Tags

Voormalig commandant Mart de Kruif legt uit hoe zijn krijgsmacht vastliep de afgelopen jaren

‘Het leek op een oude lynchpartij’

Voormalig commandant Mart de Kruif weet hoe het is om soldaten op missie te verliezen. In een bewogen week voor defensie rekent hij af met ‘Den Haag’.

Noël Van Bemmel en Theo Koelé, nrc.nl  • 7 oktober 2017, 02:00

Defensie is een puinhoop en de minister had haar organisatie niet onder controle; dat beeld blijft hangen na het Kamerdebat van afgelopen week waarbij de minister van Defensie en de Commandant der Strijdkrachten moesten aftreden. Luitenant-generaal b.d. Mart de Kruif was als commandant van de landmacht medeverantwoordelijk voor de uitzending van militairen naar Mali. Ook voerde hij in 2008 het bevel over 45 duizend NAVO-militairen in Zuid-Afghanistan. De Kruif weet best dat de afkorting b.d. onder militairen staat voor ‘bek dicht’. Maar op verzoek van de Volkskrant wil hij toch uitleggen hoe afgelopen jaren zijn krijgsmacht krakend vastliep.

Hoe heeft u gekeken naar het Kamerdebat waarbij minister van Defensie Jeanine Hennis en Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp moesten opstappen?

Het aftreden van de minister en de hoogste commandant was een ethisch gebaar, naar aanleiding van een tragedie

De Kruif steekt beide armen in de lucht: ‘Er was geen debat! Het oordeel stond al vast. De diepere inhoud – de slechte staat van de krijgsmacht – kwam niet ter sprake. Het aftreden van de minister en de hoogste commandant was een ethisch gebaar, naar aanleiding van een tragedie. Heel zuiver. Maar ik had gehoopt dat ten minste één Kamerlid ook zelf in de spiegel had durven kijken. We waren getuige van een herhaling van 20 augustus 1672: het lynchen van de gebroeders De Witt. Niet letterlijk, maar figuurlijk. Het Volksempfinden regeerde.’

Volledig juist en als ik de Handelingen van het debat heb geanalyseerd, zal blijken dat deze oud-generaal gelijk heeft.

Wat verwijt u de Kamerleden?

‘Het ontbreekt hen aan staatsmanschap. Opportuniteit overheerst. Ik begrijp dat ze liever een miljoen extra uitgeven aan zorg dan aan defensie. Dat is makkelijker te verkopen. Maar daar moet je overheen kunnen stappen. Defensie kun je snel uitkleden, maar opbouwen kost jaren. Je kunt niet even een bataljon kopen als het nodig is, je bouwt een krijgsmacht langzaam op van binnenuit. Door bezuinigingen en reorganisaties kampt de krijgsmacht met grote materieeltekorten en een uittocht van ervaren mensen. We draaien niet langer mee in de eredivisie. We zijn Achilles ’29 uit Groesbeek, tweede divisie. Dat is ernstig, want we hebben het niet over de hervorming van de btw of de aanleg van een snelweg, maar over een overheidstaak waarbij mannen en vrouwen hun leven moeten wagen.’

Hierbij een aantal kanttekeningen. 1. Opportuniteit heeft altijd overheerst in de politiek en dus ligt het Mali-drama anders zoals in de vorige blogs uiteengezet. 2. ‘Liever een miljoen extra uitgeven aan zorg dan aan defensie’, maar dit is apert onjuist. Waarom? Ik moet de eerste militair nog tegenkomen die in een interview tegenkomen aangeeft hoe samenhangende hervormingen op overheidsvlak zoals defensie, onderwijs, zorg en sociale zekerheid kunnen worden aangepakt. Defensie gaat niet meer a priori voor op de andere genoemde sectoren, maar defensie moet zelf naar een andere organisatiestrictuur, en dan schrijf ik niet als oud-beroepsmilitair, maar als dienstplichtig sergeant en als politiek filosoof. De defensie is naar mijn indruk niet aangepast aan de militaire ontwikkelingen sinds de val van de muur; ik ga in aanloop naar de regeringsverklaring proberen daarover een notitie geschreven die hier geplaatst gaat worden. Een macro-overview. Zover zijn de militaire denkers nog niet gekomen, want anders had Hennis wel een ander beleid voorbereid en aan de Kamer voorgelegd.

Verwijt u zichzelf het fatale ongeluk in Mali? De missie begon toen u de baas was van de landmacht.

