Tags

Het lastige is dat ik – digibeet op internet als ik ben – geen achtergrond  van De Lange op zoekmachines kunnen vinden. Hij zal de journalistenopleiding hebben gedaan, maar of daarbij ook een bijvak staatsrecht inbegrepen is, is mij onbekend. Mijn ervaring is dat de gemiddelde verslaggever weinig benul van dat vakgebied heeft (of ervan begrijpt). Dat is voor mij problematisch want ieder interview hoort goed en juist voorbereid te zijn. Daarom bespreek hier onderstaand artikel vanuit staatsrechtelijk perspectief, want ik vind de samenvatting ‘Alles aan de benoeming van Thom de Graaf als vicevoorzitter RvS is verkeerd’ volstrekt voorbarig en dus te kort door de bocht..

Alles aan de benoeming van Thom de Graaf als vicevoorzitter RvS is verkeerd (Rob de Lange • Opinie/fd, 25-6-18)

Alles aan de benoeming van Thom de Graaf als vicevoorzitter RvS is verkeerd

Er gaan dagen voorbij zonder dat de gemiddelde Nederlander zich afvraagt hoe het toch met de Raad van State is gesteld. Het instituut bewaakt vooral in stilte en achter de schermen onze rechtstaat. Ook in stilte en achter de schermen is onlangs Thom de Graaf (D66) benoemd tot vicevoorzitter van het instituut.

Je kunt niet anders dan intens treurig worden van de procedure die het kabinet Rutte volgde. De gang van zaken legt drie zaken bloot. De geest van Pim Fortuyn is nu voorgoed het zwijgen opgelegd. De politieke partijen voeden zelf de weerzin van burgers tegen benoemingen uit eigen kring. En het gezag van de Raad van State is aangetast.

Hierbij stel ik een aantal vooroordelen vast:

  1. ‘De geest van Pim Fortuyn is nu voorgoed het zwijgen opgelegd.’ Mijn commentaar is dat dit voorbarig is, want onbewijsbaar. Geen feit, maar een veronderstelling of mening. Vooral vanwege de absolute formulering van de zin: ‘voorgoed het zwijgen opgelegd.’ Is het mogelijk om in de toekomst te kijken door de glazen bol? 
  1. ‘De politieke partijen voeden zelf de weerzin van burgers tegen benoemingen uit eigen kring.’ Hiermee ben ik het geheel eens, en daarom spreek in mijn blogs met de regelmaat van de klok over het partijwezen dat voor mij als een sterfhuisconstructie wankelt, en de representatieve democratie als een achterhaald 19e/20e-eeuws bestel. In mijn toekomstperspectief te vervangen door de Digitale Directe Democratie (zie onder categorie: DDD). 
  1. ‘En het gezag van de Raad van State is aangetast.’ Dit valt te bezien en zeker als het enige argument is dat het gebaseerd is op de benoeming van De Graaf gaat. Wat die procedure betreft heb ik mijn eigen voorstel om de procedure van zowel de Voorzitter als nieuwe Raadsleden te verbeteren, zodat het gezag eenvoudig kan worden hersteld.
  2. Vervang de huidige sollicitatieprocedures door deze aan te vullen met een aanbevelingslijst die aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd, waar de te benoemen eerste kandidaat naar Amerikaanse voorbeeld in openbare hoorzittingen in het parlement aan de tand wordt gevoeld. Die zittingen kunnen in ieder geval aan het licht brengen of, dan wel dat er tekortkomingen bestaan in de kennis over de grondwet en de visie daarop. Het gaat niet om de kennis van artikelen maar vanwege de vaak multi-interpretabele teksten om daarmee de eigen visie uit te leggen. 
  3. Laat te allen tijde een staatsrechtelijk hoogleraar de vragen stellen, terwijl de openbare hoorzitting geleid wordt door de voorzitter van de  Commissie Binnenlandse Zaken etc. waar de grondwet onder valt. Twee vliegen in één klap: de kennis van het staatsrecht wordt hiermee publiekelijk gestimuleerd/bevorderd en het publiek krijgt ook inzicht in wie de personen zijn die op de aanbevelingslijst staan.

