Tags

,

Laat natuur en techniek samen optrekken (Julia Rijssenbeek, Opinie & Debat/de Volkskrant, 1 augustus)

OPINIE GENTECHVOEDSEL

Laat natuur en technologie samen optrekken in de voedselindustrie (online versie, Julia Rijssenbeek 31 juli 2018, 17:47)

Het onderscheid tussen het natuurlijke en het kunstmatige is voorgoed verleden tijd, aldus filosoof, econoom en onderzoeker Julia Rijssenbeek.

Stelling: De schrik slaat me om het hart als het onderstaande betoog wat argumenten betreft maatgevend is geworden voor de hedendaagse beoefening van de filosofie…

# Het Europese hof heeft besloten dat CRISPR, een methode waarmee DNA kan worden gemodificeerd met een grote precisie, onderworpen wordt [of blijft?] aan strenge wetten. CRISPR wordt als een doorbraak gezien omdat we er nog sneller, makkelijker en goedkoper de genen van planten mee kunnen aanpassen om bacteriële virussen te neutraliseren. Hoewel de beslissing van de rechter een verstandige keuze lijkt, wordt deze gevoed door een onterechte angst voor kunstmatig voedsel.

Mijn vraag is in verband met de zinssnede ‘genen van planten (…) aanpassen om bacteriële virussen te neutraliseren’, hoe de ecologie als zodanig (als wetenschappelijke discipline met een meerderheids‘consensus’) achter deze formulering kan staan? Ik ben geen ecoloog maar ik vermoed dat ecologen een andere formulering hadden gekozen.

Dat zou me verbazen omdat ik uit de mediaberichtgeving in het algemeen heb begrepen dat genetische aanpassing van planten om bacteriële virussen te ‘neutraliseren’, op voorhand geen neutrale – lees: risicoloze – ingreep genoemd kan worden, omdat die vooronderstelling pas op langere termijn kan worden bewezen. Als die langetermijneffecten feitelijk zichtbaar worden. En dan pas schadelijke effecten geopenbaard worden. Hier is dus in mijn opinie een filosofe en econome aan het woord en geen (gespecialiseerde) ecologe. Nu is er niets op een multidisciplinaire aanpak tegen, maar volgens mij is het geciteerde te kort door de bocht, ook én juist voor een ‘thinktank’.

We willen het liefst natuurlijk voedsel, terwijl voedsel altijd technologisch is. Al duizenden jaren grijpen we in biologische processen in om voedsel te verbouwen, vanaf de eerste gekweekte soorten in de Levant. Op de rationele wijze waarop we vandaag ons voedsel produceren en consumeren, lijken we meer dan ooit in een kunstmatige verhouding tot ons voedsel en de natuur te staan. We zien planten als dingen die we kunnen optimaliseren naar eigen smaak, we kweken groente met artificieel licht en we zien voedsel als goedkoop object, dat we weggooien als we het niet meer willen.

‘We willen het liefst natuurlijk voedsel, terwijl voedsel altijd technologisch is’; volgens mij ook een aanname, een vooronderstelling, aangezien voedsel niet op voorhand ‘altijd technologisch’ is, maar in mijn visie een natuur(lijk) product. Waarbij veel techniek om de hoek komt kijken, maar de plant(enwereld) is en blijft een natuurverschijnsel, zoals de mens ook een natuurlijk wezen is. De natuur (of zoals delen van de bevolking dat de goddelijke schepping noemen) schept deze bezielde wezens, nietwaar?

Het is dus volgens mij ook niet waar dat er al duizenden jaren in biologische processen wordt ingegrepen, al was het alleen al omdat Mendel en Darwin 19e eeuwse ontdekkers waren, zoals ook Pasteur en Lamarck. Voor die tijd werden alleen zuivere, onbewerkte gewassen gezaaid en geoogst!

‘Op de rationele wijze waarop we vandaag ons voedsel produceren en consumeren, lijken we meer dan ooit in een kunstmatige verhouding tot ons voedsel en de natuur te staan. We zien planten als dingen.’ Planten als dingen’, dat kan alleen de mens verzinnen, zo ver is de mens van de essentie-van-de-natuur afgeraakt. In onze eigen tijdsbegrippen vertaald: de mens die zichzelf tot consument heeft gedegradeerd, en ook geen begrip meer over zijn spirituele oorsprong… Mens, wordt u eens wakker!

CRISPR-tomaten

Met CRISPR kunnen we de natuur nu nog verder naar onze hand zetten door nog preciezer in de genen van planten in te grijpen. Daarmee wordt voedsel hoogtechnologisch: ook al ziet een CRISPR-tomaat er heel natuurlijk uit, hieraan is gesleuteld met de nieuwste technieken, wellicht zelfs geoptimaliseerd om precies in jouw persoonlijke dieet te passen met de voedingsstoffen die jij nodig hebt.