De twee in Mali gesneuvelde militairen worden zondag herdacht in de Gedachteniskapel van de stoottroepers in het Gelderse Beneden-Leeuwen. De namen van sergeant Henry Hoving en korporaal Kevin Roggeveld worden bijgeschreven op een plaquette in de kapel.

‘Ik heb in mijn hoofd iedere film teruggedraaid waarbij ik moest beslissen eenheden uit te zenden. Nooit heb ik gedacht: ‘We nemen hier een groot risico maar we doen het toch.’ Daarom doet dit tragische incident zo’n pijn. Nooit heb ik het gevoel gehad dat we mensen in gevaar brachten door ondeugdelijke materieel. Maar dat is wel gebeurd. Ik ging ervan uit dat het spul veilig was. De defensieorganisatie is gebouwd op vertrouwen.’

Dit is een opzienbarende uitspraak waaruit blijkt dat ‘risicovol’ materiaal, zoals dubieuze granatan, niet in de defensiestaf wordt besproken. Laat staan besproken met de minister en dus was Hennis volledig onbekend met dit feit. Te dwaas voor woorden. Was het alleen aan de technische specialisten bekend dat de granaten niet deugden? Hieruit blijkt een eerste conclusie dat de aanstaande reorganisatie in de eerst plaats topprioriteit aan veilig materiaal gaat invoeren. Daardoor mogen geen dodelijke ongevallen meer voorkomen. De hele rest is ‘bijzaak’; dus dé topprioriteit vaststellen al zal dat deelname aan missies kosten. Volgens mij dient er nu van deze gelegenheid gebruik te maken om een Onderzoeksraad voor Veiligheid een controle te laten uitvoeren, voorafgaande aan iedere nieuwe missie waar de regering toe besluit. Dit omdat de politiek anders kijkt tegen defensie dan Defensie zelf.

De eerste soldaten in Mali klaagden over een gebrek aan gepantserde slaapcontainers.

Er bestaat geen situatie van nul risico. Het beroep van een militair is een gevaarlijk beroep

‘Dat klopt. Maar ik vind, je kunt ook een sleuf graven en daarin gaan liggen. En bijvoorbeeld een doelopsporingsradar meenemen om na een aanval snel te kunnen terugslaan. Het was een bewust risico dat ik acceptabel achtte. We kunnen niet wachten met de inzet van militairen tot een gepantserd dorp met internet is neergezet. Er bestaat geen situatie van nul risico. Het beroep van een militair is een gevaarlijk beroep.’

Zegt de spreker hier met ‘een sleuf graven’ dat de huidige generatie militairen te verwend en gemakkelijk zijn? Zij hebben toch een basistraining gekregen waaronder in de meest primitieve omstandigheden moest worden gewerkt en dat dagen achtereen, zoals met ‘wachtposten te velde’ en week lang bivak. Schuttersputjes graven etc.? Iedere militair wordt erop getraind om in onvoorziene omstandigheden oplossingen te zoeken.

Waaraan merkte u afgelopen jaren dat de landmacht begon vast te lopen?

‘De bedrijfsvoering klopt niet meer. Als een auto kapotgaat, kun je niet even een monteur laten komen. Als een wapen stuk is, krijg je dat niet binnen een week gerepareerd. We rijden in 25 jaar oude DAF-vrachtwagens waarvoor geen reserveonderdelen meer zijn. Een gewone transportonderneming schrijft een vrachtwagen in vijf jaar af. De kern van het probleem is dat defensie is doorgeschoten in het streven naar efficiency. Tijdens de Koude Oorlog hadden we van alles te veel, maar nu ligt alles gelijk stil als ook maar iets kapotgaat.’

Er moeten dus, zoals dat ‘vroeger’ gebruikelijk was, Technische Dienst-monteurs aanwezig zijn die de voertuigen binnen de korte keren weer aan de praat kunnen krijgen. Zijn die TD’ers afwezig, dan kun je een missie wel vergeten. Als deze vraag juist is – overeenkomstig de huidige situatie dus – dan dient dit aan de minister te worden gemeld met als getuige een lid van de Algemene Rekenkamer die op de hoogte is gesteld van de geconstateerde mankementen en deze heeft besproken met specialisten.

Klopt het verhaal dat soldaten pang pang moeten roepen bij gebrek aan munitie?

