Om mijn eigen basiskennis staatrecht sinds mijn studie en een nadien door mij gegeven cursus weer op te halen, zal ik hierbij een aantal boeken bespreken zodat mijn lezerspubliek op de hoogte zal worden gesteld van de relevante details in het Europese recht. Als eerste boek wordt Unierecht in de Nederlandse rechtsorde door de auteurs: F.H. van der Burg W.J.M. Voermans (Uitgever: Kluwer, 2012) besproken.

Samenvatting op de achterflap:

Het Europese Unierecht, zoals dat voor en na het Verdrag van Lissabon, gestalte heeft gekregen, heeft grote betekenis voor het Nederlandse recht. Dat recht is er ingrijpend door gewijzigd. Het is echter geen eenrichtingsverkeer: Nederland geeft ook zelf mede vorm aan het Unierecht. Nederlandse bestuursorganen passen Unierecht toe, oefenen Unierechtelijke bevoegdheden uit. De Nederlandse wetgever voert EU-regels uit, en past ze – al dan niet via omzetting – in in de Nederlandse rechtsorde. Daarnaast vormt Nederland, via de regering, onderdeel van de EU-wetgever. De Nederlandse rechter past, als vooruitgeschoven EU-rechter, het EU-recht toe in nationale geschillen. In geval van twijfel over die toepassing treedt de nationale rechter in gesprek met het EU Hof van Justitie, via de prejudiciële procedure. De invloed van het recht van de Europese Unie op de Nederlandse rechtsorde is daarmee van groot en actueel belang: we leven in een gedeelde rechtsorde. Deze mastermonografie verkent de verschillende dimensies van die wisselwerking tussen het Unierecht en het Nederlandse recht. Er wordt vanuit het perspectief van de Nederlandse rechtsorde gekeken: welke betekenis heeft het EU-recht binnen en voor de Nederlandse rechtsorde? Vanuit de positie van de burger, de wetgever, het bestuur en de rechter wordt nagegaan welke vraagstukken het Unierecht voor het Nederlandse recht met zich meebrengt. Het boek is probleemzoekend en kijkt vooral naar complicaties en dilemma’s die het Unierecht met zich meebrengt en hoe in de wetenschappelijke literatuur en Nederlandse rechtspraktijk daarmee wordt omgegaan. In de monografie zijn de veranderingen die het Verdrag van Lissabon in 2009 heeft aangebracht in het Unierecht verwerkt. Het boek is bedoeld voor diegenen die zich verdiepend willen oriënteren op vraagstukken die verband houden met de betekenis van het Unierecht voor het Nederlandse recht, alsmede de dynamiek van de gedeelde rechtsorde. Er wordt in de hoofdstukken wel steeds kort – in samenvattende zin – aandacht besteed aan de doctrine. Dit maakt het boek als studieboek geschikt voor studenten vanaf het tweede jaar van de bacheloropleiding, en met name studenten die de masterfase doorlopen. Het boek probeert aan de hand van concrete voorbeelden steeds aan te geven op welke wijze het Unierecht het Nederlandse recht beïnvloedt. Van het kiesrecht van burgers uit de West, voert het langs medische zorg over de grens, de nieuwe grondrechten van EU-burgers, gezinshereniging en gelijke behandeling, tot aan de schuldencrisis en de wankele euro. Een tocht van blijvende verrassing en verwondering.

De voorstanders van uittreding uit de EU realiseren zich niet dat dit grondwettelijk nagenoeg onmogelijk is (pas mogelijk als driekwart van de Kamer voor die wijziging zou willen stemmen en dat gebeurt nooit valt nu al te voorspellen; de meerderheid van de bevolking is voor aanblijven zoals uit peilingen is gebleken maar wel met structurele hervormingen).

Bovendien realiseren die uittredingsvoorstanders ook niet hoezeer beide rechtsstelsels met elkaar vervlochten zijn, zoals uit de geciteerde tekst blijkt.

Een kansloze missie dus. Dat het Verenigd Koninkrijk wel per referendum voor uittreden hebben gestemd is in hun land zonder geschreven constitutie wel mogelijk; dus wel een ongeschreven grondwet, geen constitutie. Wel geldt de Magna Carta (of grote oorkonde uit 1215) in het VK als grondwet (zie Wikipedia).

Wordt vervolgd

Advertisements