Tags

Ook wetenschappers gaan niet vrijuit bij de verspreiding van nepnieuws (Paul de Beer, Opinie & Dialoog/fd, 27-8-18)

Opinie | Paul de Beer is hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam.

President Donald Trump en de Amerikaanse media vliegen elkaar constant in de haren over de vraag wie nu eigenlijk fake news verspreidt. Ook in Nederland nemen de zorgen toe dat politieke en maatschappelijke discussies door nepnieuws worden beïnvloed. Sommige kranten hebben een rubriek waarin zij checken wat er waar is van uitspraken die in de media worden gedaan. Ook de EU heeft het — overigens fel bekritiseerde — initiatief genomen om uitspraken in de media te toetsen op hun waarheidsgehalte. Meestal worden voor het factchecken ‘officiële’ rapporten en ‘onafhankelijke’ deskundigen geraadpleegd.

Voor het factchecken van wetenschappelijke rapporten is het gebruikelijk dat er ‘peerreviews’ worden gehouden, met een soortgelijke functie van een promotiecommissie. Maar sinds de ‘productie van eigen meningen’ door de Amerikaanse president, die daarmee de diplomatieke wereld overviel want het effect was dat van een olifant door de porseleinkast walste, en dus haaks stond op de diplomatieke praktijk.

Deze feiten als achtergrondmateriaal. Twitter, Google, Facebook en andere sociale media werden als instrumenten ontdekt om meningen en standpunten te lanceren waarbij de nauwkeurigheid van de gepresenteerde ‘feiten’ bijzaak waren. Deze sociale media werden dus snel gebruikt voor pr-doeleinden van het grote bedrijfsleven en op die wijze was Trump waarschijnlijk ook al vertrouwd geraakt met deze techniek.

Maar het onderscheid tussen (getoetste) algemeen ervaren juiste feiten en nepnieuws maakte ook snel duidelijk dat als dat nepnieuws manipulatief werden gebruikt (‘stel dat dat mogelijk is’) om verkiezingen te beïnvloeden, er een enorme macht openlag voor reclamebureaus. Een nieuwe techniek werd geboren, nu door middel van algoritmes.

Maar welk gevaar schuilt daarachter, wat kan de inzet van nepnieuws voor gevolgen hebben voor het efficiënt en effectief functioneren van de maatschappij en vooral voor het bedrijfsleven met zijn concurrentieverhoudingen die zwak kunnen worden gemaakt door gemanipuleerde cijfers van buitenaf?

Verantwoorde bedrijfsvoering is alleen gediend met juiste input en gebruik van commerciële data, want zonder die data staat het radarwerk stil. De marktverkeer kan niet functioneren zonder. Dat geldt ook voor de bedrijfstak van politieke bestuurders en volksvertegenwoordigers die zich hoofdzakelijk baseren op wetenschappelijke onderzoeksinstellingen als CPB en CBS, om de denktanks niet te vergeten.

Het probleem is dat juist de betrouwbaarheid van die rapporten en deskundigen steeds vaker ter discussie wordt gesteld. ‘Wetenschap is ook maar een mening’, wordt dan gezegd. Voor wetenschappers is het verleidelijk zulke opvattingen af te doen als kletspraat van personen die geen benul hebben van wat wetenschap is, of dat niet willen hebben. Ik ben geneigd dat standpunt te onderschrijven. Toch zouden wetenschappers wat vaker de hand in eigen boezem moeten steken. Want hebben zij niet zelf mede aanleiding gegeven tot het groeiende ongeloof in de onafhankelijkheid en de objectiviteit van de wetenschap?

Ik ben het met de auteur eens dat ‘wetenschap is ook maar een mening’ ridicuul is aangezien iedere afgestudeerde student weet hoe hij een betoog systematisch moet opzetten en een logisch een samenhangende tekst moet aanbrengen en opstellen met eigen onderzoeksmateriaal en waarin veel gerefereerd wordt aan wetenschappelijke bronnen en ook vaak tegenargumenten worden besproken. Kortom, op basis van bestaande inzichten en erkende wetenschappelijke feiten wordt een aangevraagd advies gepubliceerd en aan de Kamer opgestuurd.

Vooral die rapporten worden met een vergrootglas gelezen en bestudeerd en indien eenzijdig geformuleerd, genadeloos door de gehaksmolen van de Kamer gehaald. Carrières en statusverhoudingen kunnen ermee te(n) gronde gaan. Worden vernield.

Allereerst valt dan te denken aan de stroom van berichten over fraude, plagiaat, beïnvloeding door financiers, en andere vormen van wetenschappelijk wangedrag. Zorgelijker is dat deze incidenten — want dat zijn het mijns inziens — het topje van de ijsberg vormen van een veel breder probleem. De academische wetenschap is geleidelijk verworden tot een artikelenindustrie waarin maximalisatie van de productie tegen zo laag mogelijke kosten het hoofddoel is geworden. Het gevolg is een onafzienbare reeks publicaties die niet veel meer zijn dan kopieën van eerdere publicaties — van de auteur zelf of van andere auteurs — met een paar minieme wijzigingen. Het oorspronkelijke doel van de wetenschap, het zoeken naar nieuwe, diepere inzichten in hoe de wereld werkt, wordt steeds meer naar de achtergrond gedrongen.

Hier laat de auteur terecht zien wat het ‘niet goed geven van een voorbeeldfunctie’ door de wetenschappelijke wereld zelf aan negatieve gevolgen kan sorteren. Maar dat is bijzaak, omdat er binnen academische kring waarschijnlijk een groter probleem bestaat, te weten wat en hoe je in deze tijd van sociale media aan bewust kritisch bewustzijn bij studenten kunt ontwikkelen. Op de middelbare school worden geen opstellen meer geschreven (dat vak is verdwenen) en waar iedereen Google raadpleegt hebben de leerlingen ook geen idee welke informatie uit die hoek correct is en welke niet. Probeer dat maar eens uit te leggen aan deze generatie studenten.

