Tags

Verbannen haatimam in Nederland, avonddebat in de Tweede Kamer dinsdag 3 april 2018

Aan de orde is het dertigledendebat over een verbannen haatimam die in Nederland verblijft.

Vooraf: mijn indruk en hypothese bij het beluisteren van dit debat is dat alle fracties aantoonbaar een aspect van (de abstractie van) de staatsrechtelijke waarheid in dit debat hebben ingenomen en op hun eigen manier verwoord. Nu met de beschikbare tekst zal ik een poging doen om mijn bewijs van die verschillende deelaspecten van dezelfde waarheid aan te tonen en vast te stellen waar precies te verschillen bestaan maar wat ook zou kunnen berusten op onjuiste interpretaties van het bestaande staatsrecht.

Het is immers geen geheim dat ons staatsrecht voor meerdere interpretaties vatbaar is vanwege het compromiskarakter van dat staatsrecht (ontstaan uit achtereenvolgende debatten in het parlement over de periode van bijna twee eeuwen sinds de moderne grondwet werd vastgesteld in 1848 door de wijziging van Thorbecke).

Dit zijn natuurlijk mijn eigen notities die ik via het internet deel (vanuit mijn eigen kennis van het staatsrecht als onderdeel van mijn studie politieke wetenschappen in de jaren zeventig en afgestudeerd als politiek filosoof, wat de normatieve tak van de politicologie is, namelijk zoekend naar de ideale maatschappij en grondwetsaanpassing vanwege de veranderingen in maatschappij. Het één gaat niet zonder het ander. Daarom is er sprake van levend en dus bewegend en ontwikkelend staatsrecht.

En het bijzondere van het debat van gisteravond is dat het begrip ‘haatimam’ centraal staat dat als ‘nieuw thema’ nog niet in de ‘grondverf’ stond in het bestaande staatsrecht. De vraag kan immers worden gesteld waar de grenzen liggen van de vrijheid van meningsuiting in verband met de vrijheid van godsdienst. Dat is nog helemaal niet gemakkelijk te bepalen omdat dit een nieuw thema is vanwege een fundamentele andere invulling van de godsdienstvrijheid door islamieten en met name door salafisten – en in het bijzonder door de fundamentalistische, orthodoxe tak van de islam -, te vergelijken met de joodse farizeeërs en de sadduceeërs, zoals ze in het nieuwe testament worden genoemd.

De uitlatingen van – volgens journalistieke uitlatingen de zelfbenoemde – imam Jneid in de richting van burgemeester Aboutaleb van Rotterdam is bezien vanuit de godsdienstwetenschap ook uiterst interessant vanwege het cultuurconflict die universeel is tussen orthodoxie en vrijzinnigheid. Dat komt dus in alle wereldgodsdiensten voor en geen wonder op deze aarde vanwege de mensheid die gefocust zijn op onderlinge verschillen als instrument voor identiteitspolitiek.
Wat Aboutaleb bedoelde met zijn identiteit als ‘salafist’ is namelijk de ideale islamitische samenleving als utopisch beeld. Utopie omdat sprake is van een fictief, onbestaand feit aangezien het samenvloeien van geestelijke feiten binnen de maatschappij die geen zuiver godsbegrip hanteert, onmogelijk wordt en dus niet samen kunnen gaan.

Vandaar ook dat de islamitische (gedachte)wereld geen onderscheid kent tussen ‘kerk/moskee en staat’. Het moet in dat ideale maatschappijbeeld (kunnen) samengaan. Maar in een dualistische maatschappij waarin de verschillen onderling tussen de mensen geaccentueerd worden, kan dat ideaal niet bestaan. Zo kan ik mijzelf als universeel gelovige typeren waarin alle wereldgodsdiensten gelijke aspecten van dezelfde scheppingskracht representeren, en dus zijn in mijn ogen het christendom en de islam gelijkwaardig, maar aangezien de religieuze mensen niet vanuit dit ideale godsbeeld kunnen denken en leven, wordt iedere godsdienst een puur menselijk product en mensenwerk en is er geen afschaduwing meer mogelijk van wat de oorspronkelijke profeet (zowel Jezus als Mohammed als spreekbuizen van die scheppende kracht) bedoelde.

Daarom was het geestelijk gesproken een juiste uitspraak van Ahmed Aboutaleb dat hij een geestelijk salafist is (zoals ik dat in die zin ook ben) omdat hij daarmee de zuivere inhoud verwoordde. Zo, op deze wijze geredeneerd, ben ik in mijn universele geloofsovertuiging het voor 100% procent met hem eens en dan ben ik dus ook een geestelijk salafist in die betekenis, zo goed als ik een geestelijk christen ben of een geestelijke jood of boeddhist.

