Tags

De Britse regering moet in Noord-Ierland neutraal zijn, waarschuwt Peter Hain. Zal ze dat kunnen, als ze afhankelijk is van de goede wil van de unionisten?

Peter Hain

Voormalig Brits minister (Labour) en onderhandelaar van het Goede Vrijdagakkoord.

De Britse regering moet in Noord-Ierland een onpartijdige arbiter zijn. Dat heb ik zelf geleerd toen ik twee verbitterde oude vijanden samen aan tafel moest brengen: Ian Paisley, de leider van de Democratische Unionistische Partij (DUP), en Martin McGuinness van Sinn Féin. Die twee hadden nog nooit een woord met elkaar gewisseld, laat staan onderhandeld.

Enkele maanden voor ze samen in de gloednieuwe Noord-Ierse gewestregering stapten, eiste Paisley de volstrekte zekerheid dat Sinn Féin een beslissing zou nemen die historisch onmogelijk leek: het gezag van de politie en de staat aanvaarden. Hij verzekerde mij dat hij samen met hen zou regeren, maar alleen op die voorwaarde.

McGuinness en de voorzitter van Sinn Féin, Gerry Adams, stonden voor de bovenmenselijke taak om hun aanhangers, onder wie oud-strijders van het IRA, achter die beslissing te krijgen. Maar ook zij wilden een garantie: de zekerheid dat Paisley zou doen wat hij altijd had geweigerd, namelijk de macht delen met gewezen ‘terroristen’ of – in zijn onsterfelijke woorden – ‘met de duivel’. Hoe konden ze erop rekenen dat hij dat echt zou doen?

Neutraal en onpartijdig

Wat met de eis van de unionisten om ernstige misdaden van soldaten en politiemensen in Noord-Ierland niet te vervolgen?

Ik onderhandelde met de twee partijen en beloofde dat de ander woord zou houden. Ze hadden allebei geleerd dat ze mij en Tony Blair konden vertrouwen en dat wij de twee kanten begrepen. Wij hoefden het met geen van beiden eens te zijn, het volstond dat wij hun standpunt respecteerden. We waren neutraal en onpartijdig, we hadden geen favoriet.

Precies daarom is de afspraak tussen Theresa May en de DUP zo gevaarlijk voor het Goede Vrijdagakkoord en het vredesproces.

Het Noord-Ierse vredesproces is ontzettend delicaat en vraagt een voortdurende aandacht. David Cameron en nu Theresa May hebben die nooit opgebracht – ze hadden meer belangstelling voor hun partij dan voor de vorderingen in Noord-Ierland. En ze negeerden de consensus binnen het Britse parlement die essentieel was voor het zo moeizaam tot stand gebrachte akkoord. In 2015 ontving Cameron de parlementsleden van de DUP zeker één keer op een gezellig etentje. Sommige deelnemers vertelden me glunderend dat er niet over Noord-Ierland was gepraat, maar wel over wie wat zou goedkeuren in het Britse parlement.

Mays afspraak met de DUP is de enige manier waarop ze aan de macht kan blijven. Hoe kan ze dan nee zeggen tegen de unionisten? En hoe kan ze zich neutraal opstellen in Noord-Ierland, waar nu al maanden zonder succes over een regeringsvorming wordt onderhandeld?

Mays weigering, eerder dit jaar, om een top met de premier van de Ierse Republiek samen te roepen – een zet die onder Blair en Gordon Brown meer dan eens een crisis in de Stormont, het Noord-Ierse parlement, heeft opgelost – blijft onverklaarbaar. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat de DUP haar agenda over de erfenis van het Noord-Ierse conflict zal willen doordrukken, zoals de eis om van ernstige misdaden beschuldigde soldaten en politiemensen niet te vervolgen. Een verjaring van misdaden uit de tijd van de terreur en het sectaire geweld is verdedigbaar, maar die moet dan voor alle partijen gelden. In het andere geval zullen de republikeinen en de unionisten nog veel moeilijker te verzoenen zijn dan nu al het geval is.

Een afspraak tussen de Conservatieve partij en de DUP kan nog meer problemen veroorzaken. May wil een harde Brexit, wat betekent dat de grens tussen Ulster en de Ierse Republiek een buitengrens van de EU zou worden, compleet met douanerechten en de controle van mensen en goederen die passeren. Dat is niet alleen in strijd met het Goede Vrijdagakkoord, maar zal ook de toenemende integratie van de twee economieën in het gedrang brengen. De DUP steunt de Brexit, maar wenst een zachte grens. Ze kan niet anders, als ze haar politieke geloofwaardigheid in Ulster niet wil verliezen. Maar een zachte grens veronderstelt dat het Verenigd Koninkrijk in de Europese tolunie of zelfs in de eenheidsmarkt blijft.

Bijzondere zone

De Europese Commissie zou hebben voorgesteld om het probleem op te lossen door Noord-Ierland tot een ‘bijzondere zone’ uit te roepen. Maar dat is voor de DUP onaanvaardbaar: het impliceert een aparte status binnen het Verenigd Koninkrijk, wat met de unionistische agenda vloekt.

Tot slot zijn de kiezers van de DUP geen Conservatieven. De partij heeft een sterke basis in de arbeidersklasse, die het soberheidsbeleid van de Conservatieven niet lust. Ze zal meer overheidsinvesteringen en –uitgaven willen. Ze zal lagere pensioenen of Mays reactionaire ‘dementiebelasting’ niet aanvaarden.

Dit zijn ervaren en harde onderhandelaars, met Nigel Dodds, hun fractieleider in het parlement, op kop. Ze hebben bovendien een ziekelijke afkeer van opgelegde deadlines, zoals ik zelf heb ondervonden. Een afspraak tussen de Conservatieven en de DUP zal dus niet alleen pijnlijk zijn voor Theresa May, maar ook gevaarlijk voor de politieke stabiliteit en voor de vrede in Noord-Ierland.

©The Guardian

http://www.standaard.be/cnt/dmf20170613_02923921?shareId=ef4a5eae651cac69fbf0f58f7172c988b96898ff7a21168b498e3926c9f3562dcdc92b7c344819b72d23c7af74fbb63ae80938c3feab2736569b2ea06b6115bc629ef77fc567f8c9aa5b3f2a0093cc1b

Advertisements