Wat een afgrijselijke technologische taal! De mens die hard op weg is een technologische robot te worden, als deze zinnen echt zo ‘bewust’ geformuleerd zijn….

Maar terwijl het moeilijk te ontkennen is dat de menselijke ratio nu meer dan ooit invloed heeft op de natuur, lijkt er weinig rationeels aan ons gedrag. Hoezeer we ook proberen de omgeving voor onszelf te optimaliseren, voor deze moderne relatie tot natuur en voedsel betalen we een hoge prijs.

Ook dit is een aanname, een vooronderstelling die de ecologie als wetenschap volgens mij nooit voor haar rekening kan nemen. Als dat wel het geval is, dan kan dat alleen worden verklaard als een wetenschapstak dat nog in een peuterfase van ontwikkeling verkeert, zoals Darwin dat zelf ooit was. Maar ik neem de ecologie wel serieus, als een toekomstige waardevolle, maar óók volwaardige wetenschap. Maar daar gaan nog generaties overheen als ik deze teksten serieus moet nemen.

Uit het natuurlijke verband gerukt

Kijk naar onze huidige voedselketen. Doordat eten constant goedkoop en in overvloed aanwezig is, kampen we nu met voedselverspilling en ziektes als obesitas. Daarnaast zijn we in ons moderne stadsleven verder dan ooit verwijderd geraakt van een natuurlijke omgeving en van onze voedselbronnen, terwijl steeds meer onderzoek aantoont dat nabijheid van een natuurlijke omgeving een belangrijke bron van welzijn is. Het moderne voedselsysteem heeft onze wereld onttoverd en de mens uit zijn natuurlijke verband gerukt. En de kosten daarvoor worden steeds hoger.

Wat nu als we CRISPR, in een reeks van andere technologische ontwikkelingen, anders bekijken? Een ontwikkeling die ons juist ook weer dichterbij de natuur plaatst in plaats van tegenover haar? Wat de laatste technieken als CRISPR laten zien, is dat we in een tijd leven waarin natuur en technologie steeds verder versmelten.

‘As’ is verbrande turf zoals een oude tegeltjeswijsheid aangeeft. Geen ‘als – dan’ vragen stellen, want dat is sowieso onwetenschappelijk, immers aan een belofte (as = als) heb je niets. ‘Anders bekijken’ is dus onzin, aangezien die nieuwe technologische ontwikkelingen als CRISPR inmiddels als fijnmazige, maar in verborgenheid ontwikkelde technologieën zijn geworden, waar we als consument geen greep meer op hebben omdat de consument, onwetend als die inmiddels is én wordt gehouden, allang denkt dat het even veilig is als de stoommachine die ook ooit is uitgevonden.

Ontwikkelingen in genetische modificatie, biotechnologie en artificiële intelligentie maken het juist moeilijker om van een onderscheid tussen de biologie, het levende, en de technologie, het levenloze, te spreken. We kweken organen en gebruiken AI als verlengstuk van onze eigen denkkracht. Met deze ontwikkelingen kunnen we toe naar een vorm waarin we samen met de natuur optrekken, haar en onszelf in alle processen tot bloei laten komen. Voorbij aan het moderne onderscheid tussen het natuurlijke en het kunstmatige, kunnen we in deze versmelting gaan bouwen aan een omgeving waarin deze twee elkaar versterken.

Het fnuikende van die ontwikkelingen als ‘genetische modificatie, biotechnologie en artificiële intelligentie maken het juist moeilijker om van een onderscheid tussen de biologie, het levende, en de technologie, het levenloze, te spreken’, zo luidt dus de stelling van de auteur. Het is helemaal niet moeilijker geworden om dat onderscheid te maken, als er geen luiheid van denken was ontstaan, die de huidige generatie van wetenschappers klaarblijkelijk heeft overvallen.

Mijn antwoord luidt heel kort en bondig:  het verschil tussen ‘biologie’ als samenvatting van alle levende en bezielde natuurverschijnselen enerzijds en technologie anderzijds als menselijk ontwikkelde instrumenten, die ten doel hebben om de natuur meet- en onderzoekbaar te maken ten eigen nutte. Instrumenten blijven dus per definitie ‘levenloos’ én blijven ‘dingen’ zijn, want wezenlijk anders dan mensen, dieren en planten, stuk voor stuk géén dingen, zoals de consument denkt, maar de mens geschonken om dat hij voedsel nodig heeft.

Anders was er geen menselijk leven op aarde mogelijk. Kortom, de mens heeft zelf de techniek in het leven geroepen via een langdurige ontwikkelingsgang, en nu is uitgemond in een hoogstaande technologische evolutie, maar wel door de mens zelf geschapen, terwijl mensen klonen – om het maar in extremis uit te drukken – onmogelijk is omdat die ‘gave’ aan de mens niet gegeven is door de Natuur. Ligt dus niet in het menselijk-DNA besloten, zoals wetenschappers dan wel ‘blijven denken’ als het om menselijk klonen gaat. Overigens in ons land verboden, maar elders niet.

