Tags

Zomergasten Internetpionier Marleen Stikker zorgt voor een niet zo toegankelijke, maar wel erg boeiende uitzending van Zomergasten, over de gevaren van ongeremde technologische vernieuwing.

Wat bedoelt de verslaggever met ‘niet zo toegankelijke’? Dat het thema van internet dat kapotgemaakt wordt door de commerciële jongens van succesformules als Facebook, Google en Apple hun handen hebben overspeeld? Dan ben ik het ermee eens. Ontoegankelijk vanwege onzichtbare, duistere machten vanwege heimelijke verkooppraktijken van ‘privacy handel’ dus. Daar kan niemand vóór zijn, behalve die sector zelf.

Wilfred Takken, nrc.nl, 13 augustus 2018 om 7:28

 ‘Het internet is kapot’, stelt internetpionier Marleen Stikker. Begin jaren negentig was Stikker pionier van het wereldwijde web, toen nog in handen van utopisten die dachten dat internet de wereld zou verlossen. En nog steeds is Stikker aanjager van technologische vernieuwing, en vooral het denken hierover. Maar een idealist is Stikker niet per se. In deze uitzending van Zomergasten wijst ze vooral op de problemen en gevaren van internet.

Het wrange lot van utopisten is – door de hele menselijke geschiedenis heen geweest – dat ze de praktijk van windhandel altijd over het hoofd hebben gezien en daarmee ze zichzelf een loer hebben gedraaid. Laatste politieke ondergang van utopisten werd door de val van het communisme beleefd, en nu is het dus tijd geworden dat de winstverslaafden van het bedrijfsleven worden aangepakt; en door de mangel worden gejaagd. Dat heeft Marleen mooi laten zien.

Het probleem, stelt Stikker, is dat internet een bedrijfsmatige invulling heeft gekregen, en veel minder een sociaal maatschappelijke. Niet het internet op zich, maar het verdienmodel erachter werkt ondermijnend.

Of zou er nog een andere mogelijke verklaring bestaan, namelijk dat het moderne internet van Silicon Valley juist op Amerikaans grondgebied is gehuisvest, kortom binnen een cultuur dat altijd al gedomineerd werd door immense geld- en winstverslaving? En daarmee is dus ‘automatisch’ minder een sociaal-maatschappelijke grondhouding te verwachten.

Marleen Stikker (1962) is opgeleid tot filosoof en richtte in 1993 De Digitale Stad op, de eerste gratis toegangspoort tot het internet. Een pionier, dus. Dat heeft ze ook daarna niet opgegeven. Ze begon Waag, een sociale onderneming met een technologisch onderzoeksinstituut. Hier ontwikkelt ze technologische prototypen, zoals de duurzame Fairphone, die begon als campagne van Waag. Nieuwe technologieën zijn haar speelveld, tegelijk bevraagt ze deze op kritische wijze.

Hoe dit uit de hand kan lopen, laat ze zien aan de hand van het project ‘Quiet, We Live in Public’ van internetmiljonair Josh Harris, die in 1999 in een New-Yorkse kelder een helse Big Brother schiep, waarin een groep mensen zich onderwierp aan vernedering en excessen, die Harris filmde en op internet zette. Dat schrikbeeld is volgens Stikker uitgekomen: in ruil voor gratis aandacht en vertier onderwerpen we ons aan sociale media

Kind mee naar relatietherapie

Dit is niet de toegankelijkste aflevering van dit seizoen, en dat komt niet alleen door het lastige onderwerp. Stikker is een sympathieke verteller, maar ze heeft een wat stuurs, onbewogen gezicht, en ze lacht weinig. Haar eerste hoorbare lach klinkt pas na drie kwartier. Over persoonlijke zaken begint ze pas na anderhalf uur, en dan nog mondjesmaat. Haar sterke moeder had een stormachtige relatie met schrijver Doeschka Meijsing („twee vrouwen die het niet heel goed met elkaar konden vinden”) en ze moest als kind mee naar relatietherapie. Haar vader was een onbegrepen experimentele dichter met Asperger.

Het is treffend dat verslaggever Takken deze typering van Stikker geeft, want ik heb exact het omgekeerde ervaren. En daarmee bewijst Takken maar eens hoe subjectief een journalist kan zijn. Helemaal geen stuurs en onbewogen gezicht, maar juist heel levendige en sprekende ogen. Laat ik het hierbij dus maar laten.

Genoeg materiaal om een heel interview mee te vullen, zo’n jeugd, maar Stikker keert liever terug naar haar boeiende betoog over technologie. Ook de interviewer Janine Abbring voelt zich daar beter thuis – dit is duidelijk een onderwerp dat haar nauw aan het hart ligt.

