Tags

,

Het eerste deel van gisteren sloot af met de spreekbeurt van Kamerlid De Graaf (PVV) en nu komt Segers (CU) aan de beurt, die eerst inhaakt op de uitlatingen van de PVV.

De voorzitter:
Dan ga ik naar de heer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dank, voorzitter. De heer De Graaf stelt dat partijen hier wat verhullend spreken over onvrije landen omdat ze last hebben van de islamitische achterban die dat dan niet zou willen, maar volgens mij is de islamitische achterban van de ChristenUnie overzichtelijk. En toch spreek ik over onvrije landen. Waarom? Omdat dat niet alleen Golfstaten zijn. In alle openheid hebben we veel over Golfstaten gesproken, Saudi-Arabië, Qatar, met inderdaad een bepaalde versie van de islam die waarden uitbraakt die haaks op de onze staan. Ik spreek daar absoluut niet verhullend over, maar waarom spreek ik toch over onvrije landen? Omdat het niet alleen islamitische landen zijn die daar gebruik van maken. We hebben gezien dat bijvoorbeeld een land als Rusland pogingen heeft ondernomen om het democratische proces in de Verenigde Staten te ondermijnen. Ik zou de heer De Graaf willen vragen of hij het met mij eens is dat we de term “onvrije landen” breed moeten opvatten, dat het bijvoorbeeld ook Rusland kan betreffen.

Na mijn uitleg over de Grondwet van gisteren op deze plaats, constateer ik dat alle Kamerdebatten die tot heden hebben plaatsgevonden zich alleen ‘in de politiek lineaire dimensie’ (van de gebruikelijke oneliners) hebben afgespeeld, zoals met name met de anti-islam termen van PVV.

Zoals ik gisteren heb uiteengezet is dat onrespectvol ten aanzien van de ‘gehele’ moslimbevolkingsgroep in ons land, die in ons land dus grondwettelijk beschermd zijn vanwege onze godsdienstvrijheid, die een rijke historische traditie kent, maar door PVV wordt genegeerd en door ‘luiheidsdenken’ van alle traditionele partijen werd gedoogd.

Daar staat tegenover dat ook iedere moslimburger in ons land zich zijn grondwettelijke verplichtingen en verantwoordelijkheid tegenover de Nederlandse wet- en regelgeving bewust dient te zijn. en tot die scherpe conclusie is onze politieke gemeenschap nog nooit gekomen vanwege de algehele onmacht om dit (reëel) probleem aan te pakken.

Waar de ‘gemiddelde’ moslim of islamitisch gelovige wordt opgevoed met haatgevoelens ten opzichte van ‘vreemde’ en dus in het eigen opvoedingskader van het gezin ‘vijandige’ of pluriforme godsdienstbeelden, zoals nu in hun ‘nieuwe’ woonland Nederland, kende het oude geboorteland geen seculier onderwijsbestel waar les in alle wereldgodsdiensten werd gegeven.

De mondiale islamgelovige of aanhanger wordt kortom eenzijdig opgevoed en geen wonder dat het de traditionele mores of gewoonten van het land van oorsprong daarin bepalend zijn (geweest).

Dat is een gegeven feit, waar wij in het Westen geen last van hoeven hebben, onder voorwaarde dat, indien een gezin of individuele burger besluit dat hij zijn geboorteland land wil/moet ontvluchten vanwege politieke vervolging of burgeroorlog, zal hij de internationaalrechtelijke consequenties ook zal moeten dragen.

Dat betekent dat hij/zij zijn/haar verplichte inburgeringscursussen in zijn nieuwe woonomgeving – als hij ‘statushouder’ is geworden – en geacht wordt zich te houden aan de wetgeving van zijn nieuwe woonland.

In het verlengde hiervan is het niet meer dan logisch dat de taal- en inburgeringscursussen in ons land (en in de EU als geheel) ook in simpele Jip & Janneketaal de Nederlandse Grondwet gaan uitleggen en vóóral ook verschillen gaan uitleggen met het land van herkomst.

Als oud-inburgeringsdocent ken ik de leerdoelen van dit inburgeringsonderwijs, maar weet ik ook dat er geen of tenminste onvoldoende aandacht wordt gegeven aan de godsdienstige verschillen tussen islam en christendom/jodendom.

Dat is ook geen hiaat in de lesstof, omdat het een illusie is om te veronderstellen dat de oorspronkelijke ‘gastarbeiders’ uit de jaren ‘60 en ‘70 die uit Turkije en Marokko (na Spanje en Portugal) afkomstig zijn, met name uit de arme gebieden of regio’s van hun land waar geen structureel onderwijsbestel bestond, en dus ook geen basisonderwijs, en dus is er geen uitleg over onze grondwet mogelijk die begrijpelijk is in hun oren. Ja, dat gebrek aan scholen kwam tot voor kort in die landen nog voor. Ik heb die leerlingen meegemaakt. Dus Erdogan, hoezo modern Turkije?

