Tags

Stelling vooraf:
1. Het stelsel van de representatieve democratie is (altijd al) een lege huls geworden/geweest vanwege het relatief geringe aantal burgers (binnen het electoraat) dat lid is van een politieke partij (ca 2%; dat percentage geldt waarschijnlijk voor alle westerse democratieën)

2. De politieke & ambtelijke cultuur die in ons land is ontstaan maakt het onvermijdelijk dat het democratische gehalte van onze rechtsstaat qua vertrouwenskloof tussen bestuurder en burger steeds verder afvlakt of wegzakt en is dus een papieren constructie is geworden waar geen burger meer iets van kan begrijpen wat uitkomsten van dat besluitvormingsproces betreft. De formele positie van de stemgerechtigde kiezer die maar eens in de vier jaar zijn stem kan uitbrengen, een hol vat is geworden

3. En zelfs binnen onze Tweede Kamer wordt het steeds zichtbaarder dat de oppositiepartijen geen idee hebben hoe ze zich kunnen profileren en dat ze door eigen geknoei machteloos staan ; dat is de schuld van een chaotische oppositie waarbij de Kamervoorzitter probeert er nog enige structuur in aan te brengen. En de huidige Kamervoorzitter Arib is de enige die daarvoor geschikt is en zij kan vergeleken worden met een charismatische kleuterjuf of toezichthouder op een kleuterschool dat het parlement is (aan het slot van onderstaande analyse in deel 2 volgt een weergave van de chaos die zich deze week heeft gemanifesteerd in de Tweede Kamer)

Omdat ik op deze website in het verleden vaker over de directe democratie (verder DDD) als potentieel werkmodel heb geschreven, al dan niet in combinatie met het begrip referendum, en ik nu vanwege mijn pensioen’status’ mijn oorspronkelijke vakgebied van de politieke filosofie (onderdeel van de politicologie) wil blijven bijhouden en transponeren naar dit nieuwe tijdsgewricht, ben ik verplicht om een handzaam model DDD te presenteren. Daarom zal deze tekst, eenmaal volledig uitgewerkt en gecontroleerd – lees: getoetst aan de hedendaagse vakliteratuur – gepubliceerd worden.

Daarom ben ik ook alle Tweede Kamerdebatten (als ‘achtergrondmuziek’) aan het volgen via het scherm van Politiek 24 en ontdek ik ook – tot afgrijzen van Kamerleden die zich gecontroleerd kunnen gaan voelen – de mogelijkheden om het huidige bestel om te zetten in zo’n DDD-model, dat zeer tegen de zin van het gemiddelde Kamerlid zal zijn, want zijn macht wordt hem ontnomen. Dat invoeren van DDD is gemakkelijker dan men denkt omdat met de huidige digitale technieken er een model én concreet bestel kan worden ontwikkeld, dat op termijn de Staten-Generaal kan vervangen (overigens alleen met een grondwetswijziging met tweederde meerderheidsclausule die noodzakelijk is).

Vervanging van de Tweede Kamer met gelijktijdige vervanging van de Eerste Kamer als politiek adviesorgaan dat overstapt naar de huidige Raad van State als regeringsadviseur maakt een DDD mogelijk op gelijksoortige basis als het stelsel dat in de VS bestaat: iedere politiek gemotiveerde burger die zijn stem wil uitbrengen schrijft zich in voor welke verkiezingen dan ook. In de VS gaat het zowel om de verkiezing van een nieuwe president, die ook gepaard gaat met nieuwe Huis van Afgevaardigden als rechters. In tussentijdse verkiezingen worden deels nieuwe Senaatsleden verkozen. Het Amerikaanse model wordt hier onvolledig maar als principe genoemd om het accent te leggen op de mogelijkheid van inschrijving voor deelname aan verkiezingen. Het verschil met ons land is dat iedere meerderjarige burger stemrecht heeft en een stembiljet ontvangt waar hij al dan niet gebruik van maakt. Individuele inschrijving zoals in de VS maakt hier veel kosten overbodig omdat het dan vastligt wie komt stemmen. Er hoeven geen stembiljetten meer verstuurd te worden.

Maar hoe kan deze politieke transitie van een parlement worden omgezet in een DDD?

