Tags

Derck Koolen • Opinie/fd, 27-2-18

Opinie | Derck Koolen, London Business School en Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam

In de aanloop naar een nieuw Nederlands klimaat- en energieakkoord kwam minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat afgelopen week met meer details over de onderhandelingen om voor de zomer tot een akkoord te komen. Bijna 150 jaar nadat de eerste zonnecellen en elektrische windmolens werden uitgevonden, halen we in 2018 nog steeds geen 10% van ons totale energieverbruik uit hernieuwbare energie. Om versneld van het Groningse gas af te komen en de Europese doelstelling van 14% hernieuwbare energie in 2020 te halen, hebben we dus nog wel wat werk voor de boeg.

Maar al te vaak zien we echter dat de politiek voorbij lijkt te gaan aan de grote risico’s van een inefficiënte marktwerking bij de energietransitie. Van de ‘groen rechtse’ benadering van de energietransitie die Mark Rutte in 2008 naar voren bracht, blijft tien jaar later niet veel meer over. Het energiedebat dreigt zelfs verder gepolariseerd te worden, waarbij bijna alle partijen meedoen aan groen activisme en het creëren van onrealistische verwachtingen en doelstellingen.

Het potje van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) bedraagt dit voorjaar zo’n €6 mrd, gesteund door u en mij via een hogere energierekening. Dat is prima, ware het niet dat er daarbij bijna geen aandacht wordt besteed aan een efficiënte marktintegratie van duurzame bronnen en er allerlei averechtse grijze effecten mee worden gestimuleerd.

Er is wel degelijk een energietransitie gaande in Nederland. Zo wil de Rotterdamse haven voor de elektriciteitsproductie af van steenkool en zijn kolencentrales; zet de groei van elektrisch vervoer in de Randstad zich onverminderd door; en bouwt het Deense bedrijf Ørsted voor het eerst zonder subsidie voor de Nederlandse kust windparken. Bovendien hebben hernieuwbare bronnen natuurlijk het grote voordeel dat de wind en zon gratis zijn, en er dus geen dure kolen of gas uit het buitenland moeten worden ingekocht. Dit zijn allemaal positieve geluiden.

Maar tegelijkertijd krijgen we de laatste tijd ook om de haverklap te horen dat we als eindgebruiker meer zullen moeten gaan betalen voor onze energierekening. Dit jaar al met gemiddeld €70 per huishouden, en in 2030 zelfs zo’n €700 per jaar meer dan wat we nu kwijt, zo blijkt uit cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving. De grootste stijgende kostenpost zijn hierbij de heffingen die nodig zijn voor het stimuleren van klimaatmaatregelen en duurzame energieprojecten.

Bovenstaande tegenstrijdige berichten over de energietransitie tonen aan dat niet alleen de toename van duurzame bronnen de huidige energiemarkt ontwricht, maar zij tonen ook aan dat het beleid voor een duurzame integratie van hernieuwde bronnen tot nu toe onvoldoende doordacht was.
Dit beleid was teveel gericht op de oude traditionele markt waarin het nodig was om dure nieuwe technologieën, als zonnecellen en windmolens, te subsidiëren. Zonder subsidie zouden ze immers nooit competitief kunnen worden met de rest van de markt.

De laatste jaren zijn de ontwikkelingskosten van hernieuwbare bronnen echter sterk gedaald en groeit het aandeel van groene energie in de totale energiemarkt gestaag. Om een verdere groei van hernieuwbare bronnen te kunnen blijven stimuleren, moet er per saldo echter steeds meer subsidie naar hernieuwbare projecten gaan, aangezien de groothandelsprijs naar beneden wordt geduwd. Om voor het energienet voldoende flexibiliteit te garanderen en grote stroomuitvallen te voorkomen, betekent dit echter ook dat een deel van deze subsidie indirect naar grijze, dus níet-hernieuwbare, bronnen gaat. Althans, zolang er geen rendabele manieren zijn om energie langdurig duurzaam op te slaan en er meer aandacht komt voor groene flexibiliteit. Iets wat in het huidige energiebeleid amper aanwezig is.

Duidelijk is dat er voor het nieuwe Nederlandse klimaat- en energieakkoord deze zomer nog heel wat moet gebeuren. Niet met onrealistische doelstellingen en polemiek, maar met socio-economisch realisme. Daar heeft uiteindelijk ook de “gewone Nederlander” die wel wat voor het klimaat wil doen, maar daarbij wel op zijn portemonnee let, het meeste baat bij.

Eindelijk eens een van a tot z een relevant en zakelijk objectief verhaal over duurzame energie en de strijd met fossiele delfstoffenwinning.

[Derck Koolen is academische onderzoeker aan de London Business School en Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam.]

https://fd.nl/opinie/1243301/het-nederlandse-energiebeleid-kan-een-stuk-efficienter-en-schoner

Advertisements