Tags

,

Han de Jong  • Opinie/fd, 11 augustus

Populisme is in opkomst. Maar wat is het eigenlijk? Populisme is geen ideologie zoals socialisme of liberalisme. Je komt populisten in allerlei soorten en maten tegen. The Economist omschreef het onlangs prachtig: ‘Populists may be militarists, pacifists, admirers of Che Guevara or Ayn Rand; they may be tree-hugging pipeline opponents or drill-baby-drill climate change deniers’. Onder politicologen is de visie gangbaar dat populisten de wereld verdelen in het echte volk en de corrupte elite. Populisten zien zichzelf als de enige legitieme vertegenwoordigers van het echte volk. Ze hebben een moreel monopolie terwijl de corrupte elite het contact met het volk heeft verloren. Doordat ze de wereld zo zwart-wit zien, zijn populisten feitelijk antipluralistisch. Populisten die aan het bewind komen, worden autocratisch of nog erger. Doordat een democratie gebaseerd is op pluralisme, kunnen populisten zo een gevaar vormen voor de democratie.

Illustratie: Max Kisman

Latijns-Amerika heeft met afstand de rijkste ervaring met populisme opgebouwd, vooral vanaf de jaren veertig, met leiders als de Argentijn Juan Perón. Die traditie is deze eeuw nog voortgezet door de Kirchners, ook in Argentinië, en Hugo Chavez en Nicolás Maduro in Venezuela. Die geschiedenis roept een aantal vragen op die ook voor ons nu relevant zijn.

Waarom was Latijns-Amerika zoveel bevattelijker voor populisme dan andere regio’s? Politieke wetenschappers schrijven dat toe aan de grotere inkomensongelijkheid op dat continent vanaf het midden van de negentiende eeuw. Globalisering in de tweede helft van de twintigste eeuw ging in Europa hand in hand met de opbouw van de sociale zekerheid. Op die manier kon de pijn worden verlicht van de economische aanpassingen als gevolg van de globalisering. In Latijns-Amerika was de belastingbasis veel te smal om een toereikend stelsel van sociale zekerheid op te zetten. De onvrede die het gevolg was, was wind in de zeilen van populisten.

Gevaar

Komen ze aan het bewind, dan worden populisten autocratisch of nog erger en zo kunnen ze een gevaar vormen voor de democratie

Eenmaal aan het bewind volgen populisten in Latijns-Amerika op economisch gebied een tamelijk vast patroon: een sterk stimulerend economisch beleid waarbij binnenlandse markten veelal worden afgeschermd. Zulk beleid leidt op korte termijn meestal tot hogere economische groei en lijkt dus succesvol. Maar op een zeker moment worden de grenzen van dit beleid bereikt. Overheidstekorten worden onhoudbaar en de tekorten in de buitenlandse handel zijn niet meer te financieren. In plaats van terug te keren naar conventioneel economisch beleid gaat de turbo er dan op en worden de tekorten monetair gefinancierd. Onder de dan vigerende economische omstandigheden is gierende inflatie het gevolg.

In deze passage wordt – indirect – schitterend aangegeven waardoor populisten de mist ingaan: volgens mij schuilt de verklaring in het feit dat deze egotrippers ‘verslaafd’ zijn geraakt aan hun macho-idealen, machtsidealen die je verwerft als deze gebaseerd is op grote volkshelden hun macht hebben verkregen door het enkelvoudige eigenbelang van de arbeidsklasse (die daar nog bestaat) te steunen en dus niet het algemeen belang, want dat vereist een helikopterview en een samenhangend, coherent – intellectualistisch – beleid en daar komen populisten niet/nooit aan toe (zoals bij onelinerbewegingen als PVV zichtbaar: weg met de islam en weg met de economische migranten).

Want het gaat hen alleen om ‘eigen volk eerst’ – dus ‘wij-zij’ denken – en er bestaat geen solidariteit in wereldomvattende zin (gebaseerd op visie en universele abstracte beginselen).

Daarom worden economische uitgangspunten ook verwaarloosd, hetgeen in regeringskringen betekent dat je chaotisch bezig bent en een volksdictatuur als resultante neerzet. Het algemeen belang dient het evenwicht tussen alle inkomenscategorieën na te streven is dat is nooit het geval bij populisten en rechtse (en bij linkse trouwens ook niet!) dictators. Daarom gierende inflatie en nooit inkomenspolitiek en hoge inkomstenbelasting- en dito ‘schalen’. Populisten zijn blinde schapen.

