Tags

Vaarwel Britten, het is tijd voor een nieuw Europa (Luuk van Middelaar en Monika Sie Dhian HO, Katern Opinie & Debat/nrc.nl, 8-9-18)

4 tips voor een nieuw Europabeleid na Brexit | Het moderne Europa is meer dan een markt, het is een lotsgemeenschap. Doorbreek dus de oude clichédenkbeelden over onze buren, schrijven Luuk van Middelaar en Monika Sie Dhian Ho

Zo smeedde minister Wopke Hoekstra (Financiën) dit voorjaar een bondje met andere Noordwest-Europese landen: de ‘Hanze-coalitie’. Met de Denen, Finnen, Zweden, Balten en Ieren (en soms Belgen en Luxemburgers) op de bres tegen de activistische Franse president Macron en zijn euro-plannen. Het thuispubliek was trots, ook al sprak de internationale pers kort erna van „Mark Rutte en de Zeven Dwergen”.

Ach, een vergelijkbare alliantie als die van de Visegradlanden.

Natuurlijk is het zinvol gelijkgezinde stemmen te bundelen om het eigen geluid te versterken. Maar als diplomatiek antwoord op de Brexit is de Hanze ongeloofwaardig. Om te beginnen schiet deze getalsmatig tekort: een coalitie van alleen kleine landen – zelfs met tien of twaalf – levert in de EU geen meerderheden om iets op touw te zetten, noch minderheden om ongewenste plannen van tafel te krijgen.

Technisch gesproken hebben de auteurs gelijk als ze de Hanze ongeloofwaardig vinden, maar het gaat om meer dan techniek alleen. Publicitair is het juist heel handig om deze route vooral pr-matig te volgen om een breder debat binnen de EU op te wekken, maar het klinkt wel erg als ‘oud-denken’, clichématig-denken waartegen de beide auteurs zich nadrukkelijk tegen afzetten. ‘Alleen kleine landen’ levert inderdaad geen meerderheden op, maar wel extra publiciteit en daar gaat het ook zeker om. Het publiek wordt op deze wijze goed en zorgvuldig geïnformeerd want het komt uit de eigen koker van de noordelijke lidstaten. En het is geen anti-geluid zoals de Visegrad.

Burgers in Nederland en Europa willen niet langer alleen de vrijheden die de EU biedt – over de grens studeren of je spullen verkopen – maar ook bescherming en steun bij modernisering. Ze vragen om optreden tegen klimaatverandering, belastingontwijking en lage-lonen-concurrentie; om daadkracht tegen irreguliere migratiestromen, terreurnetwerken en autocratische buren. Voor dat Europa dienen zich nieuwe partners aan.

Die ‘nieuwe partners’ die hieronder genoemd worden, dat is heel andere kost dat de oeverloze debatten in de Tweede Kamer, die alleen maar meerjarige herhalingen van zetten zijn als er weer een EU-top in aantocht is. iedere fractie heeft dan weer zijn gelegenheid om z’n rideltje af te draaien. De zinloosheid straalt er vanaf.

Hier worden door de auteurs tenminste de wezenlijke thema’s aangereikt, waar het inderdaad om draait en waarmee ook bewezen wordt hoe de Kamer chronisch achterloopt op de feiten en te veel tijd verspilt aan diverse overleggen. Het zal je beroep maar zijn om parlementariër te zijn. om wanhopig van te worden.

Ten eerste, partners voor een Europa dat moderniseert: van louter marktwerking naar erkenning van de noodzaak van investering. In digitale economie, in onderzoek en verduurzaming. Digitale start-ups, innovatie en schone industrie als antwoord op toenemende concurrentie op de wereldmarkt. Een Europa met een moderne begroting voor de problemen van nu: wat minder landbouwgelden en meer geld voor bewaking van de buitengrenzen.

Heel goed!

En ten tweede, partners voor een Europa dat beschermt: van lusten voor bedrijven en consumenten naar erkenning dat mensen ook werknemers en burgers zijn. Een Europa dat zijn sociale markteconomie en welvaartsstaten koestert in plaats van ondermijnt. Dat de waarden van de democratische rechtsstaat hoog houdt. En dat niet naïef is als het gaat om Chinese miljardeninvesteringen, die economische voordelen hebben maar ook een politieke en strategische prijs.

Nog beter, met een kanttekening aan het adres van het begrip welvaartsstaat dat een uitgesproken economisch begrip is, in tegenstelling tot verzorgingsstaat, dat sociaaleconomische (want sociaalwetenschappelijk gehanteerd) –  en dus een veel breder – maar ook een nog immer geldige term is. Je moet dus ook geen afstand nemen van dat herkenbare begrip omdat het anders met welvaartsstaat weer kleeft aan bezuinigingen en saneringen. Publicitair en psychologisch betekent dat de ondergang van de EU.

