Tags

,

De angst van de middenklasse (Valerie Frissen, Katern Morgen/fd, 15 juli)

Na afloop van een lezing sprak ik onlangs met iemand die zich aan mij voorstelde als ‘dataverloskundige’.

Dit zelfverzonnen beroep sluit mooi aan bij het rijtje van toekomstige functies dat het FD twee weken geleden in de magazine Transformers beschreef, zoals tribe managers, biohackers, ethisch-technologische adviseurs en smart home managers.

Het debat over de toekomst van werk – en de rol die technologie daarin speelt – is van alle tijden. Het beweegt zich doorgaans ruwweg tussen twee polen. Aan de ene kant zien we de onheilsprofeten die ons met klem waarschuwen voor een toekomst waarin technologie mensen massaal werkloos maakt. Of in een meer hedendaagse variant: die mensen dwingt in het keurslijf van het ‘precariaat’, oftewel flexibele rotbaantjes zonder enige rechtspositie, waarmee je amper je brood kunt verdienen. Dat laatste geldt nu niet langer alleen voor laagopgeleiden. Ook de hipsters op vintage (lees: afgetakelde) locaties van industrieel erfgoed houden zichzelf met hun creatieve kluswerk weliswaar fijn bezig, maar kunnen in wezen amper het hoofd boven water houden.

Aan de andere kant van het spectrum zien we de tech-optimisten die de stelling innemen dat de arbeidsmarkt zich telkens opnieuw uitvindt. Elke technologische revolutie leidt tot disruptieve verschuivingen op de arbeidsmarkt, die banen doet verdwijnen maar waarvoor ook altijd weer nieuwe en veel betere banen in de plaats komen. Dankzij technologie hoeft vrijwel niemand meer zware lichamelijke arbeid te verrichten, behoort vies en gevaarlijk werk tot het verleden en kan saai routinewerk steeds meer aan technologie worden overgelaten.

In het debat over het basisinkomen hoor je nooit over die autonome bewegingen op de arbeidsmarkt en de innovatieve ontwikkelingen die daarbij een rol spelen en hier mooi omschreven staan: ‘die banen doet verdwijnen maar waarvoor ook altijd weer nieuwe en veel betere banen in de plaats komen.’ Dat wordt nog sterker in de passage hieronder:

Natuurlijk hebben beide kampen gelijk. De geschiedenis laat zien dat die arbeidsmarkt zichzelf telkens weer vernieuwt en dat oude beroepen altijd weer plaats maken voor nieuwe. Kijk bijvoorbeeld eens naar het moderne boerenbedrijf. Een doorsnee Nederlandse boerderij ziet er tegenwoordig uit als een glanzende hightech-onderneming waar melkrobots en geavanceerde dataverwerkingssytemen heel gewoon zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de precisielandbouw, die satellieten en sensoren inzet om op maat te kunnen produceren, of over slaflats die geen daglicht en geen uitgestrekte kassen meer nodig hebben maar in verticale boerderijen sla en tomaten kweken met LED-licht. Ook de moderne boer is een soort dataverloskundige geworden: in plaats van kalfjes brengt hij informatie ter wereld en zet die weer om in allerlei hypermoderne landbouwmethoden. Aan de andere kant kunnen we zeker niet ontkennen dat de flexibilisering en ‘precarisering’ van de arbeidsmarkt voor veel mensen tot beklemmende onzekerheid leidt, niet alleen over hoe de toekomst er uit gaat zien, maar simpelweg hoe je de bestaansonzekerheid dagelijks in de portemonnee voelt.

Het verdient aanbeveling om in het nieuwe aanstaande kabinet – van welke samenstelling dan ook in deze huidige fase van informatie! – het huidige ministerie van Infrastructuur en Milieu aan te vullen met het thema ‘Futurisme en toekomstontwikkeling’.

De middenklasse worstelt met grote onzekerheid: zorgen over de toekomst van de kinderen, maar ook angst voor het vreemde

Nieuw in deze discussie is wel dat waar vroeger vooral de onderklasse de gevolgen van die onzekerheid ondervond, nu de middenklasse het slachtoffer is. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) besteedde hier recent aandacht aan in hun advies over ‘De val van de middenklasse’.

Deze verschuiving wordt treffend beschreven in The Second Machine Age van Brynjolfson en McAfee. Waar in het eerste machinetijdperk vanaf 1800 vooral zwaar en gevaarlijk lichamelijk werk door machines werd overgenomen, neemt technologie in het tweede machinetijdperk nu ook het kenniswerk steeds meer over.

