Tags

Jeroen Groot • Beurs/fd, 12-3-18

# Een opmerkelijke stem in het debat over (te) dure medicijnen: pensioenbelegger PGGM ontwikkelt een beleggingsmodel waarin wordt meegenomen of medicijnen de samenleving niet te veel kosten. Als grote aandeelhouders zouden pensioenfondsen de fabrikanten van medicijnen kunnen bewegen om de prijzen te matigen, zo is de redenatie. Maar zorgeconomen reageren sceptisch.

Het is goed, maar ook broodnodig, dat dit debat onder beleggers én binnen de samenleving én onder de medische beroepsbeoefenaren – zoals hieronder ter herinnering wordt weergegeven – op gang komt, maar vanuit een ander perspectief dan in dit artikel aan de orde is. Want het debat is in een breder perspectief mogelijk: waar in de politiek een poging door GroenLinks wordt ondernomen om een rem te zetten op bancaire topsalarissen met als terecht argument dat onze grootbanken als systeembanken in mijn bewoording een monopoliepositie innemen, geldt dat voor wat de zorgsector en dus de farma(ca)-industrie ook. Verdienen aan de behoeftige medemens die er niet om gevraagd heeft om met chronische ziektebeelden opgezadeld te worden. De fundamentele of ethische vraag is dus of (semi) monopolieposities mogen worden benut om excentrieke omzetten, winsten en inkomens te genereren, al zullen de betrokken branches en topbestuurders in alle toonaarden ontkennen dat dit het geval is. Leugens om bestwil heeft – ‘het hoort bij het kapitalisme’ – is het eeuwige smoesje.

Apotheker Paul Lebbink uit Den Haag besloot vorig jaar uit protest tegen de hoge prijs van Orkambi zelf het medicijn na te maken in zijn apotheek. Dit medicijn is werkzaam tegen taaislijmziekte.

# ‘We willen in kaart brengen wat de impact is van onze beleggingen in medicijnenfabrikanten’, zegt Martin Eijgenhuijsen, investment manager bij PGGM. ‘We zijn gewend te kijken naar financiële parameters zoals de toekomstige cashflow van de bedrijven, maar nu willen we ook weten wat de samenleving er mee opschiet.’

Het gaat hier in beide gevallen – maar daarbij kunnen vele andere voorbeelden aangehaald worden zoals onderwijs, sociale zekerheid en defensie/krijgsmacht waarin miljarden omgaan – die volgens de economische theorieboekjes natuurlijk behoren tot de productie-en dienstensectoren – maar gezien de potentiele winst- en verliesfactor stevige maatschappelijke gevolgen kent. Daarom wordt het tijd om over deze maatschappelijke factor eens een debat te gaan voeren wat we als maatschappij normaal vinden en wat niet. En dan ligt wat de semi-publieke diensten en uitgaven betreft een belangrijke stem in handen van het consumerende publiek.

Waarom? Omdat het hier om noodzakelijke producten gaat en niet om luxegoederen waarvoor echt een keuze gemaakt kan worden. Medicijnen mogen geen luxegoederen zijn alleen om het feit dat betrokken patiënten geen keuze hebben, want in principe bestaan er geen dure of goedkope ‘poedertjes’, maar alleen noodzakelijke om medisch herstel mogelijk te maken. Om die reden geldt ook dat dat bancaire topsalarissen onverantwoord zijn omdat die inkomens in geen verhouding staan tot de werkvloer waar de medewerkers met hun poten in de modder staan. Topmensen gebruiken alleen hun slimheid om nieuwe financiële producten in de markt te zetten die alleen maar rampspoed veroorzaken. En daarom zijn er geen lessen geleerd uit de financiële crisis van het afgelopen decennium. De bancaire toppen moeten zich kapot schamen.

Maatschappelijk debat
# Het antwoord op die vraag is actueel omdat er juist nu een maatschappelijk debat woedt over dure medicijnen. De prijzen stijgen steeds verder, sommige behandelingen kosten inmiddels tonnen per patiënt per jaar.

# PGGM, dat zorgpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) als voornaamste klant heeft, belegt sinds kort een klein deel van het toevertrouwde vermogen in de zogenoemde ‘impactbeleggingen.’ Met deze vorm van beleggen moet er behalve financieel rendement ook maatschappelijk rendement geboekt worden, oftewel: de wereld moet er beter van worden.

Waarom wordt er steeds over ‘financieel rendement’ gesproken, terwijl het bij pensioenfondsen het om ‘ongevaarlijke of risicoloze’ rendementen gaat waarbij faillissementen van die zorgverzekeraars niet aan de orde is, want evenzeer ‘systeemverzekeraar’ als de systeembanken in de bancaire sector.

Kosteneffectiviteit
# De pensioenbelegger wil daarom in kaart brengen wat de medicijnen van de fabrikanten waar in wordt belegd aan gezondheidswinst opleveren, en of dat wel in verhouding staat tot de prijs van die medicijnen. ‘Als blijkt dat een medicijn wel erg duur is in relatie tot kosteneffectiviteit kan dat een reden zijn om in gesprek te gaan met het management van de fabrikant’, zegt Eijgenhuijsen.