‘Ja, dat klopt. En het is pijnlijk dat een Kamerlid als Alexander Pechtold dat grappig vindt. Binnen de landmacht noemen ze hem Pang Pang Pechtold. Door munitiegebrek zijn eenheden minder getraind. Terwijl onze kerntaak wel vechten is. Pas als je dat kunt, kun je ook vrede sluiten. Nederland heeft een carrot, maar geen stick. In Srebrenica hebben we geleerd wat dat voor gevolgen kan hebben.’

Hier wordt pijnlijk duidelijk hoe belangrijk de beeldvorming – zeer slecht als het over defensie gaat – is en hoe groot de kloof tussen de militaire sector en de burgerlijke maatschappij is vanwege de verkeerde voorlichting vanuit de defensietop. Dat Pechtold ‘het grappig’ vindt is volstrekt normaal, omdat dat beeld op zichzelf al belachelijk is en niemand in de buitenwereld verwacht dat het werkelijk de bestaande situatie is. De oud-generaal De Kruif bewijst met deze uitlating dat hij zelf buiten de maatschappelijke werkelijkheid staat. Hij begrijpt Pechtold niet en sterker, er spreekt een impliciete walging uit zijn uitspraak tegenover Pechtold als ‘linkse rakker’. Een minpunt tegenover de generaal dus.

Wat moet er volgens u veranderen bij defensie?

‘Ten eerste moeten we de centrale sturing uit Den Haag deels terugdraaien. Ik was verantwoordelijk voor 20 duizend werknemers, maar als ik 1.200 euro wilde uitgeven, was ik twaalf weken en acht handtekeningen verder. Ik heb op het punt gestaan ontslag te nemen toen ik nog eens 43 miljoen euro moest bezuinigen. Niet vanwege dat bedrag, maar omdat Den Haag erbij vertelde hoe ik dat precies moest doen. Terwijl ik toch de commandant van de Landmacht was!

De generaal begrijpt de essentie van de ministeriele verantwoordelijkheid niet, getuige deze uitspraak. Secundaire bezuinigingsbedragen kun je als militair planner zelf invullen, maar de regering ofwel ‘Den Haag’ is wel richtinggevend. Bezuinigen is een kwestie van de keuze maken wat het meest belangrijk is en vervolgens de hiërarchie van wat steeds minder belangrijk is. Misschien bedoelt de generaal met dit citaat iets anders, maar dan lees je dat er niet uit. En daarom is zijn uitspraak te vaag. En bovendien laat hij onvermeld wat voor bezuinigingen andere ministeries steeds weer moesten ophoesten. We verkeerden namelijk in de schuldencrisis EU en de noodzaak ons begrotingstekort weg te werken.

‘Ik heb minister Hennis en commandant Middendorp een beter alternatief voorgelegd, wat zij accepteerden. Maar omdat mijn plan eerst politiek moest worden afgestemd, stond ik in Ermelo een zaal met 600 man te vertellen dat hun eenheid werd opgeheven – terwijl ik wist dat dit besluit een paar weken later zou worden teruggedraaid. Nog een voorbeeld: de verkoop van alle Leopard-tanks was geen idee van de militaire top. Dat had minister Hans Hillen persoonlijk bedacht. Alsof ik een chirurg vertel hoe hij of zij moet opereren. Gelukkig belde het Duitse leger later met de boodschap dat ze genoeg tanks hadden, maar geen personeel. Dat leidde dan weer tot een unieke, vergaande samenwerking.

Weer een schoolvoorbeeld van militair denken die volkomen buiten de werkelijkheid staat. Waarom deelt hij manschappen van een eenheid mee dat ze zouden worden opgeheven, terwijl het nog moest worden afgestemd met de top. Niet logisch. En als Hillen persoonlijk het afschaffen van de tanks had bedacht, was er dus geen goede overlegstructuur tussen hen. Ook daaruit blijken organisatorisch disfunctioneren. En de generaal kon daarmee niet uit de voeten, en dat – de praktische politieke werkelijkheid – was dus geen leerstof aan de KMA. En de vergelijking met de chirurg gaat volledig mank. Dit interview wordt dus steeds droefgeestiger.

