Tags

Eerste Kamer mokt over formatiefeestje Rutte (Louis Hoeks • Economie & Politiek/fd, 26-10-17)

Het moest een gezellig feestje worden, maar het werd een partijtje waar een ongenode gast mokkend buiten stond. Woensdag vond in een zaal van de Rijksvoorlichtingsdienst het constituerend beraad plaats, de oprichtingsvergadering van het aanstaande kabinet-Rutte III. Daar werden de bevoegdheden van de aanstaande ministers ondubbelzinnig vastgelegd. Wat tijdens de formatie voorlopig was of betwist, werd er definitief.

Zo haalde D66 twee succesjes binnen. Ruimtelijke Ordening gaat naar minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en de pensioenen vallen niet langer onder de staatssecretaris, maar onder de minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees. VVD-minister Eric Wiebes, met Klimaat, macro-economisch en Europees economisch beleid in zijn portefeuille, wordt een machtsfactor van belang.

Terecht dat pensioenen, die een steeds prominentere plaats op de politieke agenda krijgt, onder de minister van sociale zaken zelf gaat vallen vanwege het belang van een hervorming van het bestaande bestel. Dat de flegmatieke en humoristische, maar toch geniale Eric Wiebes zich staande heeft weten te houden in de chaos op belastingen, is een urgente reden om hem op de meest kwetsbare portefeuille te plaatsen, klimaat, macro-economie en Europees economisch beleid, aangezien een en ander met elkaar te maken heeft en Wiebes de oplossingsmentaliteit heeft die groter mag worden geacht dan andere collega’s (zoals Koolmees) in het kabinet en vooral in Europa node missen. Ook Ollongren heeft met haar Binnenlandse Zaken indirect veel met Europa van doen vanwege de bestuurslagen en in conclaaf met Rutte (AZ) wordt een gouden driehoek gevormd die de Berlijn-Parijs-as creatief en intellectueel tegenwicht kan bieden.

Portefeuilleverdeling Rutte III

Wenkbrauwen fronsen

Dinsdagmiddag verstuurde senaatsvoorzitter Ankie Broekers-Knol een brief aan formateur, en partijgenoot, Mark Rutte, die overal de wenkbrauwen deed fronsen. Zij eiste duidelijkheid over de status van de zogeheten duoministers. Drie departementen krijgen immers twee ministers: Justitie en Veiligheid; Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; en Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Staatsrechtelijk is van belang dat duidelijk is welke van de twee ministers op de drie genoemde ministeries belast wordt met de leiding van het ministerie’, schreef Broekers, aangespoord door de gezamenlijke fractievoorzitters in de Eerste Kamer.

Terecht werden overal de wenkbrauwen gefronst aangezien de creativiteit in de senaat tot het minimum blijkt te zijn gedaald, ondanks de aanwezigheid van het lid, de staatsrechtgeleerde Prof. mr. J.W.M. (Hans) Engels (D66), die klaarblijkelijk geen inbreng heeft gehad bij deze beraadslagingen; anders zou hij luid protest hebben aangetekend (zie volgende kanttekening).

Ze wees op artikel 44 van de Grondwet, dat uitsluit dat twee ministers tegelijk met de leiding van een ministerie kunnen worden belast. Een tweede minister kan alleen op hetzelfde departement worden aangesteld als hij minister zonder portefeuille is, concludeert Broekers.

In het dit jaar gepubliceerde ‘De GrondwetWijzer voor democratisch debat en politieke praktijk’, geschreven door Bas en Olivier de Gaay Fortman, staat artikel 44 beschreven op blz. 141:

Artikel 44. Ministeries; minister zonder portefeuille

  1. Bij koninklijk besluit worden ministeries ingesteld. Zij staan onder leiding van een minister.
  2. Ook kunnen ministers worden benoemd die niet belast zijn met de leiding van een ministerie.

Uit deze formulering blijkt op geen enkele manier dat de Grondwet een duo-ministerschap aan één ministerie ‘verboden verklaart’. Dat had de GW ook niet eens kunnen doen, aangezien het geen oude praktijk was, maar ook omdat de GW ‘metafysische’ ofwel meer een symbolische dan letterlijke betekenis moet worden toegekend; iedere abstractie wordt immers in organieke wetten uitgewerkt. De senaat heeft dus een duidelijke ‘interpretatiefout’ gemaakt en dat valt dit orgaan kwalijk te nemen.