Thom de Graaf behoort tot de generatie politici die bij de opkomst van Fortuyn fel van leer trok tegen de professor uit Rotterdam. In 2002 was De Graaf fractievoorzitter van D66. Fortuyn was bezig met een ongekende electorale opmars. Alle lijsttrekkers waren in complete verwarring en ontkenden stelselmatig de werkelijke betekenis van het fenomeen Fortuyn. Niet alleen De Graaf. Ook ervaren mannen als Paul Rosenmöller (GroenLinks), Ad Melkert (PvdA) en Hans Dijkstal (VVD) hadden geen ander verweer dan het uitdelen van harde stoten onder de gordel.

‘(…) generatie politici die bij de opkomst van Fortuyn fel van leer trok tegen de professor uit Rotterdam.’

Vanwege deze correcte beschrijving van de toenmalige situatie (waarbij ik ook aangeef zelf een fel tegenstander van wijlen Fortuyn als populist te zijn geweest, maar ik heb wel zijn goed onderbouwde proefschrift in mijn eindscriptie verwerkt en dat tekent ook mijn respect voor zijn academische kwaliteit).

Een parallel met Baudet doet zich hier voor: beiden gedoctoreerd en dus bekwaam, maar in politicis ontpoppen zij zich als populist, wat ik persoonlijk een kwestie van eigen vrije keuzevrijheid vind, maar tegelijkertijd wel onwaardig gedrag vind vanwege hun status van academicus).

Dit laatste heeft ook niets te maken met elitaire opstelling van mijn kant aangezien de maatschappij niet gediend is met halve en hele onwaarheden en meningen. In de politiek dient het om feiten te gaan en die feiten horen academisch (met al de bestaande spelregels) getoetst te kunnen worden. Zomaar wat uitroepen of rondbazuinen is de dood in de pot van de democratie.

‘Iemand tot onderkoning van Nederland benoemen die tijdens de Fortuyn-revolte voorop ging in de anti-Fortuyn-hetze, dat is een klap in het gezicht van zo’n beetje heel Nederland’

Dit is een te gemakkelijke waarheid achteraf. Waarom? Omdat inderdaad de hele generatie politici van die dagen (en nog steeds) de dupe was van beperkt inzicht in wat er maatschaappijl speelde én speelt, en daarvan mag De Graaf als enkele ‘schakel’ niet persoonlijk de dupe worden. Ik zelf – als ongebonden, dus partijloos waarnemer – vermoed dat de Graaf als persoon/burger én als politicus zijn lessen heeft getrokken uit zijn ‘fouten’ in het verleden en tot beter inzicht is gekomen.

Hebben kortom hij, én die generatie ervan geleerd? Dat is de centrale vraag. Hij zal zich nu ‘even’ waar moeten gaan maken als bijvoorbeeld Femke Halsema, net benoemd in Amsterdam, na alle haatmails, waar ook blijvend alle schijnwerpers op gericht zullen zijn. Over Halsema heb ik geen twijfels – omdat haar lezingen van afgelopen jaren heb gevolgd: indrukwekkend – omdat ik als partijloze politieke burger iedere bestuurder zakelijk blijf volgen. En ik hoop en verwacht stilletje dat De Graaf tijdens zijn juristenstudie ook een gedegen bijvak staatsrecht heeft gedaan . in dat geval wel een garantie dat er ‘creatief’- maar ‘beheerst’-  naar correcte besluiten en conclusies besluiten kan worden toegewerkt.

Zelfs een van de meest succesvolle premiers ooit, Wim Kok (PvdA), heeft naderhand toegegeven zich te hebben gevoeld als het konijn dat gevangen zit in de koplamp van een aanstormende auto.

Als je direct doorschuift van aankomend Kamerlid naar het voorzitterschap van de fractie en vervolgens het premierschap, wordt dat een loodzware weg. Dan helpt het niet echt dat je voorzitter was van de grootste vakfederatie van het land…

De Graaf spande de kroon door meerdere malen een direct verband te leggen tussen Fortuyn en de nazi’s. Al in 2002 was dit een dubieuze houding. Ruim vijftien jaar later is er geen andere conclusie mogelijk dan dat Fortuyn bij veel maatschappelijke dossiers het gelijk aan zijn kant had, of minimaal de natie aan het denken heeft gezet. Iedere vergelijking met het opkomende fascisme was en is ronduit ongepast.

