Tags

Uit Karen Armstrong’s In naam van God:

‘In de premoderne wereld maakte religie deel uit van alle aspecten van het leven. Talloze activiteiten die nu als werelds worden beschouwd, werden als heilig ervaren: houtkap, de jacht, een voetbalwedstrijd, het dobbelspel, astronomie, landbouw, de opbouw van een staat, een touwtrekwedstrijd, stadsplanologie, handel, de nuttiging van sterkedrank, en in het bijzonder de oorlogsvoering. De volken in de oudheid hadden onmogelijk kunnen vaststellen waar ‘religie’ eindigde en ‘politiek’ begon. Dat was niet omdat ze te dom waren om het onderscheid te begrijpen, maar omdat ze de grootst mogelijke waarde wilden hechten aan alles wat ze deden. Wij zijn wezens die behoefte hebben aan zingeving, en vervallen anders dan andere dieren gemakkelijk tot wanhoop als we geen zin in ons leven kunnen ontdekken. We kunnen het vooruitzicht van onze onvermijdelijke dood moeilijk verdragen. We maken ons zorgen over natuurrampen en menselijke wreedheden, en we zijn ons scherp bewust van onze lichamelijke en psychische kwetsbaarheid. We vinden het verbazingwekkend dat we hier überhaupt zijn en willen weten waarom. We hebben ook een groot vermogen om ons te verwonderen. De oude filosofen raakten in vervoering over de orde van het universum; ze waren nieuwsgierig naar de mysterieuze kracht die de hemellichamen in hun baan hield en de zeeën binnen hun grenzen, en die ervoor zorgde dat de aarde regelmatig weer tot leven kwam na de schaarste van de winter, en ze verlangden ernaar deel te hebben aan deze rijkere en duurzamere vorm van bestaan.’ (2015; 14)

Het valt niet te ontkennen dat de 1e en 2e generaties islamitische migranten in ons land nog in een traditionele, premoderne cultuurtraditie (of cultuurpatroon) leven en wonen, zelfs te midden van ons moderne westerlingen; dat pas vanaf de 3e generatie een zekere verwestersing zal optreden, vooral bij de hoogopgeleiden die nu op een breed front ontstaan.

Maar omdat de politiek altijd machteloos toekeek dat er maar geen fatsoenlijk integratiebeleid van de grond kwam en zich uit arren moede liet leiden door de oneliners van Wilders en zijn PVV, verzandden die beleidsmatige pogingen.

Een ware ramp kan dat ook niet genoemd worden, want de ambtenarij, noch de politieke elite zou er toch uitgekomen zijn. En dus is het nu tijd om een tweede poging te ondernemen en dat is mogelijk via bepaling en vaststelling wat de grenzen zijn van godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting.

Er zal een midden moeten worden gezocht én gevonden tussen de ‘grenzen van die grondwettelijke vrijheden’ en de idealistische cultuur van de premoderne wereld, die nog van een zeker eenheidsbewustzijn kón uitgaan, maar die in de moderne en laatmoderne industriële wereld van vandaag niet meer mogelijk is. Die cultuur- en technische vooruitgang die het Westen na onze Renaissance – maar wel ná de Renaissance van de islamitische wereld die gelezen kan worden in Ehsam Masood, Wetenschap & islam. Verslag van een vergeten bloeiperiode. (Veen Magazines BV 2009), waaruit blijkt dat we rekening moeten houden met de potentiële capaciteit van de islam tot modernisering, ons hoop kan bieden en daarmee uitzicht op een betere integratie dan tot heden mogelijk bleek.

Hiermee sluit ik me ook aan bij het hoofdredactionele commentaar van Trouw vanochtend: ‘Terughoudend in contact salafisten’. Waarom?

