Tags

Zoals gisteren aangekondigd zal ik dit boek gaan bespreken om te onderzoeken of dit boek bepalend kan worden voor het bijna ‘eeuwige’ debat over het thema van het basisinkomen. Zoals ik al aangaf is in de jaren tachtig al in alle toenmalige politieke partijen hierover gediscussieerd. Maar iedere partij kwam tot de slotsom op basis van eigen afwegingen – want iedere partij benadert dit ‘dossier’ vanuit een eigen ideologie – dat invoering van het basisinkomen geen zin heeft en dus ook niet opgenomen werd in de verkiezingsprogramma’s (voorzover ik kennis heb genomen van de toenmalige programma’s en ook in de kranten van toen niets over het basisinkomen heb aangetroffen. Daarom zoek ik in de huidige literatuur of het debat opnieuw wordt gevoerd of dat er nieuwe argumenten worden aangevoerd.

Zelf kan ik mij nauwelijks meer herinneringen aan die periode terughalen, maar wel dat het een even zinloos en doodlopend debat zou worden zoals dat vanuit de economische theorie en wetenschap werd voorspeld. Nu ik al enige tijd de pensioengerechtigde leeftijd heb bereikt, merk ik ook nauwelijks enige verandering in accenten en dat de kranten die ik nu met interesse lees geen zinvolle aanzetten geven. De tijdgeest is er niet rijp voor en mijn overtuiging is dan ook dat het ondoenlijk is om het basisinkomen nu in te voeren want het lost behalve de onbetaalbaarheid geen maatschappelijk oplossende antwoorden op.

Met die veronderstelling als uitgangspunt ben ik op zoek naar nieuwe aanknopingspunten in Bregmans boek maar die heb ik tijdens de eerste 60 bladzijden nog niet gevonden. Daarom begin ik mijn bespreking hieronder bij het nawoord (blz.199), want daar kan ik wel enige aantekeningen of gewone kanttekeningen bij plaatsen. Helaas moet ik starten met een onaardige reactie:

(199) “Maar nu ik dit schrijf, slechts drie jaar later, is het idee overal. Finland en Canada hebben grote experimenten aangekondigd. In Silicon Valley is het idee enorm populair. GiveDirectly (de organisatie die in hoofdstuk drie voorbijkwam) is een groot onderzoek naar het basisinkomen in Kenia begonnen. En in Nederland gaan maar liefst twintig gemeenten ermee aan de slag.’

‘Het idee is overal’ staat hier te lezen. Ik wil niet de zuurpruim uithangen maar dat handjevol initiatieven en experimenten doen me direct aan het laatste kwart van de vorige eeuw denken en herinneren, toen er in ieder geval betere berekeningen werden uitgevoerd zodat de economen – in vermoedelijk alle partijen – tot de conclusie kwamen dat het geen kwestie is van zomaar invoeren om de bestaande (en eeuwige) democratie binnen de verzorgingsstaat tegen te gaan, want die is niet tegen te gaan.

Ik ben zelf afgestudeerd op onze (met nadruk dus op de Nederlandse, omdat iedere moderne natie zijn eigen inrichting en parlementaire ontstaansgeschiedenis kent) verzorgingsstaat als sociaal-maatschappelijk institutioneel model zoals dat na WO2 langzaam maar zeker overal in het Westen gestalte kreeg. Daarvan – van dit institutionele raamwerk – begreep ik ook de logica en vanzelfsprekend heb ik alle sociaalwetenschappelijke literatuur over bestudeerd.

Mijn eerste banen en functies na mijn afstuderen hebben mij verhinderd om er direct een promotieonderzoek van te maken of er een losse publicatie over voor te bereiden. En nu heb ik er ook geen tijd voor omdat ik mijn handen vol heb aan het schrijven van mijn blogs over de EU en algemene politieke ontwikkelingen op deze site. Ik heb in mijn vorige blog ook geschreven dat ik de invoering van het basisinkomen in de nabije tijd niet zie zitten; pas over 2 of generaties, én wel met een héél andere mentaliteit dan die nu zichtbaar is en kenmerkend voor de huidige samenleving.

De gemiddelde mentaliteit is niet veranderd sinds de genoemde jaren ’80 en die is nu even puur materialistisch als vroeger, want gebaseerd op dezelfde geestesgesteldheid als een halve eeuw geleden en die houdt de invoering van het basisinkomen tegen. En samenvattend schrijf ik al dat ik pas over 50 jaar een algeheel geautomatiseerde en gerobotiseerde industriële sector zie bestaan, die op grond van die voorwaarde ook een basisinkomen nodig heeft. Want alleen met fabrieksmatige managers en multinationals die er tegen die tijd bestaan – naast de detailhandel en levensmiddelentransport – is een basisinkomen onontkoombaar. Dus mijn eerste conclusie is dat het gemak waarmee Bregman binnen de eerste 100 bladzijden schrijft over het invoeren, uiterst voorbarig vind. Onrealistisch dus.

Het citaat zegt mij inhoudelijk dus helemaal niets en die ‘veelheid’ van ‘grote’ experimenten en ‘de enorme populariteit’ (tot aan Silicon Valley aan toe) zegt mij dus ook hoegenaamd niets. Het kunnen allemaal illusies zijn, waarbij ik wel zo sportief ben dat als over vijf jaar blijkt dat het idee als zodanig wél overal blijkt te zijn ingevoerd, ik mijn ongelijk direct ruiterlijk zal erkennen. Maar ‘nerds’ van Silicon Valley zijn zo begeesterend bezig met hun techniek en specialisme dat zij ook behoorlijk wereldvreemd kunnen zijn en geneigd zijn te denken dat alles wat zij aanpakken direct in goud zal veranderen. Ik heb geleerd en ervaren dat de wereld zo niet in elkaar zit.

Ik weet dat technische revoluties heel langzaam voortschrijden én dat er hele generaties overheen gaan voordat er echt maatschappelijk iets zichtbaar wordt in concrete veranderingen. En dat robots in de zorgsector in vergrijzende samenlevingen zoals Japan een nuttige functie kunnen vervullen, is mij ook heel duidelijk, maar dat zullen geen algemene technisch onvermijdelijke ontwikkelingen worden. Maar alle voorspellingen (futurologen en in hedendaags jargon futuristen) blijken niet uit te komen. Dussss …

Het ene land kan het betalen, het anderen land niet. En Japan als een van de nieuw opkomende Aziatische Tijgers van het laatste kwart van de vorige eeuw is toch geen echte wereldmacht geworden, nietwaar? Kortom, ter afsluiting van dit eerste deel van de komende serie besprekingen, weet ik dat ik geen al te grote verwachtingen mag hebben van nieuwe technologieën en ontwikkelingen.

Op dit moment is het basisinkomen bijzaak voor mij omdat invoering daarvan over een langere periode pas mogelijk wordt en heb ik mijn prioriteit gelegd bij AI/KI en privacy i.v.m. Big Data en sociale media, cyberoorlogen en cybercriminaliteit, of kwantumtechnologie (blijft de mens de baas over zijn technologie? En zo niet, hoe moeten we ons gaan wapenen?)

Wordt vervolgd

Advertisements