Dit is ‘blijven aanschoppen’ door de auteur tegen oude feiten die inderdaad erg schandalig waren, maar wel kenmerkend voor een ‘blinde’ – lees: vastgeroeste – generatie. Maar iedereen verdient een tweede kans. Dat is het juridische grondbeginsel dat eeuwig blijft gelden en dat wordt hier vergeten of over het hoofd gezien.

Iemand tot onderkoning van Nederland benoemen, die tijdens de Fortuyn-revolte voorop ging in de anti-Fortuyn-hetze is een klap in het gezicht van zo’n beetje heel Nederland. Dus ook van alle leraren, ambtenaren, geestelijk leiders, ondernemers en misschien zelfs wel ouders, die tot op de dag van vandaag de storm van het Fortuynisme tot een beheersbaar briesje proberen te maken.

Dit is inmiddels, zoals ik hierboven al heb beargumenteerd, onjuist. Dat het een ‘klap in het gezicht van zo’n beetje heel Nederland’ wordt genoemd is – wat ‘heel’ Nederland betreft – volstrekt onjuist want ik ben het oneens met deze stellingname. Een onbewezen uitlating aangezien dit niet bewijsbaar is. Er is hiernaar geen ‘onderzoek’ – lees: peiling – gedaan, voorzover mij bekend. Speculaties dus.

Ernstiger is dat voor de zoveelste keer wordt bewezen dat niet iedere Nederlander de wet kent zoals de grondwet dat veronderstelt. Dat is het ware probleem. Mijn voorstel om dit te verbeteren is om het schoolvak ‘staatsinrichting en grondwetskennis’ weer in te voeren op de middelbare school, maar wel los van maatschappijleer. En dat staat ook los van het idiote voorstel om het Wilhelmus te behandelen. Politieke symboliek of ‘peanuts’ kun je dat gebrek aan visie noemen.

Een tweede bezwaar is de bevestiging van het beeld van een baantjes-caroussel met de regerende partijen aan de knoppen. Daarmee schieten ze zichzelf in de voet.

Dit klopt wel aangezien in de ideale omstandigheden de hele volwassen en stemgerechtigde bevolking aangesloten is bij een politieke partij. Het feit dat het maar een ‘splinterachtige’ fractie van de hele bevolking is aangesloten, zegt dus iets over het disfunctioneren van die partijen die niet meer weten hoe ze nieuwe aanwas moeten komen. Het ledental zal nu net zolang een daling laten zien totdat allen ten ondergaan en het hele huidige bestel ophoudt te bestaan. Mijn alternatief is bekend: DDD!

Politieke partijen spelen een belangrijke rol in onrustige tijden. Het politieke handwerk is van levensbelang voor een goed functionerende democratie. Maar de benoeming van kandidaten uit eigen gelederen op cruciale posten verzwakt de positie van de partijen (toch al geplaagd door verlies aan leden), en zadelt de honderden parlementariërs en raadsleden – ook die van D66, VVD, CDA en ChristenUnie – op met groeiend wantrouwen onder de bevolking.

Ook deze zinnen leveren geen legitimatiekracht op ten aanzien van de huidige partijen. Het is nog ‘oud-denken’ dat de klok slaat. En dat gaat noodzakelijkerwijs langzaam ten onder, binnen één enkele generatie.

Een derde bezwaar is de aantasting van de Raad van State zelf. Ook hier bewijst het kabinet zichzelf een slechte dienst. Alom is er geweeklaag over het afnemende gezag van instituties, inclusief de rechterlijke macht. Inderdaad een zeer verontrustende ontwikkeling. In tijden waarin een samenleving met zichzelf worstelt, is de rechtstaat een onontbeerlijke reddingsboei.

Ook weer een voorbeeld van ‘oud denken’. Denk liever ‘out of the box’ en kom met nieuwe verfrissende ideeën. Een volledige Directe Democratie, want  hoe je het ook wendt of keert, de bevolking behoort beter te kunnen meespreken dan nu mogelijk is. Organiseer een Platform voor DDD. Daarover heb ik op deze blogsite al veel meer over geschreven, en dat zal in de toekomst worden gebundeld en gepubliceerd.

‘Het valt niet uit te sluiten dat niet-partijgebonden kandidaten bij voorbaat al hebben afgezien van sollicitatie’

Vanzelfsprekend, want al wordt dat mogelijk gemaakt door de grondwet, het betekent in de praktijk dat een politiek-niet-gebonden benoeming nooit zal plaatsvinden vanwege het gebrek aan ervaring met het staatsrecht in combinatie met de dagelijkse praktijk. Dit was dus een overbodige opmerking .