Dit komt wel erg laat, maar beter laat dan nooit.

# Als eerste voorbeeld heeft de belegger door het institute for Medical Technology Assessment (iMTA), gelieerd aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, de kosteneffectiviteit van het medicijn Entresto door laten rekenen. Dit medicijn wordt gebruikt tegen hartfalen. ‘De behandeling met Entresto is duurder dan met de eerdere generatie medicijnen, maar levert voor patiënten meer levensjaren en een betere kwaliteit van leven op, tegen redelijke kosten. Het is dus zijn geld waard.’

Als een dergelijke ‘kosten-batenanalyse’ zinvol is en uitvoerbaar – ondanks ‘natuurlijke tegenwerking’ door de farmaceutische industrie, die jaren rustig hun gang hebben kunnen gaan, is het welkom in de huidige doorgeschoten materialistische samenleving.

Kritiek
# Het onderzoek is bekostigd door de producent van het medicijn, Novartis. Eijgenhuijsen stelt dat de onafhankelijkheid van het onderzoek niet in het geding is. ‘Dit instituut opereert zonder inmenging van de opdrachtgever en is vrij om de resultaten te publiceren, ongeacht de uitkomst’.

Dat – ‘zonder inmenging’- wordt altijd beweerd, maar het is de vraag of het wel zo is. Er bestaan geen mooie ‘blauwe’ ogen die je per definitie kunt vertrouwen.

‘Laat ze nadenken over manieren om ouderen met gezondheidsklachten langer thuis te laten wonen’• Xander Kooman, gezondheidseconoom VU

# Maar zorgeconomen zijn sceptisch over de strategie van de pensioenbelegger. ‘Het pensioenfonds gaat hiermee op de stoel van de politiek zitten’, zegt zelfstandig gezondheidseconoom Marc Pomp. ‘Die beslist uiteindelijk welke medicijnen worden vergoed. Sommige geneesmiddelen zijn heel duur en komen alleen ten goede aan een hele kleine groep mensen, maar de politiek besluit toch vaak om die medicijnen te vergoeden.’

Wat hier beweerd wordt dat ‘pensioenfonds gaat hiermee op de stoel van de politiek zitten’ is vanzelfsprekend onzin omdat de politiek zich hierover nooit heeft uitgesproken. Want in de politiek gaat het eeuwig om de marktwerking en als daar geen ethische vragen worden gesteld, hebben we gewoon pech gehad! En de factor welke medicijnen worden vergoed, is een kwestie van onderhandelen, maar de politiek durfde nooit inzage te vragen in gedetailleerde productiekosten, want ‘daarover spreek je niet’, want concurrentiegeheimen. Alles wordt in de ‘verborgenheid’ (eigenlijk ook als doofpot te kwalificeren) gehouden. Twee handen op één buik’ noemt de bevolking dat en niet ten onrechte.

Zeldzame aandoeningen
# Ook Xander Koolman, gezondheidseconoom aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ziet het risico dat er te veel nadruk wordt gelegd op de kosteneffectiviteit van medicijnen. ‘Hierdoor neemt de prikkel af om te investeren in zeldzame of erg belastende aandoeningen. Dit is een hele ingewikkelde discussie waar je als pensioenfonds niet uitkomt. Pensioenbeleggers hebben bovendien altijd een dubbele doelstelling, er moet immers ook rendement worden gehaald voor de gepensioneerden.’

Daarom mag er ook geen commerciële producent worden ingezet – ‘opgezadeld’ – met de productie van dit soort medicijnen, maar dient er een aparte wetgeving te komen om ware onafhankelijkheid te garanderen.

Zeldzame aandoeningen dienen in mijn gevoel maatschappelijk en dus industrieel benut te worden om de medische wetenschap te bevorderen hoewel er altijd het risico aanwezig blijft dat er te technisch en commercieel gedacht blijft worden. Maar nieuwe producten vanwege nieuwe inzichten blijven altijd nodig en moeten altijd gefinancierd kunnen worden. ‘Te dure afwijkingen’ komen in mijn visie niet voor. Het is en blijft een maatschappelijk-politieke keuze ter bevordering van de gezondheid van de burger/patiënt.

# Koolman ziet wel een maatschappelijke taak weggelegd voor het pensioenfonds voor zorgwerknemers, maar dan op een ander vlak. ‘Laat ze bijvoorbeeld nadenken over een zorggerelateerde aanwending van de pensioenuitkering, zodat mensen met gezondheidsklachten langer thuis kunnen wonen. Dat is iets waar de achterban verstand van heeft en zo kun je hen in staat stellen meer van hun, vaak kleine, pensioen te maken.’

Dit komt mij voor als een ander thema. Maar wie weet dat deze suggestie kan opleveren!

https://fd.nl/beurs/1245196/pensioenbelegger-mengt-zich-in-debat-over-kosten-medicijnen?utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=fd-ochtendnieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=20180312& s_cid=671

Advertisements