Onder de radar vinden ambtenaren al nieuwe partners voor zulke opgaven. Zo ontstaan voor modernisering en verduurzaming van de economie interessante nieuwe coalities met – naast landen uit de ‘Hanze’ – de Benelux, Frankrijk, Duitsland, Polen en Spanje. En zo reisde de Nederlandse speciaal gezant voor migratie al met haar Franse, Duitse, Spaanse en Italiaanse collega’s door de Sahel. Maar met praktische samenwerking die zich aan het zicht van de mensen onttrekt, komt de naald niet uit de groef van ingesleten tradities.

Vandaar dat deze publicatie noodzakelijk was om die nieuwe partners in de Sahel te introduceren.

De nieuwe coalities verdienen publiek. Laat zíen dat het Frankrijk van Macron telkens [?] terugkeert in de nieuwe coalitiepatronen. Niet als de visionaire, protectionistische tegenpool van het pragmatische, zuinige Nederland. Maar als onmisbare bondgenoot voor een Europese Unie die moderniseert en beschermt. In zijn speech voor het Europees Parlement noemde premier Rutte Frankrijk expliciet als partner om de Europese klimaatambities te verhogen. Dat is een begin.

Is het zo dat ‘Frankrijk van Macron telkens [?] terugkeert in de nieuwe coalitiepatronen’? Dat komt mij wat paradoxaal over. Of wordt er bedoeld de terugkeer in oude coalitiepatronen zoals de as-Berlijn-Parijs?

Breek met oude clichés

Deze frisse blik op een open en beweeglijk veld vraagt wel een breuk met historische clichés. Met oude beelden van de buren, waarin de pragmatische Britten onze beste vrienden zijn, de Duitsers een geducht en degelijk volk, en de katholieke, centralistische Fransen op voorhand verdacht. Dat zal moeite kosten.

‘Deze frisse blik’ alinea lijkt inderdaad de juiste koers te zijn. Goed op het politieke EU-toneel flink op te schudden. Ik heb zelf de historische noties in de oorspronkelijke tekst achterwege gelaten omdat ze naar mijn gevoel geen waarde hebben, zo deel ik de auteurs mee.

Maar dat [Thatchers toespraak in Brugge waar ze haar neoliberalisme aankondigde en een aanval inzette op de Brusselse centralisatiedwang van de Franse Commissievoorzitter Delors] was 1988. Een jaar later viel de Berlijnse Muur, kwam de Koude Oorlog ten einde en gaf Europa zichzelf één munt, een ruimte zonder binnengrenzen en een buitenlandpolitiek. Aan die sprongen naar eenheid deden de Britten – beducht voor soevereiniteitsverlies – niet of maar half mee. Die buitenlandpolitiek diende, toen al, ter voorbereiding op een tijdperk waarin de Amerikanen niet langer voor onze veiligheid zouden opdraaien. Met Trump – bruuske vertegenwoordiger van deze lange trend – is dat tijdperk aangebroken. Het maakt de heroriëntatie van het Nederlandse Europabeleid des te urgenter. Wat moet de regering nu doen?

Overigens wordt die ‘soevereiniteitsverlies’ bijna universeel gedeeld door de hele Unie heen en daarin hadden de Britten dus zeker geen ongelijk. En ook in de internationale publiekrechtelijke literatuur wordt gesproken van ‘relatief geïntegreerde rechtsorde’ en ‘meer overdracht van bevoegdheden’ in plaats van soevereiniteitsverlies in het recht van de EU (André Nollkaemper: 2014;37-38). Een notie om te onthouden dus.

Eén: Europa is meer dan een markt.

Erken dat het uitgroeit tot lotsgemeenschap van staten en burgers die samen aan politiek doen. Dat is niet alleen technocratisch gekibbel om productstandaarden, bietenprijzen en steunfondsen, maar ook politieke strijd over waarden en belangen, over hoe te reageren op nieuwe uitdagingen of dreigingen – in het besef dat we in Europa behalve een continent ook een geschiedenis, een identiteit en, hopelijk, een toekomst delen. Het Haagse verlangen naar een ‘minder politiek’ Europa is nostalgie naar de verdwenen wereld van Maggie & Ruud.

Hierover verschillen de meningen. ‘Minder politiek Europa’ heeft in mijn beleving een hele andere inhoud dan nostalgie naar de ‘verdwenen wereld van Maggie & Ruud’. Wel is het belangrijk om het besef op te bouwen dat ‘we in Europa behalve een continent ook een geschiedenis, een identiteit en, hopelijk, een toekomst delen’. En dat is al een bijna mission impossible, gelet op het immer groeiende anti-EU tendensen of euroscepticisme. Dat blijft aanzwellen als de EU niet democratischer wordt dan het nu is; lees: bijna totaal gebrek aan directe invloed op democratie binnen dat gremium,want alles gaat via de nationale parlementen als het om de EU zelf gaat (getrapte constructie dus).

Twee: zoek de partners die hierbij horen. Een Europese Unie zonder het Verenigd Koninkrijk wordt voor Nederland meer een open veld. Dat vraagt om een flexibele en actieve opstelling met open lijnen naar alle landen. Wisselende partnerschappen voorkomen bovendien dat scheidslijnen in Europa – Noord tegen Zuid, West tegen Oost – steeds dezelfde zijn en verharden, met alle gevolgen vandien voor de geloofwaardigheid van de Unie voor eigen publiek en in de wereld.