De salafisten die regelmatig negatief in het nieuws komen zijn namelijk de salafisten die altijd met gemeentebesturen in de clinch liggen als haatpredikers en het oprichten van aan salafistische school. Dat zijn de radicalen die maar één oogmerk met zich meedragen, te weten het Westen uit te dagen (en het liefst het hele Westen) en te bekeren. Maar ze zijn slim genoeg om te beseffen dat dat een onmogelijkheid is. dan resteert er niets anders dan maar een twijfelend gemeentebestuur de angsten en stuipen op het lijf te jagen. Overigens is het ook volstrekt helder dat het boven weergegeven citaat over de premoderne wereld geestelijk niet van toepassing is op de radicale en politieke salafisten van vandaag, want er is in hun wereldbeeld geen enkel besef van ‘heilig ervaren’ van alle mogelijke dagelijkse handelingen. Dat geestelijke eenheidsbewustzijn is dus bij de hedendaagse salafisten volledig afwezig. Daarmee houdt dus een route van dialoogvoering met hen op. Waarom?

De gedachte om een dialoog met die salafisten is gebaseerd op de veronderstelling dat je nader tot elkaar kunt komen en om verdere radicalisering tegen te gaan. Dat is een utopie, een kwestie van ‘wishful thinking’. Dat moge duidelijk zijn. Daarom heeft de nieuwe burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema terecht opgemerkt dat zij die route niet wil voortzetten, want onder haar voorganger is ingezet.

Geen betere en passender weg van opereren onder de nieuwe beleidsoptie van het organiseren van ‘vervolgcursussen na de basiscursus integratie en NT2’ om de Nederlandse Grondwet te leren verstaan en wat al die vrijheidsartikelen in feite betekenen:

Vrijheid van godsdienst stamt uit onze vrijheidsstrijd tegen de Spanjaarden en dus de tachtig jarige oorlog toen het protestantse, calvinistische Noordelijke Nederlanden zich wilden losmaken van het katholicisme van Spanje (en Zuid-Europa). En ons land is vooral bekend om de kerkelijke afsplitsingen, die ook een godsdienstvrijheid noodzakelijk maakten (opgenomen in de Unie van Utrecht).

Kortom: de vrijheid van godsdienst is er alleen om iedere burger een eigen keuze mogelijk te laten maken of zelfs kerkelijke uittreding. Daar stond geen doodstraf op zoals nu in veel islamitische landen. Maar vrijheid van godsdienst betekent niet automatisch bescherming van symbolen en rituelen, zoals onverdoofd slachten van offervee. Dat is cultuur, die in ieder land weer anders werkt en dus geen voorgeschreven regel en in dat geval dienen moderne staten de moderne ethische normen ook toe te passen.

Vrijheid van meningsuiting betekent niet het klakkeloos spuien van eigen meningen of vooroordelen, maar wél kritiek mogen uiten op barbaarse praktijken van geestelijke rituelen bijvoorbeeld zoals steniging bij overspel, als dat in ons land onder moslims voorkomt; of eerwraak. Onze migrantengemeenschap zal zich dus wel volledig moeten aan passen aan onze grondwet, omdat die basiswet voor alle inwoners geldt.

Nu het duidelijk is geworden om juridisch precies vast te stellen wat wel en niet strafbaar is, en het dus nog jaren duurt voordat de hoogste rechtsprekende instanties knopen hebben doorgehakt, is het een kwestie geworden van een publiek debat voeren van acceptabele grenzen van die vrijheid van meningsuiting. Waar in het westerse denken het volstrekt normaal is dat je op iedere gezagsdrager én profeet of geestelijk leider kritiek kunt uiten, moet dat ook ten aanzien van Mohammed dus óók kunnen gebeuren. Als je daar niet tegen kunt (en dus een geringe tolerantiegraad hebt ontwikkeld), dan hoor je in het Westen niet thuis. Verhuis naar een premodern land – waar ook ter wereld – om je daar meer op je gemak te voelen.

Hiermee heb ik een aanzet willen geven tot een nieuw integratiedebat en mijn volgende stap is te onderzoeken wat er in de Kamerhandelingen over het salafisme is gezegd of opgemerkt. Daarover later meer.

Advertisements