Maar als politiek functionaris had Aboutaleb moeten weten dat deze persoonlijke typering van hem onbegrepen zou blijven en dat hij dat dus beter niet had kunnen uitspreken, want alleen maar misverstanden oproepend.

Op deze basis ga ik dus mijn staatsrechtelijke kennis combineren met mijn spirituele overtuiging.

000

De voorzitter:

Aan de orde is het dertigledendebat over een verbannen haatimam die in Nederland verblijft. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van harte welkom. Het aantal interrupties wil ik eigenlijk op twee houden. En interrupties gaan in tweeën; dat weten jullie ook. Ik geef de heer De Graaf als eerste spreker en ook als aanvrager van dit debat namens de PVV het woord.

De heer De Graaf (PVV):
Dank, voorzitter. Afgelopen oktober zette België imam El Amaouch uit naar Nederland omdat hij als staatsgevaarlijk is bestempeld. De man heeft een Nederlands paspoort, dus dat was makkelijk voor de Belgen. Na België uitgezet te zijn, blijkt hij gewoon in Den Haag door te gaan met zijn activiteiten, met preken. Daarnaast zit zijn zoon in België in jeugddetentie omdat hij moslims opriep om alle christenen uit te roeien. Wat gaan deze ministers doen zodra de zoon van Amaouch op Nederlandse bodem arriveert? Want die wordt misschien ook wel uitgezet tegen die tijd.

Voorzitter. Staatsgevaarlijk, dan zijn we terug bij Amaouch zelf. Zo’n stempel krijg je ook in België niet zomaar. El Alami Amaouch heeft opgeroepen om een islamcriticus de tong en de benen af te snijden. Dat is een keiharde oproep tot geweld en daarmee strafbaar volgens onze wet. Waarom is deze man nog niet opgepakt en vervolgd, zo vraag ik de minister. Mocht de minister daarover twijfelen, dan kan hij in elk geval ons initiatiefwetsvoorstel om administratieve detentie in te gaan voeren, waar we druk mee bezig zijn, straks gaan omarmen, want daarmee kunnen we geweldspredikers zoals hem meteen vastzetten. Graag een reactie daarop.

Voorzitter. De islam wil het Westen onderwerpen. België en Nederland zijn daarin evenveel vijand en evenveel doelwit voor de islam. Amaouch is net zoals Fawaz Jneid, waar het debat volgende keer over gaat, een kwartiermaker voor de islam. Is deze imam volgens de minister ook een gevaar voor Nederland? En, zo nee, waarom niet, vraag ik beide ministers. Want naast de Balieterrorist, de Hacarmelterrorist, de Al-Fourqaan moskee en vele andere moskeeën met hun predikers, maar ook teruggekeerde IS-terroristen, uitreizigers en nog vele anderen, heeft de minister ondertussen nogal wat individuele gevallen in de gaten te houden met zijn diensten. En vergeet geweldsoproeper Fawaz Jneid dus niet, die gewoon middels het geldende strafrecht kan worden vervolgd in Nederland. Want als een imam een andere moslim bestempelt tot ongelovige en zelfs ook nog eens tot vijand van de islam, dan is dat een oproep tot geweld, want op afvalligheid in de islam staat de doodstraf. De imam heeft vanwege zijn statuur en functie zeggingskracht en dan weten zijn volgelingen precies wat ze moeten doen. De minister moet hier heldere, duidelijke antwoorden en een duidelijke visie geven om ons tevreden te kunnen stellen; dat is niet snel gebeurd, schat ik in.

Voorzitter. Al die geweldpredikers en terroristen handelen volgens de islamitische handboeken. Ze roepen op tot geweld, moedigen geweld aan, gebruiken geweld of hebben dat gedaan. En daar ligt wat ons betreft dan ook de grens. De oproep tot geweld, daar ligt de grens. We moeten ook constateren, na de hele opsomming die ik gegeven heb, dat het geen individuele gevallen meer betreft. Het is een collectief, het islamitische collectief. Daarom — en dan rond ik af, voorzitter — onze oproep: vervolg Amaouch voor aanzetten tot geweld, denaturaliseer hem daarna en gooi hem na het uitzitten van zijn straf het land uit. En sluit om te beginnen meteen alle moskeeën die hem een podium hebben geboden, ook na die uitzetting. Sluit ze daarna allemaal; ik ben bijna klaar, voorzitter. Is de minister eindelijk bereid om dit te doen of blijft hij, en ook de andere minister, lafjes zwijgen onder het mom “ik ga niet in op een individueel geval”? En gaat de minister Jneid strafrechtelijk laten vervolgen? Het kan. En dan mijn laatste zin. Wil de minister niet optreden tegen Amaouch en ook niet tegen Jneid, dan is er voor de minister van Justitie en Veiligheid maar één term van toepassing en die luidt: pure onwil.

Dank u wel.

Advertisements