Chaos en een ineenstorting van de economie zijn vervolgens onvermijdelijk. Veel mensen zijn uiteindelijk armer dan voor het hele experiment begon. Niet zelden heeft een dergelijke situatie in Latijns-Amerika tot militair ingrijpen geleid en tot politieke repressie die nog veel erger was dan onder afgezette leiders. Latijns-Amerikaanse populisten hebben zichzelf dus steevast opgeblazen door de economie in chaos te storten, al heeft het vaak wel even geduurd voor het zover was. Venezuela is het meest recente, trieste voorbeeld.

Je kunt je afvragen waarom populisten dan toch regelmatig aan de macht kunnen komen in Latijns-Amerika als immers duidelijk is dat hun beleid steeds in een tranendal eindigt. Misschien is het geheugen van de kiezer kort. En blijkbaar is er toch steeds hoop dat er nu dan toch een leider is gevonden wiens economisch beleid een beter lot beschoren is. Maar misschien is het een simpele en te begrijpen keus voor economische voorspoed op korte termijn die aanlokkelijker is dan de op korte termijn te verwachten resultaten van meer conventioneel economisch beleid. In ieder geval leert de ervaring in Latijns-Amerika dat je populisten niet snel moet afschrijven.

Niet alleen dat ‘het geheugen van de kiezer kort’ is, maar vooral het (over)emotionele temperament van Zuid-Amerikanen (én mediterrane landen, zoals de zuidelijke EU-lidstaten en dan vooral de oud-koloniale landen als Portugal en Spanje!) kennen hetzelfde euvel.

Wegnemen oorzaken

Beste antwoord is wegnemen van oorzaken populisme en het overeind houden van checks and balances in het systeem

Achter de opkomst van populisme in de VS en Europa zitten ongetwijfeld deels andere factoren dan in Latijns-Amerika. Maar zou het toeval zijn dat populisme terrein wint nu aanpassingspijn die gepaard gaat met globalisering niet meer wordt gecompenseerd door uitbouw van sociale zekerheid maar juist samengaat met een vermindering ervan? De laatste economische crisis die tot langdurige bezuinigingen bij ons heeft geleid, heeft de electorale aantrekkingskracht van alternatief, populistisch beleid ongetwijfeld ook vergroot. Geopolitieke factoren spelen eveneens een rol. De Europese hegemonie werd gevestigd in de zeventiende eeuw en heeft een paar eeuwen geduurd. In de twintigste eeuw is Europa voorbij gestreefd door de VS, maar dat was tenminste nog een bondgenoot.

Geopolitieke factoren spelen m.i. geen rol omdat het geheel en alleen gaat om rechtvaardigheid (of ‘gerechtigheid’ zoals ook in Oost-Europese landen – en Turkije – nu meespeelt op basis van hun katholieke orthodoxie!) en dat vereist een systeem van sociale zekerheid dat recentelijk in de eurozone zwaar gesaneerd is vanwege de EMU-normen zodat alle overheidsuitgaven teruggebracht zijn tot het minimale. Dat is dé denkfout van de neoliberale orde binnen de EU geweest die zichtbaar is binnen de EMU, want (extreme) inkomensverschillen spelen geen rol. En dus geen belangstelling voor inkomensverhoudingen, waarin de verschillen zijn uitgewerkt.

Dat type vraagstukken zijn strijdig met de belangen van de hogere inkomenscategorieën. Daar durven de gevestigde politieke partijen niet aan te komen – laat staan te knabbelen – uit angst voor verlies van dat electoraat. Lafheid troef dus, zodat dit de verklaring is dat óók op ons continent een permanent populisme is ontstaan op basis van de geschetste globaliserende economie. Het gaat immers alleen om ‘winsten en omzetgroei’ van het grootbedrijf en multinationals.