Buitenspel gezet

De Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans sprak smalend van ‘een gekke brief’. Wat was er in de dames en heren senatoren gevaren? Iedereen had toch vrijdag het lijstje met de 24 beoogde leden van Rutte III gezien, verstuurd door de Rijksvoorlichtingsdienst, en keurig onderverdeeld in de (hoofdverantwoordelijke) ‘ministers van’ en (ondergeschikte) ‘ministers voor’. De senatoren zijn niet gek maar geïrriteerd. Sinds 2012 zijn niet alleen de koning, maar ook de Eerste Kamer en de Raad van State buitenspel gezet bij de formatie.

Voermans heeft dus het gelijk aan zijn zijde.

‘Wij communiceren niet met de formateur via persberichten‘, klonk het geërgerd van de andere kant van het Binnenhof. De senaat had liever van Rutte zelf gehoord dat er een historische constructie was opgetuigd. Dat er al veel langer ministers zonder portefeuille bestaan, maakt geen indruk op de ‘chambre de reflexion’.

Jammer dat er – vermoedelijk – geen plenair debat aan dit thema is gevoerd, want dan was na te lezen wat de redenering van de betrokken senatoren was; dit novum is pas enkele dagen geleden ontstaan. Het zijn dus vragen van het Presidium. Het is ongetwijfeld nog de moeite waard om er nog eens een plenair debat aan te wijden, alleen al om de smadelijke indruk die de senaat nu heeft gemaakt recht te trekken.

Staatsrechtelijke scherpslijperij

Directe aanleiding voor de brief waren geruchten dat beide ministers op het vernieuwde Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus (CDA) en Sander Dekker (VVD), een gelijkwaardige status zouden krijgen. Toen bleek dat er wel degelijk een de leiding zou krijgen (‘De baas is niemand. Ik ben het meest verantwoordelijk‘, noemde Grapperhaus dat zelf), werd de brief toch verstuurd om een signaal af te geven.

Een zinloos signaal dus omdat de praktijk zal moeten uitwijzen of dit een werkbare formule is. Mocht blijken dat er toch spanningen gaan ontstaan, dan is het een eenmalige exercitie geweest, veroorzaakt door dit ‘buitengewone’ kabinet van zeer verschillende pluimage. Maar dat zal waarschijnlijk wel worden vervolgd aangezien het in de lijn der verwachtingen ligt dat de politieke verspintering in de Kamers een blijvend verschijnsel zal worden. En daarop is nog niet iedereen ingesteld, zelfs de senaat niet. ‘Reflecteren’ gaat de senaat klaarblijkelijk ook moeilijker af.

Als de nieuwe kabinetsploeg donderdag stralend op het bordes staat, zullen sommige senatoren mijmerend toekijken. Wat hadden zij graag via hun voorzitter vraagtekens gezet bij de drie duoministers, een besluit dat vooral gedreven lijkt door de noodzaak om alle vier de coalitiepartijen tevreden te stellen. Maar ook de keus van Edith Schippers tot informateur zou aan de kaak zijn gesteld, klinkt het vanuit de Eerste Kamer. Was het wel zo verstandig om een nauwe bondgenoot van de VVD-leider op die plek te benoemen? De gedachten van de pragmatische Rutte laten zich raden. Die vindt het ongetwijfeld staatsrechtelijke scherpslijperij.

Dat laatste is juist, en het nieuwe kabinet zal op andere inhoudelijke kwaliteiten beoordeeld moeten worden. Men leze de voortreffelijke artikelen van gisteren in NRC Handelsblad: ‘Rutte moet zichzelf weer heruitvinden’[1] en in de Volkskrant ‘Overleeft Rutte-III Europa?[2]

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/25/rutte-moet-zichzelf-weer-heruitvinden-13657774-a1578550

[2] https://www.volkskrant.nl/opinie/overleeft-rutte-iii-europa~a4523316/

https://fd.nl/economie-politiek/1224322/eerste-kamer-mokt-over-formatiefeestje-rutte