Tags

Deprimerend, de PvdA moet (al)weer een partij met humor worden (Max van Weezel, Vrij Nederland, augustus 2017)

De PvdA moet een beweging worden die haar voelsprieten uitsteekt in de samenleving, stelt een rapport. Dat hebben we vaker gehoord. Gaat het deze keer wel lukken, nu alle bestuurlijke ballast overboord is gezet?

Goede vraag; is alle bestuurlijke ballast of liever betweterigheid wel overboord gezet?

De broers Depla zijn sociaal-democraten met een prettig relativerende inslag. Van Staf, oud-Tweede Kamerlid en nu wethouder van Eindhoven, is de uitspraak: ‘Voor een bijeenkomst van twee of meer PvdA’ers heb je een milieuvergunning nodig vanwege de zuurgraad.’

Die zuurgraad is kenmerkend voor alle linkse partijen, maar GroenLinks heeft laten zien dat er met een nieuwe campagnevoering nieuw elan ontstaat. De vraag is alleen of die partij de schok van het afbreken van de coalitieonderhandelingen te boven zal komen, want als met name de bobo’s dat hebben veroorzaakt, dan overkomt GL hetzelfde als de PvdA; de zuurgraad neemt toe vanwege de fundamentalisten binnen de partij (en dan in beide partijen). En over SP hoeven we het niet meer te hebben, want het orthodoxe socialisme is een archaïsch gegeven. Ze kunnen we dus beter mee stoppen; of hun naam veranderen in ‘radicaal rechtvaardig!’ en daarvoor een strategie ontwikkelen.

Paul, burgemeester van Breda, is de auteur van een rapport over de dramatische verkiezingsnederlaag die zijn partij op 15 maart leed (van 38 naar 9 zetels). Een van zijn aanbevelingen: de PvdA moet gezelliger worden en minder betweterig. Op afdelingsvergaderingen mag voortaan best worden gelachen.

Extra handicap is dus dat die betweterigheid in het DNA zit. En dat terwijl de oorspronkelijke idealisten geen betweterige mensen waren, maar juist bezielde burgers. Ergens onderweg heeft dus het pessimisme toegeslagen: idealisme is onhaalbaar in deze tijd. Of is dat onjuist? Partij voor de Dieren bewijst het tegendeel.

De twee kleinzoons van oud-KVP-minister Frans Teulings hoorden bij de vertrouwelingen van Wouter Bos en Diederik Samsom en zijn nu close met Lodewijk Asscher. Ook die hoorde ik tijdens een politiek café in het Badhuistheater in Amsterdam zeggen dat de humor terug moest komen in de PvdA. Het lijkt me zoiets als zoeken naar water in de woestijn, was mijn eerste reactie. Tenslotte gaat het om een partij waarvan oud-minister Hedy d’Ancona ooit zei: de gemiddelde begrafenis is gezelliger dan onze congressen. Maar Asscher droomt van partijbijeenkomsten waar je met een gerust hart ook je familie en vrienden mee naartoe kunt nemen en de burgemeester van Breda moest hem daarvoor de ingrediënten aanleveren.

Is er naïviteit in Asscher binnengeslopen?

Op de toekomst heet het werkstuk van Paul Depla. Het gaat hem om een partij die niet in zichzelf is gekeerd maar openstaat voor samenwerking met ngo’s, actiegroepen en jongerenclubs. Geen technocratische bestuurderspartij maar een beweging die haar voelsprieten uitsteekt in de samenleving.

In termen van de nieuwe campagnestrategie van GL zou de PvdA de eerst komende jaren alleen aan denktank moeten zijn, en wel partijbreed en niet een danktank als een wetenschappelijk bureau.

Het deprimerende is dat de meeste aanbevelingen van Depla al jaren geleden zijn gedaan. De commissie-Van Kemenade schreef in 1991 dat de PvdA minder introvert moest worden en aansluiting moest zoeken bij nieuwe maatschappelijke bewegingen. De commissie-De Boer constateerde in 2002 dat de PvdA onder de paarse kabinetten van Wim Kok in zichzelf gekeerd was geraakt. PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen riep de bestuurders binnen de partij op hun gezicht vaker buiten het stadhuis te laten zien. PvdA-voorzitter Hans Spekman vond dat Kamerleden, wethouders en gedeputeerden moesten worden verplicht om minstens 25 procent van hun tijd op straat door te brengen. Het was allemaal aan dovemansoren gericht.

Hoe groot is de kans dat de sociaal-democratie nu wél te veranderen is in ‘een beweging van themanetwerken die door middel van festivals, acties, plannen en safari’s het maatschappelijk debat weer naar zich toetrekt’, zoals Depla aanbeveelt? Waarom zou de PvdA nu niet meer immuun voor verandering zijn?

Misschien ben ik te somber, want de afgelopen jaren is de bestuurlijke context waarbinnen de PvdA opereert (o jee, ik bezondig me nu ook al aan technocratisch jargon) grondig veranderd. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 verloor de partij haar plek in het college van B en W in steden als Amsterdam, Utrecht en Maastricht. Bij de Provinciale Statenverkiezingen vielen de rode bolwerken Friesland en Groningen. Om nog maar te zwijgen van de 29 zetels verlies bij de Tweede Kamerverkiezingen. Niet leuk voor de PvdA, maar voor de partijvernieuwing is het niet slecht dat zoveel bestuurlijke ballast overboord is gezet. Lodewijk Asscher, die sinds hij aan de VVD is ontsnapt een bevrijd man lijkt, heeft laten zien hoe ver je het in Kamerdebatten met een gezonde dosis humor kunt brengen. Al is het wel vaak galgenhumor.

Bij het aantreden van het nieuwe kabinet kan Asscher bewijzen wat hij waard is en als hij zijn ideeën goed aan het organiseren is, komt hij bij die gelegenheid ook met een nieuwe toekomstvisie voor de PvdA. We zijn dus benieuwd. Ik hoop mét Max van Weezel dat het geen galgenhumor zal zijn, want dan is het gewoon de geijkte vorm van verongelijktheid. En dan kun je de tent sluiten.

https://www.vn.nl/max-van-weezel-deprimerend-de-pvda-moet-alweer-een-partij-met-humor-worden/

Advertisements