De vicevoorzitter van de Raad van State fungeert als boegbeeld van dit instituut. Hij dient een onafhankelijk (!) adviseur van de regering te zijn, houdt de kwaliteit van wetgeving in de gaten en spreekt zich in laatste instantie uit over geschillen tussen burgers en overheid. Was er nou echt geen geschiktere kandidaat met een hoger juridisch, en een lager politiek profiel te vinden?

Wie zegt dat omgekeerd dat er ‘geschiktere’ kandidaten hebben bestaan? Je kunt alles van De Graaf zeggen, maar alle doorlopen gremia kent hij uit eigen ervaring. En niemand hoeft zich ongerust te maken, want bij de eerste ‘foute pas’ is het meteen met hem afgelopen, hoewel hij vermoedelijk niet kan worden ontslagen, omdat zijn raadsheren nemen het praktijkwerk gewoon over. Maar de journalistiek zal De Graaf in dat geval blijven bespringen. En dat weet De Graaf even goed als ieder ander, zeker de politieke bewuste burger.

Het feit dat de vacature in de Staatscourant heeft gestaan, doet daar niets aan af. Uiteindelijk is met slechts drie kandidaten gesproken. Het valt niet uit te sluiten dat niet-partijgebonden kandidaten bij voorbaat al hebben afgezien van sollicitatie.

Allemaal bijzaken. Het gaat dus nu om een geheel nieuwe procedure met wat mij betreft openbare hoorzittingen in de Kamer. Dat lost in mijn visie alle problemen op.

Van de scheidend vicevoorzitter Piet Hein Donner (CDA) kan veel worden gezegd – hij heeft als minister zeker ook vuile handen gemaakt – maar het is een kundig jurist en heeft zich altijd redelijk boven het politieke gekrakeel bewogen.

Uit de praktijk zal nog moeten blijken of De Graaf een even kundig jurist zal blijken te zijn op die functie. Don’t jump to the conclusions! Kortom, iedereen in een nieuwe functie zal zich anders gedragen en handelen dan in zijn eigen verleden het geval was. We wachten dus gewoon af.

En nog een laatste opmerking is van mijn kant dat De Graaf als contrast op voorganger Donner zich vanuit een nieuwere generatie in ieder geval moderner zal opstellen dan Donner deed. Laatst genoemde had duidelijk het nadeel dat hij als conservatief ook geen waarlijk positie boven de partijen kon aanmeten. Ik voel alleen maar medelijden met Donner, dan hem dit nog moest overkomen, al denk ik dat hij dat een prachtige erefunctie vond. Ieder zijn eigen soort welbevinden.

Minister van Binnenlandse zaken Kajsa Ollongren (D66) zei afgelopen vrijdag ‘blij’ te zijn met De Graaf als opvolger van Donner, en dat politieke kleur geen enkele rol heeft gespeeld. Geen mens zal het geloven. Zo wordt het leven op de Olympus steeds eenzamer.

Iedere journalist weet dat het zo werkt en daarmee is genoeg gezegd. En ook is duidelijk dat ik mij blijf manifesteren als politiek blogger en geen blad voor mijn mond neem. Ik ben in het grijze verleden lid geweest van vier politieke partijen, waarvan één langdurig en vervolgens nog een drietal pogingen, tot ik tot de slotsom kwam dat de huidige democratie alleen maar frustraties oproept.

Als voorbeeld het volgende beeld. Gelet de gebruikelijke stemprocedures is het mogelijk dat je steeds aanloopt tegen een meerderheidsstemming waarbij je eeuwig ‘buiten de boot’ valt. Dat gebeurt ook bij de tweede partij en derde, et cetera. Er zijn dus genoeg inherente mogelijkheden waardoor de irritatiegraad groeit en je je definitief van dit partijenbestel afwendt. Ik kan er nu tenminste woorden aangeven door eigen ervaringen en daarmee ook aannemelijk maken dat er een beter bestel kan ontstaan dan de huidige representatie, die niet meer van deze tijd is.

https://fd.nl/opinie/1259406/alles-aan-de-benoeming-van-thom-de-graaf-als-vicevoorzitter-rvs-is-verkeerd

Advertisements