Iedere staatsburger die zich inschrijft, doet dat voor algemene verkiezingen van vertegenwoordigende lichamen (GR, PS of TK) of via specifieke dossiers of thema’s die aan de orde zijn, dus zoals alle plenaire debatten die zich wekelijks in onze Tweede Kamer afspelen. Inschrijving voor DDD kan ofwel betekenen dat het om het hele politieke traject gaat om die te volgen, of speciaal voor deelgebieden en thema’s waarvoor de ingeschrevene binnen zijn eigen expertisegebied kan inzetten.

Het voordeel van dit DDD-model is dat de (staats)burger zich rechtstreeks kan bemoeien met de politieke gang van zaken, maar dan wel zónder partijenstelsel (dat overigens ook in onze grondwet niet voorkomt omdat het partijwezen bij de eerste feitelijke grondwet van de Unie van Utrecht (1579) nog niet bestonden, en pas na de grondwetswijziging van 1848 (door Thorbecke) in de toenmalige 19e eeuw van de grond is gekomen, zijn we binnen de DDD verlost van partijdiscipline en interpartijenoverleg tussen regering en coalitiepartijen.

Zoals gezegd kunnen burgers zich met een actieve politieke belangstelling zich aanmelden of inschrijven bij het (Kies)bureau dat de stemgerechtigden in staat om deel te nemen aan welke verkiezingen of stemmingen dan ook, zodat er ook (cybersecurity-proof) controle van die in te schrijven (tijdelijke of permanente) personen kan plaatsvinden. Het wordt een soort Postbus51-bureau, maar dan een door de overheid gecontroleerde instelling waarin toezicht wordt gehouden om iedere vorm van obstructie, manipulatie of fraude tegen te gaan en waar vooral gewaakt wordt tegen cybercrime of cybermanipulatie en hackingrisico’s. Maar dat zijn technische aspecten die in deze analyse verder niet centraal staan, maar wel benoemd dient te worden.

Hoe werkt DDD in de praktijk van de toekomst?

Zoals gezegd leven we in een ‘digitale wereld’, waarin we die digitale mogelijkheden goed kunnen benutten. Maar daarmee wordt die digitale niet tegelijkertijd ook een ‘soort’ van virtual reality wereld – lees: niet een ‘echte’ VR – maar een werkelijk materieel bestaand instrument, zoals nu de Tweede (en Eerste) Kamer formeel de medewetgevende machten zijn en ons als burgers vertegenwoordigen.

Waar nu in het dagelijkse parlementaire werk de gekozen volksvertegenwoordigers aan het werk zijn, kunnen die vertegenwoordigers evengoed vervangen worden door de ingeschreven burgers in DDD, dat als een digitaal parlement gaat functioneren (in de toekomst). Hoe moeten we ons dat voorstellen omdat het voor een gemiddelde burger een enorme omzetting betekent van het huidige representatieve bestel en de expertise van het Kamerlid lijkt te verdwijnen. Toch is dat niet zo.

Als we even ten dienste van ons voorstellingsvermogen ervan uitgaan dat de huidige Kamer vervangen kan worden door DDD, dan betekent dat tegelijkertijd ook voldoende aanmeldingen vanuit de burgerij om zitting te nemen in DDD. Gezien de huidige onvrede over het functioneren van ons parlement, zullen in inschrijvingen binnenstromen. Maar niet alleen vanwege de onvrede over de representativiteit van onze volksvertegenwoordigers die alleen maar belangenbehartigers zijn geworden voor hun eigen deelbelangen omdat partijen nu eenmaal belangenbehartigers of lobbyisten genoemd kunnen worden, maar ook omdat de burger direct betrokken wil worden bij het politieke besluitvormingsproces en dat kan via deze DDD.

Deze digitale Kamer zal van alle voorzieningen kunnen profiteren die de huidige Kamerleden hebben, namelijk ambtelijke ondersteuning: zowel de persoonlijke en beleidsmedewerkers als de algemene ambtenaren die in dienst van de Kamer functioneren als ondersteuning van Kamerleden in algemene zin en dat niet alleen, maar ook alle departementale ambtenaren, die dan gaan dienen als ondersteuning van DDD-ingeschrevenen ofwel ‘digitale parlementariërs’.

