomen.

Met instemming citeert Claeys dan ook hoogleraar politieke theorie Meindert Fennema, die zegt dat de verkiezingsdemocratie gedijt bij ‘conflictueuze tweespalt’ en het bijna onmogelijk is politiek te bedrijven zonder haat te zaaien.

Maar hiervoor hoeft Fennema niet te worden geciteerd want een algemene politieke eigenschap dat verklaard kan worden aan de electorale behoefte aan herkenbaarheid, en identiteit. Zonder deze eigenschappen ben je verloren in de politiek en dat geldt overal en is van alle tijden.

De politici die dit spel het beste spelen en verkozen raken, claimen vervolgens dat zij het volk vertegenwoordigen. Maar ‘het mythische signaal van de kiezer’ valt op talloze manieren te interpreteren, zegt Claeys. ‘De inhoudelijke vaagheid van een verkiezingsuitslag is een godsgeschenk voor verkozenen die eigen agenda’s erdoor willen drukken’, tekent hij op in zijn boek. Het idee van politieke vertegenwoordiging noemt hij een illusie.

Dit geldt ook voor iedere westerse democratie. Verkiezingsuitslagen zijn een zaak van de mannetjesmakers, van de voorlichters en andere pr-specialisten en communicatiedeskundigen  geworden.

De energieke democratie

Democratie is letterlijk demos kratein, het volk dat regeert. Vaak vatten we het woord op als ‘de meerderheid heeft het voor het zeggen’. Maar voor Claeys gaat democratie niet om de stem, maar om de medezeggenschap, de deelname van de burger.

‘De meerderheid die het voor het zeggen’ heeft is wat mij betreft een loze, lege kreet geworden, aangezien van die meerderheid ook verwacht wordt om met minderheden rekening te houden. In NL geldt nu dat in tegenstelling tot het vorige kabinet de oppositie nu een meer eendrachtige oppositie probeert te voeren, om het gezag van de regering te ondermijnen en ook zwakke plakken bij Rutte te vinden, dan nu ontdekt is vanwege zijn focus op de afschaffing van de dividendbelasting. Het hele electoraat is daarop tegen want waarom buitenlandse aandeelhouders subsidiëren? Hij heeft de blunder gemaakt zich voor het karretje van Shell en Unilever te laten spannen. Dat zal hem nu blijvend achtervolgen.

In de ‘energieke democratie’ waar Claeys van droomt, kan de burger vele rollen spelen. Hij is niet alleen kiezer, maar ook deelnemer aan burgerpanels en ‘werkbanken’. Als pionier neemt hij zelf initiatieven, bijvoorbeeld door een burgercomité voor de opvang van vluchtelingen op te richten. Zo nodig ontpopt hij zich tot onderzoeksjournalist die misstanden onthult of begint hij juridische procedures als de staat de eigen wetten schendt.

De beschrijving van Claeys democratiemodel komt mij erg veeleisend over en ik vermoed ook dat er veel overlegtijd mee heen gaat en dat de gemiddelde burger daar niet zoveel tijd voor over heeft om daarin te investeren. Ik zou er ook de tijd niet voor hebben.

Lees meer over dit Brusselse initiatief in dit stuk.

Het is niet dat Claeys de verkiezingsdemocratie wil afschaffen of bijvoorbeeld wil vervangen door loting. Wel wil hij de rollen omdraaien. Meestal gelden vormen van participatie of burgerinspraak als een extraatje bij wat geldt als de kern van de democratie: verkiezingen. Claeys wil de hiërarchie kantelen: schep een stelsel met vele vormen van participatieve democratie, waarbij verkiezingen op gezette tijden een aanvulling vormen.

Dit klinkt niet onredelijk.

In de gereedschapskist van de participatieve democratie zitten de werkbanken, zoals die in Antwerpen vorm kregen. Daarnaast zijn er burgerpanels, zoals de G1000

Lees hier over de G1000 die in 2011 in België plaatsvond. die David Van Reybrouck in België organiseerde en de citizen’s assembly

Lees hier meer over in dit stuk. die zich in Ierland over abortus boog, waarop een referendum volgde.