Daarmee is het ook onmogelijk voor de mens om ‘Voorbij [te gaan] aan het moderne onderscheid tussen het natuurlijke en het kunstmatige, kunnen we in deze versmelting gaan bouwen aan een omgeving waarin deze twee elkaar versterken.’ Laat staan ‘in deze versmelting te gaan bouwen aan een versterking van beide factoren.’

Dat riekt naar singulariteit, versmelting van mens en techniek en dat is mijns inziens een structurele of fundamentele denkfout. Die samensmelting is niet mogelijk omdat het ‘appels met paarden’ vergelijken is. Gelukkig houden diezelfde appels en paarden zich daarmee niet bezig omdat hun instinct veel verder is ontwikkeld dan onze menselijke intuïtie, en daarmee het dieren- en plantenrijk hiermee bewijzen meer wijsheid in huis te hebben dan wij mensen, die het contact met de natuur volledig verloren is. De natuur slaat wel terug via ondermeer de huidige hittegolven en laat dat dus een signaal zijn. De mens is deze zomer gewaarschuwd, door de natuur zelf.

Een goed voorbeeld van deze versmelting is de stadslandbouw. In wat agritecture wordt genoemd, het proces waarbij de landbouw geïntegreerd wordt in gebouwen, worden de voordelen van stedelijke ruimte gebruikt om planten te laten groeien en voedsel te produceren.

Geen ‘goed voorbeeld’, want een logische ontwikkeling in het kader van moderne stadsontwikkeling, maar dan zonder de impliciete aanname van singulariteit!

Groene gebouwen

Architecten zijn zelfs bezig om een ‘groene kern’ in de infrastructuur van gebouwen te integreren. Ze ontwerpen steeds meer gebouwen om water te recyclen en planten in kunstmatig licht te laten groeien om tegemoet te komen aan de behoeften van de inwoners: basisbehoeften zoals vitaminen, water, schone lucht en de nabijheid van natuur. Juist door te erkennen dat voedsel nooit helemaal natuurlijk is en we natuur en technologie niet meer tegenover elkaar zetten, kunnen we het speelveld van de natuur weer toelaten in ons moderne leven.

Over dat kunstmatige of artificiële licht kan nu nog geen enkel zinnige uitlating worden gedaan, omdat we daarvan nog niets weten! Welke langetermijneffecten zullen er alsnog ontstaan?

En dus zien we ook in dit citaat de denkfout, dat natuur en technologie niet tegenover elkaar mogen worden geplaatst. Als het om een zinvol onderscheid gaat tussen beide begrippen kunnen we niet om een handzame analyse heen, en is dus dat onderscheid noodzakelijk. Dat zal iedere filosoof kunnen beamen.

Als we CRISPR-voedsel niet simpel wegzetten als kunstmatig, kunnen we onderzoeken hoe het onderdeel kan zijn van oplossingen waar natuur en technologie samen optrekken. Bijvoorbeeld door planten te ontwikkelen die geen pesticiden behoeven, of door inheemse gewassen bestendiger te maken voor droogte.

Weer een ‘als – dan’ aanname die onjuist is. En nog een sterke opmerking: ‘Bijvoorbeeld door planten te ontwikkelen die geen pesticiden behoeven’… gaan we zelf voor schepper spelen?

Daarbij kunnen we leren van vroegere doorbraken op gengebied, waarbij alleen waarde gecreëerd wordt voor partijen als Bayer-Monsanto, Dow-DuPont en ChemChina-Syngenta, ten koste van de natuurlijke omgeving. We kunnen nooit helemaal de natuur naar onze hand zetten, maar als we toch in de natuur ingrijpen om voedsel te produceren, laten we de natuur en de technologie elkaar dan niet tegenwerken.

Je zou bijna gaan denken dat hier een lobbyist aan het woord is geweest om haar opdrachtgevers Bayer-Monsanto, Dow-DuPont en ChemChina-Syngenta aan gratis pr te helpen, als het niet zo was dat een aantal van deze organisaties zich al onmogelijk heeft gemaakt. De Volkskrant heeft er toch wel goed aan gedaan om deze opiniebijdrage te publiceren opdat er direct een maatschappelijk debat kan worden ontstaan, dan nu bijna onvermijdelijk is geworden. Maar ik ben niet onder de indruk van de juiste missionstatement van FreedomLab Thinktank zelf.

[Julia Rijssenbeek is filosoof, econoom en onderzoeker bij FreedomLab Thinktank.]

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/laat-natuur-en-technologie-samen-optrekken-in-de-voedselindustrie~bdce7e66/

Advertisements