Tags

[bron: vanuit mijn ongepubliceerde eindscriptie, onder de titel ‘Liberalisme en verzorgingsstaat’ (1980)]

HET LIBERALISME VAN CORT VAN DER LINDEN

‘Een aparte bespreking is natuurlijk gereserveerd voor [P.W.A.] Cort van de Linden, die hiervoor [voorgaande hoofdstukken]  bij meerdere gelegenheden werd aangehaald. Toch behoeft hij een nadere introductie; ondanks zijn eminente maatschappelijke positie – hoogleraar staathuishoudkunde, ministerschap in het kabinet Pierson, minister-president van 1913 tot 1918, tot twee keer toe  tot lid van de Raad van State en uite4indelijk Minister van Staat, is zijn bekendheid buiten de parlementaire geschiedenis en politieke kring, nagenoeg nihil en is zijn niet geheel onomstreden in het parlementaire verkeer geweest. Door de wijze waarop hij de Kamers tegemoet kon treden. Daarom ben ik hierbij verplicht een toelichting te geven op het gegeven dat ik dit boek aan hem heb opgedragen.

In de eerste plaats treft de inspirerende wijze waarop hij richting geeft aan het beleid dat hij noodzakelijk acht in zijn ‘Richting en beleid der Liberale Partij’ (1886), dat twee jaar na de oprichting van de Liberale Unie verschijnt [maar waaraan hij als partijloze politicus nooit lid van is geweest], en dat in een aantal opzichten radicaal is te noemen, of zelfs de voorbode van de Radicale Bond. Veel later en inmiddels oorlogspremier, blijkt dat hij zijn eigenzinnigheid volhoudt en er zelfs iet voor schroomt het parlement een spiegel voor te houden, als dat naar zijn oordeel gewenst is. een voorbeeld hiervan: “(…) een snijdende opmerking waarmee Cort van der Linden op 9 december 1915 een interruptie van niemand minder dan Lohman (‘links heeft het op het program gesteld’) afdeed: ‘Ik vraag niet wat links denkt, maar wat ik zelf denk, mijnheer Lohman’, met het commentaar van Puchinger: ‘Dit konden rechts en links zich gelijkelijk voor gezegd houden, maar in ieder geval hebben weinigen in deze eeuw in deze trant de Kamers te woord gestaan!’ (G. Puchinger, Ontmoetingen met Nederlandse politici, 1981; 105). Maar enig begrip valt voor zijn onafhankelijkheid wel op te brengen als Puchinger in zijn opstel over minister Bosboom (1855-1937) de openhartige minister jhr. De Jonge uit het kabinet Cort van der Linden aan het woord laat, die vaststelt onder welke systematische oppositie van rechts en links het kabinet-Cort ligt: ‘Wat al gepraat, waarvan men weet, dat het niet gemeend is; wat een verontwaardiging, waarvan men weet dat het vertoon is; wat een gebrek aan belangstelling soms voor gewichtige zaken en eindeloos zeuren over kleinschaligheden; wat een overduidelijk vaststellen van partijbelangen vóór al het andere [sic].