Deze combinatie van besluitvorming in samenspraak met burgers en daarna een volksraadpleging is, vindt Claeys, ‘een gouden formule, omdat de eerste stap de tweede informeert en de tweede stap de eerste legitimeert’.

Was dat niet ook in het Antwerpse geval ideaal geweest? Want Claeys erkent in zijn boek dat bij concrete burgerparticipatie altijd minderheden betrokken zijn die niet kunnen claimen dat ze de wil van de meerderheid vertolken.

Praktisch gezien was dat niet mogelijk, zegt hij. Want de Vlaamse wet verbiedt een referendum te houden in een jaar waarin er ook verkiezingen zijn.

‘Waarom ligt de lat voor burgerparticipatie altijd zoveel hoger dan voor verkozenen? Macron is door maar 18 procent van de Fransen gekozen’

Maar de vraag ergert hem duidelijk een beetje. ‘Het is elke keer weer de vraag die burgerbewegingen krijgen: wie vertegenwoordigen jullie nu eigenlijk? Maar waarom leggen we de lat voor burgerparticipatie altijd zoveel hoger dan voor verkozenen?’

‘President Emmanuel Macron is uiteindelijk gekozen door 18 procent van alle Fransen. Voor Trump stemden 60 miljoen van de 300 miljoen Amerikanen. De Hongaarse premier Viktor Orbán kreeg een tweederde meerderheid op basis van 44 procent van de stemmen, bij een opkomst van 61 procent.’

Verkozen politici – de Vlaamse regering en het Antwerpse stadsbestuur – hebben zich achter het compromis geschaard dat in samenspraak met burgerbewegingen, experts en ambtenaren is uitgedokterd, benadrukt Claeys. Een legitiemer besluit is dus lastig denkbaar, wil hij maar zeggen.

Mix tussen idealisme en realisme

In Antwerpen is door burgerparticipatie een haast utopisch aandoende oplossing voor een slepende kwestie gevonden. Maar hoe ingewikkeld de problematiek ook was, ze was wel enigszins overzichtelijk omdat alles zich op lokaal niveau afspeelde. Heb je ook iets aan de gereedschappen van Claeys om de Europese democratie nieuw leven in te blazen en de kloof tussen Brussel en de burger te verkleinen?

Zoals ik Claeys ideeën over Europa’s democratische participatie lees (en begrijp?) vermoed ik dat de democratieën van de lidstaten zo verschillend zijn dat het geen haalbare kaart is. ik zie daarentegen een verdere uitbreiding van regionale democratieën binnen de lidstaten op diverse deelterreinen.

Op zijn tuintafel heeft Claeys het boek Red Europa! van de Duitse politicologe Ulrike Guérot liggen. ‘Haar diagnose is goed’, zegt de Antwerpse publicist en activist. ‘Ze stelt dat Europa op dit moment niet werkt. Ze vergelijkt de EU met een veredelde diplomatieke conferentie, waar alle natiestaten tot een vergelijk proberen te komen. En waar je als burger niet veel greep op hebt.’

Ik heb het boek Red Europa! gelezen en wat mij tegenvalt is haar federalistisch perspectief. Nu zijn natuurlijk zowel Duitsland als Belgie federale staten, en NL niet en daarin ligt een controverse. In NL past geen federatie en daarom zal altijd tegen een EU als federatie worden gestemd. De eenheidsstaat NL is zeer goed verdedigbaar en daar nemen wij geen afscheid van. Wat mij betreft is het debat over federatie of niet in mijn land ook sinds het referendum over de EU-grondwet, die natuurlijk geen grondwet was maar de samengebundelde verdragen, geen punt van discussie meer. Zie België dat in feite geen natiestaat is maar een confederatie. Maar nu word ik te technisch, te politicologisch.

Lees meer over dit boek in het tweede deel van dit stuk. Red Europa! van de Duitse politicologe Ulrike Guérot liggen. ‘Haar diagnose is goed’, zegt de Antwerpse publicist en activist. ‘Ze stelt dat Europa op dit moment niet werkt. Ze vergelijkt de EU met een veredelde diplomatieke conferentie, waar alle natiestaten tot een vergelijk proberen te komen. En waar je als burger niet veel greep op hebt.’