Er dient dus een nieuw onderwijscurriculum te worden geschreven en ontwikkeld voor de nieuwe inburgeraars die als onderdeel van de massale vluchtelingenstromen sinds 2015 richting EU komen en met enig geluk hier ook aankomen, want zij dienen juridisch ook opgevangen te worden. Mét een dergelijk specifiek op de Nederlandse Grondwet afgerichte taalonderwijs kan de inburgeraar ook vanaf lesdag 1 worden duidelijk gemaakt dat hij/zij alleen voor het inburgeringsonderwijs kán slagen als hij de grondslagen van onze grondwet beheerst en daarover vragen kan beantwoorden. Dan gaat het dus niet om colleges staatsrecht waarvoor universitaire docenten worden aangetrokken, maar om de klassieke leraren staatsleer of – kunde die grondwetsprincipes kunnen overdragen.

Hier staat dus een opdracht beschreven aan Politiek Den Haag voor een nieuw inburgeringscurriculum, maar het zal ook duidelijk zijn geworden dat ik mezelf de opdracht heb gegeven om deze serie beschouwingen over de financiering van moskeeën in een publicatie (in boekvorm) ga voorbereiden opdat ik als partijloos burger mijn eigen rol in de politiek kan gaan opeisen. Waarom ben ik partijloos of anders gezegd, waarom sluit ik mij niet aan bij een partij?

Het antwoord is simpel: na een viertal partijlidmaatschappen gedurende mijn werkzame leven – kan worden nagetrokken bij de partijsecretariaten! – ben ik tot de conclusie gekomen dat ik in dit 19e/20e eeuwse partijbestel niet kan functioneren – en niets te zoeken heb, want het democratisch besluitvormingsproces leidt per definitie tot meerderheidsbesluiten waarbij een evenwichtig besluitvormingsproces onmogelijk wordt.

Ik kan alleen functioneren in een digitaal bestel zonder politieke partijen en dus een directe digitale democratie want ‘politieke spelletjes’ zijn dan uitgesloten. Dat is mijn ideaal: het leidt naar brede visievorming en daarmee het einde aan oude partijpolitieke dogma’s.

Terugkerend naar ons centrale thema van financiering van moskeeën: pas met een nieuw curriculum wordt een structurele basis gelegd voor het onderwijs en inzicht in onze staatsrechtelijke beginselen en bovendien hebben dan ook de toekomstige vluchtelingen niét het recht zich te verzetten tegen onze Grondwet of straffe van het teruggestuurd worden naar land van oorsprong én het verlies van het Nederlandse paspoort. Daarmee worden kortom meerdere vliegen in één klap geslagen.

Mijn conclusie is ook dat de afwezigheid van enige grondwetskennis in ons inburgeringsonderwijs oorzaak was van de zeer ‘gebrekkige’ integratie en zeker in de woonwijken van grote steden waar migranten massaal werden gehuisvest, zodat er een sterk gekleurde bevolkingssamenstelling ontstond.

Dit oorzakelijk verband van de gebrekkige inburgering én integratie valt ook pas achteraf vast te stellen omdat ons land, in tegenstelling tot de VS, Canada en Australië, geen immigratieland ooit is geweest, wél traditioneel een vluchtoord voor godsdienstvervolgenden vanuit zelfs de Tachtigjarige Oorlog en de hugenoten uit Frankrijk die als protestanten onder het katholieke juk zuchtten. Ook Europa kende rijkelijk veel godsdienstoorlogen.

Daarom is ons land met zijn Unie van Utrecht het eerste land ter wereld met godsdienstvrijheid. Dat betekent ook – na deze serie van beschouwingen over de financiering van moskeeën in de Kamer – dat ik iedere keer als ik getuige ben van onjuiste uitspraken vanuit de PVV-hoek, een herinnering aan deze blogs zal rondsturen met tweet.

Ik ben me overigens erg bewust van het feit dat waar partijen als PVV zich eeuwig blijven verzetten tegen het islamisme vanuit de radicale hoek in ons land, dit een duidelijke oorzaak heeft vanwege het ‘tasten in het duister van politiek Den Haag’.

Onder het kabinet-Van Agt is namelijk een begin gemaakt met ‘het’ integratiebeleid onder minister Wiegel van Binnenlandse Zaken, maar dat op verkeerde leest was geschoeid (onduidelijkheid over ‘eigen identiteit’: volgens de Grondwet mag je moslim blijven, maar wel volgens de westerse maatstaven en dus werden de migranten in een spagaat gedwongen waarop nooit een adequaat antwoord werd geformuleerd) en dus sprake was van door de politiek gemaakte fouten.

De politiek was overigens met deze ‘integratiegeschiedenis’ even kortzichtig en gemankeerd bezig als nu met alle integratieproblemen binnen de EU met de nieuwe lidstaten. En zo blijkt er een samenhang te bestaan in integratievraagstukken zoals ten tijde van de gastarbeiders in het verleden en de ‘nieuwe’ migranten vanwege de globalisering. Geen wonder dus met alle huidige, mondiaal nieuwe ontwikkelingen en geopolitieke spanningen en spanningshaarden vandien.

Maar verzet tegen een multiculturele wereld is zinloos omdat de hele wereld zelf steeds multicultureler wordt en dat komt door – en vloeit voort uit – de groeiende politieke instabiliteit, die over de hele wereld aan de orde is en dus een universeel – en wat mij betreft een evolutionair gegeven – verschijnsel op aarde. Daar valt dus niet aan te ontkomen en daarop dient met gepast beleid op te worden geanticipeerd. Dat is de opdracht waar we nu collectief voor staan.

Wordt vervolgd

Advertisements