Stikker keert terecht terug naar haar specialiteit ‘technologie’ vanuit haar vak filosofie, aangezien haar jeugdervaringen juist daarin tot uiting komen en haar effectief maken. Anders was ze tegen die harde internetmultinationals niet opgewassen geweest. En die jeugdervaringen hoeven niet per se relevant te zijn voor het luisterende publiek.

We beginnen met The Matrix en de metafoor van de rode en de blauwe pil. Wie de blauwe neemt, leeft zijn comfortabele onwetende leven, wie de rode neemt, ziet de duistere achterkant van de wereld. Stikker zou de rode nemen, maar pleit vooral voor een derde, roze pil: de duistere kant zien, maar tegelijk de mogelijkheden van een andere wereld onderzoeken.

Hier speelt mijn ergernis over deze film een rol, want een geromantiseerde spiegelbeeldige schets van deze vreemde maatschappij: enerzijds een bikkelharde maatschappij waarin de strijd om de macht alleen door het grote geld kan worden gewonnen, tegenover een ‘comfortabel, onwetend leven’ van de naïeve eenlingen die de wereld rijk is. Alsof dat realistisch is.

Waarbij ook nog iets anders een rol speelt in deze film als ik mij goed herinner: buitenaardse inserties en manipulaties die een hun rol op deze aarde spelen. Typisch de Hollywood-industrie in actie; angstpsychoses kweken. Dat is dus ook een ‘black box’ van de hedendaagse digiwereld met ingeplugde mensen die volgens deze film een rol gaan spelen in de toekomst. Zou alleen kunnen als we de technocraten hun gang laten gaan.

Als voorbeeld laat zij de Franse biokunstenaar Marion Laval-Jeantet zien, die zich in 2011 liet injecteren met paardenbloed, om zo een nieuw soort paardmens te worden. Niet alles wat mogelijk is, moet je ook willen. Stikker pleit voor meer ethische introspectie over technologie, en het gebruik van kunst en alfawetenschappen om vernieuwing te begeleiden.

Ook een eye-opener want vermoedelijk als symbolisch voorbeeld geselecteerd – want ik kan me niet voorstellen dat dit een reality-opname was – maar wel om inzichtelijk te maken wat de bio-industrie mogelijk maakt. En daarover kunnen niet genoeg films worden gemaakt opdat het de ogen van het publiek opent! We hebben al te besloten en heimelijk opererende Monsanto in deze wereld. En dat is er al één teveel.

Onbaatzuchtige bomen

Stikker maakt ook uitstapjes naar biotechnologie, politiek en economie. De Britse econoom Kate Raworth praat over haar model van de donut-economie: we moeten de economie opnieuw inrichten zodat ze niet de planeet en de arbeiders in lagelonenlanden kapotmaakt. We zien een beeld van een jongen die vecht tegen de slaap in een textielfabriek.

Deze laatste beelden zal bij de oudere kijkers een herinnering aan Charlie Chaplin hebben opgeroepen, met even treffende beelden.

Aan de hand van een filmpje over gemeenschappen van altruïtische bomen betoogt Stikker dat de kracht van mensen ligt in het samenwerken en samen denken. Vorm nieuwe burgergemeenschappen – buiten politiek en bedrijven om – die streven naar een betere ethiek in tech en economie. En zo eindigt Stikker toch nog bij de anarchistische ideeën uit haar dagen als internetpionier.

Waarom de term ‘anarchistische ideeën’ gebruikt? Ik vermoed dat Stikker de combinatie tussen kritisch bewustzijn en evoluerende en dus onvermijdelijke techniek samen wil brengen en daarin vindt ze mij aan haar zijde. Techniek en economie in een superkapitalistische samenleving is levensgevaarlijk en kan alleen door tegenkrachten die ethisch en zakelijk goed geschoold zijn en realistische samenwerking als doel hebben, in toom worden gehouden.

Maar niet voordat ze, als uitsmijter, YouTuber Simone Giertz laat zien, om te onderstrepen dat je nog zoveel plezier kunt hebben met technologie. Giertz bouwt geestige krakkemikkige machines die je billen afvegen of je tanden poetsen. Ze bouwde ook „The Pussy Grabs Back Machine”: een soort kuisheidsgordel met een robotarm, die de aanrander in zijn kruis grijpt.

Het was mijn eerste Zomergasten van dit seizoen (want voorgaande twee spraken mij niet aan, maar Marleen Stikker bewijst dat er genoeg non-superego’s in ons land bestaan en dat is een enorme geruststelling.

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/08/13/internet-is-kapot-maar-valt-nog-wel-te-repareren-a1612928

 

Advertisements