Ze vergeet ook dat de EU een kunstmatig project is dat uniek is in die zin dat er nooit eerder dergelijke laboratoriumexperimenten zijn uitgevoerd. Er bestaan geen handleidingen dus en genoeg economen geweest die dit project hebben afgeraden, ‘want zonder een vaste valutakoers sta je machteloos’. En dat heeft dus ook de eurocrisis veroorzaakt.

Maar over de oplossing die ze in haar boek schetst, heeft hij zijn twijfels. ‘Op het Europese niveau wil ze een soort spiegel van het Amerikaanse systeem, met een federale volksvertegenwoordiging en een Senaat die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Europese regio’s. Die wil ze hun eigen democratische dynamiek geven en in een netwerk aan elkaar koppelen.’

Hij zijn twijfels en ik ben stelliger: onhaalbaar want onrealistisch en zeker met het sterke anti-EU-sentiment dat nu overal speelt.

‘Het zijn die twee lagen die de burger volgens haar opnieuw vertrouwen kunnen geven in de werking van Europa. Eigenlijk wil ze de representatieve democratie opnieuw uitvinden. Maar ze maakt zich er wat gemakkelijk vanaf bij participatie door burgers.’

Klopt!

De EU besloot de grenzen dicht te gooien, vanwege de onenigheid over asielzoekers. Biedt burgerparticipatie een oplossing?

Hoe geef je die participatieve democratie dan wel vorm, op Europees niveau? Neem migratie. Al twee jaar soebatten de Europese leiders over verdeling van asielzoekers. Landen als Hongarije willen het liefst géén vluchtelingen opnemen. Intussen doet de EU het enige waar de lidstaten het wel over eens kunnen worden: het dichtgooien van de grenzen. Zou je hier met burgerparticipatie wél een oplossing voor kunnen vinden?

Nergens ter wereld is een oplossing gevonden en daarom moeten we de migratiestroom gebruiken om onze eigen vindingrijkheid te gebruiken en tot praktische oplossingen te komen. Die mogen wat mij betreft afwijken van de vluchtelingenverdragen: geef de huidige vluchtelingen een verblijfsstatus van maximaal één jaar en diegenen die hier een baan vinden in die periode krijgen een vervolgstatus en pas vijf jaar later een definitieve vergunning met een nieuw stelsel van inburgeringsexamens. Een EU/NL-paspoort wordt pas verkregen als een examen staatsrecht succesvol is afgelegd zodat ze precies kunnen beredeneren welke opvoedingspatronen ze geacht worden los te laten en bereid zijn zich volledig in te burgeren naar westerse normen en waarden. Andere opties bestaan niet en bij zakken van het examen worden teruggestuurd naar land van herkomst (en anders gedropt in de Sahara) om nieuwe vluchtelingen nieuwe kansen te bieden. Want de EU en alle overige werelddelen moeten zich prepareren op blijvende migratiestromen. De rijkdom wordt gezocht en zeker nu de commercie in de vorm van mensenhandel een nieuw businessmodel hebben ontwikkeld, moeten er wereldwijd via de VN een definitieve oplossing worden gezocht. En alleen daarom is Trump maar een tijdelijke oplossing voor de VS en de wereld als geheel.

‘Dat de aanpak van de migratieproblematiek op Europees niveau zo moeilijk verloopt’, zegt Claeys, ‘is allereerst te wijten aan mythologie: net nu de migratiecijfers nog maar een fractie zijn van twee jaar geleden, wordt om electorale redenen de indruk gewekt dat dit niet zo is, en praat men nog steeds over ‘vloedgolven’ die de eigen ‘identiteit’ ondergraven.’

Zoals net aangegeven vind ik dit speculatief.

Ook is er de kwestie van de kieskringen.  ‘Die zijn nationaal, niet Europees. Daarom voeren kandidaten en verkozenen het debat binnen die eigen kring. In elk land krijg je daardoor een fundamenteel ander debat.

En ontstaat er nooit eenheid van EU-beleid! Daarom is een federatief EU onhaalbaar.