Deze alinea laadt de schijn op zich van een bijna utopisch sprookje aangezien de Noord-Zuidscheidslijn bijna onvermijdelijk is vanwege de culturele verschillen tussen het noordelijke calvinisme en lutheranen(of protestanten zo men alles onder één noemen wil brengen) en de zuidelijke katholieke Bourgondiërs.

Drie: laat de primaire argwaan jegens het Frans-Duits samenspel los.

Natuurlijk hoeft niet elk plan uit de koker van Parijs en Berlijn prompt te worden omarmd. Kritiek en bijsturen is soms nodig. Maar ten gronde is het ook in het belang van veiligheid en welvaart van 17 miljoen Nederlanders als 80 miljoen Duitsers en 65 miljoen Fransen het een beetje met elkaar uithouden, hun leiders elkaar vertrouwen en ze samen zin hebben Europa als geheel slagkracht te geven.

Er ontstaat een brede glimlach op mijn gezicht als ik lees: ‘Kritiek en bijsturen is soms nodig.’ Want er is veel meer nodig dan ‘soms nodig’ zijn. als er één ding ontbreekt is dat die inspraak wel en de ruimte om kritiek en bijsturen ook geëffectueerd te krijgen. Dát is de grote en centrale behoefte onder alle bevolkingen van de afzonderlijke lidstaten. Kortom, dit type zinnen mogen in een ‘definitieve’ tekst rustig worden weggelaten aangezien ze een enorm oubollige indruk maken. De tekst als geheel maakt namelijk een mooie genuanceerde indruk!

Benader het Nederlandse publiek niet louter als belastingbetalers.

Anders voelen ze zich vanwege de afdracht aan ‘Europa’ voortdurend gepakt in hun portemonnee, terwijl ze ook als burgers die aan de EU publieke goederen ontlenen (een baan, een kans, een beschermde beweegruimte). In plaats van ons diplomatiek vast te bijten in het verhaal dat het clubhuis goedkoper kan wanneer één lid opzegt, moeten we zien dat de blijvende leden baat hebben bij contributies voor nieuwe diensten of een extra bewaker bij de poort in een ruigere omgeving. Dat zal nog een hele klus worden, voor premier Rutte en zijn kabinet, gezien de eenzijdige nadruk in het publieke debat op het ‘terughalen van de Zilvervloot’. ‘De zuinigste van het stel zijn’ gaat prima samen met een visie op ‘waar voor je geld’.

Hier wordt te gemakkelijk over het voorstel van Macron heengestapt om een aparte eurozonebegroting aan te leggen buiten de bestaande Uniebegroting om. Daar heeft Rutte terecht grote bezwaren tegen aangetekend. Het gaat namelijk volgens mij om eerst een geheel nieuwe én moderne begrotingstechniek van de hele EU en pas als dat lukt, dan kunnen ‘we’ bezien of er nog een aparte groepsbegroting moet worden opgetuigd. Maar waar de verspilling (niet met het oog op Frontex, maar in de landbouwstructuurfondsen en wegeninfrastructuur en treinverbindingen) in de afgelopen decennia hemeltergend was, bestaat er alleen om die reden geen noodzaak om nog meer geld naar Brussel over te maken.

Tot slot: ja, Europa zit vol vreemd volk. Dogmatische Duitsers, improviserende Italianen, chaotische Grieken, rommelende Roemenen en wat al niet. Minister Blok zou er zijn monoculturele genen niet aan wagen. Maar al die verschillen en ergernissen onder buren zijn klein bier vergeleken bij wat er echt op het spel staat. Te midden van alle variatie is een lotsgemeenschap gegroeid, en is er een ideaal overeind te houden van democratische rechtsstaten, seculier en vrij, met duurzame, sociale markteconomieën. In contrast met het Chinese autoritaire staatskapitalisme, het retro-nationalisme van Poetin, het opportunisme van Trumps America First, en het spoor van vernietiging dat religieuze haat trekt in het Midden-Oosten zou je denken dat ook voor Nederlanders als een paal boven water staat: wat ons als Europeanen verenigt, is sterker dan wat ons scheidt.

Dat er ‘lotsgemeenschap is gegroeid’ lijkt me eerlijk gezegd een uiting van ‘wishful thinking’, maar ware de thema’s ‘klimaatverandering, KI-concurrentie, cyberwar-strategieën en volledig veranderde geopolitieke verhoudingen’ genoemd, dan was ik het er van harte mee eens. Ik blijf namelijk pro-EU, maar wel een maximaal kritische; er dienen grondige vervormingen worden aangebracht én doorgevoerd, willen we een interne EU-burgeroorlog vermijden. En alleen dan wordt de groeiende macht van populisten gebroken. Dat dient het ‘indirecte’ doel te zijn, omdat we door verkeerd beleid ons afhankelijk hebben gemaakt van die antidemocraten. Wie had dat kunnen verzinnen…???

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/07/vaarwel-britten-het-is-tijd-voor-een-nieuw-europa-a1615724

 

Advertisements