Tags

Niet alleen de senaat is aan herziening toe (S.W. Couwenberg, Opinie/NRC Handelsblad, 7 februari 2000)

Het voorstel van minister Peper inzake de verkiezingsprocedure voor de Eerste Kamer gaat niet ver genoeg. Het gehele tweekamerstelsel dient te worden herzien, meent S.W. Couwenberg.

Met zijn voorstel tot wijziging van de verkiezing en positie van de Eerste Kamer heeft minister Peper staatkundige vernieuwing op een onderdeel van ons staatsbestel opnieuw op de agenda gezet evenals met de instelling van de commissie-Elzinga inzake een nieuw gemeentelijk bestel. De wijze waarop daarop wordt gereageerd, roept een sterk déjà vu-gevoel op. Politiek gaat gepaard met een ongehoorde verspilling van kracht en energie, merkte J. Huizinga op in zijn laatste boek Geschonden wereld (1945), terugblikkend op de politieke geschiedenis. Dit geldt zeker in hoge mate voor de wijze waarop de politiek in ons land al decennialang bezig is met staatkundige vernieuwing zonder iets van een doorbraak van wat verouderd en verstard is te kunnen realiseren.

Het blijft bij een eindeloze herhaling van standpunten en zetten. Efficiency en effectiviteit – criteria die de politiek voor anderen in onze samenleving grif aanlegt – zijn in het politieke bedrijf zelf ver te zoeken. Het is een van de redenen waarom de politiek steeds meer aan geloofwaardigheid inboet.

Het voorstel van Peper inzake de Eerste Kamer – verkiezing van de helft van die Kamer om de 3 à 4 jaar zoals vóór de grondwetsherziening van 1983 en de verplichting van die Kamer een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer terug te sturen als men bepaalde wijzigingen daarin noodzakelijk acht – beantwoordt aan wat de VVD-Tweede Kamerfractie eerder te dien aanzien had geopperd. Maar VVD-senaatsvoorzitter Ginjaar reageerde daar toen meteen afwijzend op. En Eerste-Kamervoorzitter Korthals Altes – ook van de VVD – blijkt op zijn beurt ook de nodige bedenkingen te hebben. Naar VVD-normen gaat het hier om niet minder dan revolutionaire veranderingen, vindt VVD-Tweede-Kamerlid Te Veldhuis. Een enorme inflatie van het begrip revolutie. De voorgestelde wijziging van de verkiezingsprocedure is veeleer reactionair te noemen en de terugzendplicht is een bescheiden wijziging van ons tweekamerstelsel.

Revolutionair in zekere zin zou het zijn als dat stelsel zelf grondig herzien zou worden. Het ontleent, zoals bekend, zijn oorsprong aan de ontwikkeling van het federale staatstype dat een afzonderlijke vertegenwoordiging van de deelstaten vereist; en aan het democratiseringsproces dat de behoefte deed ontstaan aan een tegenkracht tegen de dreigende heerschappij van de volkswil. Toen dat laatste motief niet langer te handhaven was – toen de Eerste Kamer moest beslissen over het voorstel tot invoering van een correctief wetgevingsreferendum kwam dit motief nog eenmaal tot gelding – is men de bestaansreden gaan zoeken in een behoefte aan reflectie op de juridische kwaliteit van wetgeving. Volgens Korthals Altes gaat de Eerste Kamer niettemin om politieke redenen vaak met wetsvoorstellen akkoord hoewel er in juridisch opzicht nog veel valt aan te merken. Een terugzendplicht kan in dit opzicht van nut zijn.

Als we ons tweekamerstelsel echt substantieel willen verbeteren, is er veel meer nodig. De indirecte verkiezing van de Eerste Kamer die al in 1848 ter discussie stond – Thorbecke was ertegen – is uit democratisch oogpunt heel aanvechtbaar, temeer nu de Provinciale Staten zelf steeds meer inboeten aan democratische legitimatie door het snel dalende opkomstcijfer bij Statenverkiezingen, een begrijpelijke reactie op de politiek geringe betekenis van die verkiezingen. Probleem bij een directe verkiezing van de Eerste Kamer – sinds de jaren ’60 meermalen voorgesteld, onder andere door de staatscommissie Cals/Donner – is dat zij nog meer een doublure van de Tweede Kamer zou worden. Een politiek nuttige en democratisch verantwoorde functionering van ons tweekamerstelsel is alleen nog te bereiken met een doelmatige taakverdeling tussen beide direct te kiezen Kamers.

Een bekende optie in dit verband is de Staten-Generaal als één geheel direct te laten kiezen, waarna zij zich splitst in twee Kamers met ieder een eigen specifieke taak als hoofdfunctie. Daarbij valt te denken aan een Kamer die zich voornamelijk bezighoudt met wetgeving en een andere die zich primair concentreert op het controleren van het regeringsbeleid in dier voege dat daartoe uiteraard ook de behandeling van de begrotingswetgeving behoort. Daarbij ligt het accent immers op de controlefunctie. Zo’n taakverdeling sluit goed aan bij een reëel verschil in aanleg en belangstelling onder politici. Een deel van hen heeft meer talent en interesse voor de wetgevende arbeid; een ander deel meer voor de controlerende taak van het parlement. Een tweede lezing van wetsvoorstellen, gevolgd door eventuele correcties, kan in dit stelsel ook veel efficiënter geregeld worden dan we nu doen. Het maakt een einde aan de verspilling van tijd, geld en energie waartoe het huidige tweekamerstelsel onvermijdelijk leidt. En het versterkt het democratisch gehalte van ons vertegenwoordigend stelsel.

De uitoefening van de wetgevende en controlerende taak van het parlement kan daardoor aanzienlijk verbeterd worden. Op de wijze waarop die taken in het huidige bestel worden vervuld, valt veel kritiek te leveren en dat is de afgelopen decennia ook volop gebeurd. Als men zo’n gecorrigeerd tweekamerstelsel niet wil, dan is handhaving van de Eerste Kamer moeilijk meer te legitimeren. Afschaffing ervan ligt dan in de rede. Peper verwacht dat ook op termijn.

[S.W. Couwenberg is hoofdredacteur-directeur van Civis Mundi en oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht.]

https://www.nrc.nl/nieuws/2000/02/07/niet-alleen-de-senaat-is-aan-herziening-toe-7481363-a1242825

Advertisements