Tags

De verevenende staatszorg

‘Wat hiervan zij, voor de liberaal kan de staatsbemoeiing een andere grond hebben dat het algemeen belang; derhalve waar het niet geldt regeling van wederkerige vrijheidsbeperking, verevening van de voorwaarde van de wedkamp. De staat verzorgt de burger niet. Iedereen moet trachten op de beste wijze en naar zijn beste vermogen deel te nemen aan de algemene productie en de meest mogelijke vruchten te trekken van zijn inspanningen. Hoe meer bij die pogingen uitsluitend de persoonlijkheid beslist, hoe meer het blote toeval wordt uitgesloten, hoe beter, hoe meer immers de zegeningen van de concurrentie worden genoten. (…) Men mag zeker niet voorbijzien [aan] het vele dat uit zuivere mensenmin [mensenliefde of mensenlievendheid] is tot stand gebracht. Voortreffelijke stichtingen zijn bij alle volken aan te wijzen als schitterende bewijzen van verheven burgerzin en humaniteit. Toch blijken deze bij de grote belangen die te regelen zijn: fragmenten.

Zolang de mensheid zal zijn, zoals zij nu is, komen zelfopoffering en belangeloosheid voor misschien meer dan menigmaal geneigd is om aan te nemen, maar men mag er niet op rekenen (it.). De staat eist van iedere burger zijn plicht maar geen weldaden.

Telkens wanneer een meer billijke toestand alleen (it.) in het leven is geroepen, onder voorwaarde dat degene die er voordeel van zullen trekken dat voordeel zonder (it.) betaling van vergoeding of equivalent genieten, moet men zich alleen verlaten op tussenkomst van de staat.

Voorwaarden tot overheidsondersteuning

‘Een zaak die in de vrije concurrentie te gronde gaat, heeft geen reden van bestaan: waarom zou men de oude ziekelijke bomen in leven houden ten koste van de jonge stammen, die vol fris en krachtig leven de openvallende plaats willen vervullen. (…) De moed, die alleen steun der overheid versmaadt in de kamp om het bestaan, het vertrouwen in de energie van het volk dat aan zichzelf is overgelaten, de overtuiging dat de vrijheid staalt en verheft, dat alles maakt reeds op zichzelf de vrijhandelspolitiek verkwikkend en veredelend. De strijd voor het behoud van gevestigde belangen is een sentimentele strijd, maar geen reden door kracht van redenen kan worden gewonnen. (…) Niet door de zorg van vaderlijke voogden moet het volk tot welvaart komen, maar door eigen inspanning en vrij beleid. De tijdelijke voordelen die uit overheidshulp kunnen worden verkregen, zouden ruim worden opgewogen door de blijvende nadelen die in verminderd zelfvertrouwen en verzwakte energie zouden worden geoogst. Niet van de kasplanten der protectie kan een volk duurzame vruchten plukken, maar van hetgeen door volharding en ijver heeft gewrocht. Teleurstelling en tegenspoed doen de kunstmatige nijverheid tenslotte kwijnen, niettegenstaande alle regeringszorg; zij harden echter en oefenen hen die op eigen krachten steunen.

De liberaal is overtuigd van de kracht van de vrijheid, is overtuigd dat de vrije concurrentie de beste krachten naar bovendrijft, en dat alle inmenging van de regering slechts strekken kan om tegen het betere het minder goede te beschermen. Er zijn uit de aard der zaak slechts 4 categorieën van feiten waar de staat verevend tussen beide kan treden. Vooreerst wat betreft de opvoeding van de toekomstige burger. Ten tweede wat betreft de plaats waar hij is gevestigd, m.a.w. alles wat betrekking heeft op de middelen van verkeer. Ten derde de verevening van de ongelijke arbeidsvoorwaarden die voortspruiten uit het feit dat sommige arbeid, in het bijzonder intellectuele arbeid hoofdzakelijk ten goede komt aan volgende geslachten en ten vierde de perequatie van niet te voorziene rampen: maatregelen van verpleging en assurantie.

Wanneer men wil dat de vrije concurrentie regel wordt [worde] in onze maatschappij, wanneer men wil dat de levensstrijd tussen vrije personen op gelijke voorwaarden zal worden uitgestreden [uitgekampt], (…) dan heeft de staat zorg te dragen dat de [economische] strijd die zij zullen gaan strijden wordt gestreden met gelijke wapenen, dat zij niet door omstandigheden buiten hun persoonlijkheid gelegen, reeds voor de aanvang buiten gevecht worden gesteld. De staat moet zorgen dat zij zoveel mogelijk alle gelegenheid hebben om karakter en geest te vormen opdat inderdaad de vrijheid die zij waarborgt, niet alleen bestaat in theorie, maar in werkelijkheid.

Richting van maatschappelijke ontwikkeling

‘Naarmate de maatschappij in beschaving vooruitgaat, naarmate dienovereenkomstig het staatsbestuur meer en meer belangen heeft te behartigen, (…) zullen ook hoe langer hoe meer middelen nodig zijn om in de steeds klimmende behoeften te voorzien. (…) In de tweede plaats zal men bij een volk dat zich ontwikkelt, een voortdurende geleidelijke uitzetting van alle uitgaven kunnen constateren. (…) Ten derde [anders] dat nieuwe wetten noodwendig tot nieuwe kosten van blijvende aard aanleiding geven, zowel wat kosten voor onderhoud en herstel, als kosten tot verbetering . Hoe groter de omvang is van het belang, dat men verzorgt, hoe groter het jaarlijkse bedrag waarop tot verbetering van het geheel moet worden gerekend. (…) Vrije arbeid, ontwikkeling van de landbouw, vermeerdering van productie, ruime opbrengst der belastingen om daaruit ruime middelen te vinden tot opening van verkeerswegen, tot opvoeding en onderwijs, dat alles blijft een illusie, ook wanneer de herediensten zijn afgeschaft en het cultuurstelsel is verdwenen, indien niet gewaakt wordt tegen de willekeur van regenten en hoofden.

De eerste voorwaarde van ontwikkeling is rechtszekerheid, een bestuur naar de wet. (…) Er moet eenheid zijn in onze (koloniale) wetgeving. Verzuimen wij een keuze te doen, dan zullen tenslotte de voordelen van beide stelsels ons ontgaan.

Wordt vervolgd met een samenvatting van het geheel

 

Advertisements