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw – het tijdperk van automatisering – ging het nog vooral om simpel routinematig kantoorwerk dat makkelijk in regels en systemen te vatten is. Daardoor vielen de eerste klappen bij de onderkant van de middenklasse, in de meer routinematige kantoorberoepen. We hebben allemaal wel een of meer reorganisaties meegemaakt waarin de ‘ondersteunende diensten’ werden geautomatiseerd en vervolgens de mensen die dat werk eerst deden hun boeltje konden pakken.

Nu bevinden we ons in het stadium dat de nog relatief domme technologie uit dat tijdperk steeds slimmer wordt en autonome trekjes krijgt. Daarmee blijft nu ook het hoogwaardige, complexe kenniswerk waarin de hogere middenklasse zich veilig waande, niet langer buiten schot. Saskia Nijs schreef op deze plek al over de opkomst van de robotmanager. Inmiddels zijn er ook nieuwsbots die het aloude beroep van journalisten bedreigen, al dan niet door de productie van nepnieuws. Robots in de zorg worden ingezet om demente ouderen geduldig en invoelend gezelschap te bieden en intellectueel te blijven prikkelen. In de medische wereld wordt geëxperimenteerd met nanobots: miniscule robotjes die in het menselijk lichaam worden ingebracht en daar kankercellen kunnen opsporen en vernietigen. De dokter aan het bed maakt plaats voor een dokter in je lichaam.

Al zijn dit huidige experimenten, ook rekening moet worden gehouden met de kans dat deze kunnen mislukken omdat er veronderstellingen aan ten grondslag liggen die foutief blijken te zijn. wie garandeert nu al dat die nanobots geen bijwerkingen kunnen opleveren, waar nu nog helemaal niet aan gedacht wordt. En een dokter in het lichaam is al helemaal onbestaanbaar in het kader van een vervanging van de dokter aan het bed. Een ingebracht computercelletje kan nooit de menselijke (inschatting van) de diagnose vervangen. Er moeten kennismatige verbanden worden gelegd die de computer nooit zal kunnen verwezenlijken. Een computer als apparaat zal samenvattend nooit zo ver kunnen worden ontwikkeld dat de mens geheel vervangbaar wordt. Dat is uitgesloten, zeg ik intuïtief. Wie dat wel denkt te kunnen slaat in de mogelijkheden van de menselijke rationaliteit door.

Waar technologie zich steeds actiever gaat bewegen op het terrein van de menselijke intelligentie, creativiteit en inlevingsvermogen, ontstaat er een meer fundamentele onzekerheid dan die over het verlies van banen. We gaan ons dan afvragen of we er als mens zelf nog wel toe doen. Het debat over de toekomst van werk wordt daarmee ook steeds meer een debat over onze identiteit. De WRR concludeert dat er vooralsnog geen sprake is van een val of een uitholling van de middenklasse. Tegelijk constateert de raad dat de middenklasse vooral worstelt met grote onzekerheid. Deze kwetsbare positie vertaalt zich ook in zorgen over de toekomst van hun kinderen en in opvattingen over politiek waarin angst voor het vreemde een steeds grotere rol speelt. Niet alleen het werk van de middenklasse staat onder druk, maar vooral de identiteit. Ik voorspel dan ook een glansrijke toekomst voor niet alleen nanodokters en dataverloskundigen, maar vooral voor beroepen die ons leren om te gaan met fundamentele onzekerheid.

Waar hier geschreven staat dat ‘Waar technologie zich steeds actiever gaat bewegen op het terrein van de menselijke intelligentie, creativiteit en inlevingsvermogen’, kan of dient men zich ten principale af te vragen of de menselijke intelligentie en creativiteit, maar zeker ook inlevingsvermogen zodanig te programmeren zijn dat de computer een menselijke robot kan worden, tot een menselijke robot kan worden gemaakt. Mijn stelling is dat dit onmogelijk is.

[Om beurten schrijven vier columnisten over nieuwe technologie en wat ondernemers, bestuurders en werknemers hiermee kunnen.

Als sociaal wetenschapper voelt Valerie Frissen zich thuis tussen creatieve ­techneuten in de internet­wereld. Op het kruispunt van vakgebieden borrelen volgens haar de spannendste inzichten op. Ze is directeur van het SIDN-fonds, dat innovatieve internetprojecten ondersteunt, en hoogleraar ICT en sociale verandering in Rotterdam. Frissen is getrouwd en heeft twee dochters.]

https://fd.nl/morgen/1209920/de-angst-van-de-middenklasse

Advertisements