Inmiddels dreigt Europa te degraderen tot het spelen van de derde viool en steekt China de VS naar de kroon als het om economische hegemonie gaat. Tegelijkertijd lijkt het Midden-Oosten te imploderen wat een immigratiestroom in Europa oplevert en de terroristische dreiging vergroot. Daarnaast probeert Rusland op slimme en assertieve wijze een eigen, vooraanstaande politieke positie in de wereld te veroveren. Deze ontwikkelingen voeden de behoefte van mensen aan zekerheid. De EU lijkt totaal niet in staat in die behoefte te voorzien. Populisten die inspelen op nationale gevoelens zijn electoraal vaak juist wel succesvol.

Europa, of de EU liever gezegd, dreigt overigens alleen tot het spelen van die derde viool te vervallen vanwege de eigen besluiteloosheid als gevolg van een hopeloos uitgedijde unie, die niet meer regeerbaar is of geen constructieve, unanieme besluiten kan nemen vanwege het eigenbelang van alle lidstaten. Het gaat sinds de ongecontroleerde toelating van nieuwe EU-lidstaten alleen nog maar om de subsidies uit de EU-ruif en de symbolische aanstichter daarvan is zelfs onze Gerrit Zalm geweest die de solidariteitsgevoel van de EU een halt heeft toegeroepen door zijn eis de afdrachtregeling te kortwieken, waar het conservatieve VK van Thatcher ook altijd op heeft aangedrongen. Dat is een onbesliste strijd geworden omdat dat politieke strijdpunt niet binnen de EU hoorde (er bestaat formeel geen ‘links tegen rechts’, de Commissie bestaat immers uit neutrale en niet-lidstaat-gebonden bestuurscommissarissen), maar dat kan/kon materieel natuurlijk niet, want toch/wel – keuze naar eigen voorkeur of perceptie! –  politieke organen.

Inmiddels zijn in diverse landen buiten Latijns-Amerika populisten aan de macht: Hongarije, Polen, Turkije maar ook bijvoorbeeld in de Filippijnen en Zuid-Afrika en laten we de VS niet vergeten. Wat mij daarbij opvalt, is dat een aantal van deze regimes een meer conventioneel economisch beleid voert dan de Latijns-Amerikaanse populisten deden. De kans dat ze zichzelf opblazen is daarmee klein. Dat vergroot de schade die ze kunnen berokkenen aan de democratie. Dat geeft te denken.

Dat er buiten Latijns-Amerika ‘populisten aan de macht kwamen: Hongarije, Polen, Turkije maar ook bijvoorbeeld in de Filippijnen en Zuid-Afrika en de VS’, valt te begrijpen door de universele menselijke waarden als ondernemingszin – economische bedrijvigheid -, maar ook het compenserende rechtvaardigheidsprincipe, zoals correctie van te grote inkomensvergaring. Zolang de ‘traditionele’ bestuurslagen en politieke klassen falen in het opzetten en formuleren van een evenwichts’visie’ – en dus een ‘evenwichtige visie’ zoals hierboven uitgelegd – is het verschijnsel populisme – nu wereldwijd – onvermijdelijk geworden en dat verdwijnt niet meer als een nieuw evenwicht uitblijft. Zo simpel werkt het met waarden en principes.

Het beste antwoord op populisme is het waar mogelijk wegnemen van de oorzaken en vooral het overeind houden van de checks and balances in het politieke systeem. Gelukkig zien we die checks and balances in diverse landen ook wel in de praktijk, bijvoorbeeld in de VS.

Hoezo ‘checks and balances’ in de VS? Het viel me al op dat De Jong in zijn redenering nergens concreet werd en dus verbaast het me niet dat hij met de VS een verkeerd voorbeeld aanhaalt. Hij vergeet dat de formele Checks and Balances in de VS geen rol meer spelen en daarom een papieren tijger is geworden met de chaoot als Trump nu als hoogte- (in populistische ogen) of dieptepunt (dit geldt voor mij omdat het electoraat aldaar de verkeerde ‘gok’ heeft genomen). Dit algemene ‘democratische’ kiesstelsel is een algemene ‘gokpartij’ of politieke casino geworden en dat geldt nu wereldwijd. De politiek zal zich aan de nieuwe tijd moeten aanpassen en niet omgekeerd, en dus tegenhouden!

Han de Jong is hoofdeconoom ABN Amro.

https://fd.nl/opinie/1213349/populisme-doet-het-goed-als-het-economisch-minder-gaat

 

Advertisements