Binnen het parlement speelt dit probleem in ogenschijnlijk ‘mindere’ mate, want het kan gemakkelijk gecamoufleerd worden. Het gaat immers om partijpolitiek en niet om het bedrijven van wetenschap. Dat maakt direct alles uit. En zeker na de opkomst van de one-linercultuur van Wilders die met zijn parlementaire onschendbaarheid alles kon beweren wat normaal strijdig is met de Grondwet. En het parlement zelf, die dat verschijnsel nog niet durfde aan te kaarten in een plenair debat om die strijdigheid met de grondwet aan te kaarten, gaf aldus het slechts denkbare voorbeeld. Te gek voor woorden; de angst dat je daarmee de PVV in de kaart speelt, was natuurlijk bepalend. De Tweede Kamer kan in beginsel daarop een verbod uitvaardigen door Kamerbreed voor een verbod daartoe te stemmen dat in het Reglement van Orde wordt opgenomen en vastgelegd. Maar niemand met genoeg creativiteit en lef die het initiatief neemt.

‘Publicatiedruk leidt tot conformisme. Eerder onderzoek wordt klakkeloos overgenomen’

Een van de gevolgen hiervan is dat conformisme in het wetenschappelijke bedrijf hoogtij viert. Hetzelfde doen wat anderen al gedaan hebben, maakt het een stuk gemakkelijker een artikel gepubliceerd te krijgen dan creativiteit en originaliteit. Conformisme komt je wetenschappelijke carrière doorgaans meer ten goede dan tegendraadsheid. Het resultaat is dat wetenschappers elkaar vaak klakkeloos napraten. Allerlei ’feiten’ worden voortdurend herhaald, zonder dat iemand de moeite neemt te onderzoeken of ze echt kloppen, terwijl dat bij uitstek de taak van de wetenschap zou moeten zijn.

Weer een praktijkvoorbeeld vanuit de wetenschappelijke sector zelf, dat wel duidelijk maakt welke andere effecten door publicatiedwang er ontstaan, maar daar heeft het grote publiek weinig aan. Het gaat erom wat er in de Kamer moet gebeuren als daar nepnieuws of gemanipuleerde gegevens worden gelanceerd door deze of gene fractie. Die mogen vanzelfsprekend in de Kamer niet gehanteerd of gebruikt worden. Wie bewaakt dat?

Op deze plek heb ik de afgelopen vierenhalf jaar met enige regelmaat vermeende waarheden op mijn eigen vakgebied — arbeidsmarkt en sociaal beleid — kritisch tegen het licht gehouden. Meer dan eens constateerde ik dat het niet om feiten ging maar om mythen, of dat er op zijn minst reden was om nog eens heel goed te kijken naar stellingen als: de baan voor het leven bestaat niet meer, werkenden veranderen steeds vaker van baan, flexibilisering is een gevolg van globalisering en te strikte ontslagbescherming, de mismatch op de arbeidsmarkt neemt toe, alles verandert steeds sneller, er is geen werkende arbeidsmarkt voor ouderen, de kloof tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden wordt steeds groter, et cetera.

Iedere keer verbaasde ik me erover hoe gemakkelijk dergelijke opvattingen worden verkondigd, ook door mijn vakgenoten, terwijl er zo goed als geen bewijs voor is. Vaak volstaat het om wat cijfers op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek of zijn Europese evenknie Eurostat te raadplegen om vast te stellen dat de werkelijkheid net iets anders in elkaar zit.

‘Goede wetenschap is niet “ook maar een mening”, maar veronderstelt wel kritisch onderzoek van de gepresenteerde feiten’

Als wetenschappers zelf niet (meer) de moeite nemen om de geldigheid van hun uitspraken te checken, moeten zij niet gek opkijken als ‘gewone’ burgers hun opvattingen niet zonder meer als waar aannemen. Goede wetenschap is niet ‘ook maar een mening’. Maar dat veronderstelt wel dat wetenschappers de ‘feiten’ die zij verkondigen eerst zelf kritisch onderzoeken — zeker degenen die zich in het maatschappelijke debat mengen.

Kranten en media zouden hierin een voorbeeld moeten zijn op veel grotere schaal dan vandaag de dag aan de orde is, maar dan blijken de financiële middelen weer te ontbreken om dat uitgevoerd te krijgen. En zo houden alle partijen elkaar in een wurggreep.

Ik hoop dat ik u de afgelopen jaren zo nu en dan aan het denken heb kunnen zetten over zaken waarvan u tot dan toe niet twijfelde aan het waarheidsgehalte. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat mijn kijk op de zaak automatisch de juiste was. Als u mijn boodschap ter harte neemt, treedt u ook mijn versie van de waarheid met gepast wantrouwen tegemoet!

We kunnen met het nepnieuws en gemanipuleerde kennis gerust spreken van een dodelijk virus dat aan het ontstaan is omdat het maatschappelijk verkeer er ernstig door ontregeld kan worden. Dat is fnuikend voor onze welvaart en daarom moet er in de Tweede Kamer een debat hierover worden gevoerd; en geen debat met losse eindjes, maar een zwaar en structureel debat met duidelijke conclusies en aanbevelingen.

Anders wordt – voordat we het in de gaten hebben – ons parlementaire stelsel volslagen onwerkbaar. En dan houd ik het maar netjes, want fellere bewoordingen liggen voor de hand.

[Paul de Beer is hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam.]

https://fd.nl/opinie/1266963/ook-wetenschappers-gaan-niet-vrijuit-bij-de-verspreiding-van-nepnieuws

 

Advertisements