‘Hierdoor is het extra moeilijk een oplossing uit te dokteren op het niveau van de Raad van Ministers, de diplomatieke conferentie van de landen. De Europese burgers kunnen als kiezers op het nationale niveau niet meer doen dan mee zwalpen in het nationale debat.’

De oplossing bij de kwestie asiel

Oké, dat is het probleem, nu de oplossing.

Claeys stelt een combinatie voor van burgerpanels en werkbanken, op lokaal en Europees niveau [wat een utopie!]. In de burgerpanels zit een qua geslacht, leeftijd, sociale achtergrond en opleidingsniveau representatieve groep burgers. Zij brengen in kaart hoe ze denken over vluchtelingen, welke gevolgen van migratie ze in het dagelijkse leven ervaren en wat volgens hen het draagvlak is voor solidariteit, op basis van verstrekte informatie over cijfers en de Europese regelgeving. Doel: een gevoel krijgen voor ‘wat er leeft’.

In NL is al geconstateerd dat solidariteit (zowel nationaal als op EU-niveau) niet meer bestaat en ik vrees dat men gelijk heeft. We leven inmiddels in het postideologische tijdperk. Zonder solidariteit. Met de huidige rechtse groei in de lidstaten kan men het met de solidariteit dus wel schudden.

Aan de werkbanken nemen terzake deskundige verenigingen, belangengroepen, ambtenaren en experts deel. Zij sleutelen samen aan ‘technische’ oplossingen: procedures, verdeelsleutels, op te richten organen, budgettaire ruimte en lange-termijnaanpak.

Deze werkwijze zal op EU-niveau geheel mislukken, vanwege alle culturele verschillen.

Enig vermoeden wat voor soort oplossingen daar dan uitkomen? ‘Geen idee’, zegt Claeys. ‘Maar dat is juist de essentie: ik zou het maar verbrodden [? Vlaams?] door mogelijke oplossingen te formuleren nog vóór we goed en wel aan zo’n proces beginnen. Je moet kunnen loslaten in dit soort processen, en ruimte geven aan de deelnemers.’

Die burgerconferenties maken vaak stille revoluties zichtbaar die in electorale wedstrijden onzichtbaar blijven

De praktijk leert [tot het heden] dat burgerconferenties steevast leiden tot pragmatische voorstellen voor oplossingen, zegt hij. Zo krijg je ‘een meer evenwichtige mix van realisme en idealisme’ dan als je het aan partijpolitici overlaat ‘die zich in de eigen natiestaat onder druk gezet voelen’ door de vermeende publieke opinie. ‘Die burgerconferenties maken vaak stille revoluties zichtbaar die in electorale wedstrijden onzichtbaar blijven. Denk aan wat in Ierland rond abortus gebeurde.’

Claeys ziet nog een voordeel: burgers identificeren zich makkelijker met de uitkomst van burgeroverleg dan met compromissen die politici hebben gesloten. ‘Ik hoor je al denken: wat is dat allemaal tijdrovend, ingewikkeld, lastig. Maar dat geldt evengoed voor de besluitvorming door verkozenen, al helemaal op Europees niveau. Niemand heeft gezegd dat democratisch tot werkbare oplossingen komen simpel is en op een drafje kan gebeuren. We moeten onszelf de tijd en de ruimte gunnen hiervoor.’

Er lijkt inderdaad maar een conclusie mogelijk: geef dit een kans! En stel jezelf de vraag: wat kan ik, ja ik, doen om de democratie te redden?

Concluderend stel ik vast dat ik nu wat meer heb geleerd van mijn zuiderburen, al heb ik een aantal Belgische boeken in huis via een liefdesrelatie die ik met een Vlaamse heb gehad (en vandaar dat ik de Antwerpse Oostoever ken), maar de taal in haar grotere vriendengezelschappen voor mij een te groot struikelblok bleek te zijn. Vlaams is voor mij een soort van Friese of Limburgse taal. Onnavolgbaar! Zal ik ook niet meer kunnen aanleren… P.S. Zonder tekstcorrectie geplaatst.

https://decorrespondent.nl/8510/burgers-die-echt-meebeslissen-wat-in-antwerpen-kon-kan-ook-op-europees-niveau/620941059970-30739f7d