Tags

,

Past de migrant zich wel genoeg aan? (Maral Noshad Shariff, Weekend/nrc, 23 & 24 september)

Inburgering

In Nederland en de buurlanden zijn de eisen voor nieuwkomers aangescherpt. Maar succesvolle inburgering is niet gegarandeerd

Maral Noshad Sharifi & Peter Vermaas

22 september 2017

Een inburgeringscursus in Duitsland.

Nederland is een gidsland als het op de inburgering van nieuwe migranten aankomt. Tamar de Waal, die het inburgeringsbeleid van Nederland in de afgelopen twintig jaar onderzocht, zei dit woensdag in deze krant. In Nederland en de buurlanden is men de afgelopen decennia anders naar integratie gaan kijken. Vroeger ging integratie nog over álle burgers in een land, volgens De Waal. Hoort iedereen er wel bij, was de vraag. Nu is de vraag vooral, past de migrant zich wel genoeg aan?

De opmerking dat ‘Vroeger ging integratie nog over álle burgers in een land’, roept vragen op. Wat bedoelde en beoogde men hiermee?

Als gevolg hiervan zijn de eisen voor migranten aangescherpt. Hoe zijn de inburgeringsregels de afgelopen jaren veranderd in Frankrijk, Denemarken en Duitsland?

Frankrijk

Wie niet uit de Europese Unie, Zwitserland, Noorwegen of IJsland komt en langere tijd in Frankrijk wil verblijven, moet een zogenoemde ‘Contrat d’intégration républicaine’ (Republikeins Integratie Contract) ondertekenen. Daarin belooft de immigrant om de „principes en waarden” van de Franse samenleving te respecteren en eventueel Franse lessen te volgen. Wie niet alle lessen volgt, loopt het risico geen verlenging van zijn verblijfsvergunning te krijgen.

Wordt er in Frankrijk ook uitgelegd wat er onder dat ‘respecteren’ verstaan wordt? Respecteren houd ik mijn gevoel niet assimileren in, maar hoe wordt er aangekeken en opgetreden tegen gedrag waaruit geen respect getuigt ten aanzien van het ‘ontvangende’ land? Vooral ten aanzien van terroristen/jihadisten kan men onmogelijk constateren dat er sprake is van respect ten opzichte van de (Franse) waarden, en dat geldt natuurlijk ook voor de EU-waarden. Het komt er dus in feite op neer dat men publiekelijk geen andere en Europa-vijandige waarden publiekelijk gaat uitventen en propageren, ondanks de vrijheid van meningsuiting.

Het principiële dilemma is hier de vraag of een jihadist zijn (onafhankelijke) mening uitspreekt ofwel in zijn geboorteopvoeding blijft volharden en dat publiekelijk napraat. Dat is geen vrijheid van meningsuiting meer. Dat kan in moderne termen robotisering genoemd worden, namelijk klakkeloos napraten van waarden en normen waarin je bent opgegroeid. Een andere soort Artificial Intelligence ofwel kunstmatige intelligentie. Je bent geen mens meer maar napraatrobot of -apparaat.

[Lees ook het interview met Tamar de Waal, onderzoeker inburgering: De perverse kant van twintig jaar inburgeren]

Het contract, dat sinds 2006 bestaat, is in het land van herkomst beschikbaar „in een taal die u begrijpt”, meldt de website van het Office français de l’immigration et de l’intégration (Ofii), verantwoordelijk voor het Franse inburgeringsbeleid. De lessen over Franse normen en waarden behelzen niet alleen filosofische begrippen als vrijheid, gelijkheid en broederschap. Na de terreuraanslagen van januari 2015 is preciezere uitleg gekomen over de strikte Franse scheiding van kerk en staat, de laïcité. De Franse overheid ondertekent het contract ook en verplicht zich de immigrant bij zijn inburgering te helpen en praktische instructies te geven over onder meer het vinden van een huis. Of Franse lessen nodig zijn, wordt tijdens een individuele mondelinge en schriftelijke test bepaald. De kosten van zowel de inburgeringslessen als de taallessen (50 tot 200 uur, gevolgd door een examen) worden geheel door de Franse staat gedragen.

Dit laatste zou in ons land ook veel verstandiger zijn want particuliere bekostiging werkt averechts.

