Tags

Carel Grol, In het nieuws/fd, 13-1-18

Ooit goed voor 20% van de Rijksinkomsten en extra invloed in Europa, nu een nationale schandvlek: de aardgaswinning in Groningen. De kraan gaat dichter en dichter. Maar wanneer de aarde stopt met beven weet niemand.

Harry Klevering (68) kan zich de komst van het gas nog goed herinneren. Een jaar of acht was hij, jongste uit een gezin van dertien uit het Groningse dorpje Spijk, toen eind jaren vijftig in Slochteren de gasbel werd ontdekt. Snel daarna kwam de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) bij zijn huis langs, het bedrijf dat een mensenleven later hier nog steeds gas wint. Om gratis gasleidingen aan te leggen. Strak over de plint, al waren de buizen toen van plastic.

Deze dinsdagmiddag is Klevering in het kantoor van Centrum Veilig Wonen in Loppersum. Hij heeft net schade gemeld. Al 24 jaar al woont hij in hetzelfde huis. Rode bakstenen met een puntdak, aan het water. Het is al de tweede keer dat hij schade heeft. Dinsdag waren er twee knallen en toen voelde het alsof het huis zakte.

Tijdlijn
Gaswinning Nederland
1947
Nederlandse Aardolie Maatschappij wordt opgericht, op 19 september. Shell en Esso hebben beiden een belang van 50%.
1959
Bij Slochteren wordt het beroemde Groningen-gasveld aangeboord. Dit veld behoort tot de grootste gasvelden ter wereld.
2012
Aardbeving van 3,6 op de schaal van Richter bij het dorpje Huizinge.
2013
NAM wint 53,9 miljard kuub uit het Groningen-gasveld. Dat is een fractie meer dan het jaar daarvoor. De jaren daarna wordt de winning fors afgebouwd, want in de provincie is veel bevingsschade. In 2017 is dat 21,6 miljard kuub.
2018
Aardbeving van 3,4 op de schaal van Richter bij het dorpje Huizinge. Vast staat dat de gaswinning nog verder zal worden verlaagd.

Nog niet eens zo lang geleden was gas een zegen. Voor de mensen, ook in Groningen, en voor het land. Superieur aan kolen: makkelijker in de aanvoer, eenvoudiger in gebruik, vele malen schoner. Na de vondst van het gas werd er in ijltempo een netwerk in de grond gestampt – dat laatste vrij letterlijk.
Privatiseren mag niet

In Nederland ligt zo’n 12.000 kilometer aan gasleidingen. De eigenaren daarvan zijn de netbeheerders: bedrijven als Alliander, Enexis en Stedin. En die zijn weer in handen van provincies en gemeentes – en daarmee uiteindelijk van de Staat. Privatiseren mag niet. Het is van nationaal belang dat het gas tot in de uithoeken van Nederland wordt geleverd.

Het land werd er rijk van. ‘De totale staatsinkomsten uit de Nederlandse aardgasbaten bedroegen in de periode 1960-2013 circa €265 mrd. De aardgasbaten vormen daarmee al meer dan vijftig jaar een substantiële bron van inkomsten voor de Staat’, schreef de Algemene Rekenkamer vier jaar geleden in een rapport.
‘In het begin van de jaren tachtig waren de gasbaten goed voor bijna 20% van de inkomsten van de Rijksoverheid’, aldus de Rekenkamer. Daarmee is de gasvondst ‘van grote invloed geweest op het ontstaan van de naoorlogse welvaartsstaat’.

Weinig fysieke offers

Dat ging relatief makkelijk. Mensen werkten zich letterlijk kapot bij de ontginning van de Drentse veengebieden en in de Limburgse mijnen. De strijd tegen het water is verweven in de Nederlandse psyche vanwege het immer lonkende gevaar van een verzwelgende watermassa. Gas daarentegen was hoogtechnologisch en vergde weinig fysieke offers.

Gerrit Krol was schrijver – in 2001 won hij de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre – en werkte als programmeur jarenlang in dienst van Shell. Hij berichtte uitgebreid over de ontginning van de Groningse velden. ‘Je hoeft niet veel te doen, als je gas produceert. Eigenlijk niets’, schreef hij in 1998 in zijn autobiografie 60.000 uur.

Nog een fragment uit dat boek: ”’s Avonds reed ik door de provincie. Het werd schemerig, de zon ging onder in nevels en in diezelfde nevels kwamen nieuwe zonnen op, zo leek het wel: productielocatie, oranje verlicht door natriumlampen. (…) Je stapt in de auto en rijdt verder door dit onaards lege landschap. Verderop, richting Delfzijl, zie je nieuwe lampen branden.
Nachtelijke verkeerspleinen lijken het, zeeën van licht, kunstijsbanen waarop geen schaatser te bekennen valt.’

Gas kwam uit de laagvlaktes in Groningen – Muntendam, Scheemda, Loppersum, Usquert, schreef Krol – en de baten kwamen terecht bij het Rijk. Dat was de deal, zo simpel was het.

Omlaag, maar met hoeveel?