Het ingeschreven zijn aan het op te richten Bureau (zoals Postbus 51 of het Kieswetbureau) van DDD betekent de volle verantwoordelijkheid op zich nemen die nu door Kamerleden wordt gedragen. De DDD-parlementariër werkt vanuit eigen huis, maar zal behalve voor de inhoudelijke ondersteuning kunnen terugvallen op alle genoemde en bestaande ambtelijke expertise dat via de emailsaccounts zal verlopen zoals dat nu ook het geval is met Kamerleden, en kan ook eigen onderzoek doen en dus veldwerk verrichten als de omstandigheden dat vragen, zoals dat nu gebeurt via bedrijfsbezoeken.

De ingeschreven DDD’ers zullen dus dezelfde verantwoordelijkheden dienen te dragen als het huidige Kamerlid, met dat verschil dat iedere stemming gepaard zal moeten gaan met een stemverklaring dat digitaal voor iedereen en dus openbaar leesbaar is. Dat hoort immers bij het functioneren als (digitale) volksvertegenwoordiger, dat parallel loopt met het indienen van moties en amendementen tijdens commissie- en plenaire vergaderingen van de Kamer.

Maar dat niet alleen. Waar met het verdwijnen van de oude Staten-Generaal dat vervangen wordt door DDD, een nieuwe medewetgever ontstaat, kan er geen groepsdwang (fractiediscipline) meer bestaan, maar wordt de besluitvorming op regeringsvoorstellen en wetsontwerpen per DDD’er inhoudelijk en technisch toegelicht zoals dat nu gebeurt per fractielid, maar op DDD in feite persoonlijke verkiezingsprogramma’s bij verkiezingen voor een nieuwe regering, of voor wetswijzigingen of wetsvoorstellen per ministerie zal ontstaan, waarop de DDD’er op het scherm zal kunnen reageren en er een database of -bestand aan stemverklaringen ontstaat.

Die stemverklaringen en stemmen vóór of tegen liggen dus vast en zijn ook zichtbaar (zoals stemmingen op hedendaagse partijcongressen dat allemaal digitaal verloopt). In deze situatie wordt afgesproken dat iedere meerderheid van stemmen bepalend is. Het verschijnsel van een coalitiemeerderheid bij de stemming verdwijnt dus. Omdat er geen regeerakkoorden meer worden gesloten (want overbodig geworden) zal iedere uitslag die zichtbaar wordt op het scherm bepalend worden en dat stelsel kan de volmaaktheid bereiken als 100% van de stemgerechtigde ingeschreven staat op het Bureau (Schrijver J.J. Voskuil glimt in zijn graf na van trots en vreugde!)

Daardoor ontstaat de situatie dat een nieuwe regering op dezelfde 4-jaars basis van reguliere Kamerverkiezingen van het huidige bestel via DDD wordt benoemd, maar dan in beginsel zonder verkiezingscircuit zoals dat in het huidige verkiezingstheater altijd plaatsvindt, maar via het DDD-scherm en via audiovisuele middelen waardoor het voordeel ontstaat dat de winst bestaat in de ‘korte verklaring’, want meer is niet nodig om het publiek te overtuigen; zwevende kiezers bestaan immers niet meer!).

Omdat er op deze manier een grote verzameling van standpunten per thema of in algemene generieke zin op het DDD-scherm ontstaan, kan daaruit gemakkelijk een nieuwe minister-president worden uitverkozen en aangewezen die ofwel zelf zijn nieuwe kabinet samenstelt, of als alternatief dat de hoogst geplaatste favorieten op het scherm een kabinet zal gaan vormen. Geen constant geduvel en geruzie om details!

Iedere bestaande natiestaat zal immers een eigen (fysieke) regering blijven houden, want het is geen ‘VR-wereld’ geworden, maar altijd een kabinet met persoonlijke (en fysieke) ministers zullen blijven bestaan want de ‘uiteindelijke’ verantwoordelijken vanwege de bestaande ministeriële verantwoordelijkheid, die zich ook tot internationale verdragen strekt. En er zal ongetwijfeld minder gereisd hoeven te worden om internationale overleggen bij te wonen, maar òf alles via digital conferencing kan worden ‘afgeregeld’ is de vraag.