Denemarken

Soms is Nederland strenger, dan weer Denemarken. De twee landen ontwikkelen zich al meer dan vijftien jaar ongeveer op dezelfde manier, zegt Eva Ersbøll, die onderzoek doet naar inburgeringswetten van Denemarken. De politieke ontwikkelingen zijn bepalend, zegt ze. Vóór het jaar 2000 had je geen echte taaltoets. „Migranten moesten een gesprek aangaan met een agent, op het politiebureau. Als dat lukte waren ze geslaagd”, zegt Ersbøll, die bij het Deense Instituut voor Mensenrechten werkt. Toen in 2001 de populistische Deense Volkspartij gedoogsteun ging geven aan de minderheidsregering van premier Anders Fogh Rasmussen veranderde het een en ander. De taaleisen werden aangescherpt. „Je moet tijdens een discussie over bijvoorbeeld klimaatverandering een ander proberen te overtuigen. Nergens in Europa zijn de taaleisen zo streng als hier.”

Een dergelijk thema vereist een erg goede taalvaardigheid waaraan 90% van migranten zeker niet voldoet. Met dergelijke taaleisen komt men ook voor de noodzaak te staan dat men een project instelt dat stapsgewijs – van jaar tot jaar verder loopt – gevolgd wordt en migrant/cursist dwingt zich echt te ontwikkelen in noodzakelijke taalvaardigheden. En daarbij hoort in ons land beslist kennis van de Nederlandse Grondwet. Waarom niet in andere lidstaten? Omdat ik weet dat geen enkele Grondwet gelijk is aan elkaar en daarmee onvergelijkbaar.

Het hangt dus van de inhoud van die teksten af. Maar ook met onze abstracte GW-formuleringen is het al een hele kunst voor migranten om daarvan goede uitleg te geven. En bovendien dwing je hen dan om hun eigen overtuiging (islamitische eenheid van geloof en maatschappij/staat) los te laten, want anders zakken ze voor dat examen. Het beginsel van de scheiding tussen kerk/staat zoals in de meeste lidstaten geldt, is voor moslims een enorme overgang in denken. Daarom zal ook uitdrukkelijk aan migranten moeten worden geëist dat zij zich publiekelijk niet uitspreken over religieuze zaken, omdat zij daarvoor eerst de Nederlandse opvattingen moeten begrijpen, intellectueel beheersen en ‘respecteren’. Dat noem ik een ontwikkelingstraject in vervolgfasen: het basisexamen bevat de beheersing van dagelijkse spreekvaardigheid en na vervolgexamens een staatsexamen dat over grondwaarden gaat. Men begint die basiswaarden niet te attaqueren, maar eerst een uitleg te geven wat de Nederlander daaronder verstaat.

Vooral voor laagopgeleide migranten is dit lastig, zegt Ersbøll. De taallessen zijn gratis, de migranten moeten wel zelf betalen voor de inburgeringstest die in 2007 werd geïntroduceerd. De toets is vergelijkbaar met die in Nederland. De kosten zijn ongeveer 130 euro. Door de strengere regels duurt het voor migranten gemiddeld twee jaar langer om Deens staatsburger te worden. Voor bepaalde banen komen ze sowieso niet in aanmerking: politieagent bijvoorbeeld. Immigranten kunnen het land worden uitgezet als ze een strafbaar feit plegen. „Uit onderzoek blijkt dat mensen zich hierdoor onzeker voelen over hun positie in Denemarken, ze voelen zich hier minder veilig.”

Duitsland

Duitsland kent een etnoculturele geschiedenis , zegt Ulrich Kober, migratie-expert bij de Bertelsmann Stiftung, een belangrijke denktank. „Tot het jaar 2000 was het idee dat staatsburgerschap via de familie werd doorgegeven”, zegt Kober. Na het jaar 2000 kwamen er hervormingen, zegt Kober. Migranten moesten een taaltoets afleggen en een inburgeringsexamen doen. Sinds 2005 wordt het betaald door de Duitse staat. De eisen voor migranten zijn lange tijd niet aangescherpt, zegt Kober. Tot in 2015 en 2016 meer dan een miljoen migranten naar Duitsland kwamen. Vorig jaar kondigde bondskanselier Merkel een nieuwe integratiewet aan. Er staat nu meer druk op migranten om de taal te leren, ook moeten ze verplicht les volgen over Westerse waarden. Anders dan in Nederland, wordt ook van hen verwacht meteen werk te vinden.

Maar in de praktijk blijkt het nieuwe naturalisatiebeleid niet heel goed te zijn gelukt, zegt Hanco Jürgens van het Duitsland Instituut. 10 procent van de mensen in Duitsland heeft geen Duits paspoort. Dat gaat om circa acht miljoen mensen. Sommigen van hen wonen al generaties in Duitsland, zegt hij.

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/09/22/past-de-migrant-zich-wel-genoeg-aan-13139530-a1574542

 

Advertisements