Enkele figuren dwingen natuurlijk ook dáár eerbied af, maar de rest? Kwajongens, die er een lolletje van maken Ministers te pesten; die geen ogenblik denken aan ’s Lands belang, maar in kinderachtige baldadigheid trachten het gezag belachelijk te maken en te ondermijnen [Er is dus niets veranderd in de loop der tijden! jw]. Volwassen straatjongens! Lang niet altijd onvermakelijk, maar onwaardig en, als men ze toch eigenlijk niet als kwajongens kan beschouwen, onmeedogend, ungentlemanly like {volgens de spellingscontrole] en onchristelijk.’ (Puchinger, aldaar p.247). Als Cort zelf uit het bepaalde hout is gesneden, zoals Colijn  omschrijft: ‘als een hoge eik opschoot boven veel te laag geboomte en zelfs kreupelhout’, dan ligt er zelfs een fundamentele kwestie, namelijk wat een bekwaam ministerie uit moet richten onder de controle van de Staten-Generaal, waarin elementen die het niveau omlaag trekken en die dus niet als volwaardig kan worden gekwalificeerd. Desalniettemin kan het geen wonder heten dat uitgerekend iemand van het kaliber van Cort zich laat kennen als iemand die achter en liefst over de partijen heen het landsbelang zocht (aldaar p.229) , waarbij het niet eens zeker is of hij was aangesloten bij de Liberale Unie [waaruit mag worden afgeleid dat een mogelijk lidmaatschap onder historici onduidelijkheid heeft bestaan]. Puchinger stelt in ieder geval vast dat: ‘Het is na de eerste wereldoorlog met Cort van der Linden gegaan als met Gerbrandy na de tweede: vergeten scheen men zijn zwakke momenten, toen hij ook in het parlement zijn positie had moeten verdedigen. Men wenste sindsdien in hem enkel: de leider te zijn van het kabinet dat Nederland met wijs beleid door de donkere poort van de mobilisatie had heengevoerd. En zijn talenten, zijn karakter, maar vooral de omstandigheid van zijn beleid verhieven hem tot nationale figuur, ook ondanks zijn voor velen ongenaakbare persoonlijkheid. Geyls uitspraak uit 1959: ‘De figuur van de minister-president is een nationaal bezit’ was op Cort van der Linden van toepassing. Weinig staatslieden zijn in deze eeuw deze uitspraak voor het gevoel van de natie zozeer genaderd als Cort van der Linden’ (op. cit., p.105).’

Wordt vervolgd

P.S.

Voor het gemak en overzicht volgt hierbij de inhoudsopgave van deze scriptie:

  1. Algemene inleiding
    • Is de liberale ziel verloren gegaan?
    • Verantwoording
    • Centrale vraag
    • Indeling
  2. Historische achtergronden van de verzorgingsstaat
    • Inleiding
    • Overzicht van historische bronnen over de aanloopfase
    • De geschiedenis van het sociale verzekeringsstelsel
    • De overheid in de aanloopfase
    • Conclusie
  3. De verzorgingsstaat
    • Inleiding
    • Grondgedachten der Grondwet-scheppers
    • Parade der auteurs
    • Conclusies en de liberale verzorgingsstaat
  4. Het volwassen liberalisme

4.1 Inleiding

4.2 Karakteristieken en hoogtepunten in het Nederlandse liberalisme

4.2.1 Eerste bouwstenen door Thorbecke en de generatie na hem

4.2.2 Thorbecke

4.2.3 Anderen over Thorbecke

4.2.4 De generatie na Thorbecke

4.2.5 Anderen over deze generatie

4.2.6 Het liberalisme van Cort van der Linden

Anderen over Cort van der Linden

Aanvang twintigste eeuw

De overgangsperiode naar de moderne tijden ingeluid door Telders

Het naoorlogse liberalisme onder inspiratie van Oud en Van Esveld

4.3 Overzicht van beginselprogramma’s

4.3.1 Vergelijking tussen het eerste en tweede beginselprogram

4.3.2 Beginselverklaring 1980

4.3.3 Liberaal Manifest 1981

4.3.4 Het verkiezingsprogramma 1989-1993 ‘Toxopeus’: Naar een nieuw evenwicht

4.4 Het liberalisme in de vakliteratuur

4.5 Mijn conclusies over het volwassen liberalisme

  1. De VVD in de Algemene Politieke Beschouwingen
  2. Liberaal of conservatief; links of rechts in de actualiteit

6.1 Inleiding

6.2 Interne kritiek

6.3 Kritiek op Liberaal Bestek 1990

  1. Slotbeschouwing met conclusies

Nabeschouwing inzake waarden als *vrijheid, * gelijkheid, *sociale rechtvaardigheid, *gelijkwaardigheid en *kwaliteit

Lijst van geraadpleegde literatuur en andere bronnen