Tags

Trek portemonnee voor techniekdocent (Commentaar, In het nieuws/fd, 19-6-18)

‘Hybride docent’ is een sympathiek idee, maar lost het probleem niet op’

De inzet van zogenoemde ‘hybride docenten’ is een sympathiek idee dat steunt verdient. Toch lost de maatregel het onderliggende probleem niet op. De meest voor hand liggende oplossing om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen is een hogere beloning. In dit geval zouden scholen hun portemonnee moeten trekken, overigens niet alleen voor docenten techniek of scheikunde, maar ook voor docenten Nederlands, Duits en klassieke talen. Het veelgehoorde argument dat docenten niet werken voor het geld, voelt aan als een goedkoop excuus om een ‘dure’ oplossing te vermijden.

‘Tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen is een hogere beloning’? Of niet een marktredenering aanhouden maar het altijd ondergesneeuwde beginsel van rechtvaardige inkomensverhoudingen? Waarom bestaan er zulke grote verschillen tussen de productiemarkt en de ‘randvoorwaardelijke’ markten, zoals de sectoren van infrastructuur en de non-profitsector, die van levensbelang zijn voor het functioneren van de productiesector?

Omdat het onderwijs een duidelijk voorbeeld is van een infrastructurele voorziening die het bedrijfsleven mogelijk maakt om goed te functioneren, want zonder goed opgeleid personeel is geen bedrijfsleven meer mogelijk, maar omdat binnen de marktsector als adagium bestaat dat een product niet naar kostprijs wordt gefabriceerd maar wat er op de markt geboden wordt, ontstaan er onrechtvaardige verschillen in dat primitieve want ‘handigheidjes’ zoals de wijze waarop producten verkocht worden (‘sales’ door marktkooplieden).

Iedere leerkracht in het voortgezet onderwijs wordt door zijn leerlingen uitgelachten omdat hij geen schijntje verdient van wat de meeste (of in minderheid) vaders van die ‘vrolijke’ leerlingen verdienen. Dat tekent de schrijdende verschillen tussen verschillende inkomenscategorieën. Rechtvaardigheid op inkomensterrein is in ons land – en waarschijnlijk in ieder land en dus overal in de ze ‘marktwereld’ of het vrije marktstelsel – verdwenen. Dat leidt tot onderhuidse spanningen binnen de maatschappij dat als een veenbrand verder woedt maar onzichtbaar is. maar eens komt onherroepelijk de explosie of uitbarsting. En de Tweede Kamer als geheel – dus noch rechts, noch links – heeft dat totaal niet in de gaten omdat dat contrast nooit wordt verwoord.

Rechts vindt het marktmechanisme ‘vanzelfsprekend’ ideaal en links beperkt zich altijd tot rituele jammerklachten, maar komt niet verder dan dat. Vandaar dat links ook niet meer – en ik durf te voorspellen – groeit. Rechts trouwens ook niet, maar die ‘antieken’ van het ‘oude denken’ worden wel gradueel vervangen door nieuwkomers als Forum voor Democratie, 50-Plus of Denk, geen blijvers vanwege hun emotiepolitiek.

Een wettelijke belemmering is er in ieder geval niet. Met de huidige cao’s hebben onderwijsbestuurders diverse mogelijkheden om docenten verschillend te belonen. Zo kunnen bestuurders afwijken van de salarisschalen, zij-instromers hoger inschalen of extra toelages geven.

Eerder onderzoek laat zien dat onderwijsbestuurders in het mbo, waar de tekorten het grootst zijn, de mogelijkheden in de bestaande cao onvoldoende kennen. Dat moeten veranderen: bestuurders hebben de plicht te weten wat nu al aan beloningsdifferentiatie mogelijk is. Bovendien kunnen ze een stap verder gaan. Bij onderhandelingen over nieuwe cao’s moeten zij ook denken aan het scheppen van aantrekkelijkere secundaire arbeidsvoorwaarden.

Scholen vrezen dat verschil in beloning leidt tot scheve ogen op de werkvloer. Maar zolang de beloning is gekoppeld aan een vak met een docententekort, is de tweedeling gerechtvaardigd. Niet leuk, maar wel nodig voor goed onderwijs dat goed aansluit op de arbeidsmarkt.

‘Maar zolang de beloning is gekoppeld aan een vak met een docententekort, is de tweedeling gerechtvaardigd’, zoals de hoofdredactie meent. Maar daarmee zijn we er nog niet, want het is een schijnoplossing. Wat is dan de wezenlijke oplossing?

Die staat in de titel van deze blog: De politiek – en lees dus de Tweede Kamer – kan alleen nog maar over ‘bijzaken’ debatteren, omdat ze aan de kern van de politiek, namelijk de verdelende rechtvaardigheid niet meer toekomen. Dit omdat ze allemaal, en geen enkele fractie uitgezonderd, belangenbehartigers (dus van deelbelangen) zijn geworden die de grote lijnen in de vorm van het Algemeen Belang niet meer kennen; of anders gezegd daar geen weet van hebben.

Dat het vergeten beginsel waardoor iedereen noodzakelijkwijs om de hete brij moet heendraaien omdat er geen logica – evenwicht tussen algemeen belang en diverse deelbelangen – meer in de denkwereld van de politiek bestaat. En hoe kan dit dilemma worden opgelost? Door het Algemeen Belang weer in te voeren door nadrukkelijk in alle spreekteksten van de woordvoerders op het podium van de Tweede Kamer op te delen in een analytisch – vaak technologisch – gedeelte, maar ook apart het algemene filosofische gedeelte geredeneerd vanuit het algemeen belang. Voor iedere waarnemer (publieke tribune, Politiek 24, pers en media) moet direct hoor- en leesbaar worden wat het verschil is tussen de technische analyse enerzijds en het algemeen belang in een waardenafweging ter voorlichting aan het brede publiek – omdat ieder Kamerlid het gehele volk vertegenwoordigt – in het kader van het algemeen belang.
Dat is de complete oplossing, die vanzelfsprekend niet genoemd zal worden in het tussenrapport van de Staatscommissie Parlementair Bestel. Waarom niet? Ieder lid van die commissie te veel vergroeid/versmolten is met dit politieke bestel of systeem. Zo simpel is het.

Daarom is dit representatieve bestel van volksvertegenwoordigers ten dode gedoemd en zal ooit, waarschijnlijk eerder vroeger dan later, dit bestel worden vervangen door de burger die het roer overneemt via directe democratie.

Advertisements