Het is de vraag die iedereen bezighoudt maar waar niemand antwoord op heeft. Dat de gaswinning naar beneden zal gaan is evident, maar met hoeveel miljard kubieke meter is nog onduidelijk. Daarover heeft geen enkele partij zich hardop uitgesproken.

In elk geval heeft het terugschroeven van de gaswinning weinig effect op de Staatskas. De gasprijs is laag en de productie is al naar beneden gegaan. Gas is goed voor 1% à 2% van de staatsinkomsten. Zo wemelt het in het aardbevingsdossier van meer vragen zonder antwoord.

De belangrijkste is: welk niveau van gaswinning is wél veilig? Daarover bestaan verschillende theorieën, maar geen consensus. Daarmee is het eigenlijk niet duidelijk wat een veilig niveau is. Ook als gestopt wordt met gaswinning, kunnen er nog jarenlang aardbevingen volgen.

Uiteindelijk moet Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, het zeggen. ‘Het is aan de minister om zo nodig een afweging te maken tussen veiligheid en leveringszekerheid. De minister beslist uiteindelijk wat er met de gasproductie in Groningen moet gebeuren’, aldus het Staatstoezicht op de Mijnen.
Invloed in Europa

‘Het belang van gas voor Nederland, daar kun je een PhD (in veel landen de hoogste academische graad, red.) van maken’, zegt Marcel Kramer, tussen 2003 en 2010 directeur van Gasunie. Onder zijn leiding werd dat bedrijf een van de grootste gastransporteurs van Europa, met onder meer een terminal voor vloeibaar aardgas en een gasleiding naar Engeland. Door het gas heeft Nederland aanzienlijk aan economische invloed gewonnen in Europa, daarvan is Kramer overtuigd. Het Groningenveld was een juweel in de Shell-portfolio. ‘In Nederland hebben we veel kennis van waterbeheersing en de land- en tuinbouw’, zegt Kramer. ‘Maar ook met de gastechnologie zijn we actief de boer op geweest.’

Wel ontstond de ‘Dutch disease’. In de jaren zeventig werd gas zo dominant dat de economische basis van Nederland werd uitgehold. Veel geld in een kleine economie, en dus kreeg je inflatie, zegt Kramer. ‘Wij kregen er griep van, maar andere landen zijn er doodziek van geworden.’

Zelf werkte Kramer twee jaar in Venezuela. Dat land heeft kolossale oliereserves, maar verkeert structureel in economische crisis, waarbij het van kwaad tot nog weer erger gaat. Nee, dan valt het hier alleszins mee.
Maar toen kwamen de aardbevingen.

Nederland kan niet zo maar stoppen met gaswinning, zegt Kramer. De verwevenheid met de Europese energiemarkt is groot: er zijn langjarige leveringscontracten. We kampen met een ‘time squeeze’, zegt de voormalige Gasunie-ceo. ‘Het probleem is acuut, maar de oplossing is niet voorhanden.’

Alles is onder druk komen te staan door de aardbevingen. De winsten, de bedrijfsvoering, de toekomstige productie. Nederland is vermaard om het ‘Gasgebouw’: de samenwerking tussen de Staat en verschillende bedrijven voor de winning en verkoop van aardgas. De grote vraag is of de muren van dat Gasgebouw onderhand al beginnen te scheuren. Kramer heeft daar geen antwoord op. Maar hij zegt wel: ‘Met trots uitdragen wat wij allemaal kunnen op gasgebied, dat verdwijnt.’

In plaats daarvan zijn er de schades. Zoals die van Klevering, die hij zojuist heeft gemeld bij Centrum Veilig Wonen. ‘Er is zestig jaar gas onttrokken. Logisch dat het dan een keer fout gaat’, zegt hij.

Deze uitspraak dat het logisch is dat het een keer fout gaat, veronderstelt dat het ook een wetenschappelijk vraagstuk kan zijn, tenzij die aardwetenschappers daar liever niet over delibereren aangezien het commercieel verkeerd kan uitpakken. Het lijkt dus nu tijd te worden dat de (moderne) takken van relevante wetenschappers zich over deze materie gaan buigen. Van de ambtenaren moet je het toch niet hebben. En waar geologen en overige disciplines nog bestaande leemten in hun vakgebieden (zoals bij olie- en gaswinning in de ruime betekenis, zoals ook schaliegas) moeten gaan oplossen, kunnen zij wellicht ook bedenken welke alternatieve oplossingen er in de toekomst verwacht mogen worden. Werk dus aan de winkel voor de bètafaculteiten (in gezamenlijkheid)!

Zijn schade valt mee. Klevering houdt vogels: kanaries en vinkjes, en na de beving was het thermopane glas van zijn vogelhuis kapot. Geen grote schadepost, maar wel weer iets dat de NAM moet gaan vergoeden.

https://fd.nl/ondernemen/1235901/als-je-gas-produceert-hoef-je-eigenlijk-niets-te-doen?utm_source=nieuwsbrief&utm_campaign=fd-ochtendnieuwsbrief&utm_medium=email&utm_content=20180113&s_cid=671