‘Ten tweede moeten we zorgen dat goede mensen blijven bij defensie. Ik heb de discussie over arbeidsvoorwaarden overgelaten aan de Directie Personeel. Ik had me daar toch mee moeten bemoeien. Dat verwijt ik mezelf. De arbeidsvoorwaarden verslechterden sluipenderwijs en er is nog steeds geen cao. Vooral voor de onderofficieren is dat bitter. Zij zijn de ruggengraat van het leger en behoren tot het besten ter wereld. Zij accepteerden altijd een karig salaris in ruil voor mooi, verantwoordelijk werk. Met goed materieel en baanzekerheid. Die laatste pijlers hebben we weggehaald.’

Dat de onderofficieren tot de besten ter wereld behoren, kan ik met mijn achtergrond van mijn militaire opleiding absoluut niet beamen.

Welk rapportcijfer geeft u de krijgsmacht?

‘Een 5 voor materieel, een 8 voor personeel.’

Waarom heeft u zelf geen ontslag genomen?

Met bedeesde stem: ‘Tsja… generaal Arie van der Vlis heeft dat in 1994 gedaan omdat hij verdere bezuinigingen voor zichzelf niet kon verantwoorden. Een mooie symbolische daad. Maar de volgende dag stond zijn opvolger klaar die het beleid wel uitvoerde. Zelf kon ik mijn ei goed kwijt bij de minister en de Commandant der Strijdkrachten. We zagen samen licht aan het einde van de tunnel en dan loop je niet weg. Bovendien was het een voorrecht te werken met de mensen van de landmacht. Lachen en janken, iedere dag weer.’

Moeten militairen hun can do-mentaliteit niet wat temperen?

‘Dat is niet het probleem. Die mentaliteit is functioneel. De opdracht gaat boven alles, zelfs je eigen leven. Geen enkele andere beroepsgroep heeft dat. Ook niet de politie. Can do is de ziel van de krijgsmacht. Een commandant beslist of een risico aanvaardbaar is. Die lijn loopt door tot de Commandant der Strijdkrachten en de minister. Hennis en Middendorp hebben de risico’s altijd heel verantwoord afgewogen. Dat zij aftreden vanwege een vreselijk incident met defecte munitie, staat los van de can do-cultuur.’

Ook hier weer een voorbeeld van militair denken dat mankementen vertoont. ‘De opdracht gaat boven alles, zelfs je eigen leven. Geen enkele andere beroepsgroep heeft dat.’ Dat geen enkele andere beroepsgroep dat heeft is logisch omdat de basistraining bij Defensie gericht is op oorlogsomstandigheden en dat is dus een fundamenteel verschil met de ‘burgermaatschappij’ en het commerciële bedrijfsleven.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid stelt dat defensie door bezuinigingen de grenzen van de veiligheid heeft opgezocht.

‘Als een bedrijf hapert, kan de veiligheid in het geding komen. Maar geen enkele commandant accepteert dat de veiligheid acuut in het geding komt. No way.’

Deze opmerking heeft alleen zin als dit wordt toegelicht. Voorbeelden graag wat hier bedoeld wordt!

Het defensiebudget is zo’n 8 miljard euro. Is anderhalf miljard erbij, zoals het nieuwe kabinet wil, genoeg?

Wie denkt dat we er zijn met anderhalf miljard en een nieuwe minister vergist zich“

‘Je hebt al 1 miljard nodig om het huishoudboekje op orde te krijgen. Een half miljard om te investeren in materieel en personeel is niet veel. Wie denkt dat we er zijn met anderhalf miljard en een nieuwe minister vergist zich. De ironie wil: afgelopen jaren kregen krijgsmachtdelen hun budget voor onderhoud niet eens op, bij gebrek aan technici en inkopers van reservedelen. Defensie moet weer op zijn hoeven worden gezet. De afgelopen vijftien jaar is de organisatie murw gebeukt. Door te weinig geld, een haperende bedrijfsvoering en een rigide besturing.

De generaal doet het voorkomen dat Defensie een eilandje in de maatschappelijke werkelijkheid is, dat boven iedere gedwongen herstructurering en bezuinigingen verheven is, maar dat is vanzelfsprekend flauwekul. Jammer, omdat ik hem in de afgelopen dagen op de radio geïnterviewd hoorde worden en toen maakte hij indruk op mij. Maar dezen ‘nadere’ invulling stelt me diep teleur en constateer ik dat het politieke denken van de militaire ‘top’ bedroevend slecht is.

‘Laat iedereen in de spiegel kijken, van korporaal tot Kamerlid. Gebruik de discussie over dit tragische incident en de politieke bereidheid weer te investeren in defensie, om structurele verbeteringen aan te brengen. Dat begint met een diagnose: wat is er gebeurd, kloppen de gemaakte aannamen nog wel, hoe repareren we wat kapot is, wat komt er op ons af? Ik pleit voor een onafhankelijk onderzoek.’

