Tags

De kracht van haar concept is de burgersoevereiniteit en dat is een geheel nieuw concept dat alles, al het oude, op losse schroeven zet. Lees mee en geniet in plaats van te huiveren!

(79) Dat is in onze tijd nu juist de oplossing voor een verenigd Europa: een algemeen, gelijk en direct kiesrecht voor alle Europese burgers, ditmaal niet ongeacht de standen, maat ongeacht de landen. ‘One man, one vote’ is de volgende belangrijke stap op weg naar de politieke eenheid op ons continent, waarmee de economische eenheid pas wordt gelegitimeerd. Pas dan kan het Europese parlement pleitbezorger worden van een Europese democratie die deze naam verdient en waarvan de Europese burgers de soeverein zijn. Anders geformuleerd: we moeten de erfenis van de Franse Revolutie europeaniseren en de indertijd genomen afslag naar de nationale staten vermijden. De republiek moet Europees worden! (Omdat de auteur nu een opsomming geeft van alle bestaande republieken in de EU zonder de andere staatsvormen zoals de bestaande, maar symbolische, koninkrijken te noemen, sla ik deze opsomming over aangezien het duidelijk is wat er wordt bedoeld, jw) … worden (praktisch gesproken, jw) één Europese republiek via algemeen en gelijke verkiezingen, gebaseerd op het principe van gelijkheid van alle Europese burgers.

Maar dan wel mét een volledig hervormd Europees Verdrag of Handvest, zonder alle huidige weeffouten en mogelijk heimelijke constructiefouten van nu waardoor het Europees Parlement niet voldoende moderne rechten kent (waardoor de Commissie niet ontslagen kan worden en nieuwe verkiezingen uitgeschreven) en wat door de Europese Raad en de Commissie – dan wel nationale parlementen – ook niet gecorrigeerd worden omdat het ze wel goed uitkomt. Althans, wat dit laatste betreft, kan het zo worden ingevuld of geïnterpreteerd. De EU is in dat opzicht nog een onvolwaardige Unie en een opgroeiend kind dat nooit uit de luiers is losgekomen of zich daaruit heeft kunnen bevrijden. Kortzichtigheid binnen beide gremia (Raad en Commissie) is altijd de grote troef geweest.

In haar beschouwingen over de Franse Revolutie wijst Hannah Arendt erop dat het een van de grote vergissingen van die revolutie is geweest om de soevereiniteit, waarvan de overdracht aan het volk immers het revolutionaire verlangen bij uitstek was, uiteindelijk van de koning, die onthoofd werd, over te dragen op de (nationale) staat. Bij een revolutie gaat het in de kern om de opheffing van het conflict tussen overheersers en overheersten – een conflict dat we nu opnieuw zien, nu het volk zich teweerstelt tegen de elite. Soevereiniteit wordt volgens Arendt altijd geüsurpeerd door de nationale staat als ‘absolute soeverein’, die ze eerst in de figuur van de paus en later in die van de koning ziet. ‘Elke soevereiniteit gaat uit van het volk en keert er niet snel terug’, luidt een bon mot van Kurt Tucholsky. Arendt is, zo je wilt, de anti-Hobbes: de republiek als erfenis van de Franse Revolutie is geen overdracht van macht aan de (nationale) staat, maar een verdrag van burgers met elkaar. Want de natie, dat wil zeggen het door de nationale staat politiek geëmancipeerde volk, heeft steeds een rampzalige neiging getoond haar soevereiniteit af te staan aan dictators en leiders van allerlei kaliber.

Met alle respect voor dit betoog wil ik hierbij wel opmerken dat Arendt iets over het hoofd heeft gezien, te weten de algemeen psychologisch verklaarbare factor dat het hierbij – in deze historische context – altijd om politieke macht gaat: omdat nieuw verworven macht na onthoofding van de Franse koning en het einde van het koninkrijk zelf aldaar, waren de revolutionairen niet bereid – of eigenlijk: niet bewust – om hun eigen nieuwe heerschappij aan het nieuwe parlement af te staan want als je eenmaal macht hebt verworven sta je die niet vrijwillig af.

Dat is de eeuwig durende kringloop van de menselijke ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis op onze aarde: eenmaal de macht van voorgangers overgenomen – ‘onvreedzaam’ omdat het nooit op iets anders neerkwam, tenzij uit onverwacht overlijden – sta je die macht niet meer af en zeker niet aan een parlement dat nog onervaren is. Iedere machtsoverdracht – binnen het bedrijfsleven om maar praktisch te blijven – komt neer op een keiharde strijd om de nieuwe koers en het te voeren beleid. Dat is het collectieve aspect want een gedeelde verantwoordelijkheid maar de nieuwe te benoemen namen horen wel te passen in de nieuwe bedrijfsstrategie.

Gecalculeerd gedrag dus. En dat geldt vanzelfsprekend ook in de politiek. Vandaar dat de grootste partij binnen de ontstaansgeschiedenis van de Europese samenwerking altijd christendemocratische voorzitters van de Commissie heeft opgeleverd en gekend, want altijd de grootste fractie binnen het Europees Parlement, met maar één uitzondering: ‘Tot november 1999 bleef de Commissie aan met de Spaanse sociaaldemocraat Manuel Marín als interim-voorzitter’ (https://www.europa-nu.nl/id/vi31cwilo1x5/commissie_santer_1995_1999). Het gaat dus altijd om de machtsfactor die in één persoon wordt ‘geconsolideerd’ en niet binnen een parlement waar ook per definitie een machtsstrijd uitbreekt.

Vandaar dat het begrip ‘volkssoevereiniteit’ altijd een abstract en halfbakken begrip is gebleven en pas in de 21e eeuw kan veranderen in een ware burgersoevereiniteit. We gaan ervoor!

Wordt vervolgd

Advertisements