Hoe dan ook, het lijkt er vaak op (ook in deze tekst) dat de huidige reële maatschappij wordt omgezet in een toekomstige VR-maatschappij, maar dat is in mijn visie volstrekte onzin: VR is een product van menselijk vernuft en is dus te beschouwen als een soort van nieuwe filmische techniek, maar de VR kan alleen door de mens tot leven geroepen worden en niet anders dan dat. VR wordt nooit de ‘nieuwe menselijke‘ realiteit’ – lees: van vlees en bloed – in de vorm van een menselijke robot, maar blijft een product van de menselijke programmeurs die een nieuwe film aan het scheppen zijn.

De mens kan dus eenvoudigweg niet worden overgenomen door een levende robot, want die zal nooit ontstaan. Daarmee is ook dat misverstand naar het rijk der fabelen verwezen. Maar ik geef ook toe dat mijn standpunt een hypothetische veronderstelling is en nog onbewijsbaar, want zover is de techniek nog niet. Maar dat geldt dus vanzelfsprekend ook voor mijn opponenten. De toekomst zal uitwijzen wie gelijk heeft.

Nog een (voorlopige) slotopmerking ten aanzien van het nieuwe DDD-stelsel of dito parlement. Het wordt duidelijk dat er heel andere stemverhoudingen ontstaan, want er bestaan in de toekomst geen 150 Kamerleden meer, want tegen die tijd vervangen door een 30 (aanloopfase) tot 70 procent (middelfase) deelnemers aan DDD en 100% in de volmaakte fase. En pas als dit nieuwe bestel vervolmaakt wordt tot het ideale ontwerp dat dan mogelijk is, dan zal de nieuwe burger anno 2050 zich met alles willen ‘bemoeien’ (in het oude politieke denken wordt zo gedacht) en willen ‘meedenken’ (in het nieuwe denken). Hiermee worden meerdere slagen gemaakt:

1. Iedere burger is (ten principale) betrokken bij het landsbestuur en zijn stem doet er daadwerkelijk toe, omdat zijn bewuste stemverklaring of motivering voor iedereen zichtbaar is. En daarmee als ‘nevenproduct’ zijn eigen aanhang ontwikkelt of creëert omdat er geen partijprogramma’s meer bestaan met geworstel om meerderheden (bij stemverhoudingen op congressen), maar alleen individuele standpunten (keuzebepaling) of dito programma’s.

2. ‘Je weet op wie je stemt’ en de keuze kan snel gemaakt zijn waarbij ook geldt dat als ‘het keuzemoment’ tegenvalt, maar dan weet je dat voor de volgende keer.

3. De kloof tussen bestuurder en burger is of wordt op deze manier beslecht omdat niemand meer het excuus heeft om niet te stemmen (en zich aan te melden) uit luiheid en tijdgebrek, want randvoorwaarde is wel dat leesdiscipline vereist wordt. Maar daar staat tegenover dat stemmen alleen bij inschrijving voor een specifieke gebeurtenis plaatsvindt en dus vooraf bekend is wie – lees: hoevelen – zich hebben aangemeld. Bijkomend voordeel is dat de behoefte aan referenda is verdwenen omdat DDD een permanent referendum betekent want er wordt een doorlopende activiteit gevraagd als ingeschrevene.

4. Iedereen wordt ‘gedwongen’ om kort en bondig te formuleren, want in de ‘beperking van spreken of schrijfkunst toont zich de meester’.

5. De pers en media krijgen via dit nieuwe burgerschap een nieuwe impuls om kwalitatief goede analyses en verslagen te schrijven aangezien die van allesbepalend gewicht zullen zijn voor een goed functionerende DDD’er. En een ‘ingelezen’ burger laat zich nooit misleiden door nepnieuws.

6. Het tijdgebrek van huidige Kamerleden om kwaliteitskranten en weekbladen intensief te lezen en op zich in te laten werken, wordt op deze wijze opgeheven, want de DDD’er besteedt zijn standpuntbepaling via een nuttiger en meer effectieve tijdsbesteding aan huis. Het Kamerlid is eigenlijk alleen maar in overleg met zijn gebruikelijke opponenten en verspilt op die manier kostbare tijd. De nieuwe DDD heeft daar geen last van. Het gekakel en gebazel van politici is voorgoed voorbij. Deze DDD-revolutie is in dat opzicht vergelijkbaar met de Franse Revolutie waarin de burger zijn stemkracht/macht veroverde. Wat willen we nog meer?

Wordt vervolgd