Niet zozeer een onafhankelijk onderzoek is nodig maar een brainstormgroep die vaststelt hoe een nieuwe visie op defensie eruit moet zien, gelet op een nieuwe maatschappelijke omstandigheden.

We kunnen als samenleving ook besluiten dat de eredivisie te hoog gegrepen is.

‘Dat mag. De politiek bepaalt de ambitie, de militair voert uit. We kunnen achter onze dijken schuilen en hopen op genade. Maar zeg dan ook tegen de wereld dat we ons niet betrokken voelen en meldt de NAVO dat we even niet meedoen. Mijn mening: we zijn de 16de economie ter wereld en we zouden niet in staat zijn 1.100 mensen op een missie te sturen? Waar hebben we het dan over?’

De wereld na de val van de Berlijnse Muur en het huidige terrorisme vereisen een totaal andere militaire organisatie om op de huidige risico’s te kunnen inhalen, meneer de generaal.

Een andere conclusie is dat met betrekking tot de subtitel ‘Het leek op een oude lynchpartij’ gesteld mag worden dat zowel de Kamer als Defensie buiten de werkelijkheid staan. Ieder leeft in hun eigen wereldje, de Kamerleden in hun eigen tijd slorpende agenda’s zodat er geen tijd meer voor politieke reflectie is; en de militaire opperofficieren die moeite hebben met veranderingen in de politiek. De huidige generaties topmilitairen zijn in de ‘verkeerde’ tijd geboren want toen werden ijzervreters gewenst, maar hebben de transformerende maatschappij, zonder de noodzaak van ijzervreters, niet kunnen volgen. Vandaar de onderhuidse trauma’s van de oude generaties generaals. Triest, maar toch de werkelijkheid.

Het was juist te constateren dat ‘het leek op een oude lynchpartij’, want de nieuwste lichting Kamerleden was aan het woord en dat mag een blamage genoemd worden want respectloos tegenover de minister. Een politieke blunder. Daar staat de militaire blunder tegenover omdat de generaals in hun tijd zijn blijven steken en niet met hervormingsvoorstellen zijn gekomen om Defensie op een geheel nieuwe basis te grondvesten; ook zonder opdracht van de minister. De minister begon zonder gezag en dat heeft Defensie geen goed gedaan want er werd intern niets gedaan dat voor de buitenwereld zichtbaar was, om dat zwakke respect om te bouwen in goede suggesties. Maar helaas vallen suggesties en creatieve voorstellen in Defensiekringen totaal verkeerd en dat is het grootste manco van Defensie. De top-downstructuur van Defensie past totaal niet meer in deze tijd en die boot heeft Defensie dus gemist. Aan Bauer dus een uiterst gecompliceerde taak om dit alles te herstellen en met name te transformeren.

Mart de Kruif voerde van 2008 tot 2009 het bevel over 45 duizend NAVO-militairen in Zuid-Afghanistan. Bijna 300 soldaten sneuvelden onder zijn bevel tijdens militaire operaties dat jaar. De Kruif werkt aan een boek over die ervaring op basis van het dagboek dat hij bijhield. ‘Sinds die missie word ik soms eensklaps emotioneel’, schrijft hij.

1958 Geboren in Apeldoorn

1981 Cum laude afgestudeerd aan Koninklijke Militaire Academie

1981-1990 Pelotonscommandant

1991-2001 Staffuncties in Seedorf

2001 Bataljonscommandant Bosnië

2002-2006 Staffuncties in Den Haag

2008-2009 Commandant NAVO-troepen in zuidelijke Afghanistan

2010-2016 (Plaatsvervangend) Commandant Landstrijdkrachten

2017 Adviseur bij Deloitte en lid van adviesraad WRR

https://www.topics.nl/voormalig-commandant-mart-de-kruif-legt-uit-hoe-zijn-krijgsmacht-vastliep-de-afgelopen-jaren-apn4520640vk/?context=playlist/a-defensie-52ab6b/&utm_source=redactie&utm_medium=email&utm_campaign=DPN_ED_TOPICS_Newsletter_PERSO_API_20171007&utm_content=link&utm_term=&ctm_ctid=82c90ea0bb252bc34